Voortijdig afscheid

Titel: Voortijdig afscheid
Auteur: Ellie Wolf
Uitgever: J.H. Kok, Kampen
Uitgebracht: ?
ISBN: 9024239524
Bijzonderheden: In "Voortijdig afscheid" vertelt Ellie Wolf over de wellicht moeilijkste periode in haar leven, namelijk hoe zij als Jodin, door onder te duiken, de Tweede Wereldoorlog weet te overleven.
Omschrijving:

Op transport of onderduiken?
Gek genoeg wilden Ellie en haar broer Sally helemaal niet onderduiken, zij waren het niet met hun moeder eens en wilden gehoor geven aan de oproep van de Duitsers om zich aan te geven. Kennelijk leefde er bij veel mensen het besef dat je beter mee kon werken. Volgens velen zou een werkkamp uiteindelijk wel mee vallen, veel kinderen pakten zelfs hun zwempak in. Ellie spreekt later in het boekje nog over de familie Filipsen die ondergedoken zat, maar zich uiteindelijk toch aangaven, omdat ook zij meenden dat het niet zo erg kon zijn als door sommigen wordt beweerd.

We schrijven juli 1942, de vader van Ellie is dan allang gevlucht. Helaas is het hem kennelijk niet mogelijk om in contact te komen met zijn gezin. Vader Jozef David Wolf moet zijn goedlopende emballagefabriek verkopen, omdat het Joodse mannen verboden wordt een eigen bedrijf te hebben. Beide ouders van Ellie zijn afkomstig uit Polen, waar joden ook voor de Tweede Wereldoorlog al vijandig werden bejegend, en hebben 10 jaar lang heel hard gewerkt om hier in Nederland een bestaan op te bouwen. Hun bestaan wordt in een oogwenk afgebroken. Ellie en haar broer Sally beseffen dat de goede tijd in Nederland voorbij is. Ellie’s moeder heeft er inmiddels voor gezorgd dat er tassen met kleding onder de kapstok klaar staan. Na de Duitse bezetting worden er in Nederland steeds meer regels ingesteld die vooral de Joden treffen. Zo mogen zij geen gebruik meer maken van het openbaar vervoer. Ellie vertelt dat zij om die reden hele afstanden gingen lopen, want haar moeder zag er volgens de maatstaven van die dagen erg Joods uit.

Het vertrek
In de oproep staat dat zij zich 19 augustus 1942 om 22.00 uur moeten melden. Dan is ondertussen besloten dat de familie toch gaat onderduiken. Hoewel de moeder van Ellie Hitler op de radio heeft horen zeggen dat de Joden vernietigd moeten worden, blijven Ellie en haar broer eerst nog van mening dat alles altijd overdreven wordt. Zij vinden het niet zo erg om met kennissen en hun kinderen naar een werkkamp te gaan. Ellie’s moeder heeft dan ook de grootste moeite om haar 12-jarige dochter te overtuigen. De moeder poetst en boent om het huis netjes achter te laten… Een buurvrouw, die kennelijk in de waan wordt gelaten dat de familie zich gaat melden, vertelt over het samenpersen van mensen in een goederentrein. Ellie en Sally pikken flarden van dat gesprek op en schrikken heel erg. Eindelijk dringt het tot hen door wat ‘op transport stellen’ feitelijk betekent en veranderen van mening, ze willen toch onderduiken. Die avond worden zij opgevangen door mevrouw Speelman, een verstelnaaister die soms voor de familie werkt.

De Lindelaan
Na een paar weken blijkt het bij de familie Speelman veel te druk te zijn en bovendien zal er nog een familie onderduiken op hetzelfde adres. Om die reden is moeder Wolf op zoek naar een ander onderduikadres. De heer Johan Verheij, een kennis van vader Wolf, heeft toegezegd haar te helpen. Helaas blijkt de heer Verheij niet helemaal de betrouwbare vriend te zijn, waarvoor hij zich heeft uitgegeven. Bij hem thuis is de familie niet gewenst, ondanks zijn grote benedenwoning.

Na zes weken bij de familie Speelman aan de Lindelaan ondergedoken te zijn, kunnen Sally en Ellie helaas niet meer bij hun moeder blijven.

Van het ene adres naar het andere
Sally en Ellie worden opgevangen door de familie Kuipers, waar ze een korte periode kunnen blijven. Ellie herinnert zich de heer Kuipers als een aardige man die veel vertelt en aandacht voor hen heeft. Vanaf het moment dat er bovenburen arriveren wordt de situatie gespannen. In elk geval groeit bij mevrouw Kuipers de angst met de dag. Dit komt doordat de Duitsers zware straffen hebben gezet op het verbergen van Joodse mensen. Ondertussen wordt het Ellie steeds duidelijker dat de Duitsers de Joden om de één of andere reden heel erg zwaar willen laten lijden. Waarom worden er anders zulke zware straffen op het verbergen van Joden gezet? Ellie hoopt vurig de oorlog te overleven!

Half november komt het bericht dat ze tot het eind van de oorlog weer samen op één adres kunnen onderduiken bij de familie Meeuwisse. Tot en met Kerst 1942 is daar een goede sfeer en kunnen ze het goed met elkaar vinden. Dan ineens vertelt mevrouw Meeuwisse over haar waarzeggende droom. Een droom waarin zij is gewaarschuwd voor verraad. Moeder Wolf probeert haar te sussen, maar dat mag niet baten. Terwijl mevrouw Meeuwisse moeder Wolf met één of andere smoes nog 600 gulden afhandig maakt, zet zij hen op straat. Moeder Wolf betaalt het bedrag echter uitsluitend onder het beding dat zij en haar kinderen naar het huis van de familie Verheij worden gebracht, wat ook gebeurt. De familie Verheij is eerst enthousiast de Wolfjes te zien, maar het enthousiasme neemt snel af als duidelijk wordt dat het niet om een visite gaat. Na een stevige woordenwisseling stemt Verheij er uiteindelijk mee in dat Ellie, Sally en moeder Wolf voorlopig bij hen blijven. Ze krijgen een klein en koud achterkamertje. Alie, de dochter van de heer Verheij, maakt haar vader duidelijk dat hij zich anders moet opstellen tegenover de onderduikers. Uiteindelijk bereikt Alie daarmee dat haar vader meer zijn best gaat doen voor Ellie en haar familie.

Ellie is een dankbaar mens, want zij geeft aan dat ze vaak teleurgesteld is in mensen, maar dat diezelfde mensen er toch voor zorgen dat zij uiteindelijk de oorlog overleeft.

Omdat de spanning bij de familie Verheij ondertussen erg hoog oploopt is het goed dat ze twee weken ergens anders kunnen verblijven. Daarna zitten ze toch weer bij de heer en mevrouw Verheij. De heer Verheij nodigt een advocaat uit, om uit te zoeken wat er zal gebeuren als hij de drie Wolfjes alsnog aangeeft bij de Duitsers… Hij zou daar zelf uiteraard niet zonder kleerscheuren van af komen. Doordat de heer Verheij een maagbloeding krijgt, waarschijnlijk door de spanning, kan het niet anders dat er een andere oplossing wordt gezocht. Moeder Wolf zoekt raad bij de heer Findling van de Joodse Raad, die haar doorverwijst naar de familie Grünbaum. Deze familie Grünbaum heeft zich niet als Joods gemeld bij de autoriteiten. Volgens de heer Findling zullen ze nog enige tijd ongemoeid worden gelaten, op den duur zullen ze opgepakt worden bij één van de razzia’s. Hoewel moeder Verheij het geen geweldige oplossing vindt, stelt zij voor dat zij zal onderduiken bij de Grünbaums. Ze wil graag dat haar kinderen bij de familie Verheij blijven, die willen echter alleen Sally voorlopig in huis houden. Dat laatste komt waarschijnlijk doordat Sally er uit ziet als een ‘gewone’ Hollandse jongen, kort halfblond haar en blauwe ogen. Ellie en haar moeder verblijven dus bij de Grünbaums waar een zeer gespannen sfeer hangt. Geen wonder, de hele buurt weet dat ze Joods zijn en aan NSB’ers geen gebrek!

Afscheid van moeder
Sally zou eerst worden ondergebracht bij familie van de Verheijs. Bij nader inzien willen zij toch liever een meisje, dus wordt besloten dat Ellie daar naar toe gaat. Sally en Ellie’s moeder blijven achter bij de Grünbaums en worden de volgende dag samen met de hele familie Grünbaum door een overvalwagen van de Gestapo opgehaald. Mevrouw Verheij betuigt haar spijt dat zij haar man niet meer weerstand heeft geboden in zijn besluit Sally na het vertrek van Ellie naar de Grünbaums te sturen. Eén dag uitstel zou waarschijnlijk het verschil tussen leven en dood hebben betekend!

De Spoorwegstraat
Ellie gaat samen met een zekere heer Veldmaat met de trein naar Arnhem. Ellie neemt daar haar intrek bij de familie Veenstra in de Spoorwegstraat. Mevrouw Veenstra is een goede vrouw die goed voor Ellie zorgt. De relatie met de heer Veenstra is een stuk minder, maar dat komt omdat hij een beroerte heeft gehad en voor een deel verlamd is. Hij heeft niet de volledige controle over zijn spraakvermogen en heeft af en toe last van woedeaanvallen. De familie Veenstra bestaat verder uit vier kinderen. Naast Ellie verblijft ook de familie Philipse, bestaande uit vier personen, bij de familie Veenstra. Tijdens het verblijf bij de familie Veenstra krijgt Ellie te horen dat haar moeder en broertje gearresteerd zijn. Enkele weken later heeft Ellie ineens het sterke gevoel dat ze allebei dood zijn. Ze wordt getroost door mevrouw Veenstra. Vanaf dat moment draagt Ellie, als teken van rouw, een zwart schort, dat ze tot het einde van de oorlog blijft dragen.

De familie Philipse spreekt er ondertussen steeds vaker over zich alsnog aan te geven. Hoewel Ellie hen op andere gedachten probeert te brengen, willen ze niet geloven wat er over de gearresteerde Joodse mensen wordt gezegd en geschreven. Volgens de dochter van de familie Philipse kan Ellie zich ook maar beter aangeven en vragen of zij bij haar moeder mag worden geplaatst. Ellie weet wel beter… Ellie’s verblijf bij de familie Veenstra wordt, via de heer Verheij, bekostigd uit wat Ellie’s vader nog tegoed heeft van de man die zijn fabriek heeft overgenomen. Eén keer per maand komt de heer Verheij langs om de financiële zaken met Ellie te regelen, Ellie tekent dan voor akkoord.

Uiteindelijk meldt de familie Philipse zich bij een doorgangshuis in Arnhem. Ze zijn er van overtuigd dat het allemaal wel meevalt. De dochter pakt zelfs haar badpak in omdat zij ervan overtuigd is dat er in het werkkamp heus af en toe wel eens gelegenheid zal zijn om te gaan zwemmen. Van de familie Philipse zal niemand de oorlog overleven. Ellie en mevrouw Veenstra zijn in het begin erg bang dat de familie Philipse haar mond voorbij zal praten over het onderduikadres waar ze vandaan komen. Het staat ze te prijzen dat ze daar kennelijk over gezwegen hebben, want er gebeurt verder niets. Ellie is nu de enige onderduiker bij de familie Veenstra.

De dagen, weken en maanden rijgen zich aaneen. Het wordt er niet leuker op door het gedrag van de heer Veenstra. De woedeaanvallen van de man nemen in hevigheid en aantal toe. Ellie schrijft daarom een brief aan de dochter van de heer Verheij. Alie Verheij komt vervolgens naar Arnhem en Ellie maakt haar duidelijk dat de situatie onhoudbaar is geworden en dat ze graag naar Den Haag terug wil. Na een verblijf van bijna een jaar bij de familie Veenstra, gaat ze in maart 1944 terug naar Den Haag.

De zusterstraat
Vervolgens krijgt Ellie onderdak bij de familie Oostdam in de Zusterstraat. Daar wordt haar geen warm welkom bereid, De familie Oostdam behandelt haar als een goedkope dienstbode. Het is de zomer voorafgaand aan de hongerwinter. Ellie heeft het vermoeden dat met het geld dat bestemd is voor een levensmiddelenkaart voor haar, illegale aankopen worden gedaan op de zwarte markt. Zij ziet zelf echter nooit iets extra’s, wel moet ze ’s morgens de borden afwassen die ’s avond laat vuil zijn gemaakt als zij al in bed ligt. Uiteindelijk stuurt mevrouw Oostdam Ellie er op uit om in de winkels in de rij te gaan staan. Ellie vindt dat uiteraard heel erg spannend het is immers niet zonder gevaar, maar het levert haar gelukkig geen problemen op. Op dat moment zijn er al zoveel Joodse mensen uit Nederland afgevoerd, dat niemand nog verwacht dat er een Joods meisje in de rij staat.

Ondertussen wordt het zuiden van het land bevrijd en is Arnhem door de oorlogshandelingen van het westen afgesloten. Men is erg optimistisch over de snelle afloop, helaas zal eerst de hongerwinter nog volgen.

Na lang soebatten stemmen de Oostdam’s ermee in dat ze een avondje naar de familie Verheij zal gaan. Uiteraard lucht Ellie haar hart over de Oostdams bij de heer en mevrouw Verheij, die zij overigens tante Bets en oom Johan noemt. De Verheijs komen kennelijk eindelijk bij zinnen en besluiten Ellie in huis te nemen. Daardoor komt een eind aan een periode van zes maanden, de moeilijkste tijd in Ellie’s onderduikperiode.

Terug bij de familie Verheij
De Verheij’s staan Ellie toe deel te nemen aan het normale huiselijke verkeer. Oom Johan heeft zijn aanvankelijke angsten laten varen. Ellie helpt haar tante Bets veel in het huishouden, maar voelt zich geen dienstbode. Na een week slaagt de heer Verheij erin om een stamkaart voor Ellie te bemachtigen op naam van Willy Veenstra. Een bovenbuurman werkzaam bij de burgerlijke stand heeft dat geregeld. Nu ze deze stamkaart heeft kan ze zich wat veiliger bewegen en krijgt ze van tante Bets toestemming om boodschappen te doen.

In die tijd gaan ze vroeg naar bed, dat moet ook wel want er wordt geen stroom meer geleverd door het elektriciteitsbedrijf. Op een dag hoort Ellie dat de Duitsers een jongen hebben doodgeschoten omdat hij in een winkel iets gestolen heeft. Oom Johan vertelt Ellie dat plunderaars in tijd van oorlog altijd worden doodgeschoten, een vorm van standrecht. Hij meent dat ze er vooral niet moeten gaan kijken, want dat willen de Duitsers juist graag. Nu ze het aan het front niet meer kunnen winnen, proberen ze op die manier de onderdrukte volken te intimideren.

De heer Verheij schrijft een brief aan een partijgenoot en vraagt Ellie deze persoonlijk af te leveren. Deze partijgenoot blijkt de in het naoorlogse bekende politicus Drees te zijn. Hij zorgt er voor dat Ellie ééns per maand een envelop met voedselbonnen krijgt.

Ondertussen wil de heer Bauer (de man die de fabriek van Ellie’s vader voor een luttel bedrag heeft overgenomen) niet zo maar meer geld geven aan de heer Verheij. Hij wil zogenaamd zeker weten of het geld wel bij Ellie terecht komt. Dus gaat Ellie op een dag naar de levensmiddelenzaak van de heer Bauer (de papierfabriek van Ellie’s vader liet hij door iemand anders leiden). De heer Bauer probeert Ellie feitelijk aan te randen, maar door haar kordate optreden mislukt dat. Kennelijk komt hij nog bijtijds bij zinnen, want hij zegt toe haar toch verder financieel te ondersteunen. Zoals het was afgesproken met haar ouders bij de verkoop van de fabriek.

De Bevrijding
Het einde van de oorlog komt op 5 mei 1945. Iedereen is in feeststemming. Ellie is niet in een juichstemming, ze had graag feest gevierd met haar ouders en haar broer erbij. In een Rode Kruispost krijgt ze te horen dat haar moeder en haar broertje op 19 mei 1943 vanuit Westerbork zijn afgevoerd naar Sobibor. De man die het haar vertelt zegt haar dat ze beter geen hoop op terugkeer kan koesteren, gezien de eindbestemming Sobibor. Ellie beseft dat haar sterke gevoelens aangaande de dood van haar moeder en broer, in de tijd dat ze nog bij de familie Veenstra verbleef, terecht zijn geweest. Op 28 mei staat haar vader voor de deur. Naast de vreugde over het weerzien is daar de hevige pijn van het verlies van hun vrouw en moeder, broer en zoon. Ellie en haar vader hebben de oorlog overleefd.

Definitielijst

onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.

Afbeeldingen


Informatie

Artikel door:
Hendrik Alting
Geplaatst op:
18-10-2004
Laatst gewijzigd:
01-01-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.