Paul Krauss, 3. SS-Divisie 'Totenkopf'

Paul Krauss, 3. SS-Divisie 'Totenkopf

STIWOT heeft als een van haar doelstellingen om op een zo neutraal mogelijke wijze de geschiedenis weer te geven. Om dit te kunnen doen is inzicht in beide kanten van de strijd noodzakelijk. Dit heeft ons doen besluiten een mogelijk beladen biografie als deze te plaatsen. STIWOT keurt de politieke overtuiging / keuzes van de persoon in kwestie niet goed en zal dit ook nooit doen.

Onderstaande herinneringen van Paul Krauss vormde een onderdeel van de biografie van Henk Kistemaker 5. SS-Pantserdivisie Wiking. Beide heren hebben elkaar tijdens de oorlog nooit ontmoet, maar wel tijdens bijeenkomsten van veteranen. De hieronder beschreven herinnering vond Henk Kistemaker bijzonder genoeg om in zijn eigen biografie op te nemen. Wij publiceren deze echter als een apart artikel en niet als onderdeel van de biografie van Henk Kistemaker.

Dan volgen nu de herinneringen van Paul Krauss

Het was de 16. September 1941 en ik werd die dag 28 jaar oud. Ik was toen Untersturmführer (Luitenant) en had de leiding over een peloton in de 6. Komp Inf Regiment SS Totenkopfdivisie. Aangezien een dag tevoren onze Comp. Chef H. Stuf. Bunsen gesneuveld was moest ik de compagnie verder leiden. De gevechtssterkte van deze comp. was nog slechts 65 man.

Ik had het geluk na verschillende zware verwondingen deze oorlog te overleven. Er is mij echter een bijzondere gebeurtenis nog steeds bij gebleven omdat dit voorval in deze alles vernietigende oorlog zeer menswaardig was.

Wij hadden een egelstelling gevormd op een kleine heuvel en aangezien deze dag zonder gevechten verlopen was, hadden wij na indeling van de wachtposten ons in het tentzeil en deken gewikkeld om zo goed mogelijk te kunnen slapen. In die nacht viel de eerste sneeuw en het was koud. Een mooie verjaardag dacht ik 's ochtends toen ik de sneeuw van mijn bevroren tentzeil klopte. In deze nacht hadden wij het behoorlijk koud gehad.
Het zou wel tijd geweest zijn om onze troepen met een behoorlijke winterkleding uit te rusten, Had men bij de legerleiding dan niet van de veldtocht van Napoleon naar Rusland geleerd ?

Deze nacht was rustig verlopen en ik kon dus aan het Bataljon melden: Rustige nacht, geen verliezen, gevechtssterkte 65 man. Wij lagen voor het plaatsje Borok, een plaatsje dat wij als de 6e compagnie moesten veroveren. Deze plaats stond weliswaar op de landkaart maar in werkelijkheid bestond zij niet, d.w.z. niet meer!
Het oorlogsgeweld had het plaatsje tot een puinhoop gedegradeerd waaruit men aannemen kon dat er eens mensen gewoond hadden. Maar verder op de vlakte achter Borok was een stukje bos dat door de vijand bezet was maar waar wij doorheen moesten om ons eigenlijke doel het plaatsje Kirrilowschtschina te bereiken.
Dat dit stuk bos dat door de Russen bezet was wisten wij, maar wat wij niet wisten was dat onze tegenstander een vrouwelijke eenheid was die toen wij aanvielen zich dapper, taai en verbeten verdedigde.

Pas toen de laatste soldaten van deze eenheid op de vlucht sloegen en wij hun gewonden begonnen te verzamelen die her en der verspreid lagen, merkten wij dat wij met vrouwen te maken hadden. In de regel namen de Russen hun doden en gewonden mee, zover dat mogelijk was tenminste. Maar hier troffen wij direct een complete verbandpost aan met gewonden die niet konden lopen. De leiding van het geheel berustte bij een vrouwelijke arts in de rang van kapitein Er waren ook twee ziekenwagens met een groene halve maan erop (De Russen waren niet bij het Rode Kruis aangesloten). Diegenen die niet hadden kunnen vluchten werden door ons verzameld en naar hun verbandplaats gedragen. Hierbij kreeg ik een beklemend gevoel toen vastgesteld werd dat het zich hier om allemaal vrouwen handelde. Wij hadden toch wel respect voor deze vrouwen die zich niet slechter als hun mannelijke collega's gehouden hadden. Ook had ik respect voor de vrouwelijke dokter die wel in de gelegenheid geweest was om te vluchten maar bij haar gewonden bleef.

Deze dappere vrouwen waren ook in de dood en gevangenschap te achten krijgers en waren trouw aan hun vaderland, hetgeen door de Duitsers wel geacht werd.
Wat nu dacht ik bij mijzelf, er was een situatie ontstaan die in geen soldatenleerboek te vinden is. Ik heb toen iets gedaan wat ik volgens mijn opleiding als militair nooit had mogen doen. Ik beduidde de Russin met gebaren dat zij de zwaargewonde vrouwen met behulp van de lichtgewonden in de twee ziekenwagens moest inladen totdat beide wagens vol waren. Ik duidde toen in de richting van de Russische linies die zeer zeker niet ver verwijderd waren en sprak: “Dawai, dawai na Domoi!” Domoi betekent huis; in het Nederlands is het
vooruit naar huis, of verdwijn naar huis! De vreugde in het gezicht van de vrouw en haar stralende zwarte ogen met de kleine mongolenrimpels heb ik tot op heden niet vergeten. Zij stuurde de ziekenwagens weg en ging nadat zij ook nog onze gewonden verzorgd had met enkele andere vrouwen in Duitse gevangenschap. Enkele weken later zou ik haar weer terug zien.

Vermeldenswaardig is nog de dapperheid van deze vrouwen, maar dat hun regime hen aan het front stuurde om daar als mannen te moeten vechten en dat niet alleen, ook de andere zeer onaangename dingen als luizen moesten beleven en verdragen duidt erop dat in een communistische maatschappij een ieder gelijk is en als zodanig behandeld wordt. In de laatste zware oorlogsjaren werden in Duitsland ook vrouwen bij gebrek aan mannen in dienst genomen, maar nooit bewapend alleen als verpleegsters en helpsters bij de vliegtuigen en ook als telegrafisten, nooit als soldaat dus.


Een kilometer gevechtslinie met elf man bezetten

Enkele weken later, het was eind oktober, wij hadden inmiddels door de verdere gevechten nog maar elf man over. We hadden ons op een heuvel een egelverdediging opgebouwd en moesten een gevechtslinie van een kilometer lengte gaan verdedigen! Dit alles moest gebeuren bij een temperatuur van enkele graden onder nul, zonder winterkleding en nauwelijks iets te eten. De Spiess (moeder van de compagnie) had mij meegedeeld dat er de komende dagen niet op proviand gerekend kon worden, aangezien de logistiek het met de onbegaanbare wegen niet kon klaar spelen. Hem gaf ik als antwoord, slacht die paar Russische paarden. Wij moeten iets te eten krijgen. Zo gezegd zo gedaan, wij kregen nu enkele dagen gehaktballen als maaltijd.

Met onze paar mannetjes liepen wij maar een half uur wacht, ook ik als compagniechef. Wij lagen in een voormalige tussenbunker die wij op hen veroverd hadden.
Op 29-10-41 ging mijn veldtelefoon. Het Bataljon belde op, een stem zei: Luister, niet opleggen !Toen klonk ons een stem in de oren: “Hier is de soldatenzender Belgrado, jullie horen nu een speciale uitzending voor de frontsoldaten.” Dan kwam het beroemde lied van Lilly Marleen: “Vor der Kaserne, vor dem grossen Tor steht eine Lateme, und steht sie noch davor” gezongen door Lale Anderson. Dit lied raakte ons ten zeerste, het ging eenvoudig ons hart in. Toen wij ver van huis, ongewassen, ongeschoren, hongerig en vol met luizen deze tekst met muziek hoorden sprongen ons de tranen in de ogen, ook bij mij. Iemand zei dat brengt hoop, de oorlog kan niet meer lang duren!
Een kleine vergissing! Toen kwam de stem van de Bataljon commandeur: Morgenochtend komt een V.B. bij jullie, leg de situatie aan hem uit (V.B. is een zogenaamde vooruit geschoven waarnemer van de artillerie).

30-10-41 De V.B. is gekomen en ik leg de situatie uit. Aangezien de afstand van ons tot de Russische linie slechts 50 tot 70 meter was kon men daar natuurlijk goed zien wat er aan de hand was. Ik liet de VB een plaats zien waar vrij veel Russen waren en hij kon goed gecamoufleerd rustig over onze dekking heen alles in zich opnemen. Op de weg terug naar onze bunker hoorde ik een Russisch mortier schieten, 5 maal een plop, de 6e heb ik niet meer gehoord want deze sloeg in mijn onmiddellijke omgeving in, direct voor onze bunker. Ik werd in de bosjes geslingerd en zag onze Spiess nog op mij afkomen die mij in de bunker bracht. Later bleek dat ik van kop tot teen vol met splinters zat. Ik probeerde meteen diepe ademhaling maar er kwam geen bloed uit mijn longen, die waren dus gelukkig niet getroffen. Ik kon mij nog telefonisch bij de bataljonscommandeur afmelden, die eerst nog vroeg of het werkelijk niet meer ging. Ik zei nee, mijn hoofd hangt er scheef bij, later merkte ik pas de andere verwondingen. Mijn Spiess sleepte mij daarop naar de verbandplaats waar ik een voorlopig verband kreeg, dan verder naar de hoofd verbandplaats enz. tot in het veldlazaret in de stad Demjansk (ligt halverwege tussen Leningrad en Moskou).

De weg daarheen te vertellen wil ik mijzelf besparen. Iedere soldaat die gewond raakt kent de kwellingen die men moet doorstaan, het gestommel over de ongelijke Russische wegen was verschrikkelijk.

Gedurende het transport stierven nog enkele kameraden die dan onderweg uitgeladen en zolang in een schuur achtergelaten werden, daarbij was ik ook. Ik was bewusteloos (bloedverlies) en men dacht kennelijk dat ik dood was. Toen ik weer enigszins bij gekomen was zag ik broekspijpen met brede rode strepen. Ik dacht nog, oh dat is de oorlogsgod die zijn buit van die dag komt tellen. Idioot natuurlijk, maar plotseling zag ik nog een gestalte weliswaar onduidelijk, korte zwarte haren en diepzwarte ogen, dat is toch die Russische vrouwelijke arts!? Ik klopte met mijn hand op de vloer en zij boog zich voorover en bevoelde mij, dat merkte ik nog maar toen was ik weer weg. Zo gaat dat, door de ziekenverzorgers voor dood achtergelaten, bijna bevroren en dood gebloed vindt deze Russin mij en laat mij naar het ziekenhuis in Demjansk brengen.
Zij heeft mij daar ook geopereerd en haar bedank ik dat ik mijn hoofd weer normaal kan bewegen. Hoorde ik echter alles pas later van de verpleger die mij verder heeft verzorgd. De halsoperatie was erg lastig geweest vertelde hij toen ik weer moeizaam het slikken moest leren.

Tot het voorjaar lag ik in dit Veldlazaret in de ‘Kessel van Demjansk’, ingesloten door de Russen!

Na de bevrijding uit de ‘Kessel’, zou ik naar Königsberg verplaatst worden, maar ik verzocht om mij naar Coburg in het ziekenhuis te brengen daar mijn vrouw daar intussen bij haar ouders verbleef, dit werd toegestaan.

Natuurlijk volgde er na het ziekenhuis een zogenaamde K.V. keuring d.w.z. 'Kriegsverwendungsfähig' geschikt voor de oorlog of niet. Het werd niet, mijn toestand was volgens de arts niet zodanig dat ik weer naar het front kon. Ik meldde mij echter weer vrijwillig en moest na doktersonderzoek een verklaring tekenen dat ik vrijwillig terug wilde.
Het gevoel namelijk dat ik mijn kameraden daar achter zou laten en zij alles alleen op zouden moeten knappen liet mij het bovenstaande doen.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
mortier
Kanon dat zijn granaten op korte afstand (via een zeer kromme baan) kan doen neerkomen.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Afbeeldingen


Symbool van de 3. SS Divisie 'Totenkopf'

Informatie

Geplaatst door:
Frank van der Drift
Geplaatst op:
01-11-2004
Laatst gewijzigd:
30-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.