Frank, Anne

Anne Frank: leven na de dood

De terugkeer van Otto Frank naar Amsterdam
Op 27 januari 1945 bevrijdden Sovjettroepen Auschwitz. Slechts 7.650 gevangenen werden door de Sovjets levend aangetroffen, onder hen was Otto Frank. Otto Frank vertrok per schip via Odessa naar Marseille. Op 3 juni 1945 keerde hij terug naar Amsterdam. Hij had tijdens zijn reis reeds gehoord dat zijn vrouw in Auschwitz was overleden, maar hij koesterde nog steeds hoop dat zijn dochters nog in leven waren. In Amsterdam komt Otto erachter dat de vier helpers nog in leven waren.

Otto Frank hield zich de eerste dagen in Amsterdam vooral bezig met het achterhalen van het lot van zijn dochters. Hij plaatste een advertentie in de krant en sprak met overlevenden uit de concentratiekampen die langzaamaan terugkeerden naar Nederland. Op 18 juli 1945 ontmoette hij de zusjes Jannie en Lien Brilleslijper. Deze zusjes konden Otto vertellen dat zijn dochters waren overleden in Bergen-Belsen. Het gehele gezin van Otto was dus vermoord in de Duitse concentratiekampen. Dit tragische nieuws bracht hij enige dagen later over aan zijn familie.

Toen Miep Gies op de hoogte gesteld werd van de dood van Anne en Margot overhandigde ze Anne’s dagboeken, schriften en losse aantekeningen aan vader Frank. Zij had deze sinds de arrestatie van de onderduikers bewaard in een la van haar bureau. Ze had ze aan Anne willen overdragen, maar nu waren ze Anne’s erfenis voor haar vader.

Otto Frank begon enkele weken nadat Miep Gies hem het dagboek had overgedragen te lezen. Voor hem was het boek een openbaring. Veel gevoelens, gedachten en meningen van zijn dochter waren hem volkomen onbekend. Over Anne’s dagboek verklaarde hij in de jaren zestig:

"Ik begon langzaam te lezen, een paar bladzijden per dag, meer was niet mogelijk. Ik werd overspoeld door pijnlijke herinneringen. Voor mij was het een openbaring. Er verscheen een heel andere Anne voor me dan de dochter die ik had verloren. Zulke diepe gedachten en gevoelens, daar had ik geen idee van."

Otto Frank wilde het dagboek van zijn dochter delen met zijn familieleden. Hij typte Anne’s verhaal over en vertaalde bepaalde delen in het Duits. In eerste instantie was hij niet van plan om het dagboek uit te geven. Zijn vrienden overtuigden hem er echter van om dit wel te doen. Op 25 juni 1947 werd het dagboek voor het eerst uitgebracht. Hiermee vervulde hij de wens van zijn dochter die graag als schrijfster wat wilde betekenen voor haar medemens.

De publicatie van Anne’s dagboek
Voordat Anne’s dagboek gepubliceerd werd, kwam de door Otto Frank uitgetypte tekst in handen van het echtpaar Romein. Jan Romein en Annie Romein-Verschoor waren beiden historici en buitengewoon geïnteresseerd in Anne’s dagboek. Het echtpaar wilde het dagboek graag publiceren. Aangezien ze geen uitgever konden vinden, besloot Jan Romein een kort artikel over Anne’s dagboek aan Het Parool te zenden. Zonder medeweten van Otto Frank verscheen dit artikel op 3 april 1946 op de voorpagina. Dankzij dit bericht raakte een aantal uitgevers geïnteresseerd in Anne’s verhaal.

Uiteindelijk werd Anne’s dagboek voor het eerst uitgebracht op 25 juni 1947 door uitgeverij Contact in Amsterdam. Het boek verscheen onder de titel 'Het Achterhuis. Dagboekbrieven van 14 juni 1942 tot 1 augustus 1944'. Otto Frank stelde dit boek (versie c) samen uit de beide dagboeken van Anne, de oorspronkelijke versie (a), en de door haar zelf omgewerkte versie (b). Niet al Anne’s teksten werden gepubliceerd. Anne sprak openlijk over seksualiteit en dat was in die tijd nog niet gebruikelijk, zeker niet in een jeugdboek. Daarnaast wilde Otto Frank het aandenken aan zijn vrouw en andere onderduikers uit het achterhuis niet schaden. Anne sprak namelijk regelmatig felle kritiek uit over haar moeder en medebewoners. Bepaalde passages en formuleringen moesten dus verwijderd worden.

Anne had met het oog op publicatie bij haar aantekeningen een lijstje gevoegd met naamsveranderingen voor de onderduikers en de helpers. Ook haar eigen naam had ze aan willen passen maar Otto Frank heeft de namen van zijn gezinsleden niet veranderd. De namen werden uiteindelijk als volgt aangepast:

Hermann van Pels - Mijnheer (Hermann) Van Daan
Auguste van Pels - Mevrouw (Petronella) Van Daan
Peter van Pels - Peter van Daan
Fritz Pfeffer - Mijnheer (Albert) Dussel
Victor Kugler - Mijnheer (Harry) Kraler
Johannes Kleiman - Mijnheer (Simon) Koophuis
Bep Voskuijl - Elli Vossen
Miep Gies - Miep van Santen
Jan Gies - Henk van Santen

In de laatste versie van ‘Het Achterhuis’ (34ste druk, 2004) zijn de namen van de helpers niet meer de door Anne aangegeven namen. Omdat deze mensen algemeen bekend zijn en uit respect worden hun eigen namen genoemd.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Otto Frank en de helpers, oktober 1945. Van links naar rechts: Miep Gies, Johannes Kleiman, Otto Frank, Victor Kugler en Bep Voskuijl.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
15-01-2005
Laatst gewijzigd:
03-04-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.