Na de voor de Duitsers vernietigende Slag om Stalingrad in de winter van 1942-1943 had het Rode Leger een groot tegenoffensief opgezet en trokken de Sovjettroepen op in westelijke richting. Hitler zette hierop drie van de oorspronkelijke SS-divisies in: “Leibstandarte SS Adolf Hitler”, “Das Reich”, en “Totenkopf”. Ze waren zojuist opnieuw uitgerust in het Westen en beschikten nu over de nieuwste gepantserde gevechtsvoertuigen en artilleriestukken, waaronder de nieuwe, middelgrote Panther-tank en een gemoderniseerde versie van de zware Tiger-tank. Toen twee Sovjetlegers op 11 februari 1943 de rivier de Donets overstaken ten oosten van Charkov, beval Hitler deze stad als fort te verdedigen, wat betekende dat men moest strijden tot de dood. De stad werd echter op 16 februari ingesloten en de SS-divisies trokken zich terug; hiermee negeerden ze het bevel van Hitler. Ze sloten zich vervolgens aan bij de 4. Panzer-Armee van Generaloberst Hermann Hoth en keerden tegen zijn bevel in terug naar de stad. Na drie dagen van hevige gevechten wisten ze de stad te heroveren. Ondanks dat ze eerst een bevel van Hitler niet hadden opgevolgd en vervolgens het bevel van generaal Hoth hadden genegeerd, vergaf Hitler zijn SS-troepen en was hij vol lof over zijn dappere SS-strijders.
Na de nederlaag in Stalingrad leed het Duitse leger aan het Oostfront steeds grotere verliezen. De Waffen-SS werd in de Sovjet-Unie op diverse kritieke locaties aan het front ingezet en kreeg hierdoor de reputatie van ‘brandweer van het Oostfront’. Ook tijdens het laatste grote Duitse offensief aan het Oostfront in Koersk werden Waffen-SS eenheden in het centrum van de strijd geworpen. Doordat de Waffen-SS vaak in de voorste linies streed en werd ingezet in gebieden waar het gevaar het grootst was, werd het aanzien van de Waffen-SS als sterk elitekorps versterkt. Weliswaar vormde de Waffen-SS een onmisbaar element tijdens bijvoorbeeld de slag om Koersk, maar de aanval werd niet alleen gevoerd. Ook de Wehrmacht speelde een belangrijke rol.
