Verplichte tewerkstelling van Belgische vrouwen

Economische situatie tot 1942

Inhoudsopgave

Heropstarten van de economie?

Na voltooiing van de bezetting van BelgiŽ wilden de Duitsers het economisch leven zo snel mogelijk hervatten. Het economisch potentieel was vrijwel intact gebleven, maar veel personeel was gevlucht en het transport was ontwricht. Daarbij kwam de terugkeer van de vluchtelingen en krijgsgevangenen. Gevolg van deze ontreddering was een half miljoen werklozen of 27% van de beroepsbevolking. Deze enorme werkloosheid was een mogelijke bron van onrust. Vanaf juni 1940 kwam de bezetter op de proppen met een plan dat duidelijk in het teken stond van de Arbeitseinsatz. Het veronderstelde dat "het hele arbeiderspotentieel van een land [...] moest worden gebruikt". Met deze visie in het achterhoofd werd in BelgiŽ de tewerkstellingsslag op drie fronten gevoerd: door het bedrijfsleven nieuw leven in te blazen, door de wederopbouw te stimuleren en door arbeidsplaatsen te creŽren bij de Wehrmacht en andere Duitse diensten.

Ook de Belgische overheden waren met deze problematiek bezig. Ze wilden ervoor zorgen dat de economie de bezetting zo goed mogelijk doorkwam. Die opdracht werd door de ministers Spaak en Gutt op 15 mei 1940 toevertrouwd aan Galopin, Gťrard en Collin, vooraanstaande personen in de bedrijfswereld. De rode draad in het beleid van dit Galopin-comitť was dat een hervatting van de productie onafwendbaar was uit bevoorradings- en tewerkstellingsoverwegingen. Er zouden aan de bezetter industriŽle producten worden geleverd in ruil voor voedselimport.

De verplichte tewerkstelling in BelgiŽ en Noord-Frankrijk

In de winter van 1942 bleek het Duitse offensief in de Sovjet-Unie vast te lopen. De oorlog kwam op een keerpunt en er waren in Duitsland handen tekort om het nodige oorlogsmateriaal te produceren. De uitweg lag voor de hand: een beroep doen op de arbeidskrachten uit de bezette gebieden. De vrijwillige aanwerving voldeed niet. De volgende stap werd dus de verplichte tewerkstelling. De Duitsers wilden geleidelijk te werk gaan: eerst moest men arbeidsdienst in BelgiŽ volbrengen, later in Duitsland zelf. Op 6 maart 1942 werd de verplichte tewerkstelling in BelgiŽ en Noord-Frankrijk ingevoerd. De inwoners van BelgiŽ, zowel mannen als vrouwen, konden verplicht worden tot het verrichten van een bepaald werk binnen het ambtsgebied van de militaire bevelhebber. Dit had niet alleen betrekking op werkloze Belgen. Particuliere en openbare bedrijven en besturen konden verplicht worden arbeidskrachten te ontslaan, die dan zouden worden ingezet op die plaatsen (wapenfabrieken, mijn- en metaalindustrie), waaraan de Militšrverwaltung voorrang gaf.

De beslissing was in de eerste plaats van toepassing op werkkrachten die vrijkwamen door bedrijfssluitingen en -rationalisaties en op werklozen die niet bereid waren vrijwillig te gaan werken in Duitsland of bij de verdedigingswerken van de Organisation Todt (zogenaamde "asocialen"). Volk en Staat omschreef die "asociale elementen" als "Personen die tot dusver de voorkeur eraan hebben gegeven op kosten van de werkende bevolking te teren". Hiermee werden hoofdzakelijk werkloze mannen bedoeld. Huisvrouwen werden niet beschouwd als degenen die teerden op kosten van de werkende bevolking. Toch werden ook vrouwen verplicht tewerkgesteld. In de periode van 1 maart tot 31 oktober 1942 werden er 29 950 vrouwen tewerkgesteld. De meesten onder hen (8 747 of 29.5%) werden als dienstmeid ingezet. De textielsector, waar traditioneel reeds veel vrouwen werkten, nam 17.3% (5 184 vrouwen) voor haar rekening. In de landbouw- en voedingssector werden 4 848 vrouwen (16.2%) geplaatst. Een opvallend hoog aantal vrouwen, namelijk 4 398 (14.7%), kwam terecht in de metaalsector. Ze maakten 13.7% uit van het totale aantal arbeiders dat tussen 1 maart en 31 oktober 1942 in de metaalsector werd geplaatst. Ook in Duitsland werd een behoorlijk aantal vrouwen in deze sector tewerkgesteld. De metaalsector was ook toen een ruim begrip en omvatte heel wat taken. Vrouwen waren vrijgesteld van het zware werk zoals de assemblage, maar kregen ondersteunende taken of stonden in voor de afwerking. Bovendien werden vrouwen ingeschakeld als onderhoudspersoneel of in de kantines van de fabrieken aan het werk gezet. Als gevolg van de verplichte tewerkstelling in BelgiŽ namen vrouwen de 'lichtere' arbeid over van mannen die naar de 'zware' sectoren werden overgeplaatst, vooral de mijn-, bouw-, metaal- en landbouwsectoren.

In Duitsland zelf was intussen op 31 maart 1942 Fritz Sauckel benoemd tot Generalbevollmšchtigter fŁr den Arbeitseinsatz. Hiermee kreeg hij de zware taak toegewezen om de Europese arbeidsreserves te mobiliseren. Sauckel wilde resultaten zien. Hij stond onder druk van de grote bazen in Berlijn om zoveel mogelijk arbeiders te leveren en kwam dan ook met steeds hogere eisen. Uiteindelijk bleef er maar ťťn middel over: op 8 september 1942 kondigde hij het principe van de arbeidsdienstplicht in de bezette gebieden af. Daarmee wilde hij het aantal buitenlandse arbeiders van vier naar zes miljoen opvoeren.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Alexandre Galopin, de voorzitter van het Galopin-comitť
(Bron: Gerd Van der Auwera)


Een reclameaffiche voor de vrijwillige tewerkstelling in Duitsland
(Bron: Go2war2)


Fritz Sauckel, Generalbevollmšchtigter fŁr den Arbeitseinsatz
(Bron: SOMA)

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
05-04-2005
Laatst gewijzigd:
03-07-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.