Kristallnacht

Besluitvorming na Kristallnacht

Naar aanleiding van de Kristallnacht vond op 12 november 1938 een belangrijke vergadering plaats in het Rijksluchtvaartministerie. Het onderwerp van deze vergadering was de Joodse kwestie, want Martin Bormann, de stafchef van Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess, had via een brief aan Hermann Göring doorgegeven dat Hitler een gecoördineerde oplossing van de Joodse kwestie verlangde. De vergadering werd bijgewoond door een groot aantal vertegenwoordigers van Duitse en Oostenrijkse ministeries en overheidsinstanties. Aanwezig waren onder andere Joseph Goebbels en andere medewerkers van het propagandaministerie, Reinhard Heydrich namens de SS, de SD en de Sipo, Kurt Daluege namens de Duitse politie en Ernst Wörmann namens het ministerie van Buitenlandse Zaken. Andere aanwezigen waren minister van Binnenlandse Zaken Wilhelm Frick, minister van Economische Zaken Walther Funk en minister van Financiën graaf Lutz Schwerin von Krosigk. Ook de Oostenrijkse minister van Financiën, Dr. Hans Fishböck, was van de partij.

Nadat Göring aangegeven had dat de vergadering bedoeld was om een beslissing te nemen aangaande de verbanning van Joden uit de Duitse economie, sprak hij zich uit over de Kristallnacht. Göring viel fel uit over de gewelddadige protesten die plaatsgevonden hadden. Hij gaf aan dat het niet de Joden waren die geleden hadden gedurende deze pogrom, maar het Rijk. Het probleem was namelijk dat een aanzienlijk deel van de schade, die door een vertegenwoordiger van de verzekeringswereld op 25 miljoen Reichsmark werd geschat, officieel terugbetaald diende te worden aan de Joden. Dit was natuurlijk een enorme schadepost voor de verzekeringsmaatschappijen en het Rijk zou hier niet van profiteren. Een ander probleem was dat het merendeel van de verwoeste panden door Joodse ondernemers gehuurd werden en dat bijgevolgde "arische" huiseigenaren de echte gedupeerden waren. Geschat werd verder dat het vervangen van de kapotgeslagen ruiten in totaal zes miljoen Reichsmark zou kosten. Een bijkomstig probleem was dat men voor de productie van spiegelglas afhankelijk was van België. De productie van dit glas zou zes maanden in beslag nemen en de kosten moesten betaald worden met kostbare buitenlandse valuta.

Het was duidelijk dat de Kristallnacht aanzienlijke gevolgen had voor de Duitse economie, maar daarvoor wist men wel een oplossing. Besloten werd namelijk dat de verzekeringsmaatschappijen weliswaar alle schade dienden uit te betalen, maar dat de schade die Joden geleden hadden, moest uitbetaald worden aan het ministerie van Financiën. Om het Rijk verder te laten profiteren, besloot men tevens om de Joden een ‘verzoeningsboete’ van één miljard Reichsmark te laten betalen. Deze boete vertegenwoordigde ongeveer een vijfde deel van alle Joodse bezittingen. De boete was bedoeld om te benadrukken dat niet de Duitsers, maar de Joden verantwoordelijk waren voor de Kristallnacht: tenslotte hadden zij in de ogen van de nazi’s deze zogenaamd gerechtvaardigde spontane uitbarsting van volksgeweld uitgelokt door de moordaanslag op de ambassademedewerker.

Gedurende de vergadering benadrukte Goebbels dat hij het noodzakelijk vond om Joden ook uit het sociale leven te weren. In Berlijn had hij al diverse maatregelen hiertoe genomen, maar hij verlangde navolging in het gehele Rijk. Een aantal maatregelen die hij voorstelde was een toegangsverbod voor Joden in bioscopen, theaters, parken, stranden en zwembaden. Ook vond hij het schandalig dat Joodse kinderen nog altijd toegang hadden tot Duitse scholen. Göring reageerde meerdere malen schertsend op de opmerkingen van Goebbels. Vermoedelijk was hij nog steeds kwaad op de propagandaminister vanwege het moeilijke parket waarin hij door hem gebracht was: tenslotte was hij als hoogst verantwoordelijke voor de economie in zijn ogen het meest gedupeerd door de Kristallnacht.

Ook Heydrich probeerde gedurende de vergaderingen meerdere voorstellen te doen om tegemoet te komen aan de verwachtingen van Hitler. Zo stelde hij voor dat Joden verplicht een insigne dienden te dragen, maar voorlopig werd deze maatregel niet ingevoerd. Ook kwam de oprichting van Joodse getto’s ter sprake, maar ook dit werd voorlopig niet uitgevoerd omdat Heydrich benadrukte dat de politie niet in staat was om een dergelijke getto onder controle te houden. Heydrich vertelde ook dat Eichmanns Zentralstelle für Jüdische Auswanderung erin geslaagd was om 500.000 Joden te verdrijven uit Oostenrijk en dat men in Duitsland ‘slechts’ de geforceerde emigratie van 90.000 Joden had kunnen bewerkstelligen. Wanneer men op deze wijze doorging met het uitzetten van Joden zou het tussen de acht en tien jaar duren voordat alle Joden verdreven werden. Het werd alsmaar duidelijker dat tot de tot dusver ingezette middelen niet konden bewerkstelligen dat Joden op vlotte wijze verwijderd werden uit het Rijk.

Alhoewel men gedurende de vergadering niet tot een definitieve oplossing kon komen wat betreft de volledige verwijdering van Joden uit het Rijk, werden meerdere besluiten genomen die de Joden verder uitsloten van het economische en sociale leven. Onder andere de volgende besluiten werden genomen gedurende deze vergadering en in de daarop volgende twee tot drie maanden:

  • Verzekeringsmaatschappijen dienden de schade van de Kristallnacht volledig te vergoeden, maar enkel "ariërs" konden aanspraak maken op een schadevergoeding. De schade van Joden werd uitbetaald aan het Rijk.
  • De Joodse gemeenschap in het Rijk kreeg een ‘verzoeningsboete’ opgelegd van één miljard voor de economische schade die toegebracht was gedurende de Kristallnacht.
  • Joodse vastgoedeigenaren en huurders moesten de schade aan hun bedrijven en huizen onmiddellijk uit eigen zak vergoeden.
  • Geen enkele Jood van Duitse nationaliteit mocht juridische procedures aanspannen in Duitse rechtbanken ten aanzien van uit de pogrom voortvloeiende kwesties.
  • Vanaf 1 januari 1939 mochten Joden geen winkels en groothandels meer beheren, geen werknemers meer in dienst hebben, geen kant-en-klare producten op de markt aanbieden en niet adverteren of orders aannemen. Tevens kon vanaf deze datum geen enkele Jood nog hoofd van een onderneming zijn, een leidende positie bekleden of lid van een corporatie zijn.
  • Rijbewijzen van Joden werden ingetrokken.
  • Kunstwerken, juwelen, edelmetalen en aandelen van Joden werden in beslag genomen door het Rijk.
  • Joden werd de toegang ontzegd tot theaters, concertzalen, bioscopen en musea.

Deze maatregelen bewerkstelligden dat de Joden steeds meer op zichzelf aangewezen waren. Ze konden geen handel meer drijven met niet-Joden en alhoewel getto’s pas later opgericht zouden worden – en dan ook voornamelijk in het oosten – werden ze geconcentreerd in aparte woonblokken. Rond het uitbreken van de oorlog in september 1939 was de economische en sociale uitsluiting van Joden vergevorderd. De oorlog en de daarop volgende uitbreiding van territorium bood echter nieuwe perspectieven voor de volledige verdrijving van Joden uit de samenleving, maar gaf ook nieuwe problemen, want ook de Joden die woonden in de veroverde gebieden dienden verdreven te worden.

Meer over de hierboven beschreven vergadering: Bespreking Joodse kwestie op 12 november 1938.

Definitielijst

getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sipo
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
28-12-2005
Laatst gewijzigd:
07-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.