Kristallnacht

Jodenbeleid in Duitsland na de Kristallnacht

Na de Kristallnacht werd de economische en sociale uitsluiting van Joden uit de Duitse maatschappij dus op radicale wijze verder voortgezet, maar van een fysieke uitroeiing van Europese Joden was voorlopig nog geen sprake. De Kristallnacht kan dan ook niet beschouwd worden als het begin van de Endlosüng, maar wel als een duidelijk aanvalssignaal voor nog radicalere maatregelen die uiteindelijk het fundament vormden voor deze systematische massamoord. De weg naar de Endlösung begon in 1933 – bepaalde oorzaken van de Endlösung, zoals antisemitische sentimenten, vinden hun oorsprong nog veel verder terug in de geschiedenis – en raakte vanaf de Kristallnacht in een stroomversnelling.

Bij het oplossen van de "Joodse kwestie" was men voor de Kristallnacht op het probleem gestuit dat het buitenland in steeds mindere mate bereid was om Joden vanuit het Rijk als emigranten toe te laten. Tijdens de Conferentie van Evian besloten bijna alle deelnemende landen dat ze de immigratiequota voor Joden niet wilden verhogen. De emigratie liep hierdoor sterk terug en dit bleek niet de geschikte oplossing te zijn van de Joodse kwestie. Na de enorme uitspatting van geweld gedurende de Kristallnacht kwam er echter een enorme vluchtelingenstroom vanuit het Rijk op gang. Veel Joden trachtten wanhopig Duitsland, Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije te verlaten, omdat ze zich hier niet langer veilig voelden. Ondanks dat velen van hen graag wilden vluchten, werden ze nog steeds op geforceerde wijze het land uitgezet. Op 24 januari 1939 kreeg Reinhard Heydrich van Hermann Göring de opdracht om in Berlijn een Zentralstelle für Jüdische Auswanderung (Centraal Rijksbureau voor Joodse Emigratie) op te zetten. Dit bureau, dat onder leiding stond van Heinrich Müller, gaf de Joodse gemeenschap het bevel om dagelijks zeventig Joden aan te dragen die zich voor moesten bereiden op emigratie. Tegen het einde dat jaar zouden 78.000 Duitse en Oostenrijkse Joden en 38.000 duizend Tsjechische Joden door dit bureau uitgezet zijn.

Ongeveer 1.500 van deze Joodse vluchtelingen kwamen illegaal naar Nederland, maar meer vluchtelingen waren hier niet welkom. De grenzen werden streng bewaakt en de meeste Joodse vluchtelingen werden teruggestuurd. Toen de Nederlandse grenzen op 17 december 1938 definitief gesloten werden, hadden na de Kristallnacht toch zo’n 7.000 Joden – illegaal en legaal – hier een tijdelijk toevluchtsoort gevonden. Tienduizenden andere Joden vluchtten legaal of illegaal naar Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Latijns-Amerika, Palestina en naar het land met het meest soepele beleid: het door de Japanners bezette Sjanghai.

De problemen die er waren rond emigratie bleven echter bestaan en men kon er op deze wijze niet in slagen om alle Joden op korte termijn te verdrijven vanuit het Rijk. Voor de Joden die achterbleven waren inmiddels echter talrijke discriminerende wetten uitgevaardigd en door de economische uitsluiting die na de Kristallnacht werd ingevoerd werden ze gedegradeerd tot derderangsburgers. De Kristallnacht had geleerd dat Joden nauwelijks op sympathie hoefden te rekenen van niet-Joodse medeburgers, want deze hadden tijdens en na de pogrom niet publiekelijk geprotesteerd tegen de onmenselijke behandeling van Joden. Ook de protestantse en katholieke kerk uitten geen officiële kritiek of steunbetuiging. Zij ondersteunden ook de moedige individuele protesten van pastoren of priesters niet. Binnen de regering werd weliswaar geprotesteerd, maar zuiver vanuit economische redenen. De mensen die serieuzere tegenstand hadden kunnen bieden, zoals misschien Hjalmar Schacht, hadden niet meer de politieke macht om wat te kunnen bereiken. Kortom, de Joden die er niet in slaagden om te emigreren maakten geen onderdeel meer uit van de maatschappij en hoefden niet meer op de steun te rekenen van het buitenland, de samenleving of de regering. Hun lot lag volledig in handen van de nazi’s.

Toch werd de fysieke uitroeiing op dat moment nog niet serieus overwogen en bleef men gericht op geforceerde emigratie en de volledige maatschappelijke uitsluiting van Joden. Ondanks dat er toentertijd nog geen concrete stappen tot massamoord werden overwogen, deden zowel Hermann Göring en Adolf Hitler bepaalde onheilspellende uitspraken. Na de vergadering op 12 november 1938 in het Rijksluchtvaartministerie deed Göring de volgende uitspraak:

"Indien het Duitse Rijk in de nabije toekomst betrokken raakt bij een internationaal conflict, dan mag men ervan uitgaan dat wij in Duitsland dan in eerste instantie denken aan een grote confrontatie met de Joden."

Het uitbreken van de oorlog was voor Göring dus het moment voor "een grote confrontatie met de Joden", maar toen op 1 september 1939 de Tweede Wereldoorlog begon, bleef deze ook nog uit. De oorlog gaf echter nieuwe mogelijkheden in de vorm van veroverd gebied dat kon dienen als ‘reservaat’ voor de Joden, maar gaf ook nieuwe problemen, want nu moest ook een oplossing gezocht worden voor de Joden die in de veroverde landen woonden. Een ander belemmering voor de oplossing van de Joodse kwestie was dat emigratie naar het buitenland gedurende de oorlogstijd praktisch onmogelijk was geworden. Het zogenaamde Madagascarplan dat in 1940 overwogen werd en tot doel had om de Europese Joden te deporteren naar Madagascar, was bijvoorbeeld onmogelijk vanwege het overwicht dat de Britten in de Atlantische Oceaan hadden. Het ging er steeds meer op lijken dat Hitler fysieke uitroeiing verkoos boven emigratie, zoals ook blijkt uit de uitspraak die hij op 30 januari 1939 deed gedurende een vergadering in de Reichstag:

"Ik geloof dat de Joden het lachen inmiddels is vergaan. Vandaag wil ik opnieuw een profeet zijn: indien het internationale financiële Jodendom binnen en buiten Europa erin zou slagen de naties nogmaals in een oorlog te storten, dan zal dat niet resulteren in de bolsjewisering van de aarde en daarmee de overwinning van de Joden, maar de vernietiging van het Joodse ras in Europa!"

Alhoewel Hitler al vaker het woord ‘vernietiging’ (Vernichtung) had uitgesproken om zijn gehoor met dreigementen te intimideren, kwam deze voorspelling uit. De oorlog waarover Hitler sprak, begon toen zijn troepen op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen. Hitler zou zijn voorspelling in 1941 en 1942, toen de aanpak van de Joodse kwestie haar vernietigende vorm had aangenomen, nog geregeld herhalen. Het historische verband tussen de Kristallnacht en de Endlosüng hebben we inmiddels besproken, maar tot slot van dit artikel willen we aan de hand van het verhaal van één persoon de dramatische wending laten zien die zich tussen beide feiten afgespeeld heeft. Deze persoon is Margarete Drexler die op 24 november 1938 de volgende brief verstuurde aan de Gestapobureau in Landau:

"Gedurende de actie van 10 november werd de som van 900 Mark in natura van mij in beslag genomen. Hierbij verzoek ik de teruggave van mijn geld, aangezien het belangrijk is voor mezelf en het levensonderhoud van mijn kind. Ik hoop dat mijn verzoek wordt ingewilligd, want aangezien mijn echtgenoot overleed aan de gevolgen van zijn verwondingen gedurende de oorlog – hij vocht en stierf voor zijn vaderland met enorme moed – ben ik alleen achtergebleven zonder inkomen.

Voorheen kon u een foto van mijn echtgenoot vinden op de muur naast de foto van Generalfeldmarschall Von Hindenburg in de kantine van het 23ste infantieregiment in Landau. Deze foto was hier opgehangen om zijn grote militaire prestaties te eren. Zijn medailles en decoraties bewijzen dat hij vocht met grote moed en eer. (…) Ik kan alleen maar hopen dat het verzoek voor teruggave van het bezit van een weduwe van zo’n man, die zo geëerd is door zijn land, niet vergeefs is.

Met Duitse groeten,

Frau Margarete Drexler, echtgenote van reserve staf-chirurg Dr. Hermann Drexler"

Haar man die in heldenmoed stierf voor zijn land en ook de zes bijgesloten foto’s van zijn onderscheidingen mochten niet baten. Margarete Drexler werd gedeporteerd naar Frankrijk in oktober 1940 en overleed op onbekende datum in een subkamp (Außenlager) van concentratiekamp Stutthof. Naar schatting 5,1 tot 6 miljoen Europese Joden ondergingen hetzelfde lot: zij kwamen om in getto’s, concentratiekampen en vernietigingskampen, werden geëxecuteerd door Einsatzgruppen of werden op andere wijze omgebracht door toedoen van de nazi’s.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


1939, Joden in Berlijn staan in de rij voor een emigratiebureau.
(Bron: Yad Vashem)


Joodse vluchtelingen in Shanghai in het begin van de jaren '40.
(Bron: Yad Vashem)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
28-12-2005
Laatst gewijzigd:
07-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.