Kristallnacht

Jodenbeleid in Duitsland vóór 1938

Al vanaf het prille begin van Hitlers politieke carrière waren zijn standpunten ten aanzien van het Jodendom duidelijk. In zijn boek "Mein Kampf" schreef hij dat hij in Wenen, waar hij vijf jaar woonde, voor het eerst in aanraking kwam met het "Jodenvraagstuk". Mede onder invloed van antisemitische geschriften begon hij vanaf dat moment steeds vaker de schuld voor bepaalde maatschappelijke problemen af te schuiven op het internationale Jodendom. Hij zag de Joden in steeds grotere mate als een destructief volk dat verantwoordelijk was voor de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de teloorgang van het voormalige Duitse Rijk. Het Jodendom was, zo schreef hij later in "Mein Kampf", "een kiem der ontbinding in volkeren en rassen en, ruimer beschouwd, de vernietiger der menselijke cultuur." Het Jodendom schaarde hij gelijk aan het door hem gehate bolsjewisme en het westerse kapitalisme. Volgens hem kon het Russische bolsjewisme namelijk beschouwd worden "…als de poging die het Jodendom in de twintigste eeuw aanwendt om tot de wereldheerschappij te komen…". De Joden waren verder volgens Hitler de "meesters" van het kapitalisme en hun doel was het om "…vrije volkeren onder het slavenjuk van het internationale Joodse grootkapitalisme te dwingen."

Als bedreven volksdemagoog kreeg Hitler in rap tempo een groot deel van het Duitse volk achter zich en zijn antisemitische beweringen werden door velen van hen geslikt als zoete koek. In deze periode van economische malaise had het Duitse volk blijkbaar behoefte aan een zondebok en de Joden waren, als groep die gedurende de geschiedenis al voortdurend mikpunt van discriminatie was geweest, een uitstekend doelwit. Vanaf het moment dat Hitler op 30 januari 1933 aan de macht kwam werd het beleid ten aanzien van Joden georganiseerd door de overheid. De overheid hield zich bezig met het uitvaardigen van formele wettelijke maatregelen die bestemd waren om Joden uit te sluiten van de economie en het sociale leven. Door middel van door de overheid gelanceerde anti-Joodse propaganda werd antisemitisme onder een steeds groter deel van de Duitse burgers als vanzelfsprekend gezien. Pesterijen gericht op Joden werden aangemoedigd en tegen geweld tegen Joden werd nauwelijks opgetreden. Gaandeweg verloren Joden in Duitsland steeds meer rechten en uiteindelijk zouden ze zelfs het recht om te leven verliezen.

In de maanden na de machtsovername door de nazi’s werden Joden steeds vaker fysiek aangevallen door leden van de Sturmabteilung (SA) en andere fanatieke nazi-sympathisanten. Alhoewel de Joden zich door deze geweldpleging uiteraard onveilig voelden, ging het nog om ongeorganiseerde en relatief kleinschalige vormen van onderdrukking. Op 1 april 1933 organiseerde de Duitse overheid voor het eerst een anti-Joodse actie van grotere omvang. Als reactie op een door Joodse organisaties georganiseerde anti-nazi-boycot werd die dag een anti-Joodse-boycot georganiseerd. De anti-nazi-boycot was georganiseerd als reactie op de wijze waarop Joden behandeld werden, maar door Joseph Goebbels werden deze klachten bestempeld tot gruwelpropaganda. Gedurende de ééndaagse anti-Joodse boycot posteerden SA-mannen zich voor Joodse zaken en probeerden zij klanten tegen te houden om naar binnen te gaan. Winkels van Joden werden gemarkeerd met een davidster en de voor winkels opgestelde SA-mannen hielden borden vast waarop leuzen als "Duitsers! Pas op! Koop niet van Joden!" geschreven waren.

Alhoewel de anti-Joodse boycot vreedzaam had moeten verlopen, werden winkelruiten ingegooid en braken op veel plaatsen plunderingen uit. Ook Joodse winkeleigenaren werden mishandeld, net als bijvoorbeeld Joodse advocaten en rechters die in verschillende steden met geweld uit rechtszalen gegooid werden. Tegen het uitdrukkelijke bevel van de organisatoren in werden ook buitenlandse Joodse winkels aangevallen. Al vanaf de aankondiging werd tegen de boycot in het buitenland hevig geprotesteerd. Vermoedelijk uit angst voor de economische gevolgen die deze buitenlandse protesten aan zouden kunnen richten, besloot men de oorspronkelijk voor onbepaalde tijd vastgelegde boycot uiteindelijk tot één dag te beperken. Terwijl de officiële boycot echter beëindigd was, ging deze lokaal nog onofficieel door. Ook de SA ging door met haar geweld tegen Joden, maar toen de SA-top tijdens de ‘nacht van de lange messen’ op 30 juni 1934 uitgeschakeld werd, was dit ‘bruine beest’ getemd en vond openbare geweldpleging tegen Joden voorlopig op minder grote schaal plaats.

Van 1933 tot 1935 kregen Joodse Duitsers meerdere beperkingen opgelegd vanuit de overheid. Zo werd het vanaf 29 april 1933 Joden niet meer toegestaan om werkzaam te zijn als artiest, kunstenaar, journalist, musicus of filmmaker en op 31 december 1935 werden de laatste Joodse overheidsambtenaren ontslagen. Stigmatiserend waren de Neurenbergerwetten die op 15 september 1935 afgekondigd waren. Van toepassing op het Jodenbeleid waren het Reichsbürgergesetz en het Gesetz zum Schutze des deutschen Blutes und der deutschen Ehre. Het Reichsbürgergesetz hield in dat enkel Duitsers en mensen van aanverwant bloed beschouwd werden als Reichsbürger en dat alleen zij aanspraak konden maken op hun politieke rechten. Joden werden nog wel beschouwd als Staatsangehörige (onderdanen), maar bezaten geen politieke rechten meer. Het Gesetz zum Schutze des deutschen Blutes und der deutschen Ehre diende ter bescherming van het Duitse bloed en de Duitse eer. Deze wet verbood huwelijken en seksuele relaties tussen Joden en Duitsers en mensen van aanverwant bloed. Bovendien mochten arische vrouwen onder de 45 jaar niet meer in dienst zijn van een Joods huishouden. Mede vanwege de Olympische Spelen van 1936 die in Berlijn werden georganiseerd, stond de Joodse kwestie tijdelijk niet meer hoog op de agenda van Hitler. In 1936 en 1937 werden geen noemenswaardige anti-Joodse wetten uitgevaardigd en ook de agressie tegen hen liep terug. In 1938 zou het beleid ten aanzien van Joden weer een flinke stap rabiater worden dan voorheen.

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Mein Kampf
Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
nacht van de lange messen
Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een Joodse winkel in Berlijn tijdens de boycot op 1 april 1933. Op het plakkaat staat te lezen "Duitsers. Pas op! Koop niet van de Joden!"
(Bron: Yad Vashem)


Leden van de SA voor een Joodse winkel tijdens de Joodse boycot in Berlijn.
(Bron: Yad Vashem)


Keulen, 1933. Leden van de SA dwingen Joden om rond te lopen met borden met daarop antisemitische teksten.
(Bron: Yad Vashem)


Kaart waarop de definitie van een Jood, volgens de Neurenberger wetten, weergegeven is.
(Bron: Yad Vashem)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
28-12-2005
Laatst gewijzigd:
07-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.