Kristallnacht

Gedurende de nacht van 9 en 10 november 1938 hadden partijactivisten, vooral SA-mannen, de opdracht gekregen om terreur te zaaien binnen de Joodse gemeenschap in Duitsland en de geannexeerde landen. Velen hadden kort daarvoor de putschherdenking gevierd en waren dronken. Vooral synagogen moesten het ontgelden, maar ook winkels van Joodse winkeliers en Joodse warenhuizen, gemeenschapshuizen en woningen werden vernield door de nazi's. Koopwaar werd geroofd of op straat gesmeten, net als kapotgeslagen meubelen en andere persoonlijke bezittingen die vanuit Joodse woningen gehaald werden. Ook individuele Joden werden mishandeld, soms met de dood tot gevolg.

Om middernacht was Goebbels teruggekeerd in zijn hotel nadat hij de eedaflegging van SS-rekruten in de Feldherrnhalle had bijgewoond. In de lucht zag hij een rode gloed die veroorzaakt werd door de brandende synagoge aan de Herzog-Rudolfstrasse. Hij keerde terug naar het Gau-hoofdkwartier waar hem gerapporteerd werd dat er 75 synagogen in brand stonden, waarvan 15 in Berlijn. De brandweer kreeg de instructie om enkel te voorkomen dat de brand zou overslaan naar aangrenzende gebouwen. Inmiddels had Goebbels ook vernomen dat de Gestapo het bevel had uitgevaardigd om 30.000 Joden te arresteren. Goebbels was enorm tevreden met de protestacties en schreef hierover in zijn dagboek: "Die beste Joden zullen zich voortaan wel tweemaal bedenken voor zij weer zomaar een Duitse diplomaat neerschieten. En dat was de bedoeling van de oefening."

Niets en niemand werden gespaard door de menigte; in Dinslaken moest zelfs een Joods weeshuis het ontgelden. Een verantwoordelijke voor het weeshuis, mogelijk de directeur of directrice, beschreef zijn of haar ervaringen tijdens deze nacht als volgt:

"Om 9:30 uur ging werd de bel bij de hoofdingang langdurend geluid. Ik opende de deur: ongeveer vijftig mannen stormden het huis in, velen met de kragen van hun jas of mantel omhoog. Allereerst stortten ze zich op de eetkamer die gelukkig verlaten was en begonnen met vernielen, een taak die met uiterste precisie werd uitgevoerd. De angstige kreten van de kinderen klonken door het gebouw. Met luide stem riep ik: ‘Kinderen, ga onmiddellijk de straat op!’. Dit advies was absoluut in strijd met de bevelen van de Gestapo. Ik dacht echter dat we daar in minder gevaar verkeerden dan in het huis. De kinderen renden onmiddellijk via een trap aan de achterkant van het huis naar beneden, de meeste van hen zonder hoed of jas, ondanks het koude en natte weer. We probeerden het volgende kruispunt te bereiken dat vlakbij het stadshuis van Dinslaken was en waar ik van plan was om politiebescherming te vragen."

Net als bijna overal in het Rijk Joden niet hoefden te rekenen op politiebescherming, was dit ook Dinslaken het geval. Een politieagent deelde mee dat Joden geen politiebescherming kregen en de kinderen en hun begeleiding werden onder dwang teruggestuurd naar het weeshuis waar ze onder alle omstandigheden dienden te blijven. Hier was aan alle vernielingen nog geen einde gekomen, zoals blijkt uit het vervolg van het ooggetuigenverslag:

"Terwijl we de achterkant van het gebouw aanschouwden, waren we in staat om te zien dat alles in het huis systematisch vernield werd onder het toeziend oog van de handhavers van de wet: de politie. Met korte intervallen hoorden we het breken van glas of het hameren tegen hout wanneer vensters en deuren vernield werden. Boeken, stoelen, bedden, lijsten, linnengoed, kasten, delen van een piano, een grammofoonspeler en kaarten werden door gaten in de muur gegooid die kort geleden nog ramen of deuren waren geweest."

De pogrom bleef uiteraard niet onopgemerkt bij de Duitse burgers: velen aanschouwden de rampen die zich voor hun ogen voltrokken. Sommige burgers waren geschokt, maar een deel moedigde de vernielingen ook aan of deed er zelfs zelf aan mee. Ook de massale vernieling van het weeshuis in Dinslaken trok heel veel publiek:

"Onder deze mensen herkende ik sommige vertrouwde gezichten: leveranciers van het weeshuis en zakenlui die slechts een dag of een week eerder blij waren om met ons als klant zaken te doen. Nu waren ze passief, ze aanschouwden de vernielingen zonder veel emotie."

Ook Hugh Carleton Greene, de correspondent in Berlijn van de London Daily Telegraph, was ooggetuige van de vernielingen en verbaasde zich over het gedrag van de toeschouwers van de pogrom. Later op de dag schreef hij hierover het volgende:

"In Berlijn heerste de wet van het gepeupel (…) hordes vandalen gaven zich over aan een orgie van vernietiging. Ik heb in de laatste vijf jaar diverse anti-Joodse rellen meegemaakt, maar nooit zo ziekmakend als nu. Raciale haat en hysterie lijken zich volkomen meester te hebben gemaakt van een anders zo fatsoenlijk volk. Ik zag chic geklede vrouwen staan applaudisseren en schreeuwen van vreugde, terwijl respectabele moeders uit de middenklasse hun baby’s in de hoogte hielden zodat ze beter de ‘pret’ konden zien."

In Dinslaken duurde de ellende voort tot laat in de ochtend. De Joodse kinderen waren inmiddels verzameld in de schooltuin die was aangewezen als verzamelplek voor Joden. Het ooggetuigenverslag gaat als volgt verder:

"Om 10:15 uur hoorden we sirenes luiden! We bemerkten een zware rookwolk die in de hoogte kringelde. Gezien de richting waar het vandaan kwam, was het overduidelijk dat de nazi’s de synagoge in brand hadden gestoken. Snel daarna zagen we rookwolken omhoog komen, vermengd met vonken. Later bemerkte ik ook dat sommige Joodse huizen vlakbij de synagoge ook in brand waren gestoken onder de deskundige begeleiding van de brandweerbrigade. Hun aanwezigheid was noodzakelijk, aangezien de brandweermannen de huizen van niet-Joodse omwonenden moesten beschermen. (…)

In de schooltuin moesten we enige tijd wachten. Meerdere Joden die ontsnapt waren aan de laatste arrestatie en deportatie naar de concentratiekampen, sloten zich bij ons aan. Veel van hen, vooral vrouwen, waren armoedig gekleed. Ze vertelden ons dat de bruine horden hen uit hun huizen verdreven hadden, dat ze het bevel gekregen hadden om alles achter te laten en dat ze meteen, onder nazi-bewaking, naar de schooltuin hadden moeten komen. Een bevelhebbende stormtroeper commandeerde sommige toeschouwers om de schooltuin te verlaten: ‘aangezien het geen nut heeft om zelfs maar te kijken naar zulk uitschot!’

In de tussentijd was onze ‘familie’ uitgegroeid tot negentig man, allemaal werden we geplaatst in een kleine hal in de school. Niemand kreeg toestemming om deze plek te verlaten. Mannen die in goede fysieke conditie waren, werden opgeroepen om werk te doen. Alleen degenen ouder dan zestig – onder ons waren mensen van 75 jaar oud – mochten blijven. Heel snel daarna hoorden we dat de volledige Joodse mannelijke bevolking onder de zestig al gedeporteerd was naar het concentratiekamp in Dachau. (…)

Ik vernam snel daarna van een politieagent, die in zijn hart nog steeds anti-nazistisch was, dat het merendeel van de Joodse mannen in elkaar geslagen was door leden van de SA voordat ze naar Dachau gedeporteerd werden. Ze waren geschopt, in het gezicht geslagen en onderworpen aan allerlei vormen van vernedering. Veel van degenen die onderworpen werden aan deze vormen van mishandeling hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog gediend in het Duitse leger."

Het tafereel dat zich afspeelde in Dinslaken was tekenend voor de situatie in het merendeel van de Duitse steden. De cijfers liegen er niet om. Gedurende de ongeveer 24-uur durende pogrom – de eerste georganiseerde pogrom in Duitsland sinds de Middeleeuwen – werden ten minste 7.500 winkels, 29 warenhuizen en 171 woningen verwoest. Er werden 191 synagogen verbrand en 76 werden op andere wijze vernield. Ook 11 Joodse gemeenschapscentra, dodenkapellen en vergelijkbare gebouwen werden in brand gestoken.

Het menselijk leed is nauwelijks in cijfers uit te drukken. Overal waren Joden, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, geslagen en op brute wijze mishandeld. Er waren meerdere gewonden gevallen, waarvan een aantal er ernstig aan toe was: vermoedelijk waren zo’n 600 mensen voor de rest van hun leven verminkt. Alhoewel Reinhard Heydrich na de pogrom verklaarde dat er 36 Joden omgekomen waren, werd in januari 1939 toegegeven dat het aantal doden 91 bedroeg. Schattingen van na de Tweede Wereldoorlog wijzen zelfs op een aantal van 236 doden, waaronder 43 vrouwen en 13 kinderen. Meerdere Joden pleegden gedurende deze nacht zelfmoord. Van de 30.000 Joden die gevangengezet werden in de concentratiekampen Dachau, Buchenwald of Sachsenhausen kwamen er ook nog eens meerdere – sommige bronnen noemen het aantal van 2.500 dodelijke slachtoffers – om door de brute behandeling daar. Ook zeven "ariërs" en drie buitenlanders werden gearresteerd en in Schutzhaft genomen, zogenaamd voor hun eigen veiligheid.

Definitielijst

Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
synagoge
Joods gebedshuis.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Toeschouwers bekijken de verbranding van de synagoge in Graz, Oostenrijk.
(Bron: USHMM)


De synagoge in Opava, Sudetenland, staat in brand.
(Bron: USHMM)


De synagoge aan de Börneplatz in Frankfurt am Main, Germany gaat op 10 november in vlammen op.
(Bron: Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz)


Belangrijkste locaties waar synagogen tijdens de Kristallnacht vernield werden.
(Bron: USHMM)


Tijdens de Kristallnacht gearresteerde Joden uit Baden-Baden wachten hun deportatie naar KZ Dachau af.
(Bron: DIZ Muenchen GMBH)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
28-12-2005
Laatst gewijzigd:
07-06-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.