Treblinka

Het vernietigingsproces

De meeste treinen bestonden uit 50 tot 60 wagons, waarin enkele duizenden mensen werden vervoerd. Ze stopten eerst bij het station in Malkinia. Daar werd een twintigtal wagons afgekoppeld die naar Treblinka zelf werden gereden. Op die manier konden de bewakers het overzicht en de controle behouden. In Treblinka II stapten de Joden uit de trein op het perron. Daarbij werden ze begeleid door Arbeitsjuden uit het Kommando Blau (ook bekend als het Bahnhofkommando).

Eind 1942 beval Franz Stangl het zogenaamde spoorwegstation op te richten. Het gebouw zag eruit als een normaal spoorwegstation, inclusief loketten, vertrekuren, pijlen voor treinverbindingen, zelfs een klok (met geschilderde wijzerplaten en wijzers die nooit bewogen). Dit paste in het concept om de Joden zo lang mogelijk te misleiden en in het ongewisse te laten over hun uiteindelijke lot. Ze moesten denken dat ze in een doorgangskamp waren terechtgekomen.

Aan de gearriveerde Joden werd verteld dat ze waren aangekomen in een doorgangskamp en dat ze om hygiënische redenen moesten douchen en hun kleren laten ontsmetten. Mannen, vrouwen en kinderen werden van elkaar gescheiden. De vrouwen en kinderen verdwenen in de linkerbarak, mannen gingen rechts. In deze uitkleedbarakken werden ze opgevangen door het Rode Commando. Joe Siedlecki was één van de mannen uit dat Rode Commando: “We moesten zorgen voor het ontkleden in de barakken. We moesten roepen: 'Ganz nackt, Schuhe zusammenbinden. Geld und Dokumente mitnehmen'.” Zo werden de mensen aan het lijntje gehouden. Ze dachten dat ze een bad gingen nemen en ontluisd werden en dat ze hun geld en documenten bij zich mochten houden voor hun eigen veiligheid. Dat stelde hen gerust.” In een latere fase moesten de mannen zich buiten uitkleden. Hun barak werd gebruikt als opslagplaats voor goederen. De vrouwen moesten zich binnen blijven uitkleden. Daar werden ook hun haren geschoren.

De bejaarden, zieken, gewonden en andere te zwakke gedeporteerden werden onmiddellijk naar het Lazarett gebracht, omdat zij het hele vernietigingsproces teveel zouden vertragen. Dit als hospitaal vermomde gebouwtje was echter niets anders dan een executieplaats. De slachtoffers moesten zich uitkleden en op de rand van een verbrandingsput gaan zitten. Na de executie werden hun lichamen ter plaatse verbrand.

Vanuit de omkleedbarakken liep een pad rechtstreeks naar de gaskamers. Het pad, de Schlauch, was omheind met prikkeldraad en helemaal gecamoufleerd. De SS’ers noemden dat pad cynisch de Himmelstrasse. De vernietigingszone was 200 bij 250 meter groot en bevond zich in het zuidoostelijk deel van het kamp. Het was volledig afgeschermd van de buitenwereld met een aarden wal en omgeven door prikkeldraad. Aanvankelijk waren er slechts drie gaskamers. Na de komst van Stangl werden er tien nieuwe gebouwd. In een aangebouwde ruimte stond een motor die voor het giftige koolmonoxidegas zorgde dat via buizen naar de gaskamers werd geleid. In Treblinka II werd geen gebruik gemaakt van Zyklon-B.

De gedeporteerden werden naakt door de Schlauch gejaagd. Tegelijkertijd verzamelde het sorteercommando de kleren en bezittingen die in de uitkleedbarakken waren achtergebleven. Die bezittingen werden gesorteerd en via de SS-pakhuizen in Lublin naar Duitsland gestuurd.

Nadat alle gevangenen de ogenschijnlijke douches hadden betreden, werden de deuren gesloten en op slot gedraaid. De vlakbij geplaatste motor begon daarop zijn giftige koolmonoxide de afgesloten ruimtes in te blazen. Ongeveer een half uur later waren de opgeslotenen dood. In de beginperiode kon een tweeduizendtal Joden binnen drie tot vier uur worden vermoord. Later, zeker bij de ingebruikname van de tien nieuwe gaskamers, werd de hele procedure afgehandeld in anderhalf uur.

In het Totenlager werkten twee- tot driehonderd Joden. Zij vormden het Sonderkommando dat de gaskamers moest leegmaken en de lijken naar de verbrandingsputten slepen. Zij trokken ook de gouden tanden en kiezen van de doden. Aanvankelijk werden de lichamen begraven in massagraven, maar vanaf de winter 1942-1943 werden ze weer opgegraven en verbrand. In de lente van 1943 werd een nieuwe manier van verbranden uitgetest. Twee enorme ijzeren roosters van treinrails ("braadspitten" genoemd) werden geïnstalleerd. Die konden elk tientallen lijken tegelijkertijd verbranden. Het verbranden van de lichamen paste in het kader van Aktion 1005, waarmee de Duitsers trachtten hun sporen aan de massamoord uit te wissen.

Het vernietigingsprogramma van Treblinka II begon op 23 juli 1942. In mei 1943 kwamen de laatste transporten aan, hoewel nadien nog enkele geïsoleerde transporten in Treblinka hun eindstation kenden. Tussen juli en september 1942 kwamen er ongeveer 265.000 Joden uit het getto van Warschau aan in Treblinka II. Tussen augustus en november 1942 arriveerden ongeveer 346.000 Poolse Joden uit het Radomdistrict en 33.000 Joden uit Lublin. In oktober 1942 begon de ontruiming van Theresienstadt: vijf transporten brachten 8.000 mensen naar Treblinka II. In dezelfde periode startte de deportatie van de meer dan 100.000 Joden uit het Bialystokdistrict. Verder waren er ook transporten vanuit onder andere Griekenland, Bulgarije, Macedonië, Slowakije en Roemenië.

Hoeveel mensen precies werden vermoord, is onmogelijk te zeggen. Het in 2000 ontdekte zogenaamde Höfle-telegram geeft ons een idee. Het document, verstuurd door SS-Sturmbannführer Hermann Höfle, bestond uit een boodschap aan SS-Oberststurmbannführer Adolf Eichmann en aan SS-Oberststurmbannführer Heim in Krakow. Het gaf een overzicht van de transporten tot 31 december 1942 naar de vernietigingskampen van Aktion Reinhard. Daarin was, wat Treblinka betrof, sprake van 713.555 gedeporteerde en vergaste Joden. Treblinka II was daarna nog iets meer dan een half jaar actief, maar ontving niet zoveel transporten meer als in 1942. Het totaal aantal doden wordt momenteel tussen de 870.000 en 925.000 Joden en niet-Joden geschat.

Definitielijst

Aktion 1005
Duitse geheime operatie om de sporen van massavernietiging in het oosten uit te wissen. De lijken van de slachtoffers van de Einsatzgruppen en vernietigingskampen werden opgegraven uit massagraven en vervolgens verbrand. De operatie stond onder leiding van SS-Standartenführer Paul Blobel.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Theresienstadt
Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Gedeporteerde Joden in het station van Siedlce op weg naar Treblinka.


Het station in Treblinka.
(Bron: USHMM)


Franz Zabecki, de stationschef, zag de vele treinen met slachtoffers op weg naar het vernietigingskamp.


Menselijke resten gevonden in Treblinka.
(Bron: Deathcamps.org)

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
08-08-2007
Laatst gewijzigd:
03-07-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.