Fischböck, Hans

Hans Fischböck (1895 - 1967)

Dr. Hans Fischböck, geboren 24 januari 1895 in Geras in de Gau Niederdonau ten noordoosten van Wenen (Oostenrijk), is niet bij verstek veroordeeld, noch is hij gevangen genomen na de oorlog. Zowel in Oostenrijk als in Nederland werd hij gezocht. In Oostenrijk gold hij als vermist en in Nederland nam de officier van justitie aan dat hij dood was. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor het systematisch leegroven van de Nederlandse voorraden grondstoffen, landbouwproducten, deviezen en goud. Daarnaast werd hij ook verantwoordelijk gesteld voor de grote razzia's en de Arbeitseinsatz van 1944.

In de Eerste Wereldoorlog diende hij bij het 1. Kaiserjäger Regiment in Tirol, voltooide daarna zijn studie in de rechten, promoveerde in 1919 en was werkzaam in het Weense bank- en verzekeringswezen. In 1937 werd hij lid van de NSDAP en trad hij in dienst bij de SS in 1940. Samen met Arthur Seyss-Inquart speelde hij de hoofdrol bij de Anschluß van Oostenrijk bij Duitsland in 1938. In Oostenrijk werd hij tot minister van Handel en Verkeer benoemd. Hij was in deze functie actief in de plundering van Joodse eigendommen. In Nederland kreeg hij, als Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft (commissaris-generaal van Financiën en Economie), het alleenrecht om Nederland systematisch te beroven van kapitaal en goederen en om andere maatregelen te nemen die het land economisch naar de afgrond deden glijden. Ook in Nederland liquideerde hij, net als in Oostenrijk, honderden Joodse ondernemingen en maakte hij hun bezittingen tot Duits staatseigendom. Van weggevoerde Joden werden zaken als effecten, juwelen, geld, bankrekeningen, girogelden en hypotheken door Fischböcks administratie gevorderd en gestort op de Lippmann- en Rosenthal-bankrekeningen. Fischböck beheerde, als hoofd van de Nederlandse afdeling van de Deutsche Revisions - und Treuhand AG, naast Joods bezit ook de in handen gevallen 'vijandelijke' vermogens. Deze hadden betrekking op alle vormen van bezit, zowel roerende als onroerende goederen, alle soorten betaalmiddelen, effecten en dergelijke. Het roven van Joods bezit is bekend onder de ‘fase van arisering', de onteigening van Joodse ondernemers. In Nederland werden rond 1942 alle rekeningen van Joden bevroren en uiteindelijk gestort op het Sammelkonto van Lippmann en Rosenthal.

Bijzondere inkomsten die het gebrek aan buitenlandse valuta moesten dekken, werden gehaald uit de handel in uitreisvisa voor Joden die op Eichmanns uitzonderingslijst voorkwamen. Ontsnapping uit Nederland of aan deportatie met Duitse toestemming was mogelijk, wanneer deze buitenlandse relaties hadden die bereid waren hen ‘vrij te kopen’. De lijst was door Eichmanns Zentralstelle en Fischböcks Devisenschutzkommando opgesteld, gebaseerd op iemands leeftijd, vermogen én vermogende relaties in het buitenland. In ruil voor afkoopsommen in de vorm van goud, buitenlands geld (dollars) en diamanten, werden vrijtickets geboekt voor familieleden of vrienden in Nederland. Betaling betekende, naast vrijstelling van deportatie naar Bergen-Belsen of Westerbork, ook dat in hun Ausweiss een uitzonderingsstempel werd gezet die erop duidde dat deze Joden in aanmerking kwamen voor uitreisvisa. Na aflossing van het verschuldigde bedrag kregen zij van het reisbureau Hoyman & Schuurman een ticket naar een Zuid-Amerikaans land of naar de Verenigde Staten. Ook de Spaanse ambassade in Nederland was betrokken in de bemiddelding tussen de Argentijnse consulaten in Spanje en het daar aanwezige reisbureau Viajes Cafrance in Bilbao en San Sebastian, dat de overtocht van Joden naar Argentinië moest garanderen.

In 1942 werd Fischböck door Göring benoemd tot Reichskommissar für die Preisbildung en tot SS-Brigadeführer, waardoor hij zowel in Nederland als Duitsland economische sancties uitvoerde en uit Nederland ook de benodigde arbeidskrachten onttrok om aan de Arbeitseinsatz deel te nemen. De na de capitulatie vrijgelaten Nederlandse militairen moesten zich van Fischböck opnieuw aanmelden om vervolgens in Duitse industrieën te werk te worden gesteld. In de volksmond kreeg Fischböck de bijnaam ‘viespeuk’, vanwege het leegroven van Nederland. Zo was hij ook betrokken in de zwarte groothandel, waarbij enorme winsten werden gemaakt door collaborerende Nederlandse bedrijven en de verhandeling van Joods bezit.

Na de oorlog is Fischböck, met behulp van de nazi-organisatie ODESSA (Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen), uit Duitsland via Italië naar Zuid Amerika gevlucht, waar hij tot 1958, voornamelijk in Argentinië, zijn tijd doorbracht. Fischböcks vluchtpoging werd georganiseerd door Krunoslav Draganovic. Hij bracht hem onder op de Via Lomellina 6 in Rome, waar Eichmann en Klaus Barbie al eerder waren gehuisvest, alvorens zij naar Argentinië konden ontsnappen. Draganovic bezorgde hem tijdens zijn verblijf een nieuwe identiteit. Volgens de Rode Kruispapieren, die Fischböck bij zijn aankomst in Argentinië op 2 februari 1951 bij zich droeg, heette hij Jakob Schramm, een schuilnaam die hij twee jaar later weer omzette in zijn eigen naam. Fischböck werd bij aankomst ontvangen door het comité van Ludwig en Rudi’s Freude Immigratiedienst, die hem binnen de kortste keren een baan bezorgde bij CAPRI, een onderdeel van Peróns ambitieuze waterwinningsenergieproject dat onder leiding stond van Carlos Fuldner. CAPRI stond bekend als ‘La Compania Alemana Para Recien Inmigrados’, waar voornamelijk pas aangekomen SS’ers te werk werden gesteld die geen of nauwelijks Spaans spraken. Het hoofdkantoor waar Fischböck werkte, was het hoofdkwartier van Duitse specialisten en ex-hoogwaardigheidsbekleders van de SS. Een verdieping boven Fischböcks kantoor werkte een oud-collega van hem, namelijk Eichmann.

Toen de nazi-jacht in Europa enigszins was bekoeld, vestigde hij zich in Essen (Nordrhein-Westfalen), waar Simon Wiesenthal hem uiteindelijk medio januari 1966 opspoorde. Aan zijn uitlevering kon niet worden voldaan, omdat hij in bezit was van drie paspoorten: een Duits, Oostenrijks en Argentijns. Kort daarop keerde hij terug naar Argentinië. Voordat hij werkelijk vervolgd kon worden, stierf hij op 3 juni 1967 in Argentinië in het stadje Florida, in de provincie Buenos Aires.


Andere artikelen i.v.m. nazi-vluchtroutes naar Latijns Amerika : Abraham Kipp | Andries Riphagen | Auke Pattist | Erich Rajakowitsch | Jan Olij

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Bronnen

- AALDERS, G., Roof, De ontvreemding van joodsbezit tijdens de Tweede Wereld Oorlog, Den Haag, 1999.
- HIRSCHFELD, G., Bezetting en collaboratie, Nederland tijdens de oorlogsjaren 1940 - 1945, in historisch perspectief, Haarlem, 1991.
- JONG, L de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 7.
- PAAPE, drs. A.H., Studies over Nederland in Oorlogstijd, deel 1.
- WIESENTHAL, S., Geen Wraak maar gerechtigdheid, herinneringen van Simon Wiesenthal, H.J.W. Becht, Haarlem, 1988.

- Het Vaderland, 15 - 01 - 1966, Nederland wil uitlevering Fischböck.

- Het Vrije Volk, 19 - 10 -1965, Uitlevering Oostenrijker moeilijk te vragen.
- Het Vrije Volk, 09 - 12 - 1982, Nieuw onderzoek tegen Rajakowitsch.

- Trouw, 15 - 01 - 1966, Ook Fischböck opgespoord.
- Trouw, 11 – 11 – 1967, Oorlogsmisdadiger hield zich uit vrije wil in Joegoslavië.
- Trouw, 11 - 12 - 1982, Wiesenthal zag Rajakowitsch over het hoofd.
- De Volkskrant, 24 - 02 - 1965, Rajakowitsch, Beschuldigd van medeplichtigheid aan de deportatie van 10.000 Joden.

Afbeeldingen


Reichskommissar Arthur Seyß-Inquart (rechts), Hans Fischböck (2e van rechts) Höhere SS- und Polizeiführer Hanns Rauter (4e van rechts).

Informatie

Artikel door:
Jochem Botman
Geplaatst op:
13-02-2006
Laatst gewijzigd:
08-11-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.