Gemmeker, Albert

Albert Gemmeker (1907 - 1982)

Inleiding
Van oktober 1942 tot april 1945 was Albert Konrad Gemmeker kampcommandant in doorgangskamp Westerbork, waarvandaan meer dan 101.000 Joden gedeporteerd werden naar concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Ondanks dat Gemmeker een belangrijke rol speelde in de Entjüdung van Nederland had de Joodse geschiedschrijver Abel Herzberg soms de indruk dat hij “net zo min een anti-semiet was als een slager anti-koe.” De kampcommandant van Westerbork voerde geen schrikbewind, maar stond bekend als een correcte man die de Joden in zijn kamp “humaan” behandelde. Hoe kon iemand met deze instelling meewerken aan de uitroeiing van de Joden of heeft hij hiervan, zoals hij zelf altijd beweerd heeft, nooit geweten?

Carrière voor Westerbork
Albert Konrad Gemmeker werd op 27 september 1907 in Düsseldorf geboren. Hij ging van school op zijn veertiende en werkte vervolgens enkele jaren op een verzekeringskantoor. Zijn baan als verzekeringsagent beviel hem vermoedelijk niet langer, want in 1927 schreef hij zich in voor een opleiding politionele administratie aan de politieacademie in Bonn. Nadat hij deze opleiding met succes afgerond had, werd hij in 1933 aangenomen bij de politie in Duisburg.

Kort na de nationaalsocialistische machtsovername in 1933 besloot Gemmeker lid te worden van de NSDAP. Hij verkreeg het lidmaatschap echter pas op 1 mei 1937, omdat de NSDAP voor die tijd erg terughoudend was met het toelaten van opportunisten die zich pas na de machtsovername aanmeldden. Ondertussen was hij in 1938 in dienst van de Gestapo getreden.

In 1937 had Gemmeker zich aangemeld bij de Schutzstaffel (SS), maar ook nu duurde het enkele jaren voordat hij aangenomen werd. Op 1 november 1940 werd hij eindelijk toegelaten tot de SS, met als rang SS-Hauptscharführer. Gemmeker werd in augustus van datzelfde jaar aangesteld als medewerker van de personeelsafdeling van de Sicherheitspolizei en SD in Den Haag. Hier werkte hij totdat hij in juni 1942 de leiding kreeg over een gijzelaarskamp in St. Michielsgestel. Enkele maanden later werd hij, inmiddels in de rang van SS-Obersturmführer, aangesteld als kampcommandant van Polizeiliches Judendurchgangslager Westerbork.

Kampcommandant in Westerbork
Sinds 1 juli 1942 was kamp Westerbork in gebruik als doorgangskamp voor Joden op transport naar de vernietigingskampen in Polen. Gemmeker was hier aangesteld omdat zijn voorgangers, Erich Deppner, Josef Hugo Dischner en inspecteur Bohrmann niet naar behoren functioneerden. Gemmeker, de carrièrejager die hij was, voerde zijn opdracht echter naar behoren uit. Van oktober 1942 tot april 1945 was hij verantwoordelijk voor de deportatie van ongeveer tachtigduizend Joden vanuit het doorgangskamp. Dit gebeurde heel georganiseerd en de Joodse gevangenen werkten hieraan zonder noemenswaardig protest mee. Ook het dagelijkse leven in kamp Westerbork kenmerkte zich door orde en regelmaat. De Joodse gevangenen waren zelf voor een groot deel verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur. Gemmeker stond allerlei activiteiten toe die in de meeste andere kampen ongeoorloofd waren. De kampcommandant wilde bijvoorbeeld dat er veel gesport werd en gaf zijn goedkeuring aan de organisatie van muziek- en cabaretvoorstellingen.

In vergelijking met andere kampen waren de levensomstandigheden in kamp Westerbork draaglijk. Weliswaar was er weinig privacy, waren de hygiënische omstandigheden door de overbevolking van het kamp slecht en was de voedselvoorziening niet toereikend, maar daartegenover stond dat Gemmeker zijn gevangenen correct behandelde. Hij stond niet toe dat gevangenen mishandeld werden, was goed aanspreekbaar en niet corrupt. Terwijl veel commandanten en bewakers in andere kampen gevreesd werden om hun meedogenloze of sadistische beleid, werd Gemmeker door zijn gevangenen omschreven als een gentleman, ze hadden het veel slechter kunnen treffen. Volgens eigen zeggen gaf hij Joden “de beste behandeling, die onder het nationaalsocialisme mogelijk was.” Een gevangene heeft eens gezegd: “We hadden eens een kampcommandant, die trapte mensen naar Polen, deze lacht ze naar Polen.”

Toch is het beeld van Gemmeker als de correcte en vriendelijke kampcommandant niet helemaal compleet. Gemmeker was namelijk ook onberekenbaar en kon heel opvliegend zijn. Toen hij eens met Frau Hassel, zijn secretaresse, die tevens zijn maîtresse was, door het kamp wandelde, zag hij een gevangene, Frederik Spier, dichtbij het hek lopen. Toen Spier niet reageerde, nadat Gemmeker hem toegeschreeuwd had dat hij daar weg moest, werd hij door de kampcommandant beschoten met een jachtgeweer. Spier werd geraakt door het hagelschot en belandde in het kampziekenhuis. Gemmeker kreeg een uitbrander van zijn minnares: de volgende keer moest hij eerst waarschuwen, zodat zij haar oren kon beschermen. In tegenstelling tot Gemmeker voldeed zijn minnares meer aan het beeld van de typische kampbeul. Ze schold gevangenen uit en deelde, wanneer Gemmeker afwezig was, zeer zware straffen uit. Door haar brute gedrag stond ze bekend als het ‘kwade ik van Gemmeker’ en werd ze door gevangenen zelfs ‘kwade geest’ of ‘duivelin’ genoemd.

Een ander voorval dat de minder vriendelijke kant van Gemmeker toont, vond plaats in mei 1944. Enkele gevangenen hadden het voorrecht om een hond als huisdier te houden in het kamp, maar daaraan maakte Gemmeker een eind toen zijn hond was lastiggevallen door enkele loslopende honden. Alle honden van de kampgevangenen moesten afgemaakt worden. Het was “principieel doelloos verzoeken in te dienen om een hond te mogen behouden.” Gevangenen die dit bevel ontdoken, riskeerden straftransport. Dit was de meest gevreesde straf, want de geruchten over datgene wat met Joden gebeurde in het oosten waren onheilspellend.

Deportaties
Sommige gevangenen konden het geruime tijd uitstellen, maar uiteindelijk ontkwam niemand in doorgangskamp Westerbork aan de gevreesde deportaties. Alhoewel Gemmeker de samenstelling van de transportlijsten grotendeels overliet aan het Joodse kampbestuur had hij de macht om te bepalen wie wel en wie niet naar het oosten werd afgevoerd. Soms maakte hij van deze macht gebruik. Zo gebeurde het eens dat hij een vrouw die een andere vrouw wegbracht naar het perron op transport zette, omdat ze hardop had gezegd: “Is dit nou de beschaafde wereld?”

Wat vond Gemmeker van de Joden en hun deportatie waarbij hij nauw betrokken was? Voordat hij naar Nederland gezonden werd, had hij eigenlijk nauwelijks ervaring met Joodse medeburgers, maar hij lijkt alle anti-Joodse propaganda van de nazi’s voor waarheid aangenomen te hebben. In zijn verhoor door een Nederlandse politiefunctionaris zei hij na de oorlog: “In het algemeen stond ik niet sympathiek tegenover de Joden. Als regel werden de door hen beklede functies misbruikt en uitgebuit, ten koste van de rest van de bevolking, zodat op dit deel van de bevolking werd geparasiteerd. Ik was het er dus volkomen mee eens dat de Joden van belangrijke plaatsen uit het openbare- en bedrijfleven moesten verdwijnen.” Omdat hij de Joden een gevaar vond voor de Duitse oorlogsvoering, vond hij het noodzakelijk dat er maatregelen tegen hen werden genomen. De deportaties vond hij “onaangenaam, maar noodzakelijk”. Ze waren “kriegsnotwendig” . Dat de Joden werden vervoerd in veewagons vond hij niet menswaardig, maar hij vertelde na de oorlog aan de Nederlandse politie dat er geen beter materieel beschikbaar was en dat hem verteld was dat het vervoer van soldaten op dezelfde wijze geschiedde.

De laatste deportatie vanuit kamp Westerbork vond plaats op 13 september 1944. Ruim een half jaar later, op 11 april 1945, verliet Gemmeker, samen met enkele van zijn stafleden, kamp Westerbork. Een dag later werd het doorgangskamp bevrijd door de Canadezen. Gemmeker had ondertussen, via de Afsluitdijk, Amsterdam bereikt. Hier werkte hij nog enkele weken als Verwaltungsführer, vermoedelijk voor het Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het bureau dat verantwoordelijk was geweest voor de deportatie van de Joden vanuit Nederland. Toen de Nederlandse hoofdstad in mei 1945 bevrijd werd, werden Gemmeker en zijn collega’s gearresteerd en gevangengezet. Gemmeker werd overgebracht naar de strafgevangenis te Assen waar hij maandenlang verhoord werd. In afwachting van zijn proces zat hij vervolgens nu zelf een periode gevangen in kamp Westerbork dat gebruikt werd als interneringskamp voor NSB’ers, collaborateurs en Duitsers.

Gemmeker werd eind 1948 voor zijn proces weer overgeplaatst naar Assen. Tegen hem werd door de officier van justitie een straf van twaalf jaar geëist, maar hij werd in januari 1949 veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf, waarbij als verzachtende omstandigheid werd aangenomen dat hij de kampgevangenen in Westerbork correct had behandeld.

Schuldvraag
Dat de straf van Gemmeker zo laag uitviel, zeker in vergelijking met de straffen die het merendeel van zijn collega-kampcommandanten kregen, kwam doordat zijn aanklagers niet konden bewijzen dat hij medeplichtig was aan massamoord. Als men dit had kunnen aantonen, had hij waarschijnlijk de doodstraf gekregen. Gemmeker bleef echter consequent ontkennen dat hij iets wist van wat er met de Joden gebeurde in Polen. Hij beweerde dat hij de geruchten over de uitroeiing van Joden nagetrokken had, maar dat zijn superieuren hem vertelden dat hij deze “gruwelpropaganda” niet moest geloven. Gemmeker vertelde ook dat hij aan een treinbegeleider, die geregeld meereisde naar Auschwitz, had gevraagd wat er met de Joden in Auschwitz gebeurde. Die kon hem echter niks vertelen, omdat “het transport op een station voor het kamp Auschwitz door de kampbezetting, een officier en zijn personeel, werd overgenomen en hij nog nooit het kamp zelf gezien had.” In hoeverre dit argument opgaat is zeer twijfelachtig. In het programma “Andere Tijden” van 9 april 2000 noemt NIOD-onderzoeker Johannes Houwink ten Cate dit aantoonbaar onjuist. Volgens hem staat het namelijk vast dat de treinbegeleiders wel degelijk doorreden naar het perron van Auschwitz-Birkenau waar de selecties voor de gaskamers plaatsvonden. Hieruit concludeert ten Cate dat de begeleiders wel degelijk geweten moeten hebben van datgene wat er met de Joden gebeurde, en dat ze dat ongetwijfeld ook verteld moeten hebben aan een kampcommandant als die ernaar vroeg. Prof. dr. Lou de Jong trok in “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” ongeveer dezelfde conclusie. Volgens de historicus moest Gemmeker van de begeleiders van treinen, “die het, volgens hem, wisten en het konden ruiken”, wel degelijk gehoord hebben dat de Joden uitgeroeid werden.

Om geen paniek te zaaien en het deportatieproces voorspoedig te laten verlopen, werd Joden voorgehouden dat zij werden overgebracht naar werkkampen in het oosten. Gemmeker beweerde dat ook hij dit geloofde. Hij vertelde tijdens zijn verhoor in 1948 dat hij tijdens de oorlog Auschwitz beschouwde als een grote stad, met fabrieken, kindertehuizen en enorme ziekenhuizen. Hiermee maakte hij zijn verdediging helemaal waterdicht, want zo kon hij ook de deportaties van kleine kinderen, bejaarden en patiënten uit de ziekenbarak verklaren.

Amnestie
Wegens goed gedrag werd Gemmeker vervroegd vrijgelaten. Hij zat zes van de tien jaar uit. Hij vestigde zich weer in zijn geboortestad Düsseldorf. Het verleden liet hem niet helemaal met rust, want nog altijd was het mysterie rond zijn persoon niet opgelost. Is het daadwerkelijk de waarheid dat Gemmeker tijdens de oorlog niks geweten heeft van het feit dat vrijwel alle mensen die vanuit zijn kamp gedeporteerd werden, omgebracht werden? In een interview, uitgezonden door de Norddeutsche Rundfunk in 1959, kwam hij weer met dezelfde doordachte argumenten die hem eerder vrijgepleit hadden. Opvallend is dat hij in datzelfde interview ook zijn vroegere mening over Joden terugnam. Hij erkende dat antisemitisme gebaseerd is op vooroordelen en was tot de conclusie gekomen dat het daarom verkeerd was. Een oprechte bekering of, zoals Ten Cate in “Andere Tijden” beweert, een ommezwaai die enkel voortkwam uit de vrees dat hij na zijn gevangenschap in Nederland nu ook in Duitsland terecht zou moeten staan?

In het begin van de jaren zeventig startte de Duitse justitie een nieuw onderzoek naar Gemmeker, maar ook hieruit kwam weer onvoldoende bewijs om de voormalige kampcommandant voor een tweede keer te veroordelen. Toen Gemmeker in 1982 overleed was het mysterie rond zijn persoon nog altijd niet opgelost.

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Bronnen

- VEEN, H. van der, Westerbork 1939 - 1945 Het verhaal van vluchtelingenkamp en Durchgangslager Westerbork, Hooghalen, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, 2003.
- www.ushmm.org
- Andere Tijden - 9 april 2000

Afbeeldingen


Politiefoto van Albert Gemmeker, kort na zijn arrestatie in mei 1945.


Kampcommandant Gemmeker en Frau Hassel.
(Bron: J. Presser, Ondergang, dbnl.org)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
22-07-2006
Laatst gewijzigd:
24-04-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.