Verhoor Hermann Göring 7

Ochtendzitting 1 20-03-1946

Inhoudsopgave

Mr. JUSTICE JACKSON: Met welnemen van het Tribunaal, de laatste vraag die ik gisterenavond stelde met betrekking tot de mobilisatievoorbereidingen in het Rijnland, zoals vermeld in het officiële verslag, luidde: “Maar van een aard die voor buitenlandse mogendheden volledig geheim moest worden gehouden?” Het antwoord was: “Ik geloof niet dat ik me de publicatie van de mobilisatievoorbereidingen van de Verenigde staten kan herinneren.”
Als vertegenwoordiger van de Verenigde Staten zie ik mij nu voor deze keuzes geplaatst: de opmerking negeren en hem laten staan voor mensen die ons systeem niet begrijpen; ofwel met een aanzienlijk tijdverlies de onwaarheid ervan aantonen; ofwel er op ingaan en hem weerleggen. De moeilijkheid die hieruit ontstaat, Edelachtbare, is dat wanneer het beklaagde wordt toegestaan tijdens zijn verhoor uitspraken te doen er pas gelegenheid is er bezwaar tegen te maken nadat ze in het verslag zijn opgenomen. Natuurlijk, wanneer een dergelijk antwoord wordt ingegeven door een vraag van de raadsman wat ik, met alle respect, de juiste procedure acht, dan zou er geen bezwaar tegen zijn; het Tribunaal zou in een positie geweest zijn waarin zij haar plicht volgens het Handvest kan doen en ik zou in een positie geweest zijn waarin ik de behandeling laat bekorten door die opmerking niet op te laten nemen.
Artikel 18 van het Handvest voorziet hierin dat het Tribunaal niet ter zake doende onderwerpen en verklaringen van welke aard ook zal uitsluiten. We worden nu direct met die kwestie geconfronteerd: we kunnen die plichten niet doen als beklaagde die uitspraken spontaan doet zonder vragen die daartoe aanleiding geven. Ik stel met alle respect dat wanneer de regeling van het Tribunaal, dat beklaagde dit soort kwesties spontaan ter sprake kan brengen zal overheersen, dan de controle over de gang van zaken in handen van de beklaagde wordt gelegd en zijn de Verenigde Staten in ernstige mate beroofd van haar recht op kruisverhoor volgens het Handvest, omdat een kruisverhoor onder deze omstandigheden geen zin heeft. Omdat we niet vooruit kunnen zien, kunnen we niet .....
De PRESIDENT: Ik ben het helemaal met u eens dat elke verwijzing naar de geheimhouding van de Verenigde Staten met betrekking tot mobilisatie in het geheel niet ter zake doet en dat het antwoord niet had mogen worden gegeven, maar de enige regel die het Tribunaal als algemene regel kan bepalen is de regel die al vastgelegd is, namelijk dat beklaagde met ja of nee moet antwoorden waar mogelijk en dat een uitleg nodig kan zijn nadat hij een vraag op die manier rechtstreeks heeft beantwoord en dat een dergelijk uitleg kort dient te zijn en geen toespraak. Wat dit specifieke antwoord betreft, ik vind het in het geheel niet ter zake doend.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik moet mij natuurlijk neerleggen bij de bepalingen van het Tribunaal, maar het is vanwege het tweede deel dat ik de waarschuwing van het Tribunaal in herinnering breng, dat de antwoorden ja of nee zullen luiden. Deze beklaagde trekt zich daar niets van aan en ik moet zeggen dat ik hem dat niet verwijt; hij komt voor zijn belangen op. Maar we kunnen op geen enkele wijze vooruit zien en we zien ons hier geplaatst voor die opmerking in het verslag, omdat wanneer die uitspraken spontaan worden gedaan ze in het verslag zijn opgenomen voordat het Tribunaal erover kan oordelen, ik heb geen gelegenheid om bezwaar aan te tekenen en het Tribunaal geen gelegenheid te oordelen. En dat legt, zoals ik al eerder zei, de controle over dit proces in handen van beklaagde wanneer hij eerst die uitspraken doet en het dan aan ons overlaat die te negeren of die door een langdurig verhoor te weerleggen; en ik denk dat de specifieke beschuldiging die vanuit de beklaagdenbank tegen de Verenigde Staten is geuit dat aantoont. Edelachtbare, u zegt nu tegen de Verenigde Staten dat het een onbehoorlijk antwoord was, maar het staat in het verslag en we moeten erop ingaan. Met alle respect stel ik voor dat tenzij wij .....
De PRESIDENT: Wat stelt u nu precies voor? Vraagt u het Tribunaal zijn antwoord uit het verslag te schrappen?
Mr. JUSTICE JACKSON: Nou nee, in een proces van dit soort, waar het maken van propaganda een van de bedoelingen van beklaagde is heeft schrappen nadat het antwoord is gegeven geen zin en Göring weet dat net zo goed als ik. De beschuldiging tegen de Verenigde Staten is geuit en staat in het verslag. Ik stel nu voor dat de beklaagde opdracht krijgt dat hij mijn vragen met ja of nee moet beantwoorden als die een dergelijk antwoord toelaten en dat uitleg wordt gegeven door zijn raadsman op een manier die ons in staat stelt bezwaar te maken als die niet ter zake doen en aan het Tribunaal een regeling te vragen zodat het Tribunaal haar plichten, het uitsluiten van onbelangrijke onderwerpen en uitspraken van welke aard ook kan doen. We moeten dit proces niet laten ontaarden in gekibbel tussen raadsman en beklaagde. Dat is niet iets waaraan de Verenigde Staten mijn deelname verwachten. Met alle respect stel ik voor dat wanneer hij .......
De PRESIDENT: Stelt u het Tribunaal voor dat beklaagde iedere vraag met ja of nee moet beantwoorden en op het tweede verhoor moet wachten om alles uit te leggen?
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik meen dat dat onder normale omstandigheden regel is voor het kruisverhoor. De beklaagde moet, als de vraag dat toelaat antwoorden en als er een ter zake doende uitleg is moet die tot later wachten.
Laat me nu terugkomen op het specifieke probleem dat ik hier vanmorgen heb. Hier is een antwoord gegeven waarvan het Tribunaal nu bepaalt dat het niet ter zake doet. Maar we hebben niet de gelegenheid er bezwaar tegen te maken. Het Tribunaal had geen gelegenheid erover te oordelen. De beklaagde vraagt: “Hebt u er ooit van gehoord dat de Verenigde Staten haar plannen voor een mobilisatie openbaar maken?” Natuurlijk zouden we daar bezwaar tegen hebben gemaakt. Het probleem is dat het Tribunaal de controle over de gang van zaken verliest wanneer een beklaagde in een zaak als deze, waarvan we allemaal weten dat propaganda een van de bedoelingen van de beklaagde is, beklaagde wordt toegestaan propaganda te maken waar we dan naderhand op in moeten gaan. Ik meen echt dat de Verenigde Staten hier worden beroofd van de gelegenheid tot kruisverhoor als dat de procedure is.
De PRESIDENT: U zoekt veel te veel achter een zin die beklaagde heeft uitgesproken, of de Verenigde Staten haar mobilisatiebevelen openbaar maakt of niet. Dat is zeker geen zaak van groot belang. Ieder land houdt bepaalde zaken geheim. Het zal zeker veel verstandiger zijn een dergelijke opmerking te negeren. Maar wat de algemene regel betreft, het Tribunaal zal de kwestie nu in overweging nemen. Ik heb al bepaald wat ik denk dat de regel moet zijn en ik meen met instemming van het Tribunaal maar ik wil mij ervan verzekeren ......
Mr. JUSTICE JACKSON: Laat me zeggen, Edelachtbare dat ik het met u eens ben dat waar het de Verenigde Staten betreft wij niet bezorgd zijn over alles wat de beklaagde erover kan zeggen – en daar hebben we voldoende van verwacht. Het punt is nu, gaan we op deze zaken in of laten we ze liggen, afgezien van controle over het proces? En het lijkt me toe dat vanaf hier het proces uit de hand gaat lopen, als ik dat zo mag zeggen, wanneer we de situatie niet onder controle hebben. Ik hoop dat het Tribunaal mij mijn oprechte eerlijkheid bij het ter sprake brengen van deze kwestie zal vergeven. Ik vind dit een zeer belangrijke kwestie.
De PRESIDENT: Ik heb nooit horen suggereren dat de aanklagend raadsman in moet gaan op iedere niet ter zake doende opmerking die tijdens een verhoor wordt gemaakt.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat mag in een civiele procedure zo zijn maar ik hoop dat het Hof zich bewust is van het feit dat er buiten deze rechtszaal een groot sociaal probleem speelt, een heropleving van het Nazisme en dat een van de bedoelingen van beklaagde Göring is – ik denk dat hij de eerste is om dat toe te geven – het Nazisme te doen herleven en het doen voortduren door de propaganda vanuit dit proces dat nu gaande is.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Stahmer?
Dr. STAHMER: Ik wilde het volgende uitleggen: er wordt hier een beschuldiging geuit alsof wij van plan waren hier propaganda te maken voor het Nazisme of voor iets anders. Ik denk niet dat deze beschuldiging gerechtvaardigd is. Ik geloof ook niet dat beklaagde de bedoeling had, een beschuldiging tegen de Verenigde Staten te uiten. Ik meen dat we ons moeten bezig houden met de vraag die hem werd gesteld. Anders gezegd, er werd hem door de Aanklager op gewezen dat het document dat aan hem werd overlegd als “geheim” gemerkt was. Toen zei hij dat hij nooit had gehoord dat een dergelijk document in de Verenigde Staten openbaar gemaakt zou zijn. Als hij in plaats van de V.S. elk ander land had genoemd zou zijn antwoord als onschuldig zijn afgedaan.
Naar mijn mening was zijn antwoord volkomen gerechtvaardigd. Beklaagde zou de mogelijkheid moeten krijgen niet alleen met ja of nee te antwoorden maar ook om redenen voor zijn antwoord te geven, zoals door het Hof bepaald.
De PRESIDENT: Mr. Justice Jackson, het Tribunaal is van mening dat de regeling die al is vastgelegd de enig mogelijke regeling is en de beklaagde zich uitsluitend moet beperken tot het direct beantwoorden van een vraag wanneer die vraag een direct antwoord toelaat en dat hij geen uitleg moet geven voordat hij een direct antwoord geeft; na het geven van een direct antwoord op een vraag die een dergelijk antwoord toelaat kan hij een korte uitleg geven en hij mag niet worden beperkt tot het simpel geven van directe antwoorden als ja en nee en de uitleg achterwege te laten totdat zijn raadsman hem die vraag in zijn tweede verhoor stelt.
Wat deze opmerking van beklaagde betreft, beklaagde had niet mogen verwijzen naar de Verenigde Staten maar ik meen dat dit een kwestie is die u het beste kunt negeren.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik zal me natuurlijk bij de regeling neerleggen.
Ik wil voor het Tribunaal een verklaring afleggen betreffende een van de documenten. Aan het einde van de zitting van gisteren hebben we document EC-405 behandeld. Beklaagde Göring bestreed de vertaling van een woord waarvan hij zei dat het als vrijmaking had moeten worden vertaald in plaats van als bevrijding. We hebben de vertaling laten nakijken en hebben ontdekt dat beklaagde gelijk had. Dit document is ingediend onder nummer GB-160 op 9 januari, pagina 2396 van de Handelingen van het Tribunaal (Deel V, pagina 28) en omdat het al als bewijsmateriaal is ingediend en in het bezit van het Tribunaal is vinden we het voor Aanklager passend om die verbetering in het verslag nu aan te brengen.
(tot de beklaagde): U verklaarde gisteren dat de notulen van de Reichsverteidigungsrat die u werden voorgelegd niet de notulen waren van een vergadering van de Reichsverteidigungsrat als zodanig.
GÖRING: Ja, dat heb ik gezegd.
Mr. JUSTICE JACKSON: En u blijft bij uw getuigenis, ondanks dat document dat de Reichsverteidigungsrat nooit bijeen kwam, neem ik aan?
GÖRING: Dat heb ik ook gezegd, ja.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik verzoek nu u een document te laten tonen dat we onlangs in ons bezit hebben gekregen, de notulen van de tweede zitting van de Reichsverteidigungsrat. Ik had moeten zeggen, is ons net ter vertaling aangeboden. We hebben het nog niet laten vertalen, we hebben het net gevonden tussen onze enorme verzameling documenten.
De PRESIDENT: Zou Dr. Stahmer een kopie in het Engels kunnen krijgen
Mr. JUSTICE JACKSON: We hebben nog niet eens de kans gehad het te laten vertalen. Ik weet niet wat erin staat, behalve dat het de notulen zijn van hun vergadering. We hebben een fotostatische kopie.
(tot de beklaagde): Zijn dat niet de notulen van de tweede vergadering van de Reichsverteidigungsrat, gehouden op 23 juni 1939?
GÖRING: Ik moet het eerst lezen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik vestig uw aandacht op het feit dat de voorzitter Minister president Generaal veldmaarschalk Göring is. U vindt dat op pagina 1.
GÖRING: Dat heb ik nooit bestreden. Dat was bij wet vastgelegd. Dit gaat over de tweede Reichsverteidigungsrat, niet de eerste. Bovendien was ik bij die vergadering niet aanwezig en ik wijs erop dat er aan de linkerkant een lijst staat met ambtenaren die aan die bijeenkomst deelnamen en in mijn geval staat er: “Minister president Veldmaarschalk Göring,” en rechts, als zijn vertegenwoordiger “Staatssecretaris Korner en Staatssecretaris Neumann.” Maar ik zal het document eerst door moeten lezen om er achter te komen of ik er persoonlijk aan deelnam.
Mr. JUSTICE JACKSON: Staat er niet op pagina 1, direct onder de plaats van vergadering, “Voorzitter: Minister president Göring”
GÖRING: Ik moet het eerst doorlezen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Bestrijdt u de echtheid van deze notulen
GÖRING: Ik heb ze nog niet doorgekeken.
Het lijkt me een absoluut waarheidsgetrouw afschrift van de notulen, dat geef ik toe. Maar we hebben het hier weer over een vergadering niet van de Reichsverteidigungsrat, zoals ik zei toen ik mijn raadsman antwoordde maar van een grotere bijeenkomst waaraan vele andere afdelingen deelnamen; en het gaat over de tweede Reichsverteidigungsrat die na 1938 werd ingesteld, geen geheime raad zoals het geval was tussen 1933 en 1938.
Mr. JUSTICE JACKSON: Met andere woorden, bij de beoordeling van uw getuigenis moeten we begrijpen dat wanneer u zegt dat er geen bijeenkomst was van de Reichsverteidigungsrat, u alleen maar bedoelt dat er geen vergaderingen waren waar geen andere mensen bij aanwezig waren
GÖRING: Nee, dat is niet juist. Er waren twee Reichsverteidigungsgesetze met betrekking tot de Reichsverteidigungsrat, dat heb ik in mijn verklaring proberen uit te leggen: De geheime Raad van 1933 tot 1938 die niet openbaar was en de Reichsverteidigungsrat die in 1933 werd ingesteld en in 1939 gewijzigd werd in de Ministerraad; deze laatste hield vergaderingen die op geen enkele wijze beperkt waren tot haar eigen leden.
Mr. JUSTICE JACKSON: U zegt dus dat dit niet de Reichsverteidigungsrat was die onder geheimhouding bijeen kwam?
GÖRING: De Aanklager wil dat ik allereerst met ja of nee antwoord. Het is moeilijk om deze vraag met ja of nee te beantwoorden. Ik blijf erbij dat de geheime Reichsverteidigungsrat, die niet openbaar was en ontstond uit een ministersvergadering in 1933, nooit bijeen kwam. Na 1938 werd onder een nieuw Reichsverteidigungsgesetz een nieuwe Raad gevormd. In die periode was het duidelijk dat we onze militaire onafhankelijkheid al hadden uitgeroepen. Deze eerste Raad, die de Aanklager de geheime noemt, kwam nooit bijeen en het document van gisteren bewijst dat.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wilt u naar pagina 19 van dit document gaan en me vertellen of een van de bijzondere zaken waarmee deze vergadering zich bezig hield, de opheffing van de geheimhoudingsplicht met betrekking tot het Reichsverteidigungsgesetz was?
GÖRING: Nee, dat is niet wat hier staat. Als ik het mag vertalen, het laatste punt op de agenda: Gevolgen van het opheffen van de geheimhoudingsplicht met betrekking tot het Reichsverteidigungsgesetz en maatregelen om de procedure te bespoedigen zijn al behandeld in een brief van de Reichsverteidigungsrat op 26 juni: "Gevolgen van het opheffen van de geheimhoudingsplicht met betrekking tot het bespoedigen van schriftelijke communicatie."
Mr. JUSTICE jACKSON:
U hebt gesteld dat wat de Joodse kwestie betreft sommige leden van de regering radicaler waren dan u. Wilt u zeggen wie dat waren?
GÖRING: In het algemeen gesteld, toen we de regering overnamen eisten we alleen maar dat ze uit politieke en andere leidende posities binnen de Staat moesten worden verwijderd.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat vroeg ik u niet.
De PRESIDENT: Dat is geen direct antwoord op de vraag. De vraag was of u zei dat sommige leden van de regering ten opzichte van Joden radicaler waren dan u. Wilt u ons zeggen welke leden van de regering radicaler waren dan u?
GÖRING: Neem me niet kwalijk. Ik begreep uit uw vraag niet of u bedoelde wie er radicaler waren of op welke manier ze radicaler waren. Als u vraagt wie dan zou ik willen zeggen dat het allereerst Minister Goebbels en Himmler waren.
Mr. JUSTICE JACKSON: Beschouwt u ook uw medebeklaagde Streicher als radicaler dan uzelf?
GÖRING: Ja, maar hij was geen lid van de regering.
Mr. JUSTICE JACKSON: Hij was Gauleiter van het gebied waarin we ons nu bevinden, niet waar?
GÖRING: Dat is juist; maar hij had weinig of geen invloed op maatregelen van de regering.
Mr. JUSTICE JACKSON: En Heydrich?
GÖRING: Heydrich was ondergeschikt aan Himmler. Als ik Himmler zei, bedoelde ik natuurlijk ook Heydrich.
Mr. JUSTICE JACKSON: Heydrich staat dus in de lijst met nog radicalere personen waarnaar u verwijst?
GÖRING: Dat is juist, ja.
Mr. JUSTICE JACKSON: En Bormann?
GÖRING: Pas in latere jaren zag ik dat Bormann steeds radicaler werd. Ik weet niets over zijn houding in het begin.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik wil met u kort terugblikken op datgene wat de Aanklager heeft begrepen als zijnde openbare acties, door u ondernomen met betrekking tot de Joodse kwestie. Vanaf het prille begin beschouwde u de verwijdering van Joden uit het economische leven van Duitsland als een onderdeel van het Vierjarenplan, waarvoor u verantwoordelijk was, niet waar?
GÖRING: De verwijdering, ja; dat is gedeeltelijk waar. Verwijdering voor zover het de grote fabrieken betrof want er waren voortdurend verstoringen welke waren te wijten aan het feit dat er grote fabrieken waren, ook wapenfabrieken, gedeeltelijk nog onder Joodse leiding of met Joodse aandeelhouders en dat gaf onder de lagere rangen aanleiding tot een zekere angst.
Mr. JUSTICE JACKSON: Begrijp ik nu hieruit dat u het Tribunaal wilt doen geloven dat het u alleen maar ging om de grote Joodse ondernemingen? Moeten we dat zo opvatten?
GÖRING: Ik maakte me in het begin niet druk over de kleine ondernemingen. Die maakten geen deel uit van het Vierjarenplan.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wanneer ging u zich wel druk maken over de kleine ondernemingen?
GÖRING: Toen de handel moest worden beperkt werd erop gewezen dat dit gedaan kon worden door de Joodse winkels het eerst te sluiten.
Mr. JUSTICE JACKSON: Laten we nu de openbare acties doornemen die u met betrekking tot de Joodse kwestie hebt ondernomen. Allereerst, hebt u de Neurenberger Wetten uitgevaardigd?
GÖRING: Als President van de Rijksdag ja. Dat heb ik al verklaard.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wanneer was dat?
GÖRING: 1935 meen ik, hier in Neurenberg.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat was het begin van de wettelijke maatregelen die tegen de Joden werden genomen, niet waar?
GÖRING: Dat was een wettelijke maatregel.
Mr. JUSTICE jACKSON:
Dat was de eerste van de wettelijke maatregelen die door uw regering tegen de Joden werd genomen, niet waar?
GÖRING: Nee, ik denk dat de uitzetting uit een ambt er eerder was.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wanneer was dat?
GÖRING: Ik kan de exacte datum niet noemen maar ik denk dat het in 1933 was.
Mr. JUSTICE JACKSON: Toen, op 1 december 1936 vaardigde u een wet uit volgens welke iedere Duitser die kapitaal naar het buitenland overbracht of in het buitenland achterliet, met de dood werd bestraft; de eigendommen van de schuldige door de Staat verbeurd verklaard en het Volksgerichtshof kreeg het recht op vervolging, niet waar?
GÖRING: Dat is correct; het "Gesetz zur Einschränkung ausländische Währung" Dat wil zeggen, iedereen die zonder toestemming van de regering een rekening in het buitenland had.
Mr. JUSTICE JACKSON: Uw derde openbare actie was op 22 april 1938 toen u het verbergen van het Joodse karakter van een onderneming binnen het Reich strafbaar stelde, niet waar?
GÖRING: Ja.
Mr. JUSTICE JACKSON: Daarna, op 28 juli 1939 publiceerde u, Hermann Göring, voorschriften met betrekking tot de bevoegdheden van rechtbanken om zaken af te handelen die onder die wet vielen, niet waar?
GÖRING: Wilt u me de tekst van de wet alstublieft voorlezen? Ik kan het me niet herinneren.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik ga geen tijd besteden aan voorlezen. Ontkent u dat u in 1939 in het Reichsgesetzblatt, pagina 1370, een wet publiceerde waarbij de bevoegdheden van rechtbanken om strafzaken tegen Joden af te handelen werden geregeld? Als u zich dat niet herinnert moet u het zeggen.
GÖRING: Ja, ik zeg dat ik me de wet niet kan herinneren. Als die in het Reichsgesetzblatt staat en mijn naam staat er onder, dan is dat natuurlijk zo; maar ik kan me de inhoud ervan niet herinneren.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu, op 26 april 1938 publiceerde u in het kader van het Vierjarenplan een decreet dat voorzag in de registratie van Joodse eigendommen en tevens bepaalde dat Joden binnen en buiten Duitsland hun eigendommen moesten laten registreren, niet waar?
GÖRING: Dat neem ik aan. Ik herinner het me niet meer maar als u het decreet daar hebt en door mij ondertekend is kan er geen twijfel over bestaan.
Mr. JUSTICE JACKSON: Op 26 maart 1938 publiceerde u in het kader van het Vierjarenplan een decreet, niet waar, volgens welk iedere eigendomsoverdracht van Joodse ondernemingen de goedkeuring van de autoriteiten behoefde?
GÖRING: Dat herinner ik me.
Mr. JUSTICE JACKSON: Daarna, op 12 november 1938 publiceerde u, ook in het kader van het Vierjarenplan, een decreet waarbij aan alle Joden als vergoeding een boete van 1 miljard Reichsmark werd opgelegd?
GÖRING: Ik heb al uitgelegd dat in die periode al die decreten door mij waren ondertekend en ik neem de volle verantwoordelijkheid daarvoor op me.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wel, ik vraag u of u dat bepaalde decreet niet hebt ondertekend? Ik ga u later daarover wat meer vragen stellen.
GÖRING: Ja.
Mr. JUSTICE JACKSON: Daarna, op 12 november 1938 tekende u ook een decreet, in het kader van het Vierjarenplan, waarin werd bepaald dat alle schade aan Joodse eigendommen als gevolg van de rellen van 1938 onmiddellijk door de Joden op hun eigen kosten moest worden hersteld en dat hun aanspraak op verzekering verviel aan het Reich. Hebt u die wet persoonlijk ondertekend?
GÖRING: Ik heb een gelijksoortige wet getekend. Of het precies dezelfde was als die welke u zojuist hebt voorgelezen, kan ik niet zeggen.
Mr. JUSTICE JACKSON: U ontkent niet dat dat de strekking van de wet was, niet waar?
GÖRING: Nee.
Mr. JUSTICE JACKSON: En op 12 november 1938 hebt u ook, eveneens in het kader van het Vierjarenplan, een wet ondertekend waarbij het Joden werd verboden, winkels te bezitten, zich als zelfstandig handwerksman te vestigen, goederen of diensten ter verkoop aan te bieden op markten, beurzen of tentoonstellingen, op te treden als leider van ondernemingen of leden van coöperaties? Herinnert u zich dat allemaal?
GÖRING: Ja. Dat zijn allemaal onderdelen van wetten ter verwijdering van het Jodendom uit het economische leven.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dan, 21 februari 1939. U tekende persoonlijk een wet, niet waar waarin werd bepaald dat de Joden al hun voorwerpen van edele metalen en gekochte juwelen binnen twee weken op het gemeentehuis moesten inleveren?
GÖRING: Ik kan het me niet herinneren, maar het is ongetwijfeld juist.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik verwijs naar Deel I van het Reichsgesetzblatt, 1939, pagina 282. Dat kunt u zich niet herinneren?
GÖRING: Ik heb het Reichsgesetzblatt nu niet voor me maar als er een decreet in het Reichsgesetzblatt staat, of een wet ondertekend met mijn naam, dan heb ik die wet ondertekend en uitgevaardigd.
Mr. JUSTICE JACKSON: Hebt u ook, op 3 maart 1939, een volgend besluit getekend waarin de lengte van de periode werd bepaald, waarbinnen welke soorten juwelen door Joden moesten worden afgegeven? Reichsgesetzblatt Deel I, 1939, pagina 387.
GÖRING: Ik neem aan dat dat het besluit was ter uitvoering van het eerder genoemde decreet. Een wet vereist soms aanpassingen en besluiten om die wet volgens de regels uit te voeren. Samengevat is dit één enkele maatregel.
Mr. JUSTICE JACKSON: Hebt u ook niet op 17 september 1940, in het kader van het Vierjarenplan, persoonlijk een besluit getekend waarin de onteigening van Joodse eigendommen in Polen werd bevolen?
GÖRING: Ja, zoals ik al eerder zei, in dat deel van Polen dat - mag ik wel zeggen, een voormalige Duitse provincie was - aan Duitsland zou worden teruggegeven.
Mr. JUSTICE JACKSON: Hebt u ook niet op 30 november 1940 persoonlijk een besluit getekend waarin werd bepaald dat Joden geen vergoeding zouden krijgen voor schade, veroorzaakt door vijandelijke aanvallen of door de Duitse strijdkrachten en hebt u dat niet ondertekend in uw hoedanigheid van President van de Reichsverteidigungsrat? Ik verwijs naar het Reichsgesetzblatt, Deel I, 1940, pagina 1547.
GÖRING Als u het daar voor u heeft moet het juist zijn.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat kunt u zich niet meer herinneren?
GÖRING: Niet alle wetten en besluiten afzonderlijk. Dat is onmogelijk.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dus u was het, niet waar, die op 31 juni 1941 een besluit ondertekende waarin Himmler, het hoofd van de Sicherheitspolizei (SIPO) en SS-Gruppenführer Heydrich werd gevraagd, plannen te ontwerpen voor de algehele oplossing van het Jodenvraagstuk?
GÖRING: Nee, dat is niet waar. Ik ken dat besluit heel goed.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik vraag dat u Document 710, Bewijsstuk USA-509 wordt getoond.
De PRESIDENT: Is dat 710-PS?
Mr. JUSTICE JACKSON: 710-PS, Edelachtbare.
(Hij wendt zich tot getuige) Dat document is door u ondertekend, niet waar?
GÖRING: Dat is juist.
Mr. JUSTICE JACKSON: En het is gericht aan het hoofd van de SIPO, de Sicherheitsdienst (SD) en aan SS-Gruppenführer Heydrich, niet waar?
GÖRING: Dat is ook correct.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik weet niet zeker of het hele ding in het verslag is opgenomen maar ik meen dat dat wel moet en, om geen moeilijkheden bij de vertaling te ondervinden, u me maar verbetert als ik een fout maak.
"Als aanvulling op de taak die u op 24 januari 1939 is opgedragen.."
GÖRING: Hier maakt u al een fout. Er staat: "Als aanvulling op.." (complementing) niet "voltooiing" (completing) ..de taak die u is opgedragen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Uitstekend, ik accepteer dat.".....welke omvat het sterk bevorderen van emigratie en evacuatie voor het bereiken van een zo voordelig mogelijke oplossing van het Joodse probleem. Ik draag u hierbij op alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen met betrekking tot organisatorische en financiële aangelegenheden om te komen tot een volledige oplossing van het Jodenvraagstuk in de Duitse invloedssfeer in Europa."
Is dit tot zover juist?
GÖRING: Nee, dat is volkomen verkeerd vertaald.
Mr. JUSTICE JACKSON: Geeft u ons uw vertaling dan maar.
GÖRING: Mag ik voorlezen wat hier staat?
"Als aanvulling op de taak die u al op 24 januari 1939 is opgedragen, het Joodse vraagstuk naar de huidige omstandigheden op de beste manier op te lossen door middel van emigratie en evacuatie, draag ik u hierbij op, alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen met betrekking tot organisatorische, feitelijke en materiële aangelegenheden om te komen tot....." en nu komt het beslissende woord dat verkeerd vertaald is "...voor een volledige oplossing...", niet "...voor een definitieve oplossing ....".
"...voor een volledige oplossing voor het Joodse vraagstuk binnen de Duitse invloedssfeer in Europa. Mochten deze binnen de bevoegdheden van andere regeringsinstanties vallen, dan dienen deze instanties hun medewerking te verlenen."
"Ik draag u verder op mij zo spoedig mogelijk een globaal ontwerp te overleggen dat de organisatorische en materiële maatregelen bevat om de gewenste totale oplossing van het Jodenvraagstuk te bereiken.... Als aanvulling op de taak die u op 24 januari 1939 is opgedragen"
Dat was op een tijdstip waarop er nog geen oorlog was of vooruitzicht op een oorlog.
Mr. JUSTICE JACKSON: Brengt u nu verslag uit over de maatregelen of geeft u er een verklaring van?
GÖRING: Ik wilde een uitleg aan het citaat toevoegen en op de datum wijzen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ja, ik wilde het alleen niet laten voorkomen alsof het een onderdeel van de maatregel was. Het laatste wat er staat luidt:
"Ik draag u verder op mij op korte termijn een globaal ontwerp met betrekking tot de organisatorische, feitelijke en materiële maatregelen toe te zenden die nodig zijn voor het bereiken van de gewenste oplossing van het Jodenvraagstuk."
Is dat een in wezen correcte vertaling van uw bevel aan Heydrich en Himmler?
GÖRING: Aan Heydrich en aan andere regeringsinstanties die er ook maar iets mee te maken hadden. Dat kunt u zien in het eerste deel van de brief, de laatste zin.
Mr. JUSTICE JACKSON: Laat er nu geen misverstand over deze vertaling ontstaan. Deze brief was gericht aan het hoofd van de SIPO en de SD en aan SS-Gruppenführer Heydrich. Dat hebben we goed niet waar?
GÖRING: Dat is juist maar in dat verband wil ik iets uitleggen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Gaat uw gang.
GÖRING: De reden waarom ik deze brief heb gestuurd was dat bij het besluit van 24 januari 1939, Heydrich, het kan ook Himmler geweest zijn, tot taak had gekregen zich bezig te houden met de emigratie van de Joden. Daarom was dit het betrokken ministerie en het was tot het ministerie dat de taak had gekregen dat ik mij moest wenden met betrekking tot alle materiële en economische zaken die uit die taak voortvloeiden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ja. En u droeg alle andere regeringsinstanties op om met de SIPO en de SS samen te werken bij de definitieve oplossing van het Jodenvraagstuk niet waar?
GÖRING: Er staat hier niets over de SS, alleen over de SIPO, een regeringsinstantie. Het feit dat Heydrich SS-Gruppenführer was had er niet direct iets mee te maken want de brief werd verzonden aan het hoofd van de SIPO -met vermelding van zijn rang van SS-Gruppenführer Heydrich.
Mr. JUSTICE JACKSON: Het noemen van zijn rang bij de SS was maar overbodig en heeft met de zaak niets te maken?
GÖRING: Dat moet ik uitleggen. Als ik bijvoorbeeld aan de opperbevelhebber van het leger schrijf, dan schrijf ik: "Aan Kolonel-generaal of Veldmaarschalk Von Brauchitsch." En wanneer ik aan het hoofd van de SIPO schrijf, dan adresseer ik het als: "Aan het Hoofd van de Sicherheitspolizei, SS-Gruppenführer Heydrich." Dat was zijn rang en zijn titel. Het betekent echter niet dat de SS er iets mee te maken had.
GÖRING: Ik wist toen niets van Heydrich's rol bij de rellen - alleen van Heydrich 's rapport over de rellen- waar ik om had gevraagd.
Mr. JUSTICE JACKSON: Goed. Nu zullen we u document 3058-PS laten zien, bewijsstuk USA-508.
(het document wordt aan beklaagde overhandigd.)
Dat is het verslag, geschreven door Heydrich dat u zegt te hebben ontvangen en het is gedateerd 11 november 1938, niet waar?
GÖRING: Dat is correct.
Mr. JUSTICE JACKSON: En het meldde u over de plundering van Joodse winkels, de arrestatie wegens plundering van 174 personen, de verwoesting van 815 winkels, het in brand steken of vernielen van 171 woningen en dat dit slechts een fractie was van de feitelijk toegebrachte schade; 191 synagogen werden in brand gestoken en nog eens 76 volledig verwoest; bovendien werden er 11 pastoriën, grafkapellen en gelijksoortige gebouwen in brand gestoken en nog eens drie volledig verwoest; 20.000 Joden werden gearresteerd, ook nog 7 Ariëres en 3 buitenlanders – de laatste drie voor hun eigen veiligheid; er werden 36 doden gemeld en het aantal zwaar gewonden bedroeg ook 36. De doden en gewonden waren allen Joden. Een Jood wordt nog vermist. Onder de gedode Joden bevond zich 1 Pool en onder de gewonden 2 Polen.
U kreeg dat rapport op of rond 11 november 1938, niet waar?
GÖRING: Dat is juist. Dat is het verslag dat door mij is genoemd en ik had aan de politie gevraagd het te leveren omdat ik wilde weten wat er tot dan toe was gebeurd.
Mr. JUSTICE JACKSON: Precies. En bovenaan werd een notitie gemaakt: “De Generalfeldmarschall is ingelicht en er mogen geen stappen worden ondernomen.” Was dat zo?
GÖRING: Dat is niet helemaal waar. Er staat hier: “Generalfeldmarschall heeft er nota van genomen. Er mogen door geen enkele andere instantie stappen worden ondernomen,” want ik wilde die zelf nemen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu weet u dat dat niet waar is; dat er door een of andere instantie stappen moesten worden genomen? Ik vraag u op de man af of u het Tribunaal de waarheid vertelt wanneer u zegt dat er door niemand anders stappen mochten worden ondernomen.
GÖRING: Dit is een notitie van mijn stafafdeling, dat er door die afdeling niets gedaan mocht worden omdat ik zei dat ik het zelf zou behandelen. In feite ging ik met dit rapport rechtstreeks naar de Führer.
Mr. JUSTICE JACKSON: Goed. Hebt u een rapport ontvangen van de Opperrechter van de Nazi Partij, gedateerd München, 13 februari 1939, betreffende de procedure die door de Partei in deze zaken is gevolgd?
GÖRING: Dat klopt. Ik heb dat rapport veel later ontvangen.
Mr. JUSTICE JACKSON: En in die periode benoemde u ....ik trek de vraag in. Het blijkt duidelijk uit de data van de documenten. U bevestigde de ontvangst van dat document aan partijgenoot Buch?
GÖRING: Dat is ook juist.
Mr. JUSTICE JACKSON: En de enige maatregelen die naar aanleiding van deze rellen werden genomen waren die welke door het Hohes Parteigericht werden genomen niet waar?
GÖRING: Niet helemaal, sommigen werden voor een gewone rechtbank gedaagd. Dat staat ook in het rapport.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik verzoek dat rapport aan hem te tonen, document 3063-PS. Het is niet als bewijsmateriaal ingebracht. Omdat het document hier blijkbaar niet is ingebracht, vraag ik u uit uw geheugen te putten.
GÖRING: Ik ken het vrij goed.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat dacht ik al.
GÖRING: Nee, omdat het me hier al overhandigd is.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ja, het is u niet onthouden. Nu, in de eerste plaats schreef het Parteigericht dat het waarschijnlijk algemeen bekend was, ik citeer: "aan alle aanwezige partijleiders uit mondelinge instructie van het Reichspropagandaministerium dat het naar buiten toe niet over mocht komen dat de Partij organisator van deze demonstraties was, maar deze in werkelijkheid moest organisereren en uitvoeren." Was dat het rapport van het Parteigericht?
GÖRING: Het Parteigericht stelde op grond van haar onderzoek vast dat het hoofd van het Propagandeministerium, Dr. Goebbels, deze aanwijzing had uitgegeven. Mag ik vragen of we het over een rapport van maart of misschien april hebben?
Mr. JUSTICE JACKSON: De datum is 13 februari 1939.
GÖRING: Ja, dat is juist; dat is de uitslag van het onderzoek na de incidenten.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat klopt. Nu, tengevolge van de rellen heeft het hof, het Parteigericht dit ook aan u gerapporteerd: Het Höheres Parteigericht heeft zichzelf het recht toegeëigend de moorden te onderzoeken, eveneens de ernstige mishandelingen en morele zaken en zal de Führer verzoeken de aanklachten tegen de personen, die door het Hof niet schuldig zijn bevonden aan excessen, in te trekken?
GÖRING: Dat is correct.
Mr. JUSTICE JACKSON: En het Parteigericht bestond uit Gauleiter en afdelingshoofden van de Partij?
GÖRING: Het Parteigericht veranderde nogal eens van samenstelling. Ik kan zonder het document te hebben, nu niet zeggen wie er zitting hadden bij de rechtbank...... Ik krijg nu het document.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik vestig uw aandacht op pagina 4, onderaan, waar het rapport luidt: "Gauleiter en afdelingshoofden fungeerden als rechter bij zittingen en besluiten."* GÖRING: Ja, het sprak vanzelf dat de rechters van het Parteigericht altijd uit deze groepen werden benoemd, afhankelijk van hun positie. Ik wilde alleen maar zeggen dat ik niet weet wie er toen zitting hadden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Het Parteigericht oordeelde dat vijf personen schuldig waren aan een overtreding, niet waar? Nummer 1, een partijlid was schuldig aan een morele misdaad en racistisch geweld en werd uit de Partij gezet. Klopt dat?
GÖRING: En overgedragen aan de strafrechter. Dat staat tenminste in de laatste zin.
Mr. JUSTICE JACKSON: Dat klopt. Een ander partijlid, zaak nummer 2 werd verdacht van racistisch geweld en uit de Nazi Partij gezet.
GÖRING: Geroyeerd op verdenking van racistisch geweld en diefstal en overgedragen aan de normale rechtbank.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ja; en nummer 2, Gustav werd wegens diefstal uit de Partij en uit de SA gezet. Klopt dat?
GÖRING: U bent bij nummer 3?
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik heb nummer 2, Gustav, de eerste naam die wordt genoemd.
GÖRING: Gustav is de voornaam - Gerstner ja - wegens diefstal; ook overgedragen aan de normale rechtbank op verdenking van racistisch geweld.
Mr. JUSTICE JACKSON: De derde zaak gaat om twee royementen van partijleden wegens morele misdaden tegen een Jodin en ze zitten nu in preventieve hechtenis niet waar?
GÖRING: Uit de NSDAP gezet en in preventieve hechtenis genomen en later overgedragen aan een burgerlijke rechtbank. Ik weet dat heel goed.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu komen we bij de zaken 4 en 5, de eerste betreft een man, lid van de Partij en van de SA, die een terechtwijzing kreeg en ongeschikt werd verklaard, drie jaar lang zijn ambt uit te oefenen vanwege een disciplinaire overtreding, namelijk het in strijd met een bevel doden van het Joodse echtpaar Selig. Is dat juist?
GÖRING: Dat is juist.
Mr. JUSTICE JACKSON: In de laatste van deze twee zaken kreeg de overtreder een terechtwijzing en werd ongeschikt verklaard, drie jaar lang zijn ambt uit te oefenen wegens het neerschieten van een 16-jarige Jood, in strijd met een bevel en na het einde van de demonstratie. Is dat correct?
GÖRING: Dat is correct.
Mr. JUSTICE JACKSON: We komen nu toe aan zaken met betrekking tot het ombrengen van Joden, waarbij zaken werden geseponeerd of slechts lichte straffen opgelegd. Ik ga niet in op de details maar het is een feit dat er door het Höheres Parteigericht slechts milde straffen werden opgelegd voor het ombrengen van Joden, niet waar?
GÖRING: Ja, dat klopt.
Mr. JUSTICE JACKSON: Wilt u nu naar pagina 8 gaan?
GÖRING: Een moment graag.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik vestig uw aandacht op het taalgebruik in de Zaken 3 tot 16.
GÖRING: Welke pagina?
Mr. JUSTICE JACKSON: Negen, geloof ik. Het Höheres Parteigericht vraagt de Führer de vonnissen van de Staatsrechtbank "niederzuschlagen".
GÖRING: Vernietigen, ongedaan maken ....betekent nog niet verzwijgen; een strafzaak kan worden "niedergeschlagen." In Duitsland is dat iets anders dan ongedaan maken.
Mr. JUSTICE JACKSON: Goed, geeft u ons uw versie en vertel ons wat het is. Wat betekent "een proces niederschlagen"? Betekent dat dat het beëindigd wordt?
GÖRING: Dat betekent het, maar het kan alleen worden bevolen door een instantie die er het recht toe heeft; dat wil zeggen, de Führer kan op ieder moment een zaak "niederschlagen" door middel van amnestie. Het Kabinet kon op elk moment een besluit uitvaardigen een zaak "niederzuschlagen", hem seponeren zou onwettig zijn. In Duitsland is "niederschlagen" een juridische term die "intrekken" betekent.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nog een vraag. Er werd in dat rapport ook aan u gemeld, niet waar -ik verwijs naar pagina 11:
"De grote massa realiseert zich tot de laatste man dat politieke manifestaties, zoals die van 9 november, worden georganiseerd en geleid door de Partij of dit nu wordt toegegeven of niet. Toen alle synagogen in dezelfde nacht afbrandden, moest dit op een of andere wijze georganiseerd zijn en dat kon alleen maar door de Partij zijn georganiseerd."
Dat stond ook in het verslag van het Höheres Parteigericht,niet waar?
GÖRING: Ik heb het nog niet gevonden. Het staat niet op dezelfde pagina die ik hier heb.
Mr. JUSTICE JACKSON: Laten we het maar opzoeken en er geen misverstanden over laten bestaan. Ik zou denken, helemaal onderaan pagina 10 misschien, daar begint het.
GÖRING: Ja, ik heb het net gevonden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Heb ik u er een redelijk correcte vertaling van gegeven?
GÖRING: Dat is juist.
De PRESIDENT: Is dit een goed moment om te pauzeren? Voordat ik de zitting schors, wilt u de documenten die u aan getuige hebt getoond, als bewijsmateriaal inbrengen. Die welke nog geen officieel bewijs zijn?
Mr. JUSTICE JACKSON: Ja, dat moet Edelachtbare. Ik zal het doen.
De PRESIDENT: Ik meen dat document 3575-PS gisteren al is aangeboden maar nog niet als officieel bewijsstuk; vandaag document 3063-PS en nog een document waarvan ik het nummer niet heb.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik stel het erg op prijs dat u het onder mijn aandacht brengt.
(De zitting wordt geschorst.)

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
invloedssfeer
Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Nazisme
Afkorting van nationaal-socialisme.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rijksdag
Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
Rijnland
Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
Sicherheitsdienst (SD)
De nationaal-socialistische inlichtingen en (contra)spionagedienst van de SS.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
16-03-2009
Laatst gewijzigd:
06-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.