Verhoor Dr. Franz Blaha

Zitting 11-01-1946

Mr. DODD (Aanklager namens de Verenigde Staten): Geacht Tribunaal, wij willen nu graag de getuige, Dr. Franz Blaha oproepen. (Getuige Blaha gaat naar de beklaagdenbank).
De PRESIDENT (tot de getuige): Is uw naam Franz Blaha?
Dr. FRANZ BLAHA (getuige; in het Tsjechisch): Dr. Franz Blaha.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: "Ik zweer bij God de Almachtige en Alwetende dat ik de waarheid zal spreken, de hele waarheid en niets dan de waarheid." (getuige herhaalt de eed.)
De PRESIDENT: Neemt u plaats alstublieft.
Mr. DODD: U bent Dr. Franz Blaha, geboren en woonachtig in Tsjechoslowakije, niet waar?
BLAHA: (in het Tsjechisch): Ja.
Mr. DODD: Ik begrijp dat u Duits spreekt en om technische redenen stel ik voor dit verhoor in het Duits te houden, hoewel ik weet dat uw moedertaal Tsjechisch is, klopt dat?
BLAHA: (in het Tsjechisch): In het belang van dit proces zal ik graag in het Duits getuigen om de volgende redenen: 1 Gedurende de afgelopen zeven jaar, het onderwerp van mijn getuigenis, heb ik uitsluitend in een Duitse omgeving geleefd; 2 Een groot aantal speciale technische uitdrukkingen met betrekking tot de concentratiekampen en het leven daarin, zijn puur Duitse uitvindingen en er kunnen in geen enkele andere taal overeenkomstige termen voor worden gevonden.
Mr. DODD: Dr. Blaha, door opleiding en ervaring bent u van beroep doctor in de geneeskunde?
BLAHA: (in het Duits): Ja.
Mr. DODD: En in 1939 was u directeur van een ziekenhuis in Tsjechoslowakije?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: U werd in 1939 door de Duitsers gearresteerd, niet waar, toen zij Tsjechoslowakije bezetten?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: En tussen 1939 en 1941 verbleef u in diverse gevangenissen?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: U verbleef in het concentratierkamp Dachau vanaf 1941 tot april 1945?
BLAHA: Ja, tot het einde.
Mr. DODD: Toen dat kamp door Geallieerde strijdkrachten werd bevrijd?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: U hebt op 9 januari van dit jaar in Neurenberg onder ede een verklaring afgelegd, niet waar?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: Geacht Tribunaal, deze verklaring draagt het nummer 3249-PS (zie: verklaring Dr. Blaha) en ik wil deze nu overleggen. Het is bewijsstuk USA 663. Ik denk dat we de duur van deze ondervraging met ongeveer driekwart kunnen inkorten door het overleggen van deze verklaring en ik zou hem willen voorlezen. Het zal veel minder tijd kosten deze verklaring voor te lezen dan wanneer we er in de vorm van vraag en antwoord doorheen gaan en deze bevat een groot deel van wat we van deze getuige willen horen.
De PRESIDENT: Prima.
Mr. DODD: Ik zou deze niet hebben voorgelezen als we de tijd hadden gehad om een vertaling in het Russisch en het Frans te laten maken, maar helaas was dat niet mogelijk in de paar dagen die we hadden.
(tot de getuige) Dr. Blaha, kunt u verklaren of er wel of geen bezoekers in het kamp Dachau kwamen toen u daar was?
BLAHA: Er kwamen heel veel bezoekers naar ons kamp zodat het ons soms leek of we niet in een kamp zaten maar op een tentoonstelling of in een dierentuin. Soms was er bijna iedere dag een bezoek of een excursie van een school, van verschillende militaire, medische en andere instanties en ook veel leden van de politie, de SS, de strijdkrachten; ook ...
De PRESIDENT: Wilt u even wachten zodat de tolken de tijd krijgen erdoor te komen, begrijpt u?
BLAHA: Ja. Ook kwamen er leden van de regering naar het kamp. Regelmatige inspecties gebeurden iedere maand door de Inspecteur-generaal van de Concentratiekampen, Obergruppenführer Pohl, ook door SS Reichsführer Professor Grawitz, Inspecteur van de Versuchsabteiluing, Standartenführer Dr. Lolling en andere personen.
Mr. DODD: De Voorzitter vroeg u te wachten en het zou nuttig zijn te wachten met uw antwoorden zodat de tolken hun vertaling kunnen afmaken.
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: Kunt u zeggen hoe lang die bezoeken gemiddeld duurden?
BLAHA: Dat hing af van het soort bezoek. Sommigen waren een half uur tot een uur binnen, sommigen wel drie of vier uur.
Mr. DODD: Waren er ooit vooraanstaande leden van de regering die het kamp bezochten toen u daar was?
BLAHA: Toen ik er was kwamen er vele personages naar het kamp. Reichsführer Himmler kwam vaak naar Dachau en was ook aanwezig bij de experimenten. Ik was bij die gelegenheden zelf aanwezig. Er waren ook andere personages, ik heb zelf drie rijksministers gezien en van Duitse politieke gevangenen die dus deze mensen kenden, hoorde ik dat diverse andere personages het kamp bezochten. Ik zag ook tweemaal hoge Italiaanse officieren en een keer een Japanse officier.
Mr. DODD: Herinnert u zich de namen van deze vooraanstaande leden van de regering, of herinnert u zich in het bijzonder wie zij waren?
BLAHA: Behalve Himmler was Bormann er, Gauleiter Wagner ook, Gauleiter Giesler, Rijksministers Frick, Rosenberg, Funk en Sauckel, ook de generaal van de politie Daluege en anderen.
Mr. DODD: Werden de mensen die u net noemde door het kamp rondgeleid toen u daar was?
BLAHA: In het algemeen was de rondleiding door het kamp zo geregeld dat de bezoekers eerst naar de keukens werden gebracht, daarna naar de wasserij, dan naar het hospitaal, dat wil zeggen, meestal naar de afdeling chirurgie en dan naar de malariaafdeling van Professor Schilling en naar de experimentele afdeling van Dr. Rascher. Dan gingen ze verder naar een paar barakken, speciaal die van Duitse gevangenen en ze bezochten soms ook de kapel, die echter was ingericht voor uitsluitend Duitse geestelijken. Soms werden ook verschillende personen getoond en aan de bezoekers voorgesteld. Het was zo geregeld dat er altijd eerst een "groene" beroepsmisdadiger werd uitgekozen en voorgesteld als moordenaar; dan werd de burgemeester van Wenen, Dr. Schmitz meestal als tweede voorgesteld, dan een hoge Tsjechische officier, dan een homosexueel, een zigeuner, een katholieke bisschop of een andere Poolse priester met een hoge functie, dan een professor aan een universiteit, in deze volgorde zodat de bezoekers het altijd vermakelijk vonden.
Mr. DODD: Heb ik begrepen dat u Kaltenbrunner als een van de bezoekers hebt genoemd of niet?
BLAHA: Ja, Kaltenbrunner was er ook bij. Hij was er samen met Generaal Daluege. Dat was meen ik in 1943. Ik stelde ook belang in Generaal Daluege omdat hij na de dood van Heydrich Protector van Bohemen en Moravië was geworden en ik wilde hem ontmoeten.
Mr. DODD: Hebt u Kaltenbrunner daar zelf ontmoet?
BLAHA: Ja. Hij werd mij aangewezen. Ik had hem nog niet eerder gezien.
Mr. DODD: Heb ik begrepen dat u de naam Frick noemde als een van degenen die u daar zag?
BLAHA: Ja, dat was in 1944, de eerste helft van 1944.
Mr. DODD: Waar zag u hem? Waar in het kamp zag u hem?
BLAHA: Ik zag hem vanuit het raam van het hospitaal toen hij met zijn gevolg binnenkwam, met verschillende mensen.
Mr. DODD: Ziet u iemand met de naam Frick, die u op die dag zag nu hier in de rechtszaal?
BLAHA: Ja, de vierde man van rechts op de eerste rij.
Mr. DODD: Ik begreep dat u ook de naam Rosenberg heeft genoemd als een van diegenen die u daar zag.
BLAHA: Ik herinner me dat er kort na mijn aankomst in het kamp Dachau dat er bezoek was en toen heeft een van mijn Duitse kameraden mij Rosenberg aangewezen.
Mr. DODD: Ziet u die man nu in de rechtszaal?
BLAHA: Ja, het is de tweede van links op de eerste rij.
Mr. DODD: Ik begreep ook dat u Sauckel hebt genoemd als een van diegenen die in het kamp aanwezig waren.
BLAHA: Ja, maar ik heb hem zelf niet gezien; ik hoorde alleen maar dat hij sommige fabrieken en wapenwerkplaatsen had bezocht en dat was meen ik in 1943.
Mr. DODD: Was het algemeen bekend in het kamp dat iemand met de naam Sauckel het kamp bezocht en in het bijzonder de munitiefabriek?
BLAHA: Ja, dat was algemeen bekend in het kamp.
Mr. DODD: Ik begreep ook dat u Funk hebt genoemd als een van de bezoekers aan dit kamp.
BLAHA: Ja, hij was ook bij een bezoek aanwezig en ik herinner me dat het was ter gelegenheid van een conferentie van de As-mogendheden in Salzburg of Reichenhall. Het was bij zulke gelegenheden, een partijconventie of een viering in München, Berchtesgaden of Salzburg, gebruikelijk dat diverse personages van de viering naar Dachau kwamen voor een bezoek. Dat was ook het geval met Funk.
Mr. DODD: Hebt u zelf Funk daar gezien?
BLAHA: Nee, ik heb hem niet zelf gezien, ik heb alleen maar gehoord dat hij er was.
Mr. DODD: Was dat toen algemeen bekend in het kamp?
BLAHA: Ja, we wisten van te voren dat hij zou komen.
Mr. DODD: Waren er nog bezoeken na het einde van 1944 of in de eerste maanden van 1945?
BLAHA: Er waren nog wel bezoeken maar erg weinig omdat er toen een typhus epidemie in het kamp heerste en er quarantaine was ingesteld.
Mr. DODD: Dokter, u bent nu directeur van een ziekenhuis in Praag, niet waar?
BLAHA: Ja.
Mr. DODD: Ik heb geen verdere vragen voor deze getuige.
De PRESIDENT: Wenst een andere raadsman van de Verdediging vragen te stellen? Kolonel Pokrovski? (Kolonel Pokrovski steekt zijn hand op) Ik schors de zitting voor tien minuten.

De PRESIDENT: Ik heropen de zitting. Kol. Pokrovski, uw getuige.
KOLONEL. Y.V. POKROVSKI (plv. Hoofdaanklager voor de USSR): Ik zou graag toestemming krijgen deze getuige enkele vragen te stellen. (hij wendt zich tot de getuige) Vertelt u ons, getuige weet u wat het specifieke doel van het concentratiekamp Dachau was; was het echt een concentratiekamp voor vernietiging?
BLAHA: Tot aan het jaar 1943 was het echt een vernietigingskamp. Na 1943 werden er een groot aantal fabrieken en munitiewerkplaatsen opgericht, ook binnen het kamp, zeker nadat de bombardementen begonnen en toen werd het meer een werkkamp. Maar wat gevolgen betreft was er geen verschil want de gevangenen moesten zo hard werken, terwijl ze honger leden, dat ze eerder van honger en uitputting stierven dan van mishandelingen.
KOL. POKROVSKI: Moet ik u zo begrijpen dat Dachau in feite zowel voor als na 1943 een vernietigingskamp was en dat er meerder manieren waren om mensen te vernietigen?
BLAHA: Dat is zo.
KOL. POKROVSKI: Hoeveel, volgens uw eigen waarneming, kwamen er naar dit vernietigingskamp Dachau, hoeveel gevangenen kwamen er oorspronkelijk uit de USSR, hoeveel werden er in het kamp "verwerkt"?
BLAHA: Dat kan ik niet met zekerheid zeggen, alleen maar bij benadering. Allereerst waren er na november 1941 uitsluitend Russische krijgsgevangene in uniform. Ze hadden gescheiden kampen en werden binnen een paar maanden geliquideerd. In de zomer van 1942 werden zij die daarvan overbleven -ik denk dat het 12.000 krijgsgevangenen waren- afgevoerd naar Mauthausen waar zij, naar ik van mensen hoorde die van Mauthausen naar Dachau kwamen, in gaskamers werden geliquideerd. Toen, na de Russische krijgsgevangenen, werden er Russische kinderen naar Dachau gebracht. Het waren geloof ik 2.000 jongens tussen 6 en 17 jaar oud. Ze werden in een of twee aparte barakken vastgehouden. Ze werden aan bijzonder wrede mensen, de "groenen" toegewezen, die ze bij iedere stap afranselden. Deze jonge jongens .........
KOL. POKROVSKI: Wat bedoelt u met "de groenen"?
BLAHA: Dat waren zogenaamde beroepsmisdadigers. Ze ranselden die jonge jongens af en lieten ze het zwaarste werk doen. In het bijzonder werkten ze op de plantages waar ze ploegen, zaaimachines en walsen moesten trekken, in plaats van daar paarden of tractoren voor te gebruiken. Ook werden voor alle Transportkommandos uitsluitend Russische kinderen gebruikt. Tenminste 70% van hen stierf aan tuberculose denk ik en degenen die overbleven werden later, in 1943 of begin 1944 naar een speciaal kamp in Tirol gestuurd. Dan, na de kinderen werden enige duizenden zogenaamde Ostarbeiter vermoord. Dat waren burgers die uit de gebieden in het oosten naar Duitsland waren gehaald en dan vanwege zogenaamde sabotage van het werk naar concentratiekampen werden gestuurd. Bovendien waren er nog veel Russische officieren en intellectuelen...
KOL. POKROVSKI: Ik zou u willen vragen wat preciezer te zijn in uw antwoorden met betrekking tot de personen die u "groenen" noemt. Heb ik u goed begrepen wanneer u zei dat die misdadigers tot taak hadden, toezicht te houden op de gevangenen die in het kamp aankwamen?
BLAHA: Ja.
KOL. POKROVSKI: En deze beroepsmisdadigers kregen de volledige leiding over deze kinderen, ze sloegen en mishandelden deze kinderen van Sovjet burgers en zetten ze aan werk ver boven hun kunnen zodat ze tuberculose kregen?
BLAHA: Ja.
KOL. POKROVSKI: Wat weet u van de executies van burgers van de USSR die in het kamp werden voltrokken?
BLAHA: Ik denk dat ik niet ver van de waarheid af ben als ik zeg dat van al die geëxecuteerden, minsten 75% Russisch was en dat zowel vrouwen als mannen van buiten naar Dachau werden gebracht om te worden geëxecuteerd.
KOL. POKROVSKI: Kunt u ons meer bijzonderheden geven over de executie van 94 veld- en stafofficieren van het Rode Leger, waarover u het al gehad hebt in antwoord op een vraag van mijn collega? Wie waren deze officieren, welke rang hadden zij? Wat was de reden voor hun executie? Weet u er iets van?
BLAHA: In de zomer of het late voorjaar van 1944 werden er hoog geplaatste Russische officieren, generaals, kolonels en majoors naar Dachau gestuurd. Gedurende de daarop volgende weken werden ze verhoord door de politieke afdeling, met andere woorden, na elke ondervraging werden ze in mishandelde toestand naar het kamphospitaal gebracht. Ik zag er zelf een paar, en kende die goed, die weken lang op hun buik moesten liggen en we moesten door operatieve ingrepen delen van hun huid en hun spieren verwijderen die waren afgestorven. Velen bezweken aan deze wijze van ondervraging. De anderen, 94 in getal werden op bevel van het RSHA in Berlijn begin september 1944 naar het crematorium gebracht en daar, terwijl ze neerknielden, met een nekschot afgemaakt.
Bovendien werden in de winter en het voorjaar van 1945 diverse Russische officieren uit Einzelhaft naar het crematorium gebracht en daar ofwel opgehangen, ofwel neergeschoten.
KOL. POKROVSKI: Ik zou u graag dezelfde soort vraag willen stellen over de executie van de 40 Russische studenten. Is het mogelijk dat u ons enkele bijzonderheden over de executie vertelt?
BLAHA: Ja, die Russische studenten en intellectuelen -ik kan me herinneren dat er ook een dokter bij was- zij werden vanuit het kamp Moosburg naar Dachau overgebracht en na één maand waren ze allemaal geëxecuteerd. Dat was in maart 1944.
KOL. POKROVSKI: Weet u toevallig wat de reden voor hun executie was?
BLAHA: Het bevel ervoor kwam uit Berlijn. We kwamen niet achter de reden want ik zag de lichamen pas na de executie en de reden werd hardop voorgelezen voordat de executie plaats vond.
KOL. POKROVSKI: Deze executie gaf de indruk dat het een onderdeel van de hele opzet was om alle personen die Dachau binnenkwamen, uit te roeien?
BLAHA: Ja, het was eenvoudig te begrijpen dat deze executies, deze invalidentransporten en de wijze waarop men met epidemieën omging allemaal onderdeel waren van de alles omvattende opzet, mensen te vernietigen en in het bijzonder, en dit wil ik benadrukken, waren het altijd de Russische gevangenen die het slechtst behandeld werden.
KOL. POKROVSKI: Zou u zo vriendelijk willen zijn, te vertellen wat u bekend is met betrekking tot degenen die in de catgorie "Nacht und Nebel" vielen? Waren er veel van die gevangenen? Kent u de reden waarom zij naar het concentratiekamp werden gestuurd?
BLAHA: Er kwamen veel zogenaamde "Nacht und Nebel" gevangenen naar het concentratiekamp. De mensen met dat kenmerk kwamen grotendeels uit de westelijke landen van Europa, in het bijzonder Fransen, Belgen en Hollanders. De Russen -en dit was ook het geval met de Tsjechen en dus ook in mijn geval- hadden vaak het kenmerk: "Rückkehr unerwünscht". Dat betekende in feite hetzelfde. Kort voor de bevrijding werden op bevel van de kampcommandant veel van deze mensen omgebracht, met andere woorden, vòòr het crematorium neergeschoten. Veel van deze mensen, in het bijzonder de Fransen en Russen, die ernstig aan typhus leden en 40 graden koorts hadden, werden op draagbaren naar de executieplaats gebracht.
KOL. POKROVSKI: Ik meen dat u iets zei over een aanzienlijk aantal gevangenen dat van honger stierf. Kunt u mij zeggen hoe groot dat aantal was -het aantal mensen dat van honger stierf?
BLAHA: Ik geloof dat twee derde van de hele kampbevolking aan ernstige ondervoeding leed en dat tenminste 25% van de doden letterlijk van honger waren omgekomen. In het Duits heette dat: "Hungertyphus". Afgezien daarvan, tuberculose was de meest verspreide ziekte in het kamp en het verspreidde zich ook vanwege ondervoeding. De meeste slachtoffers daarvan waren Russen.
KOL. POKROVSKI: Ik meen dat u zei, in antwoord op een vraag van mijn collega, dat het merendeel van degenen die van honger en uitputting stierven, Fransen, Russen en Italianen waren. Hoe verklaart u het feit dat in deze groepen gevangenen meer mensen stierven dan in andere groepen?
BLAHA: Ja.
KOL. POKROVSKI: Hoe verklaart u dat in het bijzonder Russen, Fransen en Italianen het grootste aantal vormden van diegenen die van honger omkwamen? Was er verschil in voeding van gevangenen van de verschillende nationaliteiten of was er een andere oorzaak?
BLAHA: Het zat zo: de anderen, Duitsers, Polen en Tsjechen die al een tijdje in het kamp zaten, hadden de tijd gehad, als ik dat zo mag zeggen, om zich aan te passen aan de toestanden in het kamp, fysiek bedoel ik. De Russen takelden snel af. Hetzelfde gold voor de Fransen en de Italianen. Bovendien kwamen deze laatsten voor het grootste deel uit andere kampen en leden al aan ondervoeding zodat ze al gauw ten prooi vielen aan andere epidemieën en ziekten. Tevens hadden Duitsers, Polen en vele anderen die in de wapenfabrieken werkten, sinds 1943 de mogelijkheid pakketten van huis te ontvangen. Dat was natuurlijk niet het geval bij burgers uit Sovjet Rusland, Frankrijk of Italië.
KOL. POKROVSKI: Kunt u de vraag beantwoorden wat Rosenberg, Kaltenbrunner, Sauckel of Funk zagen toen ze in het Kamp Dachau waren? Weet u wat zij zagen en wat hen getoond werd?
BLAHA: Ik had de kans niet te zien wat er gedurende deze bezoeken gebeurde. Slechts bij zeer zeldzame gelegenheden kreeg men de kans deze bezoekers door het raam te zien en te zien waar ze heen gingen. Ik had maar zelden de kans aanwezig te zijn, zoals bij de bezoeken van Himmler en die van Obergruppenführer Pohl en één keer bij het bezoek van Gauleiter Giesler, toen hen de experimenten of de patiënten in het hospitaal werden getoond. Wat de anderen betreft, ik weet niet wat zij zelf in het kamp zagen of deden.
KOL. POKROVSKI: Misschien had u de gelegenheid te zien, hoe lang het bezoek van die mensen aan het kamp duurde, of het bezoek kort was -maar een paar minuten- of dat zij er een tijd bleven. Ik denk hier aan Rosenberg, Kaltenbrunner, Sauckel en Funk.
BLAHA: Dat was verschillend. Veel bezoekers waren er gedurende een half uur of langer; veel, zoals ik al heb gezegd, bleven er wel drie uur. We konden dat altijd heel goed merken want op die momenten kon er geen werk worden gedaan en ook werd er geen voedsel rondgedeeld. In het hospitaal hielden we met ons werk op en moesten wachten tot we het signaal kregen dat de bezoekers waren vertrokken. Afgezien daarvan had ik geen mogelijkheid om te weten hoe lang deze bezoeken aan het kamp in individuele gevallen duurden.
KOL. POKROVSKI: Kunt u zich het bezoek van Kaltenbrunner, Rosenberg, Funk en Sauckel herinneren? Op basis van wat u net hebt gezegd, kunt u aangeven of dat korte bezoeken waren of dat die mensen er meerdere uren bleven. Hebt u mijn vraag begrepen of niet?
BLAHA: Helaas kan ik daar niets over zeggen want zoals ik zei, vonden die bezoeken zo vaak plaats dat ik na al die jaren moeite heb, mij te herinneren of ze kort of langer duurden. Veel bezoeken, bijvoorbeeld van militaire scholen of politiescholen duurden een hele dag.
KOL. POKROVSKI: Dank u. Ik heb in deze fase van de zitting geen verdere vragen voor deze getuige.

M. CHARLES DUBOST (plv. Hoofdaanklager voor de Republiek Frankrijk): U had het over een konvooi gedeporteerde Fransen uit Compiègne, waarvan er maar 1.200 levend aankwamen. Waren er nog andere transporten?
BLAHA: Ja, er waren transporten, in het bijzonder uit Bordeaux, Lyon en Compiègne, allemaal in de eerste helft van 1944.
DUBOST: Vonden alle transporten onder dezelfde omstandigheden plaats?
BLAHA: De omstandigheden waaronder deze transporten plaats vonden waren zoal niet gelijk, dan toch in ieder geval bijna gelijk.
DUBOST: Elke keer bij aankomst kon u zien dat er veel slachtoffers waren?
BLAHA: Ja.
DUBOST: Wat was de doodsoorzaak?
BLAHA: De dood werd veroorzaakt door het feit dat er teveel mensen in de wagons werden gepropt, die dan op slot gingen en dat ze dagenlang niets te eten of te drinken kregen. Gewoonlijk stierven ze van honger of door verstikking. Veel die het overleefden werden naar het kamphospitaal gebracht en daarvan stierf een groot deel aan diverse complicaties of ziekten.
DUBOST: Verrichtte u sectie op de mensen die onderweg waren gestorven?
BLAHA: Ja, in het bijzonder bij het transport uit Compiègne werd mijn assistentie gevraagd want er deed een gerucht de ronde dat Franse Maquisards en Fascisten elkaar in de wagons hadden aangevallen en gedood. Ik moest de lichamen onderzoeken maar in geen geval vond ik enige tekenen van geweld. Bovendien nam ik 10 lichamen als proef, verrichtte een grondige sectie en stuurde de verslagen daarvan naar Berlijn. Al deze mensen waren door verstikking omgekomen. Ik kon tijdens de sectie ook zien dat dit in Frankrijk vooraanstaande mensen waren. Ik kon aan hun identiteitspapieren en uniformen zien dat het ging om hoog geplaatste Franse officieren, priesters, afgevaardigden en goed gevoede mensen die rechtstreeks uit het burgerleven in de wagons waren geladen en naar Dachau gestuurd.
DUBOST: Nadat u de verslagen naar Berlijn had gestuurd, bleven de omstandigheden waaronder deze transporten plaats vonden het zelfde?
BLAHA: Zoals gewoonlijk gebeurde er niets. Er werden altijd lijvige rapporten geschreven maar aan de omstandigheden veranderde niets.
DUBOST: U gaf aan dat er kort voor de bevrijding van het kamp enkele Franse generaals waren omgebracht. Weet u de namen van deze generaals?
BLAHA: Helaas ben ik die namen vergeten. Ik kan me alleen herinneren wat me werd verteld door de gevangenen die samen met hen in de bunker zaten -dat waren vooraanstaande personen uit Duitsland en andere landen: Pastoor Niemöller was er, ook een Franse prins, Schusnigg was daar ook, leden van de Franse regering en vele anderen. Er werd mij verteld dat een van de generaals die omgebracht was een naast familielid van Generaal De Gaulle was. Helaas ben ik zijn naam vergeten.
DUBOST: Als ik u goed begreep, waren deze generaals krijgsgevangenen die naar dit concentratiekamp waren vervoerd?
BLAHA: Deze twee generaals zaten niet in het concentratiekamp. Ze zaten, samen met de andere belangrijke personen in de zogenaamde "Kommandantur-arrest", in Bunker C, gescheiden van het kamp. Bij verschillende gelegenheden, als ze medische verzorging nodig hadden, kwam ik met ze in contact maar dat was maar zelden. Anders kwamen ze helemaal niet in contact met andere gevangenen.
DUBOST: Behoorden ze tot de groep "Rückkehr unerwünscht" gedeporteerden of behoorden ze tot de "Nacht und Nebel" groep?
BLAHA: Dat weet ik niet. Twee dagen daarvoor werden alle anderen die in de bunker zaten per speciaal transport naar Tirol afgevoerd. Dat was meen ik een week of acht dagen voor de bevrijding.
DUBOST: U gaf aan dat er vaak veel bezoekers, militairen, studenten, politici door het kamp werden rondgeleid. Kunt u zeggen of gewone mensen als arbeiders of boeren, wisten wat er zich in het kamp afspeelde?
BLAHA: Naar mijn mening moeten de mensen die in de omgeving van München woonden van deze dingen hebben afgeweten want de gevangenen gingen iedere dag naar de diverse fabrieken in München en omgeving en op het werk kwamen ze regelmatig in contact met burgerarbeiders. Bovendien kwamen de diverse leveranciers en afnemers regelmatig op de akkers en in de fabrieken van de Duitse wapenindustrie en die zagen wat er met de gevangenen werd gedaan en hoe ze eruit zagen.
DUBOST: Kunt u zeggen hoe de Fransen werden behandeld?
BLAHA: Wel, als ik zeg dat de Russen het slechtst werden behandeld, dan stonden de Fransen op de tweede plaats. Er zijn natuurlijk verschillen in behandeling van diverse personen. De "Nacht und Nebel" gevangenen werden heel anders behandeld, net als de vooraanstaande politici en intellectuelen. Dat gold voor alle nationaliteiten. En de arbeiders en boeren werden weer anders behandeld.
DUBOST: Als ik het goed begreep was de voor de Franse intellectuelen gereserveerde behandeling bijzonder streng. Herinnert u zich welke behandeling sommige Franse intellectuelen ondergingen en kunt u ons hun namen vertellen?
BLAHA: Ik had veel kameraden onder de doktoren en professoren die bij mij in het hospitaal werkten. Helaas stierf een groot aantal van hen aan typhus. De meeste Fransen stierven in feite aan typhus. Ik herinner me Professor Limousin het beste. Hij kwanm in een heel slechte conditie aan met het transport uit Compiègne. Ik nam hem in mijn afdeling op als assistent patholoog. Dan kende ik ook de bisschop van Clermont-Ferrand. Er waren andere doktoren en professoren die ik kende. Ik herinner me Professor Roche, Dr. Lemartin en vele anderen van wie ik de namen ben vergeten.
DUBOST: Werd u in de loop van de gesprekken die u met Dr. Rascher voerde, ingelicht over het doel van deze experimenten?
BLAHA: Neem me alstublieft niet kwalijk, ik heb de vraag niet begrepen.
DUBOST: Werd u ingelicht over het doel van de medische en biologische experimenten die Dr. Rascher in het kamp uitvoerde?
BLAHA: Nou, Dr. Rascher deed uitsluitend zogenaamde Luftwaffe experimenten. Hij was majoor bij de Luftwaffe en was aangewezen om de omstandigheden te onderzoeken waaraan parachutisten waren blootgesteld en ten tweede de omstandigheden van diegenen die een noodlanding op zee hadden moeten maken of anderszins in zee terecht waren gekomen. Gemeten naar wetenschappelijke normen, diende dit voor zover ik kan beoordelen, allemaal geen enkel doel. Net als alle andere experimenten was dit gewoon zinloze moord; en het is verbazingwekkend dat geleerde professoren en in het bijzonder artsen in staat waren deze experimenten volgens plan uit te voeren. Deze experimenten waren veel erger dan alle liquidaties en executies, want het lijden van alle slachtoffers van deze experimenten werd verlengd omdat diverse medicijnen zoals vitaminen, hormonen, drankjes en injecties, die voor gewone patiënten niet beschikbaar waren, wel aan deze patiënten werden verstrekt zodat de experimenten langer duurden en deze mensen meer tijd kregen hun slachtoffers te observeren.
DUBOST: Ik heb het nu alleen over de experimenten van Dr. Rascher. Had hij bevel gekregen deze experimenten uit te voeren of deed hij dat op eigen initiatief?
BLAHA: Deze experimenten werden uitgevoerd op direct bevel van Himmler, Dr. Rascher had ook een nauwe band met Himmler en was als een familielid voor hem. Hij bezocht Himmler heel vaak en Himmler bezocht Dr. Rascher meerdere malen.
DUBOST: Hebt u enige informatie over het soort artsen dat deze experimenten uitvoerde? Waren het altijd SS'ers of waren het leden van medische faculteiten of universiteiten die echter niet tot de SS behoorden?
BLAHA: Dat verschilde. De malaria afdeling bijvoorbeeld, stond onder leiding van Professor Klaus Schilling van het Koch Instituut in Berlijn. Op de afdeling phlegmonie waren verscheidene professoren van de universiteit. De afdeling chirurgie werd uitsluitend door SS artsen bemand. Op de Luftwaffe afdeling waren uitsluitend militaire artsen en van de SS. Het verschilde. Dr. Bleibeck uit Wenen deed de experimenten met zeewater.
DUBOST: Werden de experimenten voor de Luftwaffe alleen gedaan op bevel van Himmler?
BLAHA: Himmler.
DUBOST: Weet u -dit is mijn laatste vraag- hoeveel Fransen er in het kamp gezeten hebben?
BLAHA: Ik denk dat er tenminste 8.000 tot 10.000 mensen in het kamp aankwamen. Verder weet ik heel goed dat er in het bijzonder in de laatste periode enkele duizenden Franse gevangenen te voet uit kampen in het westen kwamen, in het bijzonder uit Natzweiler, Struthof enz. en dat maar een klein aantal van hen ooit Dachau bereikte.
DUBOST: Dank u.
De PRESIDENT: Kunt u ons zeggen tot welke afdelingen van de Duitse strijdkrachten degenen behoorden die in het kamp werkten?
BLAHA: Als ik u goed begreep, het hoogste gezag over alles wat in het kamp gebeurde berustte bij het zogeheten RSHA in Berlijn. Alle opdrachten en aanwijzingen kwamen uit Berlijn; de experimentele afdelingen kregen ook een vaste hoeveelheid proefpersonen voor de experimenten en Berlijn stelde de aantallen vast. Als de doktoren die de experimenten uitvoerden, een groter aantal nodig hadden, moest er een nieuw verzoek aan Berlijn worden gedaan.
De PRESIDENT: Ja, maar wat ik wil weten is tot welk dienstvak van de strijdkrachten de mensen behoorden die in het kamp werkten.
BLAHA: Dat waren allemaal SS'ers en de meesten waren van de SD. Gedurende de laatste dagen, helemaal op het einde waren er een aantal leden van de strijdkrachten als bewakers, maar de mannen aan de leiding waren uitsluitend SS'ers.
De PRESIDENT: Waren er ook leden van de Gestapo?
BLAHA: Ja, dat was de zogenaamde politieke afdeling die onder leiding stond van het hoofd van de politie in München. Die had de leiding over alle ondervragingen en reglementen en deed voorstellen voor executies, de transporten en de invalidentransporten. Ook voor alle mensen die voor de experimenten werden aangewezen moest de politieke afdeling toestemming geven.
De PRESIDENT: Wil een van de raadslieden van beklaagden de getuige een verhoor afnemen?

Dr. FRITZ SAUTER: (Raadsman van o.a. Funk en Von Ribbentrop): Getuige, u hebt ons verteld dat Beklaagde Funk ook eens in Dachau is geweest en u hebt ons medegedeeld, als ik u goed begreep, dat dit ter gelegenheid van een of andere viering was of van een conferentie tussen de As-mogendheden. Gaat u in gedachten even terug en vertelt u ons wanneer dat ongeveer was. Misschien -wacht even- misschien kunt u ons het jaar zeggen, misschien ook het seizoen en misschien kunt u ook zeggen bij welke politieke viering dat was.
BLAHA: Voor zover het Funk betreft, ik kan me herinneren dat het meen ik een conferentie van ministers van financiën was. De kranten hadden aangekondigd dat dat zou gebeuren en we werden van te voren van op de hoogte gesteld dat sommige ministers naar Dachau zouden komen. Een dergelijk bezoek vond ook werkelijk een paar dagen later plaats en er werd gezegd dat Minister Funk zich onder de bezoekers bevond. Dat was meen ik in de eerste helft van 1944, ik kan dat niet met zekerheid zeggen.
Dr. SAUTER: U bedoelt te zeggen: gedurende de eerste helft van 1944, ter gelegenheid van een vergadering van ministers van financiën?
BLAHA: Ja.
Dr. SAUTER: Waar vond die vergadering plaats?
BLAHA: Als ik me goed herinner -ik heb dat natuurlijk niet genoteerd- was dat ofwel in Salzburg, in Reichenhall of in Berchtesgaden, ergens in de buurt van München, meen ik.
Dr. SAUTER: Van wie hoorde u toen dat de volgende dag, of de dag erna, hooggeplaatste personen zouden arriveren?
BLAHA: We kregen altijd opdracht om ons op zo'n bezoek voor te bereiden. Er werden altijd uitvoerige voorbereidingen getroffen, alles werd schoongemaakt, alles moest netjes zijn, begrijpt u; en de mensen van wie de aanwezigheid ongewenst kon zijn of diegenen die in een bepaald opzicht gevaarlijk konden zijn, moesten verdwijnen. Wanneer er dus hooggeplaatste bezoekers werden aangekondigd kregen we altijd 1 of 2 dagen tevoren een bevel van de kampleiding en deze bezoekers werden ook altijd vergezeld door de kampcommandant.
Dr. SAUTER: Door de kampcommandant? Als u nu wist dat Beklaagde Funk er was en mensen spraken daarover, dan denk ik dat ze ook hadden gezegd welke andere personen bij dit bezoek aanwezig waren dat door Beklaagde Funk werd afgelegd.
BLAHA: Ik kan het me niet herinneren. Er waren altijd verscheidene belangrijke personen bij.
Dr. SAUTER: De rest interesseert me niet. Ik ben er alleen maar in geìnteresseerd te weten of bij dat specifieke bezoek, waarvan werd gezegd dat het door Funk werd afgelegd, het bericht in het kamp werd verspreid dat die en die personages bij hem waren?
BLAHA: Ik kan me dat nu niet herinneren.
Dr. SAUTER: U kunt het zich niet herinneren? Herinnerde u zich de volgende dag of de dag daarna of er misschien iets was gezegd door mensen die de bezoekers hadden gezien?
BLAHA: Ja, we spraken er altijd over maar ik kan me niet meer herinneren welke personages werden genoemd.
Dr. SAUTER: Getuige ik ben, zolang ik nergens anders over begin, niet geìnteresseerd in enig ander bezoek maar in dit specifieke bezoek. In dit geval zou ik graag willen weten of er later ook maar iets werd gezegd over de personen die daar waren samen met Funk.
BLAHA: Dat weet ik niet; er vonden zoveel bezoeken plaats. Bij voorbeeld na het ene bezoek werd er voor de volgende dag alweer een ander bezoek aangekondigd.
Dr. SAUTER: U herinnert zich dus ook het bezoek dat Funk bracht. Nu, als er andere ministers van financiën bij waren, zou je denken dat u zich die andere personen ook kunt herinneren.
BLAHA: Dat kan ik me niet herinneren. Het kan zijn dat de mensen met wie ik sprak, niet wisten wie die andere personen waren.
Dr. SAUTER: Weet u waarom, of laat ik het anders stellen, welke afdelingen van het kamp werden bezocht bij de gelegenheid waarop Funk werd verondersteld dit bezoek te hebben gebracht. Hij kwam in ieder geval niet bij u.
BLAHA: Nee, hij kwam niet naar de afdeling pathologie.
Dr. SAUTER: Daar kwam hij niet. Maar u was er wel op voorbereid.
BLAHA: Ja. Alle afdelingen moesten altijd voorbereid zijn, zelfs als er geen bezoekers kwamen. Het gebeurde wel eens dat er een bezoek werd aangekondigd en dat het er later om een of andere reden niet van kwam.
Dr. SAUTER: Getuige, met betrekking tot uw waarnemingen die u vandaag met ons hebt gedeeld, bent u daarover al vaak verhoord>
BLAHA: Ik werd voor de eerste keer in deze zaak gehoord door de militaire rechtbank in Dachau.
Dr. SAUTER: Hebt u toen ook gezegd dat Funk aanwezig was? Ik herhaal, hebt u voor de militaire rechtbank in Dachau ook maar iets gezegd of Funk aanwezig was geweest?
BLAHA: Ja, ik heb voor de rechtbank in Dachau hetzelfde gezegd.
Dr. SAUTER: Over Funk?
BLAHA: Ook over Funk.
Dr. SAUTER: Maar is dat waar, getuige? Ik vraag het u nogmaals of het werkelijk waar is want u getuigt hier onder ede.
BLAHA: Ja.
Dr. SAUTER: U bent eergisteren ook verhoord?
BLAHA: Ja.
Dr. SAUTER: Hebt u toen over Funk deze uitspraken ook gedaan?
BLAHA: Ik heb hetzelfde gezegd tijdens het verhoor door de aanklager.
Dr. SAUTER: Staat dat ook in het verslag dat u meen ik hebt ondertekend?
BLAHA: Ik heb geen verslag ondertekend.
Dr. SAUTER: U hebt geen verslag ondertekend?
BLAHA: Nee, ik heb gewoon ondertekend wat de aanklager had voorgelezen.
Dr. SAUTER: Nou, dat is een verslag.
BLAHA: Ja, maar in dat verslag worden die bezoeken niet genoemd.
Dr. SAUTER: Waarom noemde u eergisteren die bezoeken niet?
BLAHA: Mij werd er wel naar gevraagd en de aanklager zei tegen mij dat deze zaken in de rechtszaal mondeling behandeld zouden worden.
Dr. SAUTER: Werd u toen ook gezegd waar de beklaagden zitten in de rechtszaal?
BLAHA: Nee. Bij de militaire rechtbank werden mij alle foto's getoond.
Dr. SAUTER: Aha.
BLAHA: En mij werd gevraagd de diverse personen voor het hof te identificeren. Ik wees de drie aan waarvan ik vandaag heb gezegd dat ik ze persoonlijk had gezien. Funk en anderen heb ik niet genoemd.
Dr. SAUTER: U hebt Funk niet genoemd?
BLAHA: Ik zei niet dat ik hem persoonlijk had gezien of dat ik hem kon herkennen.
Dr. SAUTER: Maar toen u de foto's werden getoond, zag u de beklaagden op de foto's?
BLAHA: Ja.
Dr. SAUTER: Nu, als ik u goed begreep wist u bijvoorbeeld waar Funk, Frick of iemand anders zat?
BLAHA: Ik ken Funk niet persoonlijk want ik heb hem toen niet gezien.
Dr. SAUTER: Toen u de foto's in Dachau werden getoond, werd u toen niet gezegd: "Dat is Funk, Kijk naar hem, kent u hem?"
BLAHA: Nee, dat werd heel anders gedaan.
Dr. SAUTER: Hoe?
BLAHA: Alle foto's werden mij getoond en mij werd gevraagd te zeggen welke van deze personen ik in kamp Dachau had gezien. Van deze personen heb ik er drie genoemd. Er was verder geen enkele discussie wat betreft de andere foto's.
Dr. SAUTER: Welnu, Dr. Blaha, toen uw verhoor begon en u ondervraagd werd door de President of door de aanklager, hebt u meen ik een verklaring afgelegd in het Tsjechisch?
BLAHA: Nee.
Dr. SAUTER: In welke taal dan wel?
BLAHA: In het Duits.
Dr. SAUTER: Nee, iedereen hoorde dat het geen Duits was, maar het was blijkbaar Tsjechisch.
BLAHA: Alleen de eerste zin.
Dr. SAUTER: De eerste zin? Welnu, om praktische redenen wordt dat in het verslag van de zitting opgenomen. Ik vraag u te zeggen, en letterlijk te herhalen wat u toen gezegd hebt, want daarin zijn we als verdediging geïnteresseerd.
BLAHA: Ik geloof dat het is opgenomen in het verslag want er is een Engelse vertaling aan mijn verklaring toegevoegd.
Dr. SAUTER: Nee, ik geloof niet dat Tsjechisch wordt vertaald maar hoe dan ook, herhaalt u het alstublieft. We hebben het niet gehoord.
BLAHA: Ja, ik zei dat ik bereid was, omdat het tijdens de zitting technisch onmogelijk is om Tsjechisch, mijn moedertaal te spreken, mijn verklaring in het Duits af te leggen want gedurende de laatste zeven jaar waarin al deze gebeurtenissen zich afspeelden en die nu onderwerp van dit Proces zijn, heb ik in een Duitse omgeving geleefd. Bovendien zijn de aparte en nieuwe uitdrukkingen die op het kampleven slaan alleen maar in het Duits en men kan in geen enkel woordenboek zulke passende en expressieve termen vinden als in de Duitse taal.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik heb geen verdere vragen. Dank u.

Dr. ALFRED THOMA (raadsman van Alfred Rosenberg): Getuige, waren de geïnterneerden in het kamp Dachau verplicht tot geheimhouding?
BLAHA: Nee. Natuurlijk, als iemand door de Gestapo ontslagen werd uit het kamp - dat waren er maar weinig en het kwam zelden voor, zeker in het geval van Duitsers die voor dienst werden opgeroepen, dan moest men een verklaring van geheimhouding ondertekenen.
Dr. THOMA: Konden de kampbewoners, diegenen binnen het kamp die op boerderijen en dergelijke werkten, met andere arbeiders over de toestanden in het kamp praten?
BLAHA: Ja, daar was gelegenheid voor want de mensen werkten in dezelfde ruimten en fabrieken met andere arbeiders, burgerarbeiders. Dat was het geval in de Duitse bewapeningsindustrie, op de akkers en in alle fabrieken in München en omgeving.
Dr. THOMA: Als ik u goed begreep zei u eerder dat bezoekers, mensen die dingen afleverden en afnemers ook de gelegenheid hadden om zonder moeilijkheden de toestanden in het kamp waar te nemen?
BLAHA: Ja. Veel van deze mensen hadden overal toegang, zowel op de akkers als in de diverse fabrieken en konden dus waarnemen hoe het leven er op zulke plaatsen uitzag.
Dr. THOMA: En wat zagen zij in de vorm van wreedheden, mishandelingen en zo voorts?
BLAHA: Ik geloof dat ze zagen hoe de mensen werkten, hoe ze eruit zagen en wat er werd geproduceerd. Ik kan me bijvoorbeeld iets herinneren wat ze heel goed gezien hebben. Ik werkte toen op de plantage. Wij, mannen, trokken een zware wals en er kwam een groep meisjes voorbij die op excursie waren. Toen ze passeerden zei hun leider heel hard zodat we het allemaal konden horen: "Kijk, die mensen zijn zo lui dat ze in plaats van er een span paarden voor te zetten het ding zelf trekken." Dat moest een grap voorstellen.
Dr. THOMA: Getuige, wanneer was u het eerst in de gelegenheid, na de bevrijding van het kamp, met buitenstaanders te praten over de afschuwelijke wreedheden die u ons vandaag heeft verteld?
BLAHA: Dat heb ik niet begrepen; wilt u het herhalen?
Dr. THOMA: Wanneer had u voor het eerst de gelegenheid, na uw ontslag of bevrijding uit het concentratiekamp, een buitenstaander te vertellen over deze afschuwelijke wreedheden?
BLAHA: Direct na de bevrijding. Ik was toen chef-arts van het concentratiekamp en werd ondervraagd door de Amerikaanse onderzoekscommissie; en ik heb deze commissie dit verhaal voor het eerst verteld en ik heb hen ook diverse bewijzen overhandigd -grafieken en medische dossiers die ik nog heb kunnen redden voor ze verbrand zouden worden.
Dr. THOMA: Die ondervrager geloofde de informatie die u gaf zonder meer?
BLAHA: Ja.
Dr. THOMA: Getuige, u zei dat Beklaagde Rosenberg aan u was aangewezen kort nadat u in concentratiekamp Dachau aankwam?
BLAHA: Ja.
Dr. THOMA: Wanneer was dat?
BLAHA: In het jaar 1941; de eerste helft van 1941.
Dr. THOMA: Eerste helft?
BLAHA: Dat denk ik, ja.
Dr. THOMA: Kunt u zich misschien herinneren in welke maand het was?
BLAHA: Dat herinner ik me niet. Ik kwam in april aan; ik denk dat het tussen april en juli was of zo iets.
Dr. THOMA: Van april tot juli 1941?
BLAHA: Dat denk ik.
Dr. THOMA: Beklaagde Rosenberg werd u door een kameraad aangewezen, niet waar?
BLAHA: Ja.
Dr. THOMA: En toen deze kameraad u Rosenberg aanwees, moest hij toen zeggen: "Dat is Rosenberg?" Had u hem al niet herkend van de foto's die u eerder .....
BLAHA: Dat kan ik me niet herinneren. Maar toen hij hem mij aanwees herinnerde ik me dat ik hem al kende van diverse foto's in de kranten.
Dr. THOMA: Mag ik u vragen het incident nauwkeurig te omschrijven? Hoe gebeurde het, waar stond u, waar kwam Rosenberg vandaan en wie was er in zijn gezelschap?
BLAHA: Wie er in zijn gezelschap was? Ik kende alleen de kampcommandant.
Dr. THOMA: Wie was toen de kampcommandant?
BLAHA: Piorkowski was kampcommandant, Sturmbannführer Piorkowski.
Dr. THOMA: Weet u of hij nog leeft?
BLAHA: Nee, dat weet ik niet.
Dr. THOMA: De kampcommandant?
BLAHA: Piorkowski. Dan de Lagerführer Ziel en Hoffmann kenden ze.
Dr. THOMA: Nu stond u in uw kamer en keek uit het raam?
BLAHA: Nee, we stonden in een van de zogenaamde "barakkenstraten". Deze kwam uit op een andere straat waar de bezoekers langs kwamen.
Dr. THOMA: En wat werd er tegen u gezegd?
BLAHA: Kijk, daar gaat Rosenberg.
Dr. THOMA: Was Rosenberg alleen?
BLAHA: Nee, hij was samen met die andere personen.
Dr. THOMA: Met andere woorden, alleen met de kampcommandant?
BLAHA: Nee, er waren veel andere personen bij hem.
Dr. THOMA: Dat wil zeggen, hij had een escorte, een staf?
BLAHA: Ja.
Dr. THOMA: Leden van de staf van Rosenberg?
BLAHA: Ik weet niet of het leden van de staf van Rosenberg waren, maar er waren een aantal personen.
Dr. THOMA: Een aantal personen? Getuige, de Beklaagde Rosenberg verzekert mij ten stelligste dat hij nooit in het concentratiekamp Dachau is geweest. Kan het misschien zijn dat er een vergissing is gemaakt?
BLAHA: Ik geloof dat ik me niet vergis. Trouwens, de Duitser in kwestie kende Rosenberg erg goed, meen ik.
Dr. THOMA: Hoe weet u dat?
BLAHA: Omdat hij me dat duidelijk verteld heeft. Anders heb ik dat niet kunnen weten.
De PRESIDENT: Dr. Thoma.
Dr. THOMA: Ja.
De PRESIDENT: Vergeeft u mij als ik u erop wijs dat dit bedoeld is als een snel proces en dat het niet juist is teveel tijd te besteden aan kleinigheden als dit.
Dr. THOMA: Edelachtbare, ik vraag permissie op te merken dat de vraag of Rosenberg al of niet in het concentratiekamp is geweest, van doorslaggevend belang is. Ik dank u.

(Dr. Kubuschok gaat naar het spreekgestoelte)
De PRESIDENT: Het is nu vijf uur en tenzij u het erg kort houdt .....zult u het kort houden?
Dr. EGON KUBUSCHOK (raadsman van o.a. Franz von Papen): Jawel, meneer.
(hij wendt zich tot de getuige) Getuige, u zei dat wanneer er belangrijke bezoekers naar het kamp kwamen, bijvoorbeeld Rijksministers, er van te voren altijd uitvoerige voorbereidingen werden getroffen. U zei ook dat ongewenste personen werden verwijderd. Misschien kunt u die uitspraken aanvullen. Ik wil graag weten wat het doel van deze voorbereidingen was.
BLAHA: Ik bedoelde dat alles op orde moest zijn. Op de ziekenzaal moesten alle patiënten rustig in hun bed liggen, alles, gewassen en voorbereid, de instrumenten werden gepoetst wat gewoonlijk het geval is voor hooggeplaatste bezoekers. We mochten niets doen - geen operaties, geen verbanden aanleggen, geen voedsel uitdelen totdat het bezoek was afgelopen.
Dr. KUBUSCHOK: Kunt u me misschien vertellen welke ongewenste personen moesten worden verwijderd, zoals u eerder zei?
BLAHA: Nou, in het bijzonder de Russen werden altijd in hun barakken opgesloten. Er werd gezegd dat ze bang waren voor mogelijke demonstraties, moordpartijen enz.
Dr. KUBUSCHOK: Werden gevangenen uit het zicht gehouden omdat ze uiterlijke kenmerken van mishandeling vertoonden?
BLAHA: Het spreekt voor zich dat er in het bijzijn van bezoekers niemand werd geslagenn, afgeranseld, opgehangen of neergeschoten.
Dr. KUBUSCHOK: Samenvattend, het doel van deze voorbereidingen was te voorkomen dat bezoekers het concentratiekamp zouden zien zoals het werkelijk was.
BLAHA: Voorkomen dat ze de wreedheden zouden zien.
Dr. KUBUSCHOK: Ik dank u.
De PRESIDENT: Het Hof zal morgen, zaterdag, niet in openbare zitting bijeenkomen maar pas maandagmorgen omdat er in de besloten zitting van morgen en maandagmiddag werk gedaan moet worden. Ik dacht dat het voor de raadslieden nuttig was om te weten.
Ik schors nu de zitting.
(de zitting werd geschorst tot 14 januari 1946 om 10.00 uur.

Zitting van maandagmorgen 14 januari 1946.
De PRESIDENT: Wilt u de getuige binnen laten brengen? Ik denk dat een van de raadsleden van beklaagden op het punt stond hem een verhoor af te nemen.
(getuige Blaha gaat naar de beklaagdenbank.)
HEER LUDWIG BLABEL (raadsman voor de SS en SD): Ik zou de getuige een paar praktische vragen willen stellen, waarvan ik denk dat die nodig zijn voor zowel een beter begrip van de eerdere verklaringen van getuige als voor mijn eigen informatie. De getuige verbleef van 1941 tot 1945 in het concentratiekamp en zou goed geïnformeerd moeten zijn over de toen heersende toestanden. Zijn geheugen lijkt uitstekend te zijn, dat bewijzen zijn eerdere verklaringen.
(hij wendt zich tot de getuige).
Weet u hoe de verhouding tussen politieke gevangenen en misdadigers veranderde gedurende de diverse perioden. Wat waren ongeveer de aantallen politieke gevangenen en misdadigers in Dachau?
BLAHA: In Dachau verschilde dat. Er waren politieke gevangenen, beroepsmisdadigers en de zogenoemde zwarte, of asociale elementen. Ik heb het natuurlijk alleen over de Duitse gevangenen, de geïnterneerden van andere landen waren allemaal politieke gevangenen. Alleen de Duitse geïnterneerden waren verdeeld in rode, groene en zwarte gevangenen. De meeste Duitsers waren politieke gevangenen.
De HEER BABEL: Kunt u bij benadering de aantallen aangeven? een kwart, de helft, drie kwart?
BLAHA: Neem me niet kwalijk, ik verstond u niet.
De HEER BABEL: Kunt u aantallen noemen? Hoeveel politieke gevangenen waren er -de helft, drie kwart, of hoeveel? Kunt u ongeveer het aantal noemen?
BLAHA: Ik zou zeggen dat er onder de 5.000 Duitse gevangenen ongeveer 3.000 politieke en 2.000 groene en zwarte gevangenen waren.
De HEER BABEL: Was dat het aantal gedurende de hele periode van 4 of 5 jaar?
BLAHA: Het verschilde, want velen stierven, sommige Duitsers gingen weg, veel werden er opgeroepen en er kwamen veel nieuwelingen bij. In de laatste jaren waren er steeds meer politieke gevangenen want veel van de groene gevangenen werden voor frontdienst opgeroepen.
De HEER BABEL: Wat was ongeveer het totale aantal in 1941, 1943 en 1945?
BLAHA: Bedoelt u het totaal aantal gevangenen?
De HEER BABEL: Ja, het totale aantal.
BLAHA: In 1941 hadden we er 8.000 tot 9.000; in 1943 15.000 tot 20.000 en tussen eind 1944 en het begin van 1945 hadden we er meer dan 70.000 tot 80.000.
De HEER BABEL: Een andere vraag: U zei dat u eerst op de plantage werkte. Wat bedoelde u met die plantage?
BLAHA: De plantages waren een groot landgoed van de SS waarop kruiden, medicinale kruiden en dergelijke werden verbouwd.
De HEER BABEL: Lag deze plantage binnen het kamp?
BLAHA: Nee, hij lag in de onmiddellijke nabijheid van het kamp maar was er geen onderdeel van.
De HEER BABEL: U noemde ook werk in wapenfabrieken. Ik maakte uit uw verklaring op dat deze wapenfabrieken deels binnen en deels buiten het kamp lagen. Is dat correct?
BLAHA: Ja, in het begin lagen deze zogenoemde Duitse wapenfabrieken buiten het kamp. Daarna, als gevolg van de bombardementen werden sommige afdelingen naar het concentratiekamp zelf verplaatst.
De HEER BABEL: Hoeveel bedroeg het aantal kampbewakers in 1941?
BLAHA: Voor de feitelijke bewakingsdienst lagen er gewoonlijk drie SS compagniën in het kamp maar bovendien lag er in Dachau een groot SS garnizoen en was er een Kommandantur. Van tijd tot tijd werden er bewakers uit andere SS formaties gehaald als dat nodig was. Voor de dagelijkse dienst waren er gewoonlijk drie compagniën.
De HEER BABEL: Werden de gevangenen tijdens hun werk in de wapenfabrieken bewaakt?
BLAHA: Ja. Iedere werkploeg had een commandant die gekozen was uit de bewakingscompagniën en bovendien nog die zogenaamde bewakers die met de ploegen meegingen naar hun werkplek en daarna de gevangenen weer naar het kamp terugbrachten.
De HEER BABEL: Toen u in het kamp was, hebt u ooit mishadelingen door deze bewakers waargenomen in het kader van hun dagelijkse activiteiten?
BLAHA: Ja, heel veel.
De HEER BABEL: Vaak?
BLAHA: Ja.
De HEER BABEL: Om wat voor redenen?
BLAHA: De redenen verschilden, afhankelijk van de stemming van de bewakers of van de commandanten.
De HEER BABEL: Maar u zei dat u aan het werk was, volgens uw verklaringen zelfs heel druk aan het werk?
BLAHA: Ja.
De HEER BABEL: Hoe was u dan in de gelegenheid, dergelijke mishandelingen waar te nemen?
BLAHA: Ik verrichtte sectie op veel personen die op hun werk ofwel doodgeschoten of doodgeslagen waren en stelde officiële rapporten op over de doodsoorzaak.
De HEER BABEL: U zei dat ze waren doodgeschoten. Hebt u dergelijke incidenten zelf gezien?
BLAHA: Nee.
De HEER BABEL: Hoe weet u dat dan?
BLAHA: De lichamen werden vanaf de werkplek naar mij toegebracht en het was mijn taak, de doodsoorzaak vast te stellen; of de mannen bijvoorbeeld waren doodgeslagen, of ze bij voorbeeld een schedelbreuk of gebroken ribben hadden, of de man was gestorven aan inwendige bloedingen of dat hij was doodgeschoten; ik moest een officieel rapport opstellen over de doodsoorzaak. Soms, maar dit kwam zelden voor, als er een onderzoek werd ingesteld, werd ik als getuige opgeroepen.
De HEER BABEL: Dank u.
De PRESIDENT: Mr. Dodd, wilt u de getuige nogmaals verhoren?
Mr. DODD: Ik heb op het moment geen verdere vragen voor deze getuige.
De PRESIDENT: Wil een van de andere leden van de groep aanklagers nogmaals een verhoor afnemen? Kolonel Pokrovski?
KOL. POKROVSKI: In deze fase van het Proces heb ik geen verdere vragen voor de getuige.
De PRESIDENT: Dan kan de getuige gaan.
(getuige verlaat de beklaagdenbank.)

Definitielijst

Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
Nacht und Nebel
Nacht und Nebel (NN), oftewel Nacht en Nevel, was een speciale strafklasse die de 'Chef des Oberkommando der Wehrmacht' veldmaarschalk Wilhelm Keitel in opdracht van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog liet instellen om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg, 1947

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
03-10-2006
Laatst gewijzigd:
08-10-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.