Slotverklaring Wilhelm Keitel

De PRESIDENT: Ik roep Beklaagde Wilhelm Keitel op.
WILHELM KEITEL (Beklaagde): In de getuigenbank heb ik mijn verantwoordelijkheid aanvaard in verband met mijn officiŽle positie en ik heb bij de presentatie van het bewijsmateriaal en in het slotpleidooi van mijn raadsman het belang van deze positie uitgelegd.
Het is geenszins mijn bedoeling mijn aandeel in de gebeurtenissen te bagatelliseren. In het belang van de historische waarheid echter lijkt het mij wenselijk enkele fouten in de slotpleidooien van de aanklagers te verbeteren. De Amerikaanse hoofdaanklager zei in zijn slotpleidooi, en ik citeer:
"Keitel, een zwakke, onderdanige marionet, droeg de Wehrmacht, het instrument van agressie, over aan de Partij".
Een "overdragen" van de Wehrmacht aan de Partij laat zich niet verenigen met mijn functies, ofwel tot 4 februari 1938 danwel na die tijd toen Hitler zichzelf benoemde tot Opperbevelhebber van de Wehrmacht en aldus de absolute macht over de Partij en de Wehrmacht uitoefende. Ik kan me niet herinneren dat er tijdens dit Proces enig bewijs is geleverd dat deze ernstige beschuldiging door de Aanklager rechtvaardigt.
De presentatie van het bewijsmateriaal heeft echter ook aangetoond dat een latere bewering "dat Keitel de Wehrmacht leidde bij de uitvoering van haar misdadige plannen" fout is. Deze bewering is in tegenspraak met de Anglo-Amerikaanse akte van beschuldiging die uitdrukkelijk stelt dat ik niet de bevoegdheid had om bevelen te geven.
De Britse hoofdaanklager heeft het dus ook mis wanneer hij over mij spreekt als -en ik citeer- "een veldmaarschalk die bevelen gaf aan de Wehrmacht." En als hij beweert dat ik zei dat "ik geen idee had welke praktische resultaten hiermee werden voorzien" -zo luidt het citaat- geloof ik dat dit heel iets anders is dan wat ik in de getuigenbank heb gezegd, en dat was, en ik citeer wat ik in de getuigenbank heb gezegd:
"Maar wanneer een bevel werd gegeven, handelde ik volgens mijn plicht zoals ik die zag zonder mijzelf in de war te laten brengen door de mogelijke, maar niet altijd te voorziene gevolgen." Ook de bewering dat -en ik citeer- "Keitel en Jodl kunnen hun verantwoordelijkheid voor de Einsatzkommandos, waarmee hun eigen commandanten nauw en prettig samenwerkten, niet ontkennen", kan niet in overeenstemming worden gebracht met de resultaten van het bewijsmateriaal. Het OKW werd van het oorlogstoneel in Rusland verwijderd. Het had geen legercommandanten onder zijn gezag.
De Franse hoofdaanklager zei in zijn slotpleidooi: "Moeten wij ons de vreselijke woorden van Beklaagde Keitel herinneren, die zei "in de bezette gebieden is een mensenleven nog minder dan niets waard." Deze vreselijke woorden zijn niet de mijne. Ik heb ze niet verzonnen en ook niet in enig bevel gebruikt. Het feit dat mijn naam wordt verbonden met dit FŁhrerbefehl weegt zwaar genoeg op mij.
Op een ander punt zegt M. Champetier de Ribes en ik citeer:
"Dit bevel -het ging om activiteiten tegen partisanen- werd uitgevoerd krachtens instructies van de commandant van de legergroep die op zijn beurt handelde op algemene instructies van Beklaagde Keitel."
Hier worden weer "instructies van Keitel" genoemd, hoewel in de Franse aanklacht zelf wordt gesteld dat ik als Chef Staf van het OKW geen directe bevelen aan afdelingen van de Wehrmacht kon geven.
In zijn slotpleidooi zegt de Sovjet Russische aanklager -en ik citeer- :
"Beginnend met de doucumenten over de executie van politieke gevangenen heeft Keitel, deze 'soldaat' zoals hij zichzelf graag noemt, bij de inleidende verhoren schaamteloos gelogen tegen de Amerikaanse aanklager door -tegen zijn eed in- te zeggen dat dit besluit het karakter van een wraakneming had en dat politieke personen afgescheiden werden gehouden van de andere krijgsgevangenen, op eigen verzoek van de laatsten. Die leugen werd voor het Hof aan het licht gebracht."
Het document in kwestie is nummer 884-PS. De beschuldiging dat ik heb gelogen, mist elke grond. De Sovjet Russische aanklager ging voorbij aan het feit dat het verslag van mijn inleidende verhoor over deze materie voor dit Tribunaal geen bewijsmateriaal was. Daarom had het gebruik ervan in het slotpleidooi van de aanklager niet mogen worden toegestaan. Ik heb het verslag van dit inleidende verhoor niet gezien en ik ken de tekst niet. Als het volledig is, zal het de ontstane fout herstellen want het document in kwestie is niet aan mij getoond. Tijdens het verhoor door mijn verdediger heb ik in de getuigenbank de stand van zaken juist voorgesteld.
In de laatste fase van dit Proces heeft de aanklager nogmaals geprobeerd een ernstige beschuldiging tegen mij te uiten, door mijn naam te verbinden aan een bevel ter voorbereiding op bacteriologische oorlogvoering. Een getuige, de voormalige Generalarzt, Dr. Schreiber heeft in zijn verslag gezegd dat "de Chef van het OKW, Veldmaarschalk Keitel, bevelen had gegeven ter voorbereiding op een bacteriologische oorlogvoering tegen de Sovjet Unie." Hier, in de getuigenbank heeft deze getuige, om zeker te zijn, gesproken over een FŁhrerbefehl. Maar ook dat is niet waar.
Het indienen van de getuigenis van Kolonel Burker, in overleg met de aanklager door het Tribunaal goedgekeurd, toont aan dat ik in de herfst van 1943 -in Burker's eigen woorden- de suggestie van het Medisch Inspectoraat en de Afdeling Uitrusting van de Wehrmacht proeven met bacterieŽn te beginnen, scherp en resoluut heb verworpen met de opmerking dat daar absoluut geen kwestie van was en dat dat inderdaad was verboden. Dit is de waarheid. Generaal Jodl kan het feit ook bevestigen dat er nooit een bevel van dit soort is uitgegeven, zoals getuige beweerde; in tegendeel, Hitler verbood bacteriologische oorlogvoering die door sommige departementen was voorgesteld. Dit bewijst dat de bewering van het tegendeel door de getuige Dr. Schreiber onjuist is.
Ik stel dat ik in alle gevallen de waarheid heb verteld, zelfs al zou ik mijzelf daardoor beschuldigen; dat ik tenminste heb geprobeerd, ondanks mijn activiteiten op velerlei gebied, naar beste eer en geweten bij te dragen aan de verheldering van de werkelijke stand van zaken.
In de loop van dit Proces heeft mijn raadsman mij twee fundamentele vragen voorgelegd, de eerste al een aantal maanden geleden. Die luidde: "Zou u, in het geval van een overwinning, hebben geweigerd te delen in het succes?" Ik antwoordde: "Nee, ik zou er zeker trots op zijn geweest." De tweede vraag luidde: "Hoe zou u handelen als u zich weer in dezelfde positie bevond?" Mijn antwoord: "Dan zou ik de dood hebben verkozen liever dan verstrikt te raken in het net van dergelijke verderfelijke methoden."
Uit deze twee antwoorden kan het Hoge Tribunaal mijn standpunt afleiden. Ik geloofde, maar ik dwaalde en ik was niet in een positie om te voorkomen wat voorkomen had moeten worden. Dat is mijn schuld. Het is tragisch mij te moeten realiseren dat het beste dat ik als soldaat had te geven, gehoorzaamheid en trouw, gebruikt werd voor doeleinden die toen niet herkend konden worden en dat ik niet zag dat er zelfs voor een soldaat een grens is aan de uitvoering van zijn plicht. Dat is mijn lot. Moge uit de duidelijke herkenning van de oorzaken, de verderfelijke methoden en de afschuwelijke gevolgen van deze oorlog, de hoop ontstaan op een nieuwe toekomst voor het Duitse volk in gemeenschap met andere naties.

Zie ook: Vonnis Keitel

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg, 1947

Afbeeldingen


Wilhelm Keitel, Chef van het Opperbevel van de Duitse Strijdkrachten (OKW).

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
01-10-2006
Laatst gewijzigd:
19-09-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.