LST Landing Ship Tank

Een van de vele landingsschepen die de geallieerden gebruikten in hun strijd was de LST. Een in alle opzichten bijzonder schip, waarvan al zeer snel werd ingezien dat dit schip een van de winstfactoren van de oorlog kon zijn. In zeer grote aantallen ingezet bij vrijwel alle landingsoperaties van de geallieerden in zowel Europa als de Pacific. De LST, ook wel door zijn bemanningen liefkozend 'Long Slow Target' genoemd bleek veel schade te kunnen incasseren en zo veelzijdig te zijn, dat het voor de meest vreemde functies is gebruikt tot zelfs de oorlog in Vietnam toe.

Ontwerp

De Britse admiraliteit merkte pijnlijk bij de evacuatie in Duinkerken dat het geen transportmiddelen bezat om tanks, voertuigen en grote uitrustingsstukken te vervoeren direct vanaf een strand over de zee. Er waren tot dan toe altijd havenfaciliteiten als grote kranen en kades nodig om goederen, uitrusting en mensen te vervoeren. Een schip dat tanks, voertuigen, goederen en mensen in grote aantallen direct op het strand zou kunnen afzetten of ophalen en als een gewoon schip over de zee kon varen werd dan ook al snel een wens van de Britse admiraliteit.

De eerste test voor dergelijke schepen werd ondernomen door 3 Maracaibo-klasse olietankers, die olie vervoerden over een meer in Venezuela, in Groot-BrittanniŽ om te bouwen in juni 1941. Men koos voor deze schepen vanwege de geringe diepgang die nodig was om tot bijna op het strand te kunnen komen. Ze werden voorzien van boegdeuren en een hellingbaan van 30 meter, zodat de voertuigen zelf het strand op konden rijden. De eerste twee schepen waren na de verbouwing ongeveer 116,5 meter lang en hadden een tonnage van 4.900 ton, het derde schip was iets kleiner. De diepgang was 4,5 meter aan de achterkant en 1,27 meter aan de voorkant. Elk schip kon een lading vervoeren van ongeveer 18-30 ton tanks of 33 zware trucks en 217 militairen. De bemanning van het schip was daarbovenop nog eens 98 man.

Deze drie schepen bleken slechte schepen als het weer op de oceaan eens tegenzat, en er waren constant problemen met de boegdeuren. Ondanks dit werden ze alle drie ingezet bij de geallieerde landing op de Noord-Afrikaanse kust (Operatie Torch) in 1942. Ze bleken daar ondanks de vele tekortkomingen een succes. Er werd al voor Operatie Torch duidelijk dat het concept zeer geslaagd was maar dat er een nieuw ontwerp nodig was om de tekortkomingen er uit te halen.

Britse ontwerp

De Britten gingen aan de slag en ontwierpen een LST welke de Boxer-klasse zou worden. Dit ontwerp was 122 meter lang had een diepgang achter van bijna 4,5 meter en voor van ruim 1 meter. Dit ontwerp was behoorlijk snel met 17 knopen. De bewapening bestond uit 10 20 mm antiluchtdoelkanonnen. Van dit type werden drie schepen gebouwd welke pas begin 1943 gereed waren. Hierna stopten de Britten met de bouw van LST's omdat alle werven bezig waren met transportschepen en escorteschepen welke voorrang hadden vanwege de grote verliezen hieraan door de Duitse U-boten. Dit ontwerp was nog niet ideaal te noemen, omdat het niet in massaproductie genomen kon worden en te groot werd bevonden. Nadat de Verenigde Staten interesse toonde in deze schepen werd het ontwerp meegenomen naar de Verenigde Staten.

Amerikaanse ontwerp

Op de eerste ontmoeting in ArgentiniŽ in augustus 1941 was de LST al een punt van gesprek tussen Roosevelt en Churchill. In november 1941 arriveerde een kleine delegatie van de Britse admiraliteit bij het Amerikaanse Navy Bureau of Ships om te brainstormen over een nieuw ontwerp voor een LST, enigszins gebaseerd op het Britse ontwerp. Enkele dagen later tekende John Niedermair een vreemd uitziend schip dat zeer smal en lang was. Dit ontwerp zou het basisontwerp vormen voor de vele LST's die tijdens de oorlog gebouwd zouden worden.

Het uiteindelijke ontwerp van het schip was bijna 100 meter lang en had een diepgang van 115,6 cm. Dit was zo weinig dat het schip zeer dicht het strand kon komen. Een groot nadeel van een zo kleine diepgang was dat het schip enorm rolde op zee. Hier was juist een grote diepgang nodig om het schip stabiel te houden. Een ballastsysteem in het schip dat vol met water kon worden gepompt voor op zee en kon worden leeggepompt bij een landing was de oplossing. De lading was maximaal 2.100 ton aan voertuigen en tanks, maar bij een landing was een lading van ongeveer 500 ton het meest ideaal. De boegdeuren met een totale breedte van 426 cm waren groot genoeg om vrijwel elk geallieerd voertuig te kunnen inladen en uitladen. In het schip waren ventilatievoorzieningen aangebracht om de uitlaatgassen van tanks met draaiende motor uit het schip te blazen. In het schip waren twee dekken. Het onderste was het tankdek waar de tanks konden staan. In de hoogte was er nog een dek waar lichtere voertuigen op konden staan die met een lift naar het tankdek konden worden vervoerd. Op het bovendek was er tevens plaats om een LCT (Landing Craft Tank, welke een klein landingsschip was) te vervoeren. In januari 1942 was het eerste schaalmodel klaar en werd het getest in Washington.

Het ontwerp werd goedgekeurd en kreeg een zeer hoge prioriteit in het Amerikaanse bouwprogramma. Er werd zelfs een kiel van een vliegdekschip gesloopt om er LST's van te kunnen bouwen. De bouw van de eerste LST begon op 10 juni 1942 op de werf van Newport News en de eerste waren gereed in oktober van datzelfde jaar. Eind 1942 waren reeds 23 LST's in dienst en was er een nieuw record gevestigd. Nog nooit was er zo snel een schip ontworpen, goedgekeurd en in massaproductie gebouwd.

Het bouwprogramma van de LST was in meerde opzichten uniek. Zo gauw het ontwerp definitief was werden de onderdelen van de schepen al besteld, terwijl er nog niet eens een werf bekend was waar ze gebouwd zouden worden. De contracten en bestellingen voor de bouw van deze schepen gebeurden per spoedpost, telefonisch en zelfs mondeling. Alle bestellingen van de werven werden door een centraal bureau geregeld wat tegen elkaar opbieden van werven voorkwam. Tevens bestelde het bureau al in het vooruit. Er werden recordtijden gehaald bij de bouw van de schepen, en aan het einde van de oorlog was de productietijd nog maar 2 maanden.

De werven die de schepen bouwden lagen niet allemaal aan de zeekust. Van de 1.051 gebouwde LST's werden er 670 in binnenlandse werven die aan rivieren lagen gebouwd omdat de werven aan de kust gebruikt werden voor de zeeschepen met grote diepgang. Er werden zelfs compleet nieuwe binnenlandse werven gebouwd om deze schepen te kunnen produceren. De schepen werden dan door speciale bemanningen naar zee gebracht waar ze door de marine in gebruik werden genomen. Diverse bruggen over de binnenrivieren werden hiervoor zelfs aangepast.

Tijdens de complete productie van de LST werd het ontwerp maar 1 keer gewijzigd in midden 43 aan de hand van de operationele rapporten van de schepen. In plaats van een lift voor het vervoer van bovendek naar tankdek werd er een hellingbaan gemonteerd, er werd een waterdestillatievoorziening ingebouwd en de bewapening werd opgevoerd. Het bovendek werd versterkt zodat er een reeds volgeladen LCT meegevoerd kon worden.

De Amerikaanse massaproductie LST werd voor het eerst ingezet bij de landing op de Solomon-eilanden in juni '43 en zou een vitale rol spelen bij de bevoorrading van vrijwel alle landingsoperaties in Europa en de Pacific.

LST(1)
De Britse Royal Navy bouwde drie LST's genaamd de Boxer-klasse naar eigen ontwerp. Deze drie schepen werden Boxer, Bruiser en Thruster gedoopt. Ze waren een succes, maar niet geschikt voor massaproductie. Tevens hadden de Britse scheepswerven geen plek voor de bouw van grote aantallen LST's. De Thruster is na de oorlog overgenomen door de Koninklijke Nederlandse Marine en ingezet als voorraadschip Pelikaan onder nr. A830

LST(2)
Als vervolg op het Britse ontwerp gingen de Amerikanen aan de slag. Dit ontwerp zou de rest van alle LST's vormen. Totaal werden er hiervan 1051 gebouwd door alleen de Verenigde staten. Er gingen er 113 naar Groot-BrittanniŽ onder Lend-Lease en 4 gingen er naar de Griekse marine. De LST's kregen geen naam maar een nummer. In totaal gingen er tijdens de oorlog maar 26 LST's verloren door oorlogshandelingen terwijl ze als zeer waardevolle doelen werden gezien. Verder gingen er nog 13 verloren door ongelukken en het weer.

Technische gegevens bij bouw:

Naam:

LST(2)

Land:

Verenigde Staten

Type:

Landingsschip voor tanks

Waterverpl.:

Strand landing 2366 ton
Volle zee 4080 ton

Afmetingen:

Lengte over alles: 99,98 meter
Breedte: 15,24 meter
Diepgang: 1,19 meter voor 3,00 meter achter

Aandrijving:

Vermogen: 1800 bhp
Max. Snelheid: 12 knopen

Bewapening:

7 - 40 mm antiluchtdoel
12 - 20 mm antiluchtdoel
Sterk wisselend per stuk

Lading:

Strand landing 500 ton lading
Zee transport 1675 ton lading
163 militairen

Bemanning:

111 man

LST(3)
Omdat vrijwel alle LST's in de Verenigde Staten werden gebouwd gingen zij ook over de toewijzing van deze schepen. Dit vaak tot grote ergernis van de Britten die deze schepen vaak op andere plekken en andere tijden wilden inzetten dan de Verenigde Staten. Voornamelijk door deze reden pasten de Britten het ontwerp wat aan en namen ze vanaf 1944 in productie. De wijzigingen ten opzichte van LST(2) zaten voornamelijk in de motor. De LST(2) had een dieselmotor, maar omdat deze in Groot-BrittanniŽ moeilijk beschikbaar waren gebruikten ze dezelfde motor als in fregatten en torpedobootjagers, een motor op stoom. Deze schepen hadden een iets grotere diepgang en haalden vergelijkbaar met de LST(2) 13 knopen. Verder waren de schepen iets langer met ruim 105 meter en een tonnage van 3065.
Van dit type zijn er in Britse en Canadese scheepswerven 64 gebouwd.

Varianten
De LST had als basisfunctie het vervoeren van tanks, voertuigen, troepen en voorraden, meestal naar en van landingsstranden. Het schip was echter zo veelzijdig dat er ook diverse zijn omgebouwd voor andere of hele specifieke taken.

LST ARL (Landing Craft Repair Ship)
De boegdeuren werden verwijderd, extra hijsmaterieel toegevoegd en van binnen werd het schip ingericht als een complete werkplaats om landingsschepen te repareren.

LST APB (Barrack Ship)
Een aantal werd omgebouwd tot moederschip voor landingsvaartuigen. Er werden extra hutten bijgebouwd, een bakkerij en een aantal gigantische koelkasten. Daarnaast nog extra waterdestillatieunits en de ballasttanks werden gebruikt voor opslag van drinkwater. Deze schepen konden een groot aantal troepen meenemen plus de landingsvaartuigen voor deze troepen.

LST(H) Hospital Ship
Totaal werden er 38 LST's omgebouwd tot hospitaalschip dat gewonden van de stranden af kon vervoeren, nadat ze eerst hun 'gewone' lading bestaande uit tanks en voertuigen hadden uitgeladen. Op D-Day brachten LST's ruim 41.000 gewonden terug naar Groot-BrittanniŽ.

LST met vliegdek
Verder waren er een paar aangepast om kleine vliegtuigen te kunnen lanceren om leiding te geven aan scheeps- en artilleriegeschut.


Verder nog de volgende varianten:

  • Reparatieschip voor gevechtsschade (ARB)
  • Reparatieschip voor vliegtuigen (ARV-A)
  • Reparatieschip voor vliegtuigmotoren (ARV-E)
  • Reparatieschip voor helikopters (ARV-H) (na WO II)
  • Treinwagons vervoer (rails op het tankdek gemonteerd)
  • Antiluchtdoel schip
  • Mijnenveger depot schip
  • Blok schip in het Suezkanaal (na WO II)

Conclusie
De LST was een gigantisch succes en vitaal voor het slagen van diverse amfibische operaties. Zo hebben de Amerikanen nadat hun Mulberry-haven werd verwoest door de storm enkele dagen na D-Day hun aanvoer van voorraden op pijl kunnen houden door het massaal inzetten van LST's. De Verenigde Staten werden vanwege de monopoliepositie die ze hadden met de LST's wel eens verweten dat ze hiervan misbruik maakten bij de toewijzing. Zo was de verdeling tussen Pacific en Europa altijd een moeilijk punt, zeker voor de Britten. De LST's waren zelfs in de politiek belangrijk.

Deze veelzijdige schepen bleken ook een groot incasseringsvermogen te hebben, en gingen zelden stuk. Ondank dat de bemanningen ze 'Long Slow Targets' noemden waren ze toch erg succesvol en een van de succesfactoren voor het winnen van de oorlog zowel in Europa als in AziŽ.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de LST's nog gebruikt in de oorlogen in Korea en in Vietnam. In de huidige marine komen ze niet meer voor, maar zijn er modernere varianten die sterk dezelfde mogelijkheden hebben en gebaseerd zijn op hetzelfde ontwerp.

Definitielijst

D-Day
De dag dat de invasie van West-Europa plaatsvond op 6 juni 1944. Na een lange misleidingsoperatie vielen de geallieerden op vijf plaatsen op de Normandische kust de stranden binnen om zo hun opmars naar Nazi-Duitsland te beginnen. Hoewel D-Day vaak als Decision Day wordt gezien, is dit niet geheel correct. De D staat in dit geval gewoon voor Day, in het militaire jargon wordt namelijk gesproken van een operatie op Dag D, beginnend op Uur U.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
massaproductie
Het maken van een grote hoeveelheid van hetzelfde produkt.
Operatie Torch
Geallieerde amfibische landingen in Marokko en Algerije op 8 November 1942. Voorgaande namen van Torch zijn (zie) Gymnast en Super-Gymnast.

Afbeeldingen


LST aan het lossen


LST-383 met een LCT aan boord


2 LST's aangemeerd


De Nederlandse Pelikaan A830 in Hollandia 1962
(Bron: Louis.v .Leeuwen)

Informatie

Artikel door:
Frank van der Drift
Geplaatst op:
06-02-2003
Laatst gewijzigd:
29-04-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.