Slotverklaring Hans Frank

De PRESIDENT: Ik roep Beklaagde Hans Frank op.
HANS FRANK (beklaagde): Heren rechters: Adolf Hitler, de hoofdbeklaagde, heeft geen slotverklaring aan het Duitse volk en aan de wereld nagelaten. Te midden van de grootste nood van zijn volk vond hij geen troostend woord. Hij werd stil en verliet zijn post niet als leider, maar verdween in de duisternis, een zelfmoordenaar. Was het koppigheid, wanhoop of wrok tegen God en de mensen? Misschien dacht hij wel: "Als ik ten onder moet gaan, laat het Duitse volk dan ook maar in de afgrond storten." Wie zal het ooit weten?
Wij -als ik nu de uitdrukking 'wij' gebruik, dan bedoel ik mijzelf en die Nationaal Socialisten die het met mij en deze bekentenis eens zullen zijn en niet die medebeklaagden namens wie ik niet gerechtigd ben te spreken- wij willen de Duitse natie niet op dezelfde manier, zonder ook maar ťťn woord, aan zijn lot overlaten; wij wensen niet gewoon te zeggen, "Nu moeten jullie maar zien hoe je je redt met de ineenstorting die we jullie hebben nagelaten." Zelfs nu, misschien zoals nooit te voren, dragen wij nog een immense mentale verantwoordelijkheid.
Aan het begin van onze weg vermoedden wij niet dat het zich afkeren van God zulke rampzalige, dodelijke gevolgen voor ons kon hebben en dat wij onvermijdelijk steeds meer en meer bij de schuld betrokken raakten. Toen konden we niet hebben geweten dat zoveel loyaliteit en opofferingsgezindhied aan de kant van het Duitse volk zo slecht door ons geleid kon zijn.
Door ons zo van God af te keren werden we omver geworpen en moesten ten onder gaan. Het was niet alleen vanwege technische onvolkomenheden en ongelukkige omstandigheden dat we de oorlog hebben verloren, noch was het wegens rampspoed en verraad. Voor alles veroordeelde God Hitler en voltrok het vonnis over hem en het systeem dat wij, met onze gedachten ver van God, dienden. Daarom, moge ons volk ook worden teruggeroepen van de weg waarlangs Hitler, en wij met hem, hen hebben gevoerd.
Ik smeek ons volk, niet verder te gaan op deze weg, zelfs geen enkele stap; want Hitler's weg was de weg zonder God, de weg van het zich afwenden van Christus en in laatste instantie, de weg van de politieke dwaasheid, de weg naar rampen en de weg naar de dood. Zijn weg werd meer en meer die van een angstige avonturier, zonder geweten en zonder eerlijkheid, zoals ik nu, aan het einde van dit Proces weet.
We roepen het Duitse volk op, van wie wij de leiders waren, terug te keren op deze weg die volgens Gods wetten en gerechtigheid, ons en ons systeem wel in het verderf moest storten en die iedereen, overal ter wereld, die hem probeert te gaan of erop voort te gaan in het verderf zal storten.
Dit proces, dat vele maanden duurde, werd gevoerd over de graven van de miljoenen doden van deze afschuwelijke Tweede Wereldoorlog als een centrale, juridische narede en de geesten kwamen beschuldigend langs in deze zaal.
Ik ben dankbaar dat mij de gelegenheid is geboden een verdediging en rechtvaardiging voor te bereiden tegen de beschuldigingen die tegen mij zijn geuit. In dit verband denk ik aan al de slachtoffers van het geweld en de gruwelen van de verschrikkelijke gebeurtenissen in oorlog. Miljoenen moesten ongevraagd en ongehoord ten onder gaan. In het uur waarin ik mijn vrijheid verloor, gaf ik mijn oorlogsdagboek over waarin mijn verklaringen en activiteiten staan. Als ik al ooit streng was, was het bovenal tegen mijzelf, op het moment waarop mijn activiteiten tijdens de oorlog openbaar werden gemaakt. Ik wens deze wereld geen verborgen schuld na te laten die ik niet erkend heb. Ik heb in de getuigenbank de verantwoordelijkheid aanvaard voor alle zaken waarvoor ik verantwoording moet afleggen. Ik heb ook de schuld erkend die aan mij kleeft als voorstander van Adolf Hitler, zijn beweging en zijn Rijk.
Aan de woorden van mijn verdediger heb ik niets toe te voegen. Er is echter nog een verklaring van mij die ik moet rechtzetten. In de getuigenbank heb ik gezegd dat duizend jaren nog niet voldoende zouden zijn om de schuld uit te wissen, die door Hitler's gedrag in deze oorlog over ons volk is gekomen. Iedere mogelijke schuld die onze natie op zich heeft geladen, is vandaag de dag al volledig teniet gedaan, niet alleen door het gedrag van onze tegenstanders in de oorlog jegens onze natie en zijn soldaten, hetgeen zorgvuldig buiten dit Proces is gehouden, maar ook door de enorme misdaden van de ergste soort die, zoals mij nu bekend is, door Russen, Polen en Tsjechen tegen Duitsers worden begaan, in het bijzonder in oost-Pruisen, SileziŽ, Pommeren en het Sudetenland. Wie zal deze misdaden tegen het Duitse volk ooit veroordelen?
Ik eindig mijn slotverklaring in de vaste hoop dat uit alle gruwelen van de oorlog en alle bedreigende ontwikkelingen die overal al gaande zijn, misschien nog eens vrede zal ontstaan en dat zelfs onze natie kan deelnemen in de zegeningen daarvan. Maar het is God's eeuwige gerechtigheid waarin ons volk zich hopelijk veilig zal voelen en waaraan ik mij in vertrouwen onderwerp.

Zie ook: Vonnis Frank

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947

Afbeeldingen


Hans Frank, gouverneur van het Generalgouvernement.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
13-10-2006
Laatst gewijzigd:
04-04-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.