Slotverklaring Alfred Jodl

De PRESIDENT: Ik roep Beklaagde Alfred Jodl op.
ALFRED JODL (Beklaagde): Meneer de President, geacht Tribunaal. Het is mijn vaste geloof dat toekomstige historici tot een juist en objectief oordeel zullen komen met betrekking tot de hogere militaire leiders en hun assistenten want zij, en de hele Duitse Wehrmacht met hen, zagen zich geplaatst voor een onoplosbare taak, namelijk het voeren van een oorlog die zij niet hebben gewild, onder een opperbevelhebber wiens vertrouwen zij niet genoten en die zij zelf maar gedeeltelijk vertrouwden; met middelen die regelmatig in strijd waren met hun eigen principes van leiderschap en hun traditionele, vertrouwde opvattingen; met troepen en een politiemacht die niet onder hun absolute gezag stonden en met een inlichtingendienst die gedeeltelijk voor de vijand werkte. Dit alles in het volle en duidelijke besef dat deze oorlog zou beslissen over leven of dood van ons geliefde vaderland. Zij dienden niet de machten van de Hel en zij dienden geen misdadiger, maar eerder hun volk en hun vaderland.
Wat mij betreft, ik geloof dat niemand meer kan doen dan te proberen het voor hem hoogst haalbare doel te bereiken. Dat en niets anders is altijd het leidende principe geweest voor mijn daden en om die reden, Heren van het Tribunaal, welk vonnis u ook aan mij mag opleggen, zal ik deze rechtszaal met opgeheven hoofd verlaten, net zoals ik deze maanden geleden ben binnengekomen.
Wie mij echter beschuldigt van verraad aan de eervolle traditie van het Duitse leger, of wie beweert dat ik om persoonlijke en egoistische redenen op mijn post bleef, die zal ik beschuldigen van verraad aan de waarheid. In een oorlog zoals deze, waarin honderdduizenden vrouwen en kinderen werden weggevaagd door bomtapijten of laag vliegende vliegtuigen en waarin partizanen ieder -ja ieder geweldsmiddel toepasten dat geschikt leek, harde maatregelen, hoewel die gezien vanuit internationale wetgeving misschien bedenkelijk lijken, zijn geen misdaad van de moraal of van het geweten. Want ik geloof stellig dat de plicht van een man jegens zijn volk en zijn vaderland boven alles staat. Mijn plicht doen was voor mij een eer en de hoogste wet.
Moge deze plicht in een gelukkiger toekomst verdrongen worden door een hogere plicht: een plicht jegens de mensheid.

Zie ook: Vonnis Jodl.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947

Afbeeldingen


Alfred Jodl, Chef Operaties van het Opperbevel van de Duitse Strijdkrachten (OKW).

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
01-11-2006
Laatst gewijzigd:
18-09-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.