Slotverklaring Arthur Seyss-Inquart

De PRESIDENT: Ik roep Beklaagde Arthur Seyss-Inquart op.
ARTHUR SEYSS-INQUART (Beklaage): Meneer de President. Met mijn laatste woorden wil ik een bijdrage leveren, voor zover dat in mijn vermogen ligt, aan opheldering van zaken die hier behandeld zijn, door mijn persoonlijke motieven en overwegingen voor mijn daden uit te leggen.
Over de kwestie Oostenrijk heb ik weinig te zeggen. Ik beschouw de Anschluss, los van latere gebeurtenissen, als een uitsluitend Duitse binnenlandse aangelegenheid: voor iedere Oostenrijker was de Anschluss een doel op zich en nooit, in de verste verte niet een voorbereidende stap voor een agressieve oorlog. Het idee van de Anschluss was daarvoor een te belangrijke doelstelling, het was inderdaad de ultieme doelstelling van het Duitse volk. "Aan het Duitse volk doe ik verslag van het grootste succes uit mijn leven." Ik geloofde deze woorden van de FŁhrer die hij op 15 maart 1938 in de Hofburg in Wenen uitsprak. Bovendien was dat de waarheid. Toen ik op 11 maart 1938 om ongeveer 8 uur 's avonds, na de ineenstorting van al het politieke en staatsgezag, de richting volgde die door Berlijn was voorgeschreven, was het om de reden dat de onterechte tegenstand tegen het houden van geregelde verkiezingen de weg voor radicale actie had vrijgemaakt, praktisch zowel als psychologisch. Ik vroeg me af of ik het recht had weerstand te bieden aan deze methoden, nadat mijn plan onpraktisch was gebleken.
Omdat deze procedure echter gerechtvaardigd leek, voelde ik het als mijn plicht die steun te verlenen die ik onder die omstandigehden kon verlenen. Ik ben ervan overtuigd dat het grotendeels aan mijn steun te danken is dat deze fundamentele ommekeer, zeker tijdens de nacht van 12 maart, zo rustig en zonder bloedvergieten plaats vond, hoewel daardoor felle haat ontstond in de harten van de Oostenrijkse Nationaal Socialisten.
Ik was voor de vereniging van alle Duitsers, wat voor soort regering Duitsland ook mocht hebben. Ik geloof dat de aanklager documenten uit de periode van na de Anschluss gebruikt om daaruit mijn plannen voor annexatie en agressie af te leiden. Dit zijn documenten en opmerkingen betreffende het Donau gebied en Tsjechoslowakije, gedateerd na 1 oktober 1938 en na de Overeenkomst van MŁnchen; met betrekking tot het Vistula gebied van na 1 september 1939, na het uitbreken van de oorlog. Ik bevestig deze verklaringen en intussen is de juistheid ervan vastgesteld. Zo lang als het Donau gebied deel uitmaakte van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, was de ontwikkeling nuttig voor allen en het Duitse deel vertoonde geen enkele imperialistische activiteit maar bevorderde en droeg slechts bij aan cultuur en industrie. Vanaf het moment dat dit gebied werd versnipperd vanwege het algehele succes van het nationalistische principe, heeft het nooit vrede gekend. Dit in gedachten houdend, dacht ik aan het reorganiseren van een gemeenschappelijke Lebensraum die, zoals ik openlijk heb verklaard, de meest noodzakelijke voorwaarden, zoals sociale orde zou scheppen voor allen, namelijk Duitsers, Tsjechen, Slowaken, Hongaren en Roemenen en die voor ieder individu het leven waard maakten. Met dit in gedachten, dacht ik ook aan Tsjechoslowakije, denkend aan de gelijkstelling van talen in MoraviŽ, waarvan ik getuige ben geweest.
Als ik na 1 september 1939 over het Vistula gebied heb gesproken als een voor Duitsers bestemd gebied, dan was dit in een poging om gevaren voor de toekomst te voorkomen die door de uitbraak van de oorlog duidelijk waren geworden en die vandaag voor iedere Duitser harde werkelijkheid zijn. Deze verklaring kan net zo min als bewijs dienen voor de intentie een agressieve oorlog te beginnen als het Besluit van Teheran aangaande Duitse gebieden in het oosten.
Toen brak de oorlog uit die ik toen onmiddellijk en ook later nog zag als een strijd op leven en dood voor het Duitse volk. Tegenover de eis van een onvoorwaardelijke overgave kon ik alleen maar een onvoorwaardelijk "nee" stellen en mijn onvoorwaardelijke trouw aan mijn land. Ik geloof in de woorden van Rathenau: "Moedige naties kunnen buigen, maar nooit breken."
In verband met Nederland zou ik alleen het volgende willen zeggen, met verwijzing naar de beschuldiging dat ik mij om politieke redenen met het bestuur heb bemoeid. Niemand in Nederland werd tot enige vorm van politieke samenwerking gedwongen of beperkt in zijn vrijheden of eigendommen als hij er tijdens de bezetting anti-Duitse ideŽn op na hield, zolang hij zich niet met vijandige activiteiten bezig hield.
Ik heb al uitgelegd dat ik ernstige humane en juridische bedenkingen had tegen de deportatie van de Joden. Vandaag de dag moet ik zeggen dat er een fundamentele rechtvaardiging schijnt te bestaan voor zulke grootschalige en permanente deportaties, want dergelijke deportaties treffen vandaag de dag meer dan 10 miljoen Duitsers die al eeuwenlang in hun thuislanden verblijven. Na medio 1944 werden saboteurs en terroristen, als hun activiteiten bewezen waren, door de politie gefusilleerd op grond van een direct bevel van de FŁhrer. In deze periode hoorde ik alleen maar over executies van dit soort, nooit over het "neerschieten van gijzelaars" in de gebruikelijke zin. De Nederlandse patriotten die tijdens de bezetting het leven verloren worden heden terecht beschouwd als gevallen helden. Wordt aan dit heldendom geen afbreuk gedaan door hen uitsluitend af te schilderen als slachtoffers van een misdaad, aldus implicerend dat hun gedrag lang niet zo gevaarlijk was geweest als de bezetter zich op een juiste wijze had gedragen? Zij allen waren vrijwillig en actief betrokken bij de ondergrondse. Ze deelden het lot van de soldaat in de frontlinie: de kogel treft hem die zich in de gevarenzone bevindt.
Kon ik de vriend van de Nederlanders zijn geweest, waarvan de overweldigende meerderheid tegen mijn volk was dat op zijn beurt vocht voor zijn bestaan? Bovendien heb ik het slechts betreurd dat ik niet als vriend naar het land kwam. Maar ik was ook geen beul of een opzettelijke plunderaar, zoals de Sovjet aanklager beweert. Mijn geweten is zuiver in die zin dat de levensomstandigheden van de Nederlanders in de periode waarin ik er verantwoordelijk voor was -tot aan medio 1944- beter waren dan tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het land niet bezet was, noch onderhevig aan een blokkade. Dit wordt gestaafd door de huwelijks- en geboortestatistieken en de sterfte- en ziektecijfers. Het kan zeker ook worden toegeschreven aan de effecten van een aantal maatregelen die ik heb ingesteld, zoals bijvoorbeeld een uitgebreide ziektekostenverzekering, toeslagen voor getrouwde stellen en kinderen, progressieve tarieven voor de inkomstenbelasting enzovoorts. Tenslote heb ik het mij opgedragen bevel, het land te verwoesten (Hitler's Nerobefehl red.), niet uitgevoerd en op eigen initiatief heb ik een einde gemaakt aan de verdedigende taken voor de bezetter toen weerstand in Nederland zinloos was geworden.
Met betrekking tot Oostenrijk heb ik nog twee opmerkingen.
Als de Duitsers in Oostenrijk wensen dat hun gezamenlijk lot met de Duitsers in het Reich, naar binnen en naar buiten toe werkelijkheid moet worden, dan mogen er tegen deze wens geen obstakels worden opgeworpen en bij zo'n besluit mag geen ruimte voor tussenkomst worden gegeven aan niet-Duitse machten. Anders zou het gehele Duitse volk de meest radicale weg naar een Anschluss volgen, zonder er rekening mee te houden hoe de rest van het politieke programma van een dergelijke beweging misschien wordt samengesteld.
Ten tweede, betreffende de kwestie van effecten van voorzieningen in internationale wetgeving in oorlogstijd: Gezien vanuit haar eigen belangen kan Duitsland geen enkele oorlog wensen. Ze moet er zelfs voor waken, geen wapens in handen te krijgen. De andere naties wensen ook geen oorlog, maar van die mogelijkheid is nooit sprake tenzij de naties die afzweren. Het is daarom verkeerd te proberen, een toekomstige oorlog te bagatelliseren en de defensieve krachten van de naties te verminderen door de indruk te wekken dat een toekomstige oorlog beperkt kan blijven tot het kader van de Haagse Conventie voor de Oorlog te Land, of welk ander international verdrag dan ook.
En nu ben ik waarschijnlijk nog een verklaring over mijn houding verschuldigd aan Adolf Hitler. Omdat hij de maat van alle dingen slechts in zichzelf zag, bewees hij daarmee niet in staat te zijn een beslissende taak voor het Duitse volk te vervullen, ja zelfs voor Europa, of was hij een man die, hoewel tevergeefs, tot aan het plegen van onvoorstelbare uitspattingen aan toe, worstelde tegen de loop van een onafwendbaar lot? Voor mij blijft hij de man die Groot-Duitsland tot een feit maakte in de Duitse geschiedenis. Ik heb deze man gediend. En nu? Ik kan heden niet roepen: "Kruisigt hem" omdat ik gisteren "Hosanna" riep.
Tenslotte wil ik mijn raadsman danken voor de zorg en omzichtigheid die hij in mijn verdediging heeft getoond.
Mijn laatste woord is het principe van waaruit ik altijd heb gehandeld en dat ik tot mijn laatste ademtocht trouw zal blijven: "Ik geloof in Duitsland."

Zie ook Vonnis Seyss-Inquart

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
FŁhrer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de fŁhrer van nazi-Duitsland.
Groot-Duitsland
Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
Lebensraum
Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947

Afbeeldingen


Arthur Seyss Inquart, kanselier van Oostenrijk, Rijksstadhouder van het geannexeerde Oostenrijk en Rijkscommissaris in Nederland.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
07-11-2006
Laatst gewijzigd:
18-09-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.