Verhoor Arthur Seyss-Inquart 2

Ochtendzitting 1 11-06-1946

Inhoudsopgave

(De beklaagde Seyss-Inquart neemt weer plaats in de getuigenbank)
Dr. STEINBAUER: Gisteren zijn we toegekomen aan een van de belangrijkste punten van de aanklacht, de kwestie van de deportatie van Joden uit Nederland. Getuige, wat deed u toen u hoorde van de deportatie van Joden uit Nederland? Hebt u brieven geschreven?
SEYSS-INQUART: Gisteren heb ik verklaard dat ik mensen uit Nederland naar Auschwitz heb gestuurd om na te gaan of er faciliteiten waren en zo ja, welke. Ik heb u het resultaat van deze inspectie gegeven. Ik heb de Sipo gevraagd, dat wil zeggen, Heydrich, of het voor de gedeporteerde Joden niet mogelijk was, briefwisseling met Nederland te onderhouden. Dit verzoek werd ingewilligd. Ongeveer driekwart jaar of een jaar lang bleef deze briefwisseling in stand, geen korte briefkaarten maar lange brieven werden toegestaan. Ik weet niet hoe de kampleiding dit deed maar de brieven werden door de geadresseerden als echt herkend. Toen het aantal brieven later afnam -het hield nooit helemaal op- vertelde de Sipo mij dat de Joden in Auschwitz nu minder bekenden in Nederland hadden, hij bedoelde andere Joden, omdat de meesten van hen al in Auschwitz zaten.
Dr. STEINBAUER: Getuige, hebt u ook met Bormann gesproken?
SEYSS-INQUART: Ik heb gisteren verklaard dat toen ik van Heydrich's bevel hoorde, ik Bormann heb gevraagd om bij de Führer te informeren of Heydrich ook werkelijk zulke onbegrensde bevoegdheden had. Bormann bevestigde dit. Ik moet eerlijk toegeven dat ik mijn twijfels had over deze deportaties.
Dr. STEINBAUER: Hebt u iets gedaan om deze twijfels weg te nemen?
SEYSS-INQUART: Mijn bedenkingen -die in de loop van de oorlog alleen maar toenamen- waren dat de ontberingen van de oorlog tot een zware last zouden worden, in het bijzonder voor de Joden. Als er te weinig voedsel in het Reich beschikbaar was, zouden in het bijzonder de Joodse kampen weinig krijgen terwijl de Joden waarschijnlijk streng behandeld zouden worden en voor het minste of geringste zware straffen moeten ondergaan. Ik dacht ook aan het onvermijdelijk uiteenrukken van gezinnen, tot op zekere hoogte tenminste in het geval van arbeidsdienst.
Het beslissende argument echter was de bekendmaking door het bevoegde gezag, de Sicherheitspolizei, dat in het geval van een poging tot landing, de Joden zich niet in het directe operatiegebied mochten bevinden. Ik vraag het Hof in overweging te nemen dat het meest belangrijke en doorslaggevende motief voor mij altijd het feit was dat het Duitse volk in een strijd op leven en dood verwikkeld was. Vandaag, uit een ander perspectief bezien, is het beeld anders. Als we ons toen voor hielden dat de Joden bijeen moesten worden gehouden in een of ander kamp, zelfs onder moeilijke omstandigheden en dat ze na het einde van de oorlog elders een plaats van vestiging zouden vinden, moesten de hierdoor ontstane twijfels terzijde worden geschoven vanwege de overweging dat hun aanwezigheid in het oorlogsgebied de Duitse tegenstand zou kunnen verzwakken.
In de loop van 1943 sprak ik met Hitler en vestigde zijn aandacht op dit probleem in Nederland. Op zijn eigen overtuigende manier stelde hij me gerust en gaf meteen toe dat hij dacht aan een zo mogelijk permanente deportatie van de Joden uit heel Europa waarmee Duitsland vriendschappelijke betrekkingen wilde handhaven. Hij wilde de Joden zich laten vestigen aan de oostgrens van de Duitse invloedssfeer, voor zover zij niet in staat waren naar andere delen van de wereld te emigreren. Begin 1944 sprak ik met Himmler, die ik toevallig in zuid Beieren ontmoette. Ik vroeg hem op een vastberaden manier naar de Joden in Nederland. Het feit dat ons Oostfront zich terugtrok, betekende dat de kampen in de loop van de tijd in het oorlogsgebied zouden komen te liggen, of tenminste in het achterland. Ik was bang dat dan het lot van de Joden zelfs nog zwaarder zou worden. Himmler zei zoiets als: "Maakt u zich geen zorgen, het zijn mijn beste arbeiders." Ik kon me niet voorstellen dat Joden die daartoe in staat waren, aan het werk waren terwijl hun verwanten werden vernietigd. Ik geloof dat in dat geval niemand iets anders kon verwachten dan dat iedere Jood een Duitser zou aanvallen en hem wurgen.
Dr. STEINBAUER: Getuige, u raakte dus op de hoogte van deze deportaties? Hebt u, in uw hoedanigheid van Reichskommissar via uw bestuur deze deportaties helpen uitvoeren?
SEYSS-INQUART: Omdat de deportatie een feit was, beschouwde ik het als correct om mij ermee bezig te houden voor zover dat voor mij als Reichskommissar mogelijk was. Ik gaf mijn plaatsvervanger in Amsterdam, Dr. Boehmke, volmacht om de deportatie uit te voeren, controle uit te oefenen en stappen te ondernemen als er zich excessen voordeden, anders dan onvermijdbare problemen of dat aan mij te rapporteren. Dr. Boehmke lag voortdurend overhoop met de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. We moesten keer op keer ingrijpen maar ik ben ervan overtuigd dat we niet aan alle ontberingen een eind konden maken.
De Joden werden samengebracht in Kamp Westerbork. Toen de eerste treinen vertrokken kreeg ik een rapport dat de treinen overvol zaten. Ik protesteerde heftig bij de commandant van de Sipo en vroeg hem ervoor te zorgen dat de transporten op een ordelijke manier plaats vonden. Het Nederlandse verslag vermeldt dat in het begin de transporten onder aanvaardbare omstandigheden plaats vonden; later werden de omstandigheden over het algemeen slechter. Maar dat de treinen zo uitzonderlijk vol waren als in het verslag wordt aangegeven kwam ik niet te weten. Het is een feit dat de Sipo de controle op de uitvoering van deze maatregelen erg moeilijk maakte. Op voorstel van enkele secretarissen-generaal, in het bijzonder Van Dam em Froehlich, maakte ik uitzonderingen voor een aantal Joden. Men kon in individuele gevallen uitzonderingen maken, de basismaatregel bleef hetzelfde. Ik geloof dat het aantal uitzonderingen groter is dan aangegeven in het Nederlandse verslag, tenminste volgens mijn gegevens. Deze Joden zaten op het laatste moment in Kamp Westerbork. Toen de invasie begon wilde Himmler ze daar weghalen. Op mijn bezwaren gebeurde dit niet. Maar na de slag om Arnhem liet hij ze, zoals hij zei, afvoeren naar Theresienstadt en ik hoop dat ze daar in leven gebleven zijn.
Dr. STEINBAUER: Gaf u bij deze gelegenheid ook eigendommen terug?
SEYSS-INQUART: De Joden voor wie een uitzondering was gemaakt, behielden hun eigendommen.
Dr. STEINBAUER: Bij het afsluiten van dit hoofdstuk wil ik de aandacht van het Tribunaal nogmaals vestigen op Document PS-1726, USA-196, in de documentenmap van de aanklager. Dit document somt het hele Jodenvraagstuk in Nederland op en vermeldt op pagina 6 alle diensten die zich met het Jodenvraagstuk bezighielden. Onder nummer 3 zult u de Commissaris-generaal voor Veiligheid, de Höhere SS und Polizeiführer H. Rauter aantreffen, de generaal van politie. Onder nummer 4 staat de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, leider Aus der Fünten -onder Commissaris-generaal, als onder 3. Het rapport zegt hierover:
"Schijnbaar een organisatie voor Joodse emigratie, in werkelijkheid een organisatie om de Joden van hun rechten te beroven, hen apart te houden of ze te deporteren." Dit was de belangrijkste dienst die direct onder Himmler's Höhere Polizeiführer viel en niet onder beklaagde.
SEYSS-INQUART: Ik zou willen benadrukken dat Rauter in dit geval optrad als Höhere SS und Polizeiführer en niet als Commissaris-generaal voor Veiligheid want de maatregelen werden uitgevoerd door de Duitse politie en niet door de Nederlandse.
Dr. STEINBAUER: De getuige heeft het in een toespraak ook gehad over zijn visie op het Jodenvraagstuk. De aanklager heeft een gedeelte van deze toespraak overlegd.
De PRESIDENT: Dr. Steinbauer, u legt dit Document PS-1729, dat blijkbaar een historische verklaring bevat, voor aan de getuige. Geeft de getuige toe dat die historische verklaring juist is?
Getuige, geeft u toe dat die historische verklaring juist is?
SEYSS-INQUART: Mag ik het document zien?
(het document wordt aan getuige overhandigd)
Dr. STEINBAUER: Het is aanhangsel 2.
De PRESIDENT: Ziet u, Dr. Steinbauer, u legt dit document voor aan getuige en het is aan u om van getuige de zekerheid te krijgen of hij het met dit document instemt of het aanvecht.
SEYSS-INQUART: De voorstelling van de feiten is juist, behalve de toevoeging van de verbetering die ik zojuist maakte met betrekking tot de Commissaris-generaal voor Veiligheid.
De PRESIDENT: Er zijn enkele passages in het document die uw aandacht vragen, februari 1941 bijvoorbeeld. Hebt u het document voor u, Dr. Steinbauer?
Dr. STEINBAUER: Ja.
De PRESIDENT: Wilt u kijken naar de laatste vermelding onder de kop Februari 1941? Hebt u dat?
Dr. STEINBAUER: Ja.
De PRESIDENT: Dat moet u aan getuige voorleggen. Hij zei dat de feiten kloppen.
Dr. STEINBAUER: Getuige, onder "Februari 1941" vindt u een verklaring -ik heb alleen de Engelse versie hier- dat Joden werden gearresteerd en vervolgens naar Buchenwald en Mauthausen werden afgevoerd.
SEYSS-INQUART: Ik heb dit geval gisteren besproken. Dat was een maatregel op direct bevel van Himmler, die ik pas te weten kwam nadat die was genomen en waartegen ik protesteerde. Naar mijn weten vonden er daarna geen massa deportaties naar Mauthausen plaats.
De PRESIDENT: Als ik de getuige dan goed begrijp zegt hij dat het document juist is behalve waar u verwees naar nummers 3 en 4 op de laatste pagina. Is dat juist?
SEYSS-INQUART: In mijn getuigenis van gisteren heb ik de bevelen bevestigd die in dit document zijn vermeld, maar niet alle bijzonderheden van de feitelijke gebeurtenissen.
Dr. STEINBAUER: De voorstelling op pagina 6 van de individuele diensten is juist?
SEYSS-INQUART: De feitelijke voorstelling is in principe ook juist. Gisteren heb ik het ook gehad over het in brand steken van synagogen en het voorkomen van de verwoesting van synagogen in Den Haag en Amsterdam.
De PRESIDENT: Goed, Dr. Steinbauer. Gaat u verder.
Dr. STEINBAUER: Ik wil nu verwijzen naar Document 79, pagine 203 uit Bewijsstuk USA-708. Het is een toespraak die Seyss-Inquart hield over het Jodenvraagstuk. De aanklager heeft dit document ingediend. Omdat het enige uitleg behoeft zal ik beginnen met de laatste zin te lezen:
"Het enige dat wij kunnen bespreken is de vorming van een aanvaardbare overgangstoestand, onder handhaving van ons standpunt dat de Joden vijanden zijn en dus iedere voorzorg nemend die gewoonlijk tegen vijanden wordt genomen. Met betrekking tot de periode waarin Duitsland hier niet als bezettende macht zal zijn om de openbare orde te handhaven, zal het Nederlandse volk voor zichzelf moeten beslissen of ze de vriendschappelijke betrekkingen met het Duitse volk omwille van de Joden in gevaar willen brengen." Getuige, ik wil u iets over deze toespraak vragen. Dacht u aan de totale uitroeiing en vernietiging van de Joden?
SEYSS-INQUART: Daar heb ik helemaal nooit aan gedacht en in deze toespraak dacht ik niet eens aan deportatie. In die tijd stond ik op het standpunt dat we de Joden binnen Nederland moesten houden, net zoals wordt gedaan met vijandelijke vreemdelingen, om de redenen die gegeven worden in het voorafgaande gedeelte van deze toesprak, die de Amerikaanse aanklageer heeft ingediend. Het denkbeeld om ze als vijandelijke vreemdelingen te behandelen overheerste nog steeds, hoewel Engelsen bijvoorbeeld ook naar het Reich werden afgevoerd. Ik heb er al op gewezen dat dat standpunt later werd gewijzigd om te voldoen aan de maatregelen tegen de Joden die in het Reich gebruikelijk waren.
Dr. STEINBAUER: We komen nu toe aan ....
De PRESIDENT: Wat is de datum van die toespraak?
SEYSS-INQUART: Deze toespraak is van maart 1941. Slechts nog een maal heb ik mijn standpunt duidelijk gemaakt en dat was op 20 april 1943 toen ik de, ik geef het toe, ietwat vreemde suggestie deed dat alle strijdende partijen 1% van hun oorlogskosten zouden storten om vanuit economisch oogpunt het Jodenvraagstuk op te lossen. Ik was dus van mening dat de Joden nog bestonden; tussen haakjes, ik heb de Joden nooit minderwaardig genoemd.
Dr. STEINBAUER: Ik denk dat ik dit onderwerp kan beëindigen en kom toe aan een andere beschuldiging die tegen u is geuit: schending van internationaal recht, onderwerp plundering.
Wie nam in Nederland grondstoffen en machines in beslag?
SEYSS-INQUART: Het initiatief hiervoor en de mate waarin het moest gebeuren, was afkomstig van de Rijksministeries. De operatie werd door mijn ministeries uitgevoerd, door de Wehrmacht, door de bewapeningsinspectie of zelfs door de politie en de Waffen-SS; maar vanaf medio 1944 werd het in het algemeen uitgevoerd door het Ministerie van Bewapennig, wat ook mijn ministerie was en door de Wirtschaftkommandos van het OKH. In die tijd was controle uiterst moeilijk.
Dr. STEINBAUER: Wat was uw eigem houding ten opzichte van dit probleem?
SEYSS-INQUART: Ik was van mening dat de regeling van de Haagse Conventie voor Ooorlog te Land die hierop betrekking had, verouderd was en niet kon worden toegepast in een moderne oorlog want het arbeidspotentieel van de burgerbevolking is tenminste net zo belangrijk als het vermogen tot strijd van frontsoldaten. Hoeveel er kon worden geëist, leek mij af te hangen van de heersende condities in het eigen land. Deze verschilden ongetwijfeld van land tot land. Ik probeerde daarom een verklaring van Reichsmarschall Göring te krijgen dat Nederlandwers onder dezelfde omstandigheden moesten leven als het Duitse volk. Deze belofte werd in de daarop volgende periode helaas niet helemaal gehouden.
Dr. STEINBAUER: Hoe vond inbeslagname plaats? Door welke autoriteiten?
SEYSS-INQUART: Tot aan 1943 voerden de Nederlandse diensten onze opdrachten uit. De technici moesten zorgen voor de feitelijke rechtvaardiging tot inbeslagname, omdat ik met dergelijke zaken niet vertrouwd was. Ik nam maatregelen wanneer mij klachten bereikten. Zo verhinderde ik bijvoorbeeld de sluiting van een margarinefabriek in Dordrecht en van een splinternieuwe electrofabriek in Leeuwarden.
Reichsminister Speer vaardigde een belangrijk bevel uit dat slechts machines van fabrieken, die meer dan de helft van hun totale productie aan het Reich leverden, Philips in Eindhoven bijvoorbeeld, naar het Reich overgebracht konden worden.
Dr. STEINBAUER: De Franse aanklager beschuldigt u ervan, de zwarte markt te heben bevoordeeld. Wat hebt u hierop te zeggen?
SEYSS-INQUART: We bestreden de zwarte markt vanaf het begin. Het was voor ons daarom altijd een zogenaamde grijze markt. Ik had de koop van voedsel op de zwarte markt uit de lopende productie verboden, net als andere belangrijke consumentenartikelen. Ieder geval werd door de bevoegde autoriteiten onderzocht in samenwerking met de Nederlandse diensten. Als het een onderneming betrof die door mij was verboden, dan werden de goederen in beslag genomen en aan de Nederlandse diensten overgedragen. Deze maatregelen waren voor 100 % in het voordeel van de Nederlanders want wat het Duitse Reich officieel wilde hebben, kreeg het toch wel. Ik zie in het document dat de omzet in Nederland lager was dan waar ook. De cijfers zijn echter misleidend want de prijzen op de zwarte markt lagen enkele malen hoger dan die op de open markt, zodat de feitelijke hoeveelheid goederen veel lager lag.
Dr. STEINBAUER: In Document PS-1321 wordt de beschuldiging geuit dat u medische instrumenten aan de SS overdroeg.
SEYSS-INQUART: Dat is waar. Zie dat alstublieft in verband met mijn algemene verklaringen. De SS had microscopen nodig voor de ziekenhuizen aan het front want al hun ziekenhuizen waren door bombardementen verwoest. In de laboratoria van de Universiteit van Utrecht lagen microscopen die niet werden gebruikt. Ik liet de zaak door mijn ambtenaren onderzoeken, en wat gemist leek te kunnen worden in beslag nemen. In dit verband verwijs ik naar een kwestie die voor de Nederlanders veel belangrijker was. Het Reich wilde het Kamerlingh Onnes Instituut in Leiden, een van de meest beroemde onderzoeksinstituten ter wereld op het gebied van lage temperaturen, slopen. Ik geloof dat alleen de Russen en de Amerikanen ook iets dergelijks hebben, speciaal toegerust voor atoomonderzoek. Ik voorkwam de sloop van dit instituut, wat een onherstelbaar verlies voor Nederland zou hebben betekend.
Experimenten die noodzakelijk leken werden door Professor Heisenberg zelf in Leiden uitgevoerd.
Dr. STEINBAUER: Document PS-1988, RF-130 beschuldigt u ervan dat u de walserij in Ijmuiden hebt laten weghalen.
SEYSS-INQUART: Deze walserij werd na mei 1941 door een Duitse firma in Ijmuiden gebouwd die als tegenprestatie een deelname kreeg in Hoogovens. De electrische installatie van dit bedrijf werd regelmatig door de Engelsen vernield, niet zonder hulp van de inlichtingendienst van de Nederlandse ondergrondse. Naar mijn mening had de Reichsmarschall gelijk om te bevelen dat die naar het Reich moest worden overgebracht. Dit gebeurde ook. Waarom er geen schadeloosstelling werd betaald begrijp ik niet, want ik had bevel gegeven dat al dat soort eisen volledig schadeloos gesteld moesten worden, maar misschien had de Duitse firma de deelneming beëindigd.
Dr. STEINBAUER: Verder wordt de beschuldiging geuit dat u belangrijke transportmiddelen uit Nederland naar het Reich overbracht.
SEYSS-INQUART: Ik kon in principe geen afstand doen van de middelen van transport, dat was een zaak voor het Transportcommando van de strijdkrachten. Eens nam ik deel aan de vordering van 50.000 fietsen -er waren 4.000.000 fietsen in Nederland- voor de verplaatsing van troepen in Nederland zelf.
Dr. STEINBAUER: Een andere beschuldiging luidt dat u kunstvoorwerpen uit musea en verzamelingen liet weghalen.
SEYSS-INQUART: Ik heb er met uiterste nauwlettendheid op toegezien dat kunstvoorwerpen, in het bijzonder schilderijen in de Nederlandse musea in Amsterdam, het Mauritshuis enzovoorts speciaal werden beschermd. Maar het is mogelijk dat leningen van Joden aan deze musea werden opgezegd in verband met de verbeurdverklaring van Joodse eigendommen. Er deed zich slechts een geval voor. Er bestond een Kröller(-Müller) Stichting in Nederland die testamentair aan de Staat der Nederlanden was nagelaten. Zonder mijn toestemming werden drie schilderijen van deze Stichting overgebracht naar het Reich waarvoor ik later een verkoopcontract sloot met de eigenaren van het museum. Ik heb geprobeerd deze stukken voor het museum te vervangen. Dat leverde uit het Duitse kunstbezit een aantal mooie Van Goghs op en een Corré en de conservator van het museum zei me eens dat die nieuwe schilderijen beter in het museum pasten dan de oude. De beroemde schilderijen lagen in een bomvrije bergplaats aan de Nederlandse kust. Toen de kust tot versterkt gebied werd verklaard, haalde ik de Nederlandse autoriteiten over, een nieuwe bergplaats bij Maastricht te laten bouwen. De schilderijen werden daarheen vervoerd, altijd onder Nederlandse bewaking. Geen Duitser had er ook maar iets mee te maken. In de herfst van 1944 eiste Dr. Goebbels dat de schilderijen naar het Reich moesten worden overgebracht. Ik weigerde dit pertinent en liet betrouwbare bewakers bij de berging plaatsen en stuurde ook een ambtenaar van het Nederlandse ministerie die bevoegd was, de schilderijen aan de naderende vijandelijke troepen over te dragen. Ik was ervan overtuigd dat de Nederlandse regering in Engeland ervoor zou zorgen dat deze schilderijen in Nederland zouden blijven.
Dr. STEINBAUER: Hebt u schilderijen voor uzelf verkregen?
SEYSS-INQUART: Ik heb in Nederland geen enkel schilderij voor mijzelf gekocht, behalve dan twee of drie kleine etsen van een moderne kunstenaar. Als Reichskommissar kocht ik schilderijen van moderne kunstenaars op tentoonstellingen wanneer ze mij bevielen, wanneer ze de prijs waard waren en te koop werden aangeboden. Ik kocht ook oude schilderijen en schonk ze aan openbare instituten in het Reich, in het bijzonder aan het Museum voor Kunstgeschiedenis in Wenen en het kantoor van de Rijksgouverneur in Wenen. Het waren, voor zover ik ben geïnformeerd, allemaal aankopen op de open markt. Er bevond zich een schilderij onder, toegeschreven aan Vermeer, hoewel dat werd bestreden. Aan de andere kant verkreeg ik een originele Vermeer voor de Nederlandse staat door de verkoop naar het Reich te verhinderen.
De PRESIDENT: Dr. Steinbauer, er ligt geen specifieke beschuldiging tegen deze beklaagde wegens het kopen van schilderijen.
Dr. STEINBAUER: Er werd in de acte van beschuldiging melding van gemaakt. Mag ik doorgaan? Laten we deze kwestie afhandelen.
De PRESIDENT: We hoeven er geen bijzonderheden over te horen. Het is voldoende als hij gezegd heeft dat hij voor de schilderijen heeft betaald. Hij hoeft ons geen bijzonderheden over de schilderijen zelf te vertellen.
Dr. STEINBAUER: Ik ga verder met de volgende vraag. Ik overhandig aan u Document RF-136. Het beschrijft de verbeurd verklaring van de eigendommen van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden.
SEYSS-INQUART: Om de hele waarheid te vertellen moet ik aan de vorige vraag iets toevoegen. Schilderijen en kunstvoorwerpen uit Joodse of vijandelijke bezittingen werden, wanneer er reden toe was, verbeurd verklaard en in het Reich verkocht. In dit verband ontwikkelde zich een levendige vrije handel met medewerking van Nederlandse kunsthandelaren vanwege de vrije overdracht van vreemde valuta.
Dr. STEINBAUER: Ik wil nu verder gaan met de kwestie van het Koninklijk bezit, RF-136. Wat weet u over het bevel tot inbeslagname van deze eigendommen?
SEYSS-INQUART: Ik heb dat bevel zelf gegeven. In Nederland hadden we natuurlijk opdracht om, net als in alle andere bezette gebieden, eigendommen van vijanden in beslag te nemen. Toen we naar Nederland kwamen werd het Koninklijk bezit slechts onder toezicht geplaatst, zonder dat er stappen werden genomen, het in bezit te nemen. Direct na het begin van de veldtocht in het oosten, sprak de Koningin der Nederlanden via de radio op een erg vijandige manier waarbij ze ernstige beschuldigingen uitte tegen de Führer en een duidelijke oproep deed tot actief verzet. Gezien deze stand van zaken zou waarschijnlijk het bezit van iedere Nederlander in beslag zijn genomen. Ik besloot daarom om in dit geval op dezelfde manier te handelen om een abnormale uitbreiding van deze maatregel, die van mij geëist was, te voorkomen omdat ik de overtuiging had dat ik geen uitzonderingen kon maken. Daarom tekende ik zelf dat bevel tot inbeslagname, zoals ik al zei, om er niemand anders bij te betrekken.
Dr. STEINBAUER: Welke instructies gaf u voor deze confiscatie?
SEYSS-INQUART: Ik gaf onmiddellijk bevel tot confiscatie, hetgeen in de praktijk betekende dat er niets werd geconfisceerd. Ik gaf bevel dat landgoederen of kastelen moesten worden overgedragen aan de Staat -met uitzondering van één appartenmenten gebouw, meen ik en evenzo aandelen, obligaties en archieven en dat alle historisch, artistiek of anderszins waardevol meubilair door een Nederlandse commissie moest worden geselecteerd zodat de staat het kon overnemen. De commissie nam vrijwel alles wat mogelijk was op in de lijst. Ik realiseerde me dat en schrapte geen enkel stuk. In het bijzonder liet ik de historische gebouwen Soestdijk en Huis ten Bosch in hun geheel overdragen, hoewel Berlijn Huis ten Bosch wilde hebben als monument voor de mensen in Brandenburg. Tenslotte werden zelfs persoonlijke eigendommen ....
De PRESIDENT: Dr. Steinbauer, ik denk niet dat getuige dit zo uitgebreid hoeft te doen. Hij heeft verklaard dat sommige dingen aan de Staat der Nederlanden werden overgedragen.
Dr. STEINBAUER: Dan zou ik in dit verband een korte vraag willen stellen: Weet u in hoeverre deze eigendommen in beslag werden genomen?
SEYSS-INQUART: Ik liet me een overzicht geven. Er werd aan mij gerapporteerd dat 3 of ten hoogste 5 procent van de eigendommen feitelijk werd geconfisceerd.
Dr. STEINBAUER: Dank u, dat is genoeg.
SEYSS-INQUART: De opbrengsten werden gestort in een fonds voor het herstel van oorlogsschade.
Dr. STEINBAUER: Ik ga nu verder met de kwestie van de inbeslagname van fabrieken en grondstoffen. Wie voerde dit uit?
SEYSS-INQUART: Ik mag misschien verwijzen naar mijn voorgaande verklaringen. Vanaf de nazomer van 1944 werd dit in hoofdzaak uitgevoerd door Wirtschaftkommandos. Er zijn documenten beschikbaar met notities die naar mij verwijzen. Er vonden veel ongeoorloofde confiscaties plaats. Er kwamen mensen uit het Reich met vrachtwagens en die begonnen machines mee te nemen. Samen met de commandant van de strijdkrachten en de Höhere SS und Polizeiführer gaf ik opdracht dat tegen deze methodes de strengste maatregelen moesten worden genomen.
Dr. STEINBAUER: In dit verband wil ik verwijzen naar twee documenten die al zijn ingediend maar die ik om tijd te besparen, niet zal voorlezen. Dit zijn de Documenten 80 en 81, pagina 205 en 208. Hieruit kan worden opgemaakt dat dit een taak was voor de strijdkrachten en dat al deze confiscaties door de bezettende troepen werden uitgevoerd.
In Document RF-137, getuige, wordt de beschuldiging geuit dat het wegvoeren van meubels en kleding uit Arnhem door u werd goedgekeurd.
SEYSS-INQUART: De beschuldiging is juist. De kwestie was als volgt: Het front lag direct ten zuiden van Arnhem. Er waren drie of vier verdedigingslinies in Arnhem zelf aangelegd. De stad was geheel ontruimd. De stad werd beschoten en huizen en goederen gingen in de loop van de winter geleidelijk aan kapot. De Führer gaf toen via Bormann bevel dat in het bijzonder textiel vanuit Nederland naar Duitsland moest worden overgebracht om Duitse gezinnen te helpen die schade haddden geleden bij bombardementen. Ongetwijfeld zouden meubels en textiel in Arnhem waarschijnlijk gestolen worden, beschadigd door het weer of verbrand zijn tijdens de slag om Arnhem. Hoewel dit niet binnen mijn gebied lag maar aan het front en de uitvoerende macht dus bij de strijdkrachten lag, gaf ik toestemming dat onder die omstandigheden meubels en textiel naar het Roergebied moesten worden overgebracht. Ik gaf meteen ook bevel dat de goederen moesten worden geregistreerd met het oog op eisen tot schadevergoeding. Ik denk dat Dr. Wimmer dit als getuige kan bevestigen.
Dr. STEINBAUER: Ik denk dat we dit kunnen afsluiten.
SEYSS-INQUART: Tegen mij wordt ook de beschuldiging geuit dat ik brandkasten opblies. Ik heb hier fel tegen geprotesteerd. Als mij een dergelijk geval werd gerapporteerd liet ik mijn bevoegde autoriteiten de aanklacht opstellen en een arrestatiebevel.
Dr. STEINBAUER: Ik kom nu aan de volgende vraag, het opblazen en verwoesten van havens, dokken, sluizen en mijnen in Nederland.
SEYSS-INQUART: Op het moment dat Nederland weer oorlogsgebied werd, werden er weer dingen opgeblazen. Wat betreft haveninstallaties en scheepswerven is het volgende van belang: De haven van Antwerpen viel vrijwel onbeschadigd in handen van de Geallieerden. Ik meen dat dat van beslissend belang was voor de verdere ontwikkeling van het offensief. Daarom begon het bevoegde militaire gezag in Nederland uit voorzorg met het opblazen van dergelijke installaties. Ik ben slechts op de hoogte van de feiten, niet van de bijzonderheden; en ik weigerde het opblazen bij te wonen. Maar mijn commissaris en ik overlegden met de strijdkrachten en ik meen dat in Rotterdam de helft van de installaties niet werd opgeblazen. Dit wordt aangetoond door de Nederlandse rapporten. Ik had met deze kwestie niets te maken, behalve dan deze tussenkomst.
Toen de Engelsen Limburg bereikten werd er bevel gegeven de mijnen op te blazen omdat die van vitaal belang voor de oorlog waren. Ik overlegde hierover met Reichsminister Speer en hij gaf bevel ze niet op te blazen maar ze 3 of 4 maanden lang buiten gebruik te stellen. Er werden dienovereenkomstige bevelen uitgevaardigd. Ik hoop dat die niet werden overtreden.
Dr. STEINBAUER: We hebben tijdens dit Proces gehoord over de tactiek van de verschroeide aarde. Gold die ook voor Nederland?
SEYSS-INQUART: Ik kreeg een "verschroeide aarde" bevel van Bormann. Zonder dat er een militaire noodzaak voor bestond moesten alle technische installaties worden opgeblazen. Dat betekende de feitelijke verwoesting van Nederland, dat wil zeggen, het westelijke deel. Als er daar op 14 of 16 verschillende plaatsen zaken werden opgeblazen, zou het land binnen 3 of 4 weken geheel onder water staan. Ik voerde het bevel eerst niet uit; in plaats daarvan nam ik contact op met Reichsminister Speer. Ik had op 1 april een persoonlijke ontmoeting met hem in Oldenburg. Speer vertelde mij dat hetzelfde bevel was gegeven voor het Reich; maar dat hij dit tegenwerkte, dat hij in deze kwestie de volledige zeggenschap had en dat hij erin toestemde dat het bevel in Nederland niet zou worden uitgevoerd. Het werd ook niet uitgevoerd.
Dr. STEINBAUER: Nu een ander onderwerp. Er vonden inundaties plaats. Had u daar iets mee te maken?
SEYSS-INQUART: Ik weet hiervan en in bepaald opzicht had ik er iets mee te maken. Er waren door de strijdkrachten eerder inundaties voorbereid voor defensieve doeleinden en dit waren de zogenoemde tactische inundaties, die tijdens het verloop van de oorlog ineens noodzakelijk werden. De opzettelijke inundaties werden in nauwe samenwerking met mijn ministerie en de Nederlandse autoriteiten uitgevoerd. Door hun tussenkomst werd ongeveer de helft van het opgeëiste gebied gespaard. Het onder water zetten werd grotendeels met zoet water gedaan zodat er minder schade zou ontstaan en de buitendijken gespaard bleven.
Er vonden op bevel van de commandant van Nederland twee tactische inundaties plaats. De Wieringermeer werd in het bijzonder genoemd. Er bestond toen groot gevaar voor een landing van troepen vanuit de lucht waardoor die om de Nederlandse verdedigingslinie heen zouden kunnen trekken. Ik werd feitelijk niet op de hoogte gesteld van het uitvoeren van deze tactische inundaties. De commandant had er van de ene dag op de andere toe besloten.
Toen ik op 30 april met Luitenant-generaal Bedell Smith sprak, Generaal Eisenhower's Chef van de Generale Staf, vertelde hij ons: "Alles wat tot nu toe onder water is gezet kan vanuit militair oogpunt worden gerechtvaardigd; als er meer onder water wordt gezet kan dat niet langer." Na 30 april vonden er geen inundaties meer plaats.
Dr. STEINBAUER: In dit verband zou ik willen verwijzen naar Document 86, pagina 221, zonder het voor te lezen. Het toont aan dat deze inundaties een uitsluitend militair karakter hadden.
Een andere beschuldiging die tegen u is geuit, getuige, is de kwestie van de voedselvoorziening voor de Nederlandse bevolking. Welke maatregelen hebt u genomen om de voedselvoorziening voor de Nederlandse bevolking te handhaven?
SEYSS-INQUART: De voedselkwestie in Nederland was ongetwijfeld de moeilijkste van mijn hele bewind en ik denk, vanwege de bijzondere aspecten van de zaak, een van de moeilijkste van alle bezette gebieden.
Nederland heeft een bevolkingsdichtheid van 270 mensen per vierkante kilometer, in het westelijke deel in het bijzonder moeten er meer dan 600 per vierkante kilometer worden gevoed. De voedseleconomie is sterk georganiseerd als een verwerkende economie, afhankelijk van de import van honderdduizenden tonnen voedsel. Door de bezetting en de blokkade was dat allemaal verdwenen. De hele voedseleconomie moest op een nieuwe leest worden geschoeid en ook de productie van voedsel voor onmiddellijke menselijke consumptie. Het is zeker een grote prestatie van de Nederlandse landbouw en zijn leiders geweest dat dit succesvol verliep. Ik moet echter zeggen dat mijn ambtenaren zeer doeltreffend meewerkten en we heel veel steun uit het Reich kregen.
De voedseldistributie in Nederland was ook zorgvuldig geregeld, beter nog dan in andere bezette gebieden. Het belangrijkste voor mij was, dit systeem in stand te houden, hoewel het hoofd ervan, Directeur-generaal Louwes en zijn hele staf van medewerkers duidelijk vijandig tegenover de Duitsers stonden. Tegen de wil van de Reichszentralstelle in hield ik hem aan, anders had ik de verantwoording voor het voeden van de mensen niet op me kunnen nemen.
Dr. STEINBAUER: Leverde u ook voedsel aan het Reich?
SEYSS-INQUART: Ja, de troepen in het bijzonder, eisten het recht op "van het land te leven", meen ik, maar graan werd door het Reich geleverd tot een hoeveelheid van 36.000 ton, er werd in ruil groente voor gevraagd. Het Reich eiste daar bovenop meer groente en ook de levering van vee, vlees in blik, zaden en nog enkele andere producten. Groente en vlees zouden niet zo'n probleem zijn geweest, maar de zaden leverden moeilijkheden op. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse voedselautoriteiten hun uiterste best deden om leveranties te voorkomen.
Dr. STEINBAUER: Ik geloof dat dit wel genoeg is over dit onderwerp en ik zou willen vragen hoe de algemene voedselsituatie was in de herfst van 1944?
SEYSS-INQUART: Gedurende het grootste deel van de bezetting hadden we eerst een calorische waarde van 3.000 en later van ongeveer 2.500 en in 1944 ongeveer 1.800 calorieën. Huidige ervaringen zullen aantonen wat dat betekende.
In september 1944 werd Nederland weer oorlogsgebied. Ongeveer op het moment dat de eerste Britse luchtlandingsdivisies bij Arnhem landden, werd door de Nederlandse regering in Londen een algemene staking van de spoorwegen uitgeroepen en daaraan werd bijna volledig gehoor gegeven. Op hetzelfde moment verdwenen de schepen uit de binnenwateren. Het was geen officiële staking maar het kwam op hetzelfde neer. Door deze situatie werden de defensieve mogelijkheden voor de Duitse strijdkrachten ernstig in gevaar gebracht. De strijdkrachten begonnen dus schepen in beslag te nemen en brachten in feite alle verkeer tot stilstand. Ik nam contact op met de strijdkrachten en mij werd gezegd dat wanneer de spoorwegstaking zou worden beëindigd, zij niet zulke drastische maatregelen hoefden te nemen. Ik bracht hierover verslag uit aan Secretaris-generaal Hirschfeld en Directeur-generaal Louwes. Dit leverde geen resultaat op en ik moest bedenken hoe ik het transport kon herstellen. Ik besprak het met de strijdkrachten en stelde voor, hen 3 of 4 weken de tijd te geven zodat ze de benodigde scheepsruimte konden verkrijgen. Van de ongeveer 2 miljoen ton die beschikbaar was, hadden ze ongeveer 450.000 ton nodig. Gedurende deze tijd verbood ik al het scheepvaartverkeer omdat de strijdkrachten toch alle schepen in beslag namen. Ik stond in Holland wel verkeer met kleine schepen toe.
De PRESIDENT: Wat heeft dit te maken met de beschuldigingen tegen de beklaagde?
Dr. STEINBAUER: Het rapport van de Nederlandse regering, dat de aanklager ook al heeft genoemd, vermeldt tot in details hoe beklaagde, als Reichskommissar, verantwoordelijk is voor de hongersnood die in september 1944 begon en tot het voorjaar van 1945 duurde, en voor het grote aantal sterfgevallen, in het bijzonder van kinderen -er zijn stapels grafieken ingediend- omdat hij tijdens de staking van scheepvaart en spoorwegen, de invoer van voedsel verbood. Dit is een van de belangrijkste en ernstigste beschuldigingen die tegen hem zijn geuit. Ik heb voor dit onderwerp getuigen gevraagd en misschien moet ik het nu kort maken zodat de getuigen erover kunnen spreken.
SEYSS-INQUART: Ik zou toestemming willen vragen, iets over deze kwestie te zeggen. Dit is de beschuldiging die mij ook het ernstigste lijkt.
Dr. STEINBAUER: Misschien kunnen we, met uw toestemming Edelachtbare, nu kort pauzeren.
De PRESIDENT: Goed.
(de zitting werd geschorst.)

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
invloedssfeer
Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Sipo
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
spoorwegstaking
Deze werd op 17 september 1944 via de radio afgekondigd en ingewilligd door het Nederlandse spoorwegpersoneel. De spoorwegstaking diende ter ondersteuning van het geallieerde plan Market Garden. Nadat de geallieerde luchtlandingsactie mislukt was hielden de arbeiders de staking vol tot aan de bevrijding.
tactiek van de verschroeide aarde
De methode waarbij bij het terugtrekken alles wordt vernietigd wat de vijand maar van nut zou kunnen zijn.
Theresienstadt
Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
12-12-2006
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.