Opstand en liquidatie van het getto van Warschau

Voorbereiding

Ondanks dat de afloop van de strijd in januari werd beschouwd als een overwinning op de Duitsers, had de Joodse Strijdorganisatie zware verliezen geleden. De gelederen werden aangevuld en men trok leerzame lessen uit de gebeurtenissen in januari. De waakzaamheid werd verder verhoogd, want de Duitsers konden elk moment opnieuw toeslaan. Ook werd de militaire discipline opgevoerd en zette men de moeizame zoektocht naar wapens voort. Weliswaar droeg het iets bij dat inmiddels gebleken was dat de Joden daadwerkelijk in staat waren om wapens in te zetten tegen de Duitsers, maar desondanks bleven grote wapenleveranties uit. Van de beperkte hoeveelheid wapens die het Poolse Thuisleger beschikbaar stelde, was een groot deel in slechte staat of onbruikbaar. Een aantal wapens werd geleverd door de Poolse Arbeiderspartij (PPR) en haar militaire tak, de Volksgarde (Gwardia Ludowa), die tijdens de opstand meevochten aan de zijde van de Joodse strijders. Uiteindelijk wist men een paar automatische geweren, een paar dozijn karabijnen, enkele honderden pistolen en een vrij groot aantal granaten en explosieven te verzamelen. De voorraad munitie was echter klein. Door de beperkte hoeveelheid vuurwapens bewapenden sommige verzetstrijders zich met messen, bijlen, hamers, hooivorken en houwelen. Verder werden tijdens de opstand wapens buitgemaakt op de Duitsers.

Aan de vooravond van de opstand waren door de ZOB 22 gevechtseenheden gevormd, waarvan elk een jeugdbeweging vertegenwoordigde. In totaal bestond de organisatie uit 500 tot 750 leden, terwijl de Joodse Militaire Unie nog eens 200 tot 250 leden telden. Als er meer wapens waren geweest, had men nog meer strijders kunnen opleiden.

Tegelijkertijd werden ook de non-combattanten voorbereid op de strijd. Zij werden door de ZOB opgeroepen “[om] zich om het vaandel van strijd en verzet te scharen”, zo valt te lezen in een oproep van de Joodse Strijdorganisatie van 3 maart 1943. “Verstop uw vrouwen en kinderen en trek met ons op ten strijde tegen het nazi-geboefte. De Joodse Strijdorganisatie rekent op jullie volledige morele en materiële steun.” De populariteit van de ZOB onder de Joodse burgers was door de gebeurtenissen in januari gegroeid. Hun moraal was opgevijzeld door de ‘overwinning’ van de Joodse strijdorganisatie op de Duitsers. Samen met de verzetsstrijders werkten ze mee aan het bouwen van ondergrondse bunkers en verstopplaatsen, waar ze tijdens de strijd konden overleven en vanwaar de gettostrijders konden opereren. Er ontstond een ingewikkeld netwerk van ondergrondse kelders en tunnels dat de commandoposten met elkaar verbond en via de riolering in verbinding stond met de straten buiten de gettomuur. “Met hoeveel voorzorg de Joden gewerkt hadden,” zo schreef Jürgen Stroop in zijn rapport, “bewijst de in veel gevallen vastgestelde inrichting van de bunkers met woningen voor hele families, was- en badruimten, toiletten, wapen- en munitiekamers en grote levensmiddelenvoorraden voor meerdere maanden. Er waren aparte bunkers voor de arme en rijke Joden. Het vinden van de afzonderlijke bunkers was vanwege de camouflage voor de strijdkrachten buitengewoon moeilijk en in veel gevallen enkel door verraad vanuit de kant van de Joden mogelijk.”

Wat wilden de Joden bereiken met het verzet dat ze zo naarstig voorbereidden? Dachten ze daadwerkelijk dat ze hun levens konden redden door zich te verzetten tegen de veel zwaarder gewapende en in overmacht zijnde Duitse bezettingsmacht? Nee, de meeste Joden koesterden zich geen illusies en vochten niet voor hun eigen overleving. “Toen wij aan de opstand begonnen, geloofde geen van ons dat we het zouden overleven […]”, zo vertelt Stefan Grayek, een Poolse Jood die aan de opstand in het getto van Warschau deelnam. “We hadden een ander doel: niet ons eigen leven redden, maar reageren op de moord en het hen betaald zetten. Het was de laatste kans om wraak te nemen op de SS’ers voor alle moorden die ze in de jaren daarvoor hadden gepleegd. Niemand dacht dat hij het zou overleven. Maar ik wilde op zijn minst wraak nemen op degenen die mijn familie, mijn vrienden en mijn volk hadden vermoord.” Ahron Karmi, een Joodse strijder die het bloed van zijn vader die was omgekomen in Treblinka wilde wreken, vertelt hetzelfde. “We dachten geen moment dat we zouden winnen,” zegt hij. “Dit was alleen maar om niet op de trein te worden gezet wanneer zij zeiden dat we moeten gaan. Als we één dag succes zouden hebben, dan zouden we het nog een dag proberen.”

Ondertussen ging de ZOB ook door met de liquidatie van gettobewoners die collaboreerden met de Duitsers, waaronder leden van de Ordedienst en Joden die spioneerden voor de Gestapo. Ook de Duitsers riskeerden hun leven wanneer ze het getto betraden. In toenmalige Duitse verslagen werd het getto zelfs bestempeld als “een broedplaats van verwording en opstandigheid”. Dit was één van de redenen voor de Duitsers om zeer spoedig over te gaan tot de volledige liquidatie van het getto in Warschau. Op 16 februari 1943 gaf Himmler het bevel tot de definitieve ontruiming van het getto. “Uit veiligheidsredenen verordonneer ik,” zo schreef hij, “dat het Warschause getto moet worden vernietigd na het oprichten van een concentratiekamp. […] De vernietiging van het getto en de oprichting van een concentratiekamp zijn noodzakelijk, omdat wij anders Warschau nooit tot rust kunnen brengen en de misdadigheid door het bestaan van het getto nooit kan worden uitgeroeid. Een algemeen plan van vernietiging van het getto moet aan mij worden voorgelegd. In elk geval moet men bereiken, dat de bestaande ruimte voor de tot nu toe daar meer dan 500.000 levende Untermenschen (…) van de aardbodem verdwijnt (…).”

De liquidatie van het getto werd uitgevoerd onder supervisie van Friedrich-Wilhelm Krüger, de Höhere SS und Polizeiführer in het Generalgouvernement. De operatie stond ter plaatse onder aanvoering van SS-Oberführer Jürgen Stroop. Hij had een reputatie opgebouwd als meedogenloos commandant in de strijd tegen partizanen aan het oostfront. Het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt van Oswald Pohl was verantwoordelijk voor de oprichting van het concentratiekamp. Wanneer dit exact gebeurde, is onduidelijk, maar de meeste bronnen noemen 19 juli 1943 – dus pas na de opstand – als de datum waarop Konzentrationslager Warschau geopend werd.

In de periode voordat de Duitse troepen in het getto arriveerden ter ontmanteling daarvan, probeerde de Gestapo de Joodse verzetsbeweging van binnenuit te ontwrichten. Er werd door hen bijvoorbeeld een zogenaamde nieuwe verzetsgroep opgericht die de plannen van de Joodse Strijdgroep moest dwarsbomen door een vroegtijdige opstand te bewerkstelligen en daarmee een bloedbad aan te richten. De waakzaamheid onder de gettostrijders was echter groot en deze Duitse list faalde. Vervolgens werd gekozen voor een andere aanpak. Joodse arbeiders werden door de Duitse eigenaars van de werkplaatsen in het getto voorgehouden dat ze overgeplaatst zouden worden naar werkkampen met zeer gunstige arbeidsomstandigheden. Na alles wat zich gedurende de afgelopen jaren had afgespeeld in het getto, lieten de gettobewoners zich echter niet langer voorliegen door dergelijke valse beloften.

Definitielijst

Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Slaapgelegenheid in een ondergrondse bunker in het getto.
(Bron: NARA)


Een Joodse man in zijn schuilplaats in het getto.
(Bron: NARA)


Friedrich-Wilhelm Krüger, Höhere SS und Polizeiführer in het Generalgouvernement.


Jürgen Stroop (midden), de aanvoerder van de liquidatie van het getto.
(Bron: NARA)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
19-02-2007
Laatst gewijzigd:
26-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.