Opstand en liquidatie van het getto van Warschau

Eerste fase, straatgevechten

Omstreeks om 2:00 uur in de vroege ochtend van 19 april 1943 was het getto volledig omsingeld door Duitse troepen en hun collaborateurs. De ZOB bracht het getto meteen in hoogste staat van paraatheid. De strijders mochten hun stellingen niet meer verlaten en huisingangen en binnenplaatsen werden gebarricadeerd. Voor de burgerbevolking in het getto werd de alarmtoestand uitgeroepen. Bewapende ZOB-strijders doorkruisten het getto en raadden iedereen aan om meteen onder te duiken in de ondergrondse schuilplaatsen. Tegelijkertijd werden de muren door hen beplakt met leuzen als “Eervol sneuvelen!” en de oproep: “Te wapen! Vrouwen en kinderen naar de schuilkelders!” Op goed zichtbare plaatsen in het getto hadden de strijders ook vlaggen opgehangen.

Toen de troepen van Sammern het getto betraden, maakte het een verlaten indruk. Hun eerste doel was de ontruiming van het centrale getto. Nog altijd hoopte Sammern dat de Joden zich vrijwillig zouden melden op de Umslagplatz. Hij stuurde namelijk tegelijk met de troepen een auto met luidspreker het getto in. Via de luidspreker werden de Joden opgeroepen om vrijwillig hun schuilplaatsen te verlaten en zich voor het transport te melden. Vanuit het niets werden de Duitse troepen echter tegengehouden door aanvallen in de Nalewkistraat en op de kruising van de Zamenhofstraat en de Milastraat. In de Nalewkistraat, op de kruising met de Gensjastraat, werd een Duitse colonne onder vuur genomen vanaf balkons en daken en vanachter vensters. De Duitse troepen waren overrompeld en sloegen op de vlucht, maar keerden terug nadat de officieren de orde hersteld hadden binnen hun gelederen. Sammern zond tevens versterking naar de troepen in de Nalewkistraat. De strijd duurde in totaal ongeveer twee uur, maar uiteindelijk moesten de Duitsers zich met verliezen terugtrekken, terwijl er geen Joodse strijders omgekomen waren.

Ook de eerste aanval van de Joodse strijders op Duitse troepen op de kruising van de Zamenhofstraat en de Milastraat was een succes. In de Milastraat was de hoofdbasis van de opstandelingen gevestigd. De Duitsers beschouwden dit deel van het getto als de vesting van het verzet en hun doel was om de Milastraat de eerste dag in te nemen. Ze drongen, begeleid door een tank en twee pantserwagens, de Milastraat diep in, maar werden plotseling van verschillende kanten aangevallen met granaten, molotovcocktails en geweervuur. De tank vatte vlam en werd uitgeschakeld en vermoedelijk gebeurde kort daarna hetzelfde met een pantserwagen. Stroop beschreef in een rapport dat “De in de strijd gebruikte tank en twee pantserwagens werden bekogeld met molotovcocktails […]. De tank vloog tweemaal in brand. Deze aanval had tot gevolg het terugtrekken van de in de strijd geworpen eenheden. Verliezen tijdens de eerste aanval: 12 man (6 SS’ers en 6 Trawniki-mannen).” De opstandelingen hadden daarentegen slechts één strijder verloren tijdens de strijd die ongeveer een half uur had geduurd.

Na beide nederlagen nam Stroop om 8:00 uur het bevel over van Sammern. Stroop besloot om niet langer het ontruimingsplan van Sammern te volgen. In plaats van verschillende troepen versnipperd het getto in te sturen om razzia’s uit te voeren, liet hij zijn strijdkrachten om de beurt de voornaamste stellingen van de Joden aanvallen. Het was verder zijn bedoeling om het getto in een tanggreep te nemen en de opstandelingen naar een steeds kleiner en smaller gebied terug te dringen om ze daarna met geconcentreerde krachten uit te schakelen. Het voornaamste doel was de beheersing van het gebied tussen de Zamenhof- en Nalewskistraat, oftewel de belangrijkste verkeersader in het centrale getto en de voornaamste verzetshaard. Hij heropende allereerst om omstreeks 8:00 uur opnieuw de aanval op de verzetsstrijders in de Zamenhofstraat. Enkelen van zijn manschappen kwamen om, maar uiteindelijk dwong hij de opstandelingen tot de aftocht. Vervolgens ondernam hij om 12:00 uur een tweede aanval op de stellingen in de Nalewkistraat. Ook hier werden de opstandelingen tot de aftocht gedwongen na een strijd die in totaal zes uur geduurd had. De Duitsers namen wraak met een artilleriebombardement op het ziekenhuis aan de Gensjastraat. Duitse troepen vielen het gebombardeerde gebouw binnen en richtten een bloedbad aan onder de patiënten.

Nadat de verzetshaard in de Nalewkistraat voorlopig neergeslagen was, brandde een derde strijd los op het centraal gelegen Muranowskaplein. De Joodse strijdkrachten vochten hier verbeten en ondanks de extra aangerukte strijdkrachten slaagde Stroop er niet in om hun verzet te beëindigen. De actie werd door Stroop om 20:00 uur onderbroken. Nadat de wachtposten buiten het getto versterkt werden, trokken alle Duitse manschappen zich terug uit het getto. De eerste dag hadden ze vermoedelijk slechts 380 Joden opgepakt. Hans Frank, de chef van het Generalgouvernement, bracht Berlijn van de penibele situatie op de hoogte. “Sinds gisteren hebben we in Warschau te maken met een goedgeorganiseerde opstand in het getto, waartegen we zwaar geschut moeten inzetten”, zo schreef hij. “Het aantal moorden op Duitsers neemt schrikwekkend toe.”

De volgende dag, 20 april, keerden de Duitse troepen weer terug in het getto en stelden een ultimatum aan de Joodse strijders. Ze dreigden dat als de Joodse strijders zich niet overgaven het hele getto met de grond gelijk zou worden gemaakt. De Joden negeerden dit ultimatum en openden opnieuw de aanval. De aanpak van de Duitsers werd vervolgens harder. Ze omsingelden het getto niet alleen met mitrailleurs, maar ook met lichte artillerie. Waarschijnlijk enkele honderden Joden werden die dag ter plekke geëxecuteerd als wraak op de dood van SS-Untersturmführer Otto Dehmke, de eerste officier die sneuvelde tijdens de actie.

Van 20 april tot 22 april werd er opnieuw gevochten op het Muranowskiplein, maar de voornaamste strijd vond plaats op het terrein van de borstelfabriek. De aanval op dit gebied werd persoonlijk door Stroop aangevoerd en begon op 20 april om 15:00. Gedurende de eerste aanval leden de Duitsers zware verliezen en trokken ze terug, terwijl ze dode en gewonde manschappen op de straat achterlieten. Na korte tijd gingen ze opnieuw in de aanval, maar weer zonder resultaat. De directeur van de borstelfabriek werd door de Duitsers als onderhandelaar gestuurd om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, terwijl de Duitsers ondertussen de gebouwen in de brand staken. De Joden verwierpen het aanbod van de vijand en de strijd duurde voort. De Duitsers zagen in dat ze via een stormloop op de Joodse stellingen dit deel van het getto niet konden veroveren. Ze besloten daarom dit deel van het getto te bombarderen. Die dag slaagden ze er echter niet meer in om het verzet neer te slaan op het terrein van de borstelfabriek, maar als gevolg van de zware branden trokken de Joodse strijders zich in de nacht van 21 april op 22 april terug, nadat ze ook de burgerbevolking geëvacueerd hadden. Zware gevechten vonden op 20 april ook plaats in de Milastraat en in het gebied van de werkplaatsen.Ondanks hun verliezen waren de Joodse strijders verheugd over de resultaten die ze tot dusver bereikt hadden. Terwijl de strijd inmiddels al vijf dagen voortduurde, schreef Mordechai Anielewicz op 23 april 1943 in een brief. “Mijn levensdroom is waarheid geworden. De zelfverdediging van het getto is werkelijkheid geworden. Het gewapende Joodse verzet en de wraak bestaan echt. Ik was getuige van de ongehoorde kracht en moed waarmee de Joodse strijders vochten.” “Het was de eerste keer dat we Duitsers zagen wegrennen”, zo zegt Ahron Karmi die meevocht tijdens de opstand. “We waren eraan gewend dat wij degenen waren die wegrenden voor de Duitsers. Ze hadden nooit verwacht dat Joden zo zouden vechten. Er vloeide bloed en ik kon mijn ogen er niet vanaf houden.”

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Kaartje met daarop de belangrijkste stellingen en bunkers tijdens de opstand.
(Bron: USHMM)


Nogmaals een kaartje van de opstand, maar hier een gedetailleerder overzicht.
(Bron: USHMM)


Duitse troepen overleggen over de ontruiming van een werkplaats.
(Bron: NARA)


Joodse strijders worden ondervraagd door de SS. Stroop is de derde persoon van rechts.
(Bron: NARA)


Joodse strijders zijn opgepakt door de SS.
(Bron: NARA)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
19-02-2007
Laatst gewijzigd:
26-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.