Tweede Preek tegen de Gestapo door Bisschop Von Galen (20-07-1941)

Vertaling

Preek in de Ueberwasserkirche in Münster op 20-07-1941

Op deze zondag wordt in alle gemeenten in het bisdom, die tot nog toe geen oorlogsschade hebben geleden, de door mij afgekondigde collecte gehouden voor de inwoners van de stad Münster. Ik hoop dat door het optreden van het daartoe bevoegde staats- en stadsgezag en door de broederlijke hulp van de katholieken in ons bisdom, van wie de giften door de liefdadigheidsinstellingen worden beheerd en verdeeld, het zal lukken veel noden te lenigen. Gode zij gedankt: sinds meerdere dagen hebben de aanvallen van onze tegenstanders in de oorlog onze stad niet meer bereikt. Maar helaas moet ik het zeggen: de aanvallen van onze tegenstanders in eigen land; het begin ervan heb ik afgelopen zondag in de St. Lambertuskerk besproken, zijn in de afgelopen week doorgegaan, niet gehinderd door onze protesten, niet gehinderd door de hartenpijn die daardoor bij getroffenen en hunne naasten wordt veroorzaakt.

Afgelopen zondag heb ik het openlijk aangeklaagd, als ten hemelschreiend onrecht gebrandmerkt dat de Gestapo de vestigingen van de Ordes in Wilkingehege en van de Jezuïeten in Münster heeft opgeheven, huizen en inventaris in beslaggenomen, de bewoners op straat gezet, uit hun vaderland verdreven. Ook het Lourdesklooster aan de Frauenstrasse werd ten behoeve van de Gauleitung in beslaggenomen. Ik wist toen nog niet dat op dezelfde dag, op zondag 13 juli, de Gestapo het Camiliuskloostercollege in Südmühle en de Benedictijner abdij in Gerleve heeft bezet, in beslaggenomen en de paters en broeders van daaruit verdreven. Zij moesten dezelfde dag nog Westfalen verlaten. Op 15 juli werden ook de Benedictijner Zusters van de Eeuwige Aanbidding in Vinnenberg bij Warendorf verdreven en de provinciegrens overgejaagd. Op 17 juli moesten de Kruiszusters in Huize Aspel bij Rees hun bezittingen en de Kreis Rees verlaten. Had christelijke naastenliefde zich niet over al deze daklozen ontfermd, zo zouden deze vrouwen en mannen aan honger en de grillen van het weer zijn overgeleverd.

Enkele uren geleden kreeg ik nog het treurige bericht dat gisteren, op 19 juli, aan het einde van die tweede vreselijke nacht voor ons Münsterland, de Gestapo ook het Duitse Provinciale Huis van de Missionarissen van het Heilige Hart Jesu, het u allen bekende grote missieklooster in Hiltrup, heeft bezet, in beslaggenomen en onteigend. De daar nog wonende paters en broeders moesten gisterenavond om acht uur hun huis en hun bezittingen verlaten; ook zij zijn uit Westfalen en de Rijnprovincie uitgewezen.

De daar nog woonachtige paters en broeders: ik zeg dat met bijzondere nadruk want uit de rijen van de missionarissen van Hiltrup staan nu, zoals ik laatst toevallig vernam, 161 mannen als Duits soldaat in het veld, gedeeltelijk direct tegenover de vijand; 53 paters zijn als Duitse verzorgers werkzaam in dienst van de gewonden; 42 theologen en 66 broeders dienen het vaderland met de wapens, zijn deels al met het IJzeren Kruis, de Stormonderscheiding en andere onderscheidingen getooid. Hetzelfde geldt voor de paters van Südmühle, (het Camiliuscollege), voor de Jezuïeten van Sentmaring en voor de Benedictijnen van Gerleve. Terwijl deze Duitse mannen in trouwe kameraadschap met andere Duitse broeders met inzet van hun leven gehoorzaam aan hun plicht voor het vaderland strijden, wordt hen in het vaderland zonder mededogen en zonder iedere rechtsgrond het tehuis afgenomen, het ouderlijk klooster vernietigd. Als zij, zoals wij hopen, zegenrijk terugkomen vinden zij hun kloosterfamilie van huis en haard verdreven, hun tehuis door vreemden, door vijanden bezet. Waar zal dat eindigen? Het gaat niet zozeer hierom, dakloze bewoners van Münster een tijdelijk onderkomen te verschaffen. De ordebroeders en –zusters waren bereid en vastbesloten, voor dergelijke doeleinden hun huizen maximaal open te stellen, om net als voor anderen de daklozen een onderdak te verschaffen en hen te verzorgen. Nee, daarom gaat het niet. In het Immaculataklooster in Wilkinghege wordt, naar ik gehoord heb, de filmzaal van de Gau gevestigd. Men vertelt mij dat in de Benedictijner abdij een verzorgingstehuis voor ongetrouwde moeders wordt ingericht. Wat in Sentmaring, in Südmühle en in Vinnenberg is gevestigd heb ik nog niet gehoord. En nog geen enkele krant heeft tot nu toe bericht over de veilige overwinningen van de Gestapo, die zij in deze dagen op weerloze ordebroeders en vrouwen heeft behaald, noch over de verovering van eigendommen van Duitse landgenoten die de Gauleitung van ons vaderland heeft gemaakt.

Ik ben op maandag 14 juli bij de heer Reichspräsident geweest en heb om bescherming van vrijheid en eigendommen van onschuldige Duitse mensen gesmeekt. Hij heeft mij uitgelegd dat de Gestapo een geheel zelfstandige instantie is, in wiens maatregelen hij niet kan ingrijpen. Hij heeft mij echter beloofd mijn bezwaren en verzoeken aan de Oberpräsident en aan Gauleiter Dr. Meyer over te brengen. Het heeft niets geholpen. Op dezelfde maandag heb ik een telegram gestuurd aan de Rijkskanselarij van de Führer in Berlijn met de volgende inhoud:

"Nadat sinds 6 juli de tegenstanders in de oorlog de stad Münster met vreselijke nachtaanvallen proberen te verwoesten, is de Geheime Staatspolitie op 12 juli begonnen de kloosters en ordehuizen in de stad en omgeving in beslag te nemen en samen met de inventaris ten gunste van de Gauleitung te onteigenen. De bewoners, onschuldige mannen en vrouwen, eerbare leden van Duitse gezinnen, van wie de verwanten heden als soldaat voor Duitsland strijden worden van hun huis en haard beroofd, op straat gezet, uit de provincie verbannen. Ik verzoek de Führer en Reichskanzler in naam van de gerechtigheid en de trouw van het thuisfront om bescherming van de vrijheid en eigendommen van Duitse mensen tegen de willekeur van de Gestapo."

Overeenkomstige verzoeken heb ik telegrafisch aan de Rijksstadhouder van Pruisen, Rijksmaarschalk Göring, de Rijksminister voor Kerkelijke Aangelegenheden en tenslotte ook aan het Opperbevel van de Wehrmacht gedaan. Ik had gehoopt dat wanneer niet slechts het noemen van gerechtigheid, maar toch ook het inzien van de gevolgen voor de trouw van het thuisfront tijdens de oorlog die instanties zou doen bewegen, de acties van de Gestapo tegen onze broeders en zusters te doen ophouden en dat men onschuldige Duitse vrouwen ridderlijke bescherming niet zou onthouden. Het was tevergeefs. De acties worden voortgezet en er is al gebeurd wat ik al lang heb voorzien en afgelopen zondag heb gezegd: we staan voor de puinhopen van de binnenlandse gemeenschapszin die meedogenloos is neergeslagen.

Ik heb de Regeringspresident, de heren Ministers, het Opperbevel van de Wehrmacht er nadrukkelijk op gewezen hoe de gewelddaden tegen eerbare Duitse mannen, hoe de ruwheid tegen weerloze Duitse vrouwen die dwars tegen alle ridderlijkheid ingaat en alleen uit een peilloze haat tegen de christelijke religie en tegen de katholieke kerk kan ontstaan, hoe deze acties als sabotage en verwoesting van de gemeenschapszin werken.

Verbondenheid met die mannen die leden van onze ordes, onze broeders en zusters, zonder rechtsgrond, zonder onderzoek, zonder mogelijkheid op verdediging, zonder vonnis van een rechtbank als schadelijk wild het land uitjagen? – Nee!! Met hen en allen die daarvoor verantwoordelijk zijn is mij geen verbondenheid in denken en voelen mogelijk. Ik zal hen niet haten, ik wens met heel mijn hart dat zij tot inzicht komen, dat zij zich bekeren. Net zoals ik direct een smeekbede naar de hemel zond voor de ziel van de op 5 juli plotseling overleden Ministerialdirigent Roth. Hij was katholiek priester, eerst in het aartsbisdom München, was sinds jaren zonder toestemming en tegen de wil van de bisschop ambtenaar op het Rijksministerie voor Kerkelijke Aangelegenheden, heeft zelfs vele artikelen geschreven en ondertekend die de rechten van de kerk aantasten, die de eer van de kerk geweld aandoen. Nu is hij tijdens een boottocht op de Inn in de woeste stroom verdronken. Gode zij zijn arme ziel genadig. Zo willen wij volgens het gebod van de Heiland bidden voor allen die ons vervolgen en belasteren. Maar zolang zij zich niet veranderen, zolang zij doorgaan onschuldigen te beroven, het land uit te jagen, op te sluiten, zo lang wijs ik iedere verbondenheid met hen af. De innerlijke band op het gebied van overtuiging en streven binnen ons volk is, tegen onze wil, ongeacht onze waarschuwingen, onherstelbaar vernield. Ik kan mij niet voorstellen dat onze oudste ingezetenen, burgers en boeren, handwerkers en arbeiders, dat onze vaders en broeders en zonen die nu aan het front hun leven voor Duitsland inzetten met hen die onze ordebroeders en zusters vervolgen en verdrijven ook maar iets te maken willen hebben.

We zullen hen gehoorzamen zolang zij ons als vertegenwoordiger van het rechtmatig gezag bevelen hebben te geven maar een gemeenschappelijke band, een gevoel van innerlijke verbondenheid met deze kerkvervolgers, met deze kloosterbestormers, die weerloze vrouwen en meisjes uit onze beste gezinnen, onze zusters uit hun tehuizen jagen waar zij deels sinds tientallen jaren ons volk in arbeid en gebed niets dan goeds hebben gedaan, dat is voor ons niet mogelijk. Ik zou mij voor God en voor u moeten schamen, ik zou mij voor onze edele voorvaderen moeten schamen, voor mijn ridderlijke vader zaliger, die mijn broers en mij met onverbiddelijke ernst in tedere hoogachting voor iedere vrouw en ieder meisje, in ridderlijke bescherming van alle onschuldig gekwelden, in het bijzonder voor diegenen die als vrouw een afspiegeling van onze eigen moeders, de lieve Moeder Gods in de hemel zijn, heeft opgevoed, ons ervoor heeft gewaarschuwd en ons daarin heeft geleid, als ik mij verbonden zou voelen met diegenen die onschuldige en weerloze vrouwen van huis en haard verdrijven, zonder onderdak en zonder middelen van bestaan het land uit jagen. Daarbij komt nog wat ik afgelopen zondag in de St. Lambertuskerk al uitvoerig heb bewezen en wat ik vandaag nogmaals met grote ernst vanuit mijn liefde voor volk en vaderland waarschuwend herhaal: Deze strafbare acties van de Gestapo tegen onschuldigen, zonder gerechtelijk vonnis, zonder rechtszaak en zonder mogelijkheid op verdediging, het zonder meer verbannen van op voorhand veroordeelden die van ieder middel tot verdediging zijn beroofd, zoals Rijksminister Frank het genoemd heeft, verwoest de rechtszekerheid, ondergraaft het rechtsbewustzijn, vernietigt het vertrouwen in het staatsgezag. Zeker, wij christenen ontketenen geen revolutie. Wij zullen weer trouw onze plicht doen in gehoorzaamheid aan God, uit liefde voor volk en vaderland. Onze soldaten zullen strijden en sterven voor Duitsland, maar niet voor die mensen die door hun wrede optreden tegen leden van onze Ordes, tegen hun broeders en zusters, onze harten verwonden en de eer van Duitsland voor God en de mensen bezoedelen. Wij strijden verder tegen de vijand buiten, tegen de vijand binnen die ons pijnigt en slaat en kunnen wij die niet met wapens bestrijden, zo blijft ons slechts een strijdmiddel over: Sterk, taai en meedogenloos volhouden.

Hard worden! Standvastig blijven! We zien en ondervinden duidelijk wat achter de nieuwe leer steekt, die men ons sinds jaren opdringt, om wille van welke men de religie uit de scholen heeft verbannen, onze verenigingen onderdrukt heeft en nu katholieke kleuterscholen wil sluiten: een peilloze haat tegen het christendom dat men wil uitroeien. Als ik goed ben ingelicht, heeft Schulungsleiter Schmidt 14 dagen geleden in het stadhuis voor een onder dwang aanwezig publiek, waaronder ook leerlingen openlijk verklaard dat hij zich voor het uitvoeren van zulke plannen zal inzetten. Hard worden. Standvastig blijven. Wij zijn op dit moment niet de hamer maar het aambeeld. Anderen, meest vreemden en afvalligen hameren op ons, willen met gebruikmaking van geweld ons volk, ons zelf, onze jeugd van het rechte pad naar God afbrengen. Vraag het de meestersmid en laat het u door hem zeggen: Wat op het aambeeld wordt gesmeed, verkrijgt de vorm niet alleen van de hamer maar ook van het aambeeld. Het aambeeld kan niet en hoeft niet terug te slaan, het moet alleen stevig en hard zijn. Als het taai, vast en hard genoeg is, houdt het aambeeld het doorgaans langer uit dan de hamer. Hoe hard de hamer ook slaat, het aambeeld staat stevig en zal nog lang dienen dat te vormen wat nieuw gesmeed wordt. Dat zijn zij die ten onrechte zijn opgesloten, zij die onschuldig zijn uitgewezen en verbannen. God zal hen bijstaan, opdat zij vorm en houding van de christelijke standvastigheid niet verliezen wanneer de hamer van de vervolging hen bitter treft en hen onterecht verwondt.

Wat in deze dagen gesmeed wordt, zijn onze ordebroeders en –zusters, paters, broeders en zusters. Ik heb eergisteren een aantal van de verdrevenen in hun tijdelijke onderkomen kunnen bezoeken, met hen gesproken. Ik werd bemoedigd en geïnspireerd door de dappere houding van deze brave mannen, de zwakke, weerloze vrouwen die men ruw en zonder mededogen uit hun kloosters, uit de kapel, uit de nabijheid van het tabernakel heeft verjaagd; die nu met opgeheven hoofd, zich bewust van hun onschuld, in een niet verdiende verbanning gaan, vertrouwend op Hem die de vogelen des hemels voedt, de lelies op het veld kleedt, opgewekt in de vreugde die de Heiland zijn jongelingen aanbeveelt: "Zalig zijt gij wanneer de mensen u vervolgen en haten om mijnentwil. Weest opgewekt en blij want uw loon zal groot zijn in de hemel." Waarachtig, deze mannen en vrouwen zijn meesterwerken van de goddelijke smeedkunst. Wat in deze tijd gesmeed wordt tussen hamer en aambeeld, is onze jeugd, onze opgroeiende, nog niet volgroeide, nog te vormen, weke jeugd. Wij kunnen hen niet onttrekken aan de hamerslagen van het ongeloof, de vijandigheid tegenover het christendom, de verkeerde leerstellingen en gewoonten. Wat wordt hen verteld en opgedrongen op de avonden en op de bijeenkomsten van die jeugdverenigingen waarvan zij, zoals men zegt, met toestemming van hun ouders lid zijn geworden? Wat horen zij in de scholen, waarop vandaag de kinderen, zonder rekening te houden met de wil van de ouders worden geplaatst? Wat lezen zij in de nieuwe schoolboeken? Christelijke ouders, laat u toch de boeken tonen, in het bijzonder de geschiedenisboeken van de hogere scholen! U zult geschokt zijn te zien met wat voor minachting voor de historische waarheid daar wordt geprobeerd de onervaren kinderen met wantrouwen tegen christendom en kerk, ja met haat tegen het christelijke geloof te vervullen. In de bevoorrechte staatsonderwijsinstellingen, de Hitlerscholen, de nieuwe opleidingen voor toekomstige onderwijzers en onderwijzeressen, wordt elke christelijke invloed, ja elke religieuze bezigheid op voorhand uitgesloten. En wat gebeurt er met de kinderen die in het afgelopen voorjaar vanwege het gevaar voor luchtaanvallen naar verre oorden zijn gestuurd? Hoe staat het met het godsdienstonderwijs voor hen? En met het uitoefenen van hun geloof? Christelijke ouders, om al dat moet u zich zorgen maken, anders verzaakt u uw heilige plichten, anders zult u er voor uw geweten en voor Hem die u de kinderen toevertrouwde, niet in slagen hen op de weg naar de hemel te voeren.

Wij zijn het aambeeld, niet de hamer. U kunt uw kinderen niet onttrekken aan de hamerslagen van de vijandigheid tegen het geloof en de kerk. Maar het aambeeld vormt ook. Laat het ouderlijk huis, laat uw ouderlijke liefde en ouderlijke trouw, laat uw voorbeeldig christelijk leven het sterke, taaie, vaste onwankelbare aambeeld zijn dat de kracht van de vijandige slagen opvangt, dat de nog zwakke krachten van jonge mensen steeds weer sterkt en bevestigt in de heilige wil, zich niet van de rechte weg naar God af te laten brengen. Wat in deze tijd gesmeed wordt zijn bijna zonder uitzondering wij allen. Hoevelen zijn afhankelijk van pensioen, staatspensioen, kinderbijslag en dergelijke! Wie is vandaag nog onafhankelijk en vrije heerser over zijn bezit of zijn onderneming?

Het kan zijn dat vooral in oorlog een scherpe controle op en sturing, ja ook samenstelling en belasting van producten, van productie en verbruik noodzakelijk is en wie zal dat niet uit liefde voor volk en vaderland vrijwillig ondergaan. Maar daarmee ontstaat ook een afhankelijkheid van vele personen en instellingen die niet alleen de vrijheid van handelen beperkt maar ook de vrijheid van denken in groot gevaar en in verleiding brengt als deze personen tegelijkertijd een ideologie vertegenwoordigen die vijandig staat tegenover het christendom en die zij aan anderen proberen op te dringen. Een dergelijke afhankelijkheid bestaat juist bij ambtenaren en wat voor moed en heldenmoed kost het menig ambtenaar, ondanks alle druk nog steeds christen, nog steeds trouw katholiek te blijven en er openlijk voor uit te komen.

Wij zijn op dit moment het aambeeld voor alle slagen die op ons neerregenen, in trouwste dienst aan volk en vaderland maar ook steeds bereid om in uiterste opoffering naar het woord te handelen: "Men dient God meer te gehoorzamen dan de mens." Via het door het geloof gevormde geweten spreekt God tot ieder van ons. Gehoorzaamt steeds onvoorwaardelijk de stem van het geweten. Neemt als voorbeeld de Pruisische Minister van Justitie uit voorbije dagen -ik heb hem vroeger al twee maal genoemd- aan wie koning Frederik de Grote eens opdracht gaf zijn rechtmatig gevelde vonnis volgens de wens van de monarch te vernietigen en te wijzigen. Toen heeft deze echte edelman, een heer van Münchhausen, zijn koning dit prachtige antwoord gegeven: "Mijn hoofd staat ter beschikking van uwe majesteit maar mijn geweten niet. Ik ben bereid voor mijn koning te sterven, ja ik ben hem gehoorzaam, zelfs zal ik de dood uit de hand van de beul aanvaarden. Mijn leven behoort toe aan Uw koning, mijn geweten niet." Is het geslacht van zulke edellieden die zo geloven en zo handelen, zijn de Pruisische ambtenaren van deze soort uitgestorven? Zijn er geen burgers en boeren meer, geen handwerkers en arbeiders met dezelfde overtuiging? Van het zelfde geweten en dezelfde adel? Dat kan en wil ik niet geloven. En daarom nog éénmaal: weest hard, blijft standvastig. Zoals het aambeeld onder de hamerslagen. Het kan zijn dat de gehoorzaamheid aan God, de trouw aan het geweten mij of ons de vrijheid of het vaderland kost. Maar liever te sterven dan te zondigen. Moge Gods genade, zonder welke wij niets vermogen, u en mij deze onwankelbare standvastigheid geven en behouden.

Mijn beminde katholieken van Münster. Nadat in de nacht van 7 op 8 juli de zijbeuk van de dom door een bom doorkliefd was, heeft in de nacht een aan de buitenmuur neervallende bom de Ludgerusbron, het gedenkteken voor de terugkeer in het jaar 1884 uit verbanning van de heilige bisschop Johann-Bernhard verwoest. De beelden van de beide bisschoppen Suitger en Erpho aan weerszijden van het gedenkteken zijn zwaar beschadigd. Bijna onbeschadigd gebleven is de steenfiguur van de heilige Ludger, de apostel van ons Münsterland en eerste bisschop van Münster. Zegenend en naar de hemel wijzend heft hij de onbeschadigde rechterhand als wil hij ons door de bijna wonderbaarlijke redding van het beeld de waarschuwing toeroepen: Wat ook moge komen, houdt vast aan het door God geopenbaarde, door onze voorvaderen geërfde katholieke geloof! Bij alle verwoestingen van menselijke werken, in alle nood en zorgen, vermaan ik u met de woorden die de eerste paus aan de bedreigde christenen schreef: "Vernedert u onder Gods almachtige hand, dan zal Hij u op het juiste moment verheffen. Werpt alle zorgen op Hem, want Hij neemt al uw zorgen op Zich, weest nuchter en waakzaam want uw vijand, de duivel, gaat ten onder als een brullende leeuw……………Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan. Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan Zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig en eeuwig."(1 Petrus 5).

Laat ons bidden voor onze naasten, voor onze ordebroeders en –zusters, voor allen die onrechtvaardig moeten lijden, voor alle noodlijdenden, voor onze soldaten, voor Münster en haar bewoners, voor ons volk en vaderland en voor zijn Führer.

Zie ook:
- Von Galens anti-euthanasiepreek
- Von Galens eerste preek tegen de Gestapo
- Briefwisseling tussen Göring en Von Galen

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
IJzeren Kruis
Duitse militaire onderscheiding, vertaling vanuit het Duits. Zie: Eisernes Kreuz.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
volk en vaderland
Het dagblad van de NSB.

Bronnen

Kardinal von Galen, H. Portmann, Aschendorf Münster 1978.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
20-04-2007
Laatst gewijzigd:
09-10-2011
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.