Heydrich, Reinhard

Eerste carrièrestappen bij de SS

Na zijn oneervolle ontslag bij de marine keerde Reinhard Heydrich moedeloos en vrijwel zonder inkomen terug bij zijn ouders in Halle. Zijn droom om carrière te maken bij de marine had hij voorgoed verpest door zijn gedrag. Zijn ouders hadden hun eigen problemen; zijn vader had een beroerte gehad en zijn moeder moest de kost verdienen voor haar man, haar dochter, haar werkloze schoonzoon en haar andere zoon en diens echtgenote. Om haar oudste zoon aan een baan te helpen wendde ze zich tot zijn peettante, Elise von Eberstein. Haar zoon, Karl Freiherr von Eberstein, was Sturmführer in de Schutzstaffel (SS), toen nog een kleine aftakking van de Sturmabteilung (SA). Als staflid van SA-chef Ernst Röhm wist hij dat er door SS-leider Heinrich Himmler gezocht werd naar iemand die binnen de SS een inlichtingendienst kon opzetten. Heydrich kende de NSDAP enkel uit de verhalen van zijn verloofde die sinds haar achttiende lid van deze partij was. Het ruwe karakter van de SA sprak hem niet aan, maar een elitaire organisatie als de SS beviel hem wel. Op 1 juni 1931 werd hij in Hamburg lid van de nazi-partij en twee weken later, op 14 juni, reisde hij naar Himmlers kippenboerderij in Waldtrudering voor een sollicitatiegesprek.

Dat Heydrich in aanmerking kwam voor de functie van leider van een op te richten inlichtingendienst beruste eigenlijk op een misverstand, want hij was bij de marine verbindingsofficier geweest, geen inlichtingenofficier. Dit maakte Himmler niet uit; hij was tijdens zijn eerste ontmoeting direct onder de indruk van het “noordse uiterlijk” van Heydrich dat hij omschreef als “groot en blond met correcte, scherpe en goedmoedige ogen”. De SS-leider gaf Heydrich de opdracht om een opzet te beschrijven van hoe hij zich een inlichtingendienst binnen de NSDAP voorstelde. Deze opzet stemde hem tevreden en Heydrich werd door hem aangesteld als chef van de op te richten inlichtingendienst. Op 14 juli trad Heydrich vervolgens toe tot de SS met als rang SS-Untersturmführer. Voordat hij begon met het opzetten van zijn inlichtingendienst nam hij deel aan straatgevechten tegen communisten, waarbij hij bij hen de bijnaam “het blonde beest uit Dovenburg” verwierf.

Op 10 augustus werd Heydrich bevorderd tot SS-Sturmführer. Hij betrok een kamer in het Braune Haus, het partijhoofdkwartier in München, en begon met het opzetten van zijn inlichtingendienst die hij naar voorbeeld van militaire spionagediensten de afkorting ‘Ic’ gaf. Hij keek veel af bij de grotere en machtige buitenlandse inlichtingendiensten, vooral de Britse Secret Intelligence Service. Naar het voorbeeld van de Britten liet hij zich aanspreken als‘C’ en ondertekende hij zijn correspondentie ook met deze letter. Aanvankelijk waren Heydrichs middelen zeer beperkt; hij moest zijn kamer en typemachine delen met een andere medewerker en hij kreeg zo weinig financiële steun dat hij niet eens voldoende kantoorbenodigdheden kon kopen. Ook moest hij vooralsnog grotendeels gebruik maken van onbetaalde vrijwilligers. Langzaamaan ontwikkelde Heydrich met beperkte middelen, maar met een groot organisatietalent, een netwerk van informanten in het hele land. Op systeemkaarten verzamelde hij alle informatie die hij kon verkrijgen over zowel leden als tegenstanders van de partij, vooral informatie die hij later tegen de betreffende persoon kon gebruiken.

Oorspronkelijk was de belangrijkste taak van Heydrich het opsporen van vijandige spionnen, onder meer van de politie en de communistische partij. Op 26 augustus waarschuwde hij op een bijeenkomst van hoge SS-officieren ervoor dat de partij zwaar geïnfiltreerd was door spionnen van de politie en concurrerende partijen die de NSDAP “met alle mogelijke middelen schade [probeerden] te berokkenen”. Hij wist onder andere partijgenoot Horninger, die Himmler ook op het oog had gehad als leider van de inlichtingendienst, te ontmaskeren als informant van het hoofdcommissariaat van de politie in München. Himmler prees Heydrichs inspanningen. “Hij had een onfeilbare neus voor mensen,” zo roemde hij de leider van zijn inlichtingendienst. “Hij voorzag werkelijk verbluffend scherp de wegen die vriend en vijand zouden gaan.” De SS-leider besloot dat per 4 september elk SS-Abschnitt (SS-district) en elke SS-Standarte (SS-regiment) een eigen inlichtingenafdeling moest oprichtingen die aan Heydrich rapport moest uitbrengen. Op 1 december 1931 steeg Heydrich weer een stapje hoger in de hiërarchie toen hij werd benoemd tot SS-Hauptsturmführer.

Op 26 december 1931 trouwde Heydrich met zijn Lina. De plechtigheid was geheel in nazi-stijl aangekleed; boven het altaar hing een hakenkruis van dennentakken, buiten de kerk liep het echtpaar door een erehaag van nazi’s die de Hitlergroet brachten en bij het verlaten van de kerk speelde het orgel het Horst-Wessellied. Een dag voor de bruiloft was Heydrich benoemd tot SS-Sturmbannführer. Intussen had hij sinds de herfst een eigen kantoor in de Türkenstrasse 23, maar in 1932 betrok hij met zijn vrouw een villa in de Zuccalistrasse 4 in München waar hij ook het hoofdbureau van zijn Ic vestigde dat ondertussen bestond uit zeven vaste medewerkers. Op 29 juli 1932 werd Heydrich gepromoveerd tot SS-Standartenführer. Van april tot juni werd zijn inlichtingendienst vanwege het verbod op de SA en SS tijdelijk omgedoopt tot pers- en informatiedienst (PID). Later zou de organisatie Sicherheitsdienst (SD) genoemd worden.

Begin juni 1932 werd Heydrich geconfronteerd met het gerucht dat hij deels van Joodse komaf zou zijn. Dit was niet voor het eerst, want ook al tijdens zijn loopbaan bij de Reichsmarine en misschien zelfs al eerder werd hij hiermee lastiggevallen. De oorsprong van dit gerucht was dat zijn vaders moeder drie jaar na de dood van haar echtgenoot trouwde met Gustav Robert Süss, wiens achternaam leek te wijzen op een Joodse afkomst, alhoewel daar in dit geval geen sprake van was. In een muziekencyclopedie uit 1916 stond zijn vader onjuist vermeld als “Heydrich Bruno (eigenlijk Süss)”. Rudolf Jordan, de Gauleiter van Halle-Merseburg, schreef een brief aan Gregor Strasser, de leider van de NSDAP-organisatie, waarin hij wees op deze muziekencyclopedie. Strasser gaf daarop de partijgenealoog Achim Gercke de opdracht om dit uit te zoeken. Gercke kwam tot de conclusie dat “[…] Heydrich van Duitse afkomst is en vrij [is] van gekleurd of Joods bloed.” Volgens Heydrich-biograaf Mario R. Dederichs ontbraken in de bijgesloten genealogische lijst opmerkelijk genoeg bepaalde gegevens, waaronder de geboortedatum van Heydrichs moeder en grootvader. Het is eigenaardig dat zulke essentiële gegevens ontbreken terwijl Himmler tegelijkertijd van zijn belangrijkste medewerkers een “bewijs van ariërschap” teruggaande tot het jaar 1648 eiste.

Ondanks dat de geruchten over zijn Joodse komaf door de partij als onwaar bestempeld werden, schakelde Heydrich privé ook een genealoog in die tot dezelfde conclusie kwam. Alhoewel het eigenlijke gerucht inderdaad gebaseerd was op onjuiste feiten wijst Dederichs erop dat er nog wel enige onduidelijk bestaat over Heydrichs afkomst. In Heydrichs dossier wordt zijn overgrootmoeder namelijk Johanna Birnbaum genoemd. Dit hoeft niet perse te duiden op een Joodse afkomst, maar vreemd genoeg komt deze naam niet voor in de afstammingsoorkonde van zijn broer waar deze overgrootmoeder zonder verdere data Maria Rosine Lichner wordt genoemd. Misschien betekent dit niets, want als deze vrouw daadwerkelijk Joods geweest zou zijn, was het logischer geweest dat haar naam in Heydrichs papieren aangepast zou zijn in plaats van in die van zijn broer.

Er wordt wel eens beweerd dat Heydrichs onzekerheid over zijn afkomst de oorzaak is van zijn trouw en gehoorzaamheid aan Himmler. Ook zou zijn radicale antisemitisme hierin zijn oorsprong vinden. Dit valt achteraf moeilijk te bewijzen, maar het is in elk geval erg waarschijnlijk dat de pesterijen, de geruchten en de onzekerheid over zijn komaf ertoe hebben geleid dat Heydrich zich al vanaf zijn periode bij de Reichsmarine almaar verder afzette tegen het Jodendom om te bewijzen dat hij hier niks mee van doen had.

Definitielijst

Abschnitt
Aanduiding van een district van de Sturmabteilung (SA) of de Schutzstaffel (SS).
antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
hakenkruis
Een door Adolf Hitler ingevoerd symbool voor het nationaal-socialisme. Van oorsprong is het een oud symbool voor vuur en zon.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Standarte
Paramilitaire eenheid, ongeveer ter grootte van een regiment, binnen de Sturmabteilung (SA) en de Schutzstaffel (SS).
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Heydrich met zijn vrouw Lina, 1931


Een foto van Karl Freiherr von Eberstein uit het Reichstagshandbuch van 1933.
(Bron: Bayerische Staatsbibliothek)


Heinrich Himmler, als leider van de SS Heydrichs chef.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
21-06-2007
Laatst gewijzigd:
07-04-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.