Verhoor Baldur von Schirach

Ochtendzitting I 23-05-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Wil de raadsman van Beklaagde Von Schirach zijn zaak nu voorleggen?
Dr. FRITZ SAUTER (raadsman van Beklaagde Von Schirach): Heren van het Tribunaal, ik stel voor allereerst het verhoor van Beklaagde Von Schirach zelf te houden en in de loop van het verhoor zal ik uw aandacht vestigen op de passages in het desbetreffende documentenboek naar gelang de individuele onderwerpen aan bod komen. Aansluitend aan het verhoor van beklaagde zal ik dan mijn vier getuigen oproepen en aan het einde zal ik de overgebleven documenten indienen, voor zover deze documenten tegen die tijd nog niet zijn ingediend tijdens het verhoor van Beklaagde Von Schirach. Ik neem aan, Meneer de President, dat u instemt met deze werkwijze.
Ik roep nu eerst naar de beklaagdenbank Baldur von Schirach.
(Beklaagde Baldur von Schirach gaat naar de beklaagdenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: “Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.”
(beklaagde herhaalt de eed in het Duits.)
De PRESIDENT: U kunt gaan zitten.
Dr. SAUTER: Getuige, wat is uw geboortedatum?
BALDUR VON SCHIRACH (Beklaagde): 9 mei 1907.
Dr. SAUTER: Dat betekent dat u een paar dagen geleden 39 bent geworden. U bent 14 jaar getrouwd, is dat juist?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: En u hebt vier kinderen in de leeftijd van ...
VON SCHIRACH: 4, 8 , 11 en 13 jaar.
Dr. SAUTER: In het Derde Rijk was u voornamelijk actief als Jugendleiter?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: Welke ambten bekleedde u in dat verband, dat wil zeggen, ambten binnen de Partij en in de regering –vermeldt u alstublieft ook hoe lang u die diverse ambten bekleedde?
VON SCHIRACH: Om te beginnen, in 1929 was ik leider van de Nationaal-Socialistische Studentenbond. In 1931 werd ik Reichsjugendleiter der NSDAP, eerst bij de Staf van het Opperbevel van de SA; in 1932 Reichsleiter des Deutschen Reiches für Jugenderziehung; eerst onder de Reichsinnenminister, Dr. Frick. In 1934 bekleedde ik dezelfde post onder de Reichsminister für Erziehung, Rust. In 1936 werd de Reichsjugendleiter een vooraanstaand Rijksambtenaar en in die hoedanigheid stond ik direct onder de Führer en Reichskanzler.
Dr. SAUTER: Nu, welke van uw ambten waren Partijambten en welke van de door u genoemde waren Rijksambten?
VON SCHIRACH: Partijambten waren het ambt van Reichsjugendleiter der NSDAP en dat van Reichsleiter für Jugenderziehung. Regeringsposten: Jugendleiter des Deutschen Reiches, eerst ondergeschikt aan de Reichsinnenminister, zoals ik heb beschreven of onder de Minister für Erziehung en later in een onafhankelijke functie.
Dr. SAUTER: Getuige, in 1940 werd u uit enkele van deze functies gezet. Welke functie in de Jugendleitung verloor u in 1940 en welke functies behield u nog tot aan het einde?
VON SCHIRACH: In 1940 legde ik mijn functie als jeugdleider neer, dat wil zeggen ik verliet de post Reichsjugendleiter der NSDAP maar ik behield de functie Reichsleiter für Jugenderziehung en daarmee de gehele verantwoordelijkheid voor de Duitse jeugd. Ik kreeg als bijkomende nieuwe functie die van Gauleiter van Wenen, die gecombineerd was met de regeringsfunctie van Rijksstadhouder van Wenen en ook met die van Reichsverteidigungskommissar Wehrkreis XVII.
Dr. SAUTER: Getuige, ik wil terugkomen op uw activiteiten als jeugdleider. We hebben een beëdigde verklaring van u, gedateerd 4 december 1945, 3302-PS. In deze verklaring zegt u in december tegen de Verdediging dat u zich verantwoordelijk acht voor de opvoeding van de jeugd in het Derde Rijk.
VON SCHIRACH: Dat is juist.
Dr. SAUTER: Toen u deze schuldbekentenis aflegde, had u het vermoeden dat uw opvolger, wijlen Reichsjugendleiter Axmann, dood was?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: U dacht dat hij was omgekomen tijdens de laatste gevechten van de oorlog?
VON SCHIRACH: Ja, ik was ervan overtuigd dat hij in Berlijn gesneuveld was.
Dr. SAUTER: In de tussentijd, getuige, hebt u uit krantenberichten vernomen dat uw opvolger als Reichsjugendleiter, deze Axmann, nog in leven is. Is dat juist?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: Wilt u vandaag dus uw verklaring betreffende uw onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid als Reichsjugendleiter bekrachtigen of wilt u die op enigerlei wijze beperken?
VON SCHIRACH: Ik wil deze verklaring op geen enkele wijze inperken. Hoewel Hitler tijdens de laatste jaren van zijn leven bevelen gaf aan de Jeugd waarvan ik niets wist en ook mijn opvolger, Axmann, in het bijzonder in 1944 bevelen gaf waarvan ik niet op de hoogte ben omdat onze relatie vanwege gebeurtenissen tijdens de oorlog verbroken is, blijf ik bij de verklaring die ik heb afgelegd in de hoop dat het Tribunaal mij zal willen beschouwen als enige verantwoordelijke bij de Jugendleitung en hoop ik ook dat geen andere Jeugdleider voor een gerecht zal worden gedaagd wegens acties waarvoor ik de verantwoordelijkheid op me heb genomen.
Dr. SAUTER: Ik stel er nu belang in te weten of mogelijkerwijs principes en richtlijnen die u van Hitler ontving, van een of ander Partijbureau of regeringsinstantie ten grondslag lagen aan uw opvoeding van de jeugd danwel of die principes hun oorsprong vonden in uw eigen ervaringen tijdens uw jeugd en onder de jeugdleiders uit die tijd.
VON SCHIRACH: Het laatste is juist. Natuurlijk was de opvoeding van de HitlerJugend een opvoeding op basis van Nationaal-Socialistische ideeën. Maar de specifiek opvoedkundige ideeën vonden hun oorsprong niet bij Hitler, ze vonden hun oorsprong ook niet bij andere jeugdleiders in de Partij; ze vonden hun oorsprong bij de jeugd zelf, ze vonden hun oorsprong bij mij en ze vonden hun oorsprong bij mijn assistenten.
Dr. SAUTER: Misschien wilt u nu zo vriendelijk zijn om aan het Tribunaal in wat meer detail uit te leggen hoe u, zelf, tot deze principes kwam en die vorm van jeugdopvoeding, gebaseerd op uw eigen opvoeding, uw persoonlijke ontwikkeling enzovoorts.
VON SCHIRACH: Ik geloof dat het het eenvoudigst voor mij is om hier in het kort het verhaal van mijn jeugd te schetsen en in dat verband ook de jeugdorganisaties te beschrijven waarmee ik in contact kwam. Ik kan op die manier veel tijd voor mijn volgende verklaringen besparen.
Mijn vader was beroepsofficier in het Keizerlijk Garderegiment Kurassiers. Ik ben geboren in Berlijn en een jaar later ging mijn vader met pensioen en verhuisde naar Weimar waar hij het bestuur over het Hoftheater overnam, het latere Nationale Theater van Weimar. Ik groeide dus op in Weimar en die stad, die in zeker opzicht de geboorteplaats van alle Duitsers is, beschouw ik als mijn geboorteplaats. Mijn vader was in goede doen, ons huis werkte zeer stimulerend op intellectueel en artistiek gebied, bovenal op het gebied van literatuur en muziek maar afgezien daarvan en boven de educatieve kansen van ons thuis was het de sfeer van de stad zelf, de sfeer van het klassieke en ook het post-klassieke Weimar dat van invloed was op mijn ontwikkeling. Het was boven alles het genius loci dat al vroeg tot mijn verbeelding sprak. Het is direct te danken aan deze ervaringen uit mijn jeugd dat ik later keer op keer de jeugd terugvoerde naar Weimar en Goethe. En het eerste document dat in dit verband belangrijk is voor mijn zaak, Document Schirach-80, zal dat duidelijk bewijzen. In dat document staat een korte verwijzing naar een van de vele toespraken die ik de loop van mijn activiteiten als Jugendleiter voor de jonge generatie heb gehouden en waarin ik de jeugd de weg wees naar Goethe ...
Dr. SAUTER: Mag ik u even onderbreken, meneer Von Schirach? In dit document, Meneer de President, nummer Schirach-80 staat op pagina 133 van Schirach’s documentenboek, een kort verslag van een culturele Rijksbijeenkomst (Reichskulturtagung) van de HitlerJugend in Weimar. Dit is toevallig een verslag uit 1937 maar beklaagde heeft u al verteld dat dergelijke bijeenkomsten van de HitlerJugend elk jaar in Weimar plaats vonden, de stad van Schiller en Goethe. In dit verslag, Document 80 van het documentenboek Schirach staat bijvoorbeeld de bespreking van een toespraak van beklaagde over het belang van Goethe voor de Nationaal-Socialistische opvoeding van de jeugd. Er wordt in dit verband gezegd dat Schirach destijds verklaarde, en ik citeer ....
De PRESIDENT: U hoeft het ons niet voor te lezen, Dr. Sauter. Het verwijst naar Goethe, dat is genoeg.
Dr. SAUTER: In dat geval, meneer Von Schirach, wilt u verder gaan?
VON SCHIRACH: Het was niet alleen de jaarlijkse culturele bijeenkomst maar de jaarlijkse bijeenkomst van jeugdleiders van de HitlerJugend die in Weimar plaats vonden. Daarnaast waren er ook wat wij noemden de “Festivals van Duitse Jeugd in Weimar.”
Wat in dit verband belangrijk is is dat ik in deze toespraak een zin van Goethe aanhaalde die tot op zekere hoogte het Leitmotif van al mijn opvoedkundige werk werd: “De jeugd vernieuwt zich uit de jeugd.” Zelfs mijn grootste vijand kan het feit niet ontkennen dat ik voor de jonge generatie van het Duitse volk niet alleen altijd het Nationaal-Socialisme propageerde, maar ook Goethe. Een zekere heer Ziemer heeft een uitvoerige beëdigde verklaring tegen mij afgelegd waarin hij de opvoeding van de jeugd, waarvoor ik verantwoordelijk was, bestrijdt. Ik denk dat de heer Ziemer zijn werk een beetje te oppervlakkig deed. In zijn beschrijving van de Duitse nationale opvoeding had hij in ieder geval mijn educatieve inspanningen, de jeugd naar het levenswerk van Goethe te leiden, in overweging moeten nemen.
Ik werd lid van mijn eerste jeugdorganisatie toen ik tien jaar oud was. Ik was toen net op een leeftijd waarop jongens en meisjes later bij het Jungvolk gingen. Die jeugdorganisatie waar ik lid van werd was de Jungdeutschland Bund, een padvindersorganisatie die gesticht was door Graaf von der Goltz. Graaf von der Goltz en Haessler, onder de indruk van de Britse padvindersorganisatie, hadden padvinderseenheden in Duitsland opgericht en een ervan was de zojuist genoemde Jungdeutschland Bund. Die speelde een belangrijke rol bij de opvoeding van Duitse jeugd tot ongeveer 1918 of 1919.
Veel belangrijker voor mijn ontwikkeling echter was de tijd die ik doorbracht in een Waldpedagogium (plattelandsinternaat). Dit was een opleidingsinstituut onder leiding van een medewerker van de bekende pedagoog, Hermann Lietz. Daar werd ik opgevoed op de manier waarop ik later, op een geheel andere basis .....
De PRESIDENT: Dr. Sauter, denkt u dat de opvoeding van beklaagde zelf van enig belang is voor het Tribunaal om aan te horen? Het is de opvoeding die hij meegaf die van belang is. Welke hij meegaf, niet welke hij zelf genoot.
Dr. SAUTER: Meneer de President, beklaagde zou u niettemin willen vragen, hem deze verklaringen toe te staan, in het bijzonder vanuit het standpunt van waaruit hij wil aantonen dat de principes op grond waarvan hij de opvoeding van de jeugd leidde, niet tot hem kwamen via Hitler en niet via een of andere Partijbron maar dat die het resultaat waren van zijn eigen ervaringen uit zijn jeugd. Het is inderdaad voor het Tribunaal van enig belang, de vraag te bestuderen: Op grond van welke principes leidde beklaagde de opvoeding van de jeugd en hoe kwam hij tot deze principes? Beklaagde vraagt toestemming dat te mogen uitleggen.
De PRESIDENT: Wel, Dr. Sauter, beklaagde heeft al aanzienlijke tijd besteed aan het vertellen over zijn vroege jeugd en zijn opvoeding en het Tribunaal is van mening dat het kort gehouden moet worden en dat er niet veel meer tijd dient te worden besteed aan de opvoeding van beklaagde. Zoals ik u heb aangegeven; wat voor ons van belang is, is de opvoeding die hij de Duitse jeugd meegaf en niet de opvoeding die hij zelf heeft genoten.
Dr. SAUTER: We zullen natuurlijk uw wens opvolgen, Meneer de President.
(hij wendt zich tot de getuige.) Meneer Von Schirach, kunt u uw verklaring zo kort mogelijk houden?
VON SCHIRACH: Ja, ik kan heel kort zijn.
Dr. SAUTER: Gaat u alstublieft verder.
VON SCHIRACH: Het idee van Lietz was, de jeugd een opvoeding te geven waarin de school een evenbeeld van de staat was. De schoolgemeenschap was een miniatuurstaat en in deze gemeenschap ontwikkelde zich een zelf-bestuur door de jeugd. Ik wil terloops opmerken dat ook hij ideeën toepaste die al lang tevoren waren ontwikkeld door Pestalozzi en de grote Jean Jacques. Alle moderne opvoeding gaat natuurlijk op een of andere manier terug naar Rousseau, of het nu gaat om Herman Lietz of de Padvinders, de Padvinderij of de Duitse Wandervögel beweging. In ieder geval, het idee van zelf-bestuur door de jeugd gaf me het idee van zelf-leiderschap door de jeugd.
Mijn gedachte was de jonge generatie op school warm te maken voor ideeën die Fröbel al 80 jaar eerder had ontwikkeld. Lietz wilde de jeugd al vanaf de eerste schooldag beïnvloeden.
Ik mag misschien heel kort opmerken dat toen Lietz in 1898 met zijn opvoedkundig werk begon, de Britse majoor Baden-Powell in een stad in Zuid-Afrika omsingeld was door rebellen en jeugdigen opleidde om in de bossen verkenningen te doen, daarmee de grondslag voor zijn eigen Padvindersbeweging leggend en in hetzelfde jaar 1898 Karl Fischer uit Berlijn-Steglitz de Wandervögelbeweging oprichtte.
Dr. SAUTER: Getuige, ik denk dat dit hoofdstuk, dat slechts de historische achtergrond vormt volgens de wens van de President misschien afgesloten kan worden. Als ik u nu goed begrijp bedoelt u dat u met de principes die u later als Jugendleiter toepaste, vertrouwd raakte tijdens uw eigen jeugd en in de jeugdbeweging van die tijd. Is dat juist?
VON SCHIRACH: In principe, ja. De basisprincipes van mijn latere werk vonden daar hun oorsprong.
Dr. SAUTER: Er is nog één ding wat ik in dit verband wil weten. Had deze opvoeding destijds politieke of anti-Semitische tendenzen en hoe kwam u in de politiek terecht?
VON SCHIRACH: Nee, dat opvoedkundige werk had geen politieke en zeker geen anti-Semitische tendenzen, want Lietz kwam uit de kring rond de Democraat Naumann, uit de groep Damaschke.
Dr. SAUTER: Maar hoe kwam u in de politiek terecht?
VON SCHIRACH: In de tussentijd was de revolutie uitgebroken. Mijn vader ....
Dr. SAUTER: De revolutie van 1918-1919?
VON SCHIRACH: Ja, de revolutie van 1918-1919. Mijn vader was door de Roden uit zijn ambt gezet. De Nationale Vergadering in Weimar was bijeengekomen. De Republiek Weimar was uitgeroepen. We hadden een parlementair stelsel, we hadden democratie –of dat waarvan wij in Duitsland dachten dat democratie was-, ik betwijfelde of het zo was. Het was rond 1923. Ik was toen thuis. Het was een periode van grote onzekerheid, armoede en ontevredenheid; veel eerbiedwaardige families waren door de inflatie tot de bedelstaf geraakt, en de arbeider en de burger waren hun spaargeld kwijt. De naam “Hitler” verscheen in verband met de gebeurtenissen van 9 november 1923. Ik was toen niet in staat om enige juiste informatie over hem te verkrijgen. Dit Tribunaal heeft mij en de mensen van mijn generatie voor het eerst ingelicht over wat Hitler in werkelijkheid wilde. Ik was toen geen Nationaal-Socialist. Samen met enige jongens van mijn leeftijd werd ik lid van een jeugdbeweging met de naam “Knabenschaft.” Die was op een bepaalde manier verbonden met de volksbeweging maar was niet gebonden aan een of andere partij. De principes van die organisatie waren eenvoudig kameraadschap, vaderlandsliefde en zelf-discipline. Er waren destijds ongeveer 100 jongens uit mijn stad lid van die in deze jeugdbeweging streden tegen de holle tendenzen van de jeugd en de losbandigheid waaraan de opgroeiende jongeren in de na-oorlogse periode zich overgaven.
In die kringen kwam ik als 16-jarige voor het eerst in contact met het socialisme want ik trof hier jongeren van alle niveau’s, werkende jongeren, kunstenaars, jong kantoorpersoneel, boerenzonen. Maar er waren ook enkele ouderen onder ons, die al een gevestigd leven hadden, en ook sommigen die deel hadden genomen aan de Eerste Wereldoorlog. Uit gesprekken met deze kameraden begreep ik voor het eerst in volle omvang de gevolgen van het Verdrag van Versailles. De toestand van de jeugd in die tijd was deze: de schooljongen had het vooruitzicht om als werkstudent op een of andere manier moeizaam vooruit te komen en zich daarna hoogst waarschijnlijk te moeten voegen bij het academisch proletariaat want de kansen op een academische loopbaan bestonden helemaal niet voor hem. De jonge arbeider had geen vooruitzicht op een leerplaats. Voor hem was er niets anders dan de bittere werkelijkheid van het werkloos zijn. Het was een generatie welke niemand wilde helpen, tenzij die zichzelf hielp.
Dr. SAUTER: En die kring waartoe u als 16-jarige behoorde dreef geleidelijk aan mee op de stroom van het Nationaal-Socialisme?
VON SCHIRACH: Ja, en op een heel natuurlijke manier.
Dr. SAUTER: Hoe gebeurde dat?
VON SCHIRACH: In centraal Duitsland vonden er ongeregeldheden plaats. Ik hoef alleen maar de naam van de Communistische bandietenleider Max Holz te noemen om aan te geven welke toestanden er toen heersten. En zelfs als een schijnbare rust was weergekeerd was de algemene toestand nog zodanig dat het onmogelijk was patriotische bijeenkomsten te houden omdat die gewoonlijk door Communisten werden verstoord. Er werd een verzoek aan ons jongeren gedaan om bescherming voor deze patriotische bijeenkomsten te leveren en dat deden we. Sommige van ons raakten hierbij gewond. Een van ons, een zekere Garschar, werd door Communisten gedood. Op die manier vond een groot aantal nationale bijeenkomsten plaats die in de Weimar Republiek anders niet konden zijn gehouden, ook Nationaal-Socialistische bijeenkomsten en we moesten juist steeds meer van die bijeenkomsten beschermen omdat de Communistische terreur in het bijzonder daar tegen was gericht.
Door deze beschermingsactiviteiten ontmoette ik vooraanstaandse Nationaal-Socialisten; eerst als spreker natuurlijk, niet persoonlijk. Ik hoorde Graaf Reventlow spreken en ik denk dat ik Rosenberg toen ook hoorde; ik hoorde Streicher spreken en hoorde de eerste oratorische pogingen van Sauckel die kort daarna Gauleiter van de Nazi Partij in Thüringen werd. Op deze manier ....
De PRESIDENT: Over welke periode heeft hij het?
Dr. SAUTER: Dit is de periode rond 1924, dat wil zeggen, een jaar na de staatsgreep van Hitler.
Op die manier, getuige, kwam de kring waarvan u toen lid was onder invloed van het Nationaal-Socialisme. Werd dit ook ondersteund door lezen, het lezen van Nationaal-Socialistische literatuur?
VON SCHIRACH: Natuurlijk. Ik weet niet wat mijn kameraden lazen, met uitzondering van één boek wat ik u zo direct zal geven. Ik weet alleen wat ik zelf las; ik had destijds interesse voor de geschriften van die denker uit Bayreuth, Chamberlain, in zijn “Grondslagen van de 19de Eeuw”, in de geschriften van Adolf Bartels in zijn “Introductie tot de Wereldliteratuur” en zijn “Geschiedenis van de Duitse nationale literatuur.” Er waren werken ...
De PRESIDENT: Ik heb u al gezegd dat we niet het hele verhaal van de opvoeding van beklaagde willen horen. Hij noemt ons nu een aantal boeken op die hij gelezen heeft maar dat interesseert ons niet.
Dr. SAUTER: Goed, Meneer de President.
VON SCHIRACH: Ik zal in één zin zeggen dat dit werken waren die geen duidelijk anti-Semitische tendenzen hadden maar waar het anti-Semitisme als een rode draad doorheen liep. Het beslissende anti-Semitische boek dat ik destijds heb gelezen en het boek dat mijn kameraden beïnvloed heeft ....
Dr. SAUTER: Alstublieft ....
VON SCHIRACH: ....was het boek door Henry Ford, “De Internationale Jood;” ik las het en werd anti-Semiet. In die dagen maakte dat boek een diepe indruk op mijn kameraden en mijzelf omdat we in Henry Ford de vertegenwoordiger van het succes zagen, ook de exponent van progressief sociaal beleid. In het door armoede geteisterde en verscheurde Duitsland van die tijd keek de jeugd naar Amerika en behalve de grote weldoener Herbert Hoover, was het Henry Ford die voor ons Amerika vertegenwoordigde.
De PRESIDENT: Dr. Sauter, het Tribunaal is van mening, zoals ik nu al twee keer heb gezegd, dat de opvoedkundige invloeden van beklaagde voor ons van geen enkel belang zijn. Ik wil het niet nogmaals zeggen want anders, tenzij u de getuige in de hand heeft en hem bij de zaak houdt, moet ik dit verhoor beëindigen.
Dr. SAUTER: Maar Meneer de President, is het voor het Tribunaal, als het zich een oordeel vormt over deze beklaagde en zijn persoonlijkheid, niet interessant te weten hoe hij Nationaal-Socialist werd en hoe beklaagde anti-Semiet werd? Ik had gedacht ...
De PRESIDENT: Nee, het is voor het Tribunaal niet relevant.
Dr. SAUTER: Getuige, Hoe ontmoette u dan Hitler en hoe werd u lid van de Partij?
VON SCHIRACH: Ik moet zeggen dat ik geen Nationaal-Socialist werd vanwege anti-Semitisme maar vanwege Socialisme. Ik ontmoette Hitler al in 1925. Hij had net Landsberg aan de Lech verlaten, zijn gevangenisstraf was beëindigd, hij kwam naar Weimar en sprak daar. Bij die gelegenheid werd ik aan hem voorgesteld. Het programma voor nationale eenheid dat hij ontwikkelde sprak mij enorm aan want ik vond er veel in terug dat ik op kleine schaal had ondervonden in de kameraadschap van mijn jeugdbeweging. Hij scheen voor mij de wegbereider naar de toekomst van onze jeugd te zijn. Ik geloofde dat door hem de jeugd uitzicht kreeg op werk, op geluk. En in hem zag ik de man die ons zou bevrijden van de ketenen van Versailles. Ik ben ervan overtuigd dat zonder Versailles, Hitler’s greep naar de macht nooit zou hebben plaats gevonden. Dat dictaat leidde tot dictatuur.
Dr. SAUTER: Getuige, wanneer werd u lid van de Partij?
VON SCHIRACH: Ik werd lid van de Partij in 1925. Ik werd gelijktijdig, met al mijn kameraden, lid van de SA.
Dr. SAUTER: U was destijds 18?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: Waarom werd u lid van de SA?
VON SCHIRACH: De SA leverde de bescherming voor de bijeenkomsten en we zetten de activiteiten die we in onze jeugdbeweging eerder al deden voort bij de SA als onderdeel van de Partij.
Dr. SAUTER: In 1926, getuige, toen u 19 jaar oud was, was er een Partijbijeenkomst in Weimar?
VON SCHIRACH: Ja.
Dr. SAUTER: Voor zover ik weet sprak u Hitler bij die gelegenheid persoonlijk, is dat juist?
VON SCHIRACH: Ja. Ik zou al een jaar eerder met Hitler gesproken hebben. Bij die gelegenheid was er een andere bijeenkomst. Hij hield toespraken bij diverse massabijeenkomsten in Weimar en hij kwam in hetzelfde jaar naar Weimar terug om voor een kleiner gezelschap te spreken. Samen met Rudolf Hess bezocht hij het huis van mijn ouders en bij die gelegenheid stelde hij voor dat ik in München zou gaan studeren.
Dr. SAUTER: Waarom?
VON SCHIRACH: Hij vond dat ik de Partij tot in bijzonderheden moest leren kennen en dacht dat ik op die manier met het werk van de Partij vertrouwd kon raken. Maar ik wil hier zeggen dat ik toentertijd geen enkele intentie had om politicus te worden. Niettemin was ik er natuurlijk zeer in geïnteresseerd vertrouwd te raken met de Beweging op de plek waar die was ontstaan.
Dr. SAUTER: U ging dus naar München om er te studeren?
VON SCHIRACH: Ja, ik ging toen naar München. Eerst bemoeide ik mij niet met de Partij. Ik hield me bezig met de studie van het Germaans, geschiedenis en kunstgeschiedenis; ik schreef en kwam in München in contact met veel mensen die niet echt Nationaal-Socialist waren maar die, laat ik het zo zeggen, behoorden tot de periferie van de Nationaal-Socialistische Beweging. Destijds woonde ik in het huis van mijn vriend, de uitgever Bruckmann ..
Dr. SAUTER: Toen, in 1929 werd u hoofd van de Beweging binnen de universiteiten. Ik meen dat u gekozen werd op die post, niet benoemd?
VON SCHIRACH: In het begin was de situatie als volgt: ik woonde partijbijeenkomsten in München bij, in de salon van Bruckmann ontmoette ik Hitler en Rosenberg en vele anderen die later een belangrijke rol speelden in Duitsland. En op de universiteit voegde ik me bij de Nationaal-Socialistische Duitse Studentenbond.
De PRESIDENT: Ja, gaat u verder.
Dr. SAUTER: Gaat u verder, meneer Von Schirach, u hebt ons net verteld dat u lid werd van deze groep in München. Wilt u alstublieft doorgaan?
VON SCHIRACH: Ja, en ik begon ook een actieve rol te spelen in deze groep. Ik sprak er mijn kameraden toe, eerst over mijn eigen werk op het gebied van de literatuur en later begon ik ook lezingen over de Nationaal-Socialistische Beweging aan studenten te geven. Ik organiseerde bijeenkomsten onder de studenten in München en toen werd ik gekozen in het Algemeen Studentencomité, ASTA en door deze activiteiten onder de studenten kwam ik meer en meer in contact met de leiders van de Partij. In 1929 nam de man ontslag die toen de zogeheten Reichsleiter des National-Sozialistischen Studentenbundes was en de vraag rees wie de leiding moest krijgen over alle universiteitsgroepen. Destijds ondervroeg Rudolf Hess namens de Führer alle groepen van de Nationaal-Socialistische Universiteitsbeweging en de meerderheid van deze groepen bracht zijn stem op mij uit om de National-Sozialistischen Studentenbund te gaan leiden. Dit verklaart het vreemde feit dat ik de enige Partijleider ben die in de Partijleiding werd gekozen. Dat is iets wat nooit eerder in de geschiedenis van de Partij is voorgekomen.
Dr. SAUTER: U bedoelt daarmee te zeggen dat alle anderen benoemd werden en alleen u gekozen?
VON SCHIRACH: Ik werd gekozen en daarna in mijn ambt beëdigd.
Dr. SAUTER: Als ik het wel heb, werd u in 1931 op een studentenbijeenkomst in Graz gekozen?
VON SCHIRACH: Dat is niet juist. Dat is onjuist. Ik praat nu alleen over de Nationaal-Socialistische Universiteitsbeweging; ik kom hier later op terug. Ik was nu leider van de Nationaal-Socialistische Universiteitsbeweging en reorganiseerde die beweging. Ik begon mijn werk als spreker. In 1931 was ik ...
De PRESIDENT: Het is natuurlijk voldoende te weten dat hij leider werd. Het interesseert ons werkelijk niet zo of hij nu wel of niet gekozen werd.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik doe de hele tijd mijn uiterste best om deze toespraak kort te houden. Maar misschien mag ik in verband met dit onderwerp nog een vraag stellen.
Getuige, in 1931 werd u, zover ik weet, verkozen als president van de Algemene Vergadering van Oostenrijkse en Duitse studenten, waarin alle partijen vertegenwoordigd waren en u werd meen ik unaniem gekozen. Is dat juist?
VON SCHIRACH: Dat is niet juist.
Dr. SAUTER: Wilt u het dan in het kort uitleggen, meneer Von Schirachy.
VON SCHIRACH: Dat is niet juist. Tijdens de Algemene Vergadering van Duitse studenten in 1931, waarin alle Duitse en alle Oostenrijkse en Sudeten-Duitse studenten waren vertegenwoordigd, werd een van mijn medewerkers die ik als leider had voorgedragen, unaniem gekozen tot leider van de hele studentenbeweging. Dit was een heel belangrijke zaak voor de jeugd en voor de Partij. Twee jaar voor de machtsovername had de hele academische jeugd unaniem haar stem gegeven aan een Nationaal-Socialist. Na deze studentenbijeenkomst in Graz had ik met Hitler ....
De PRESIDENT: Ik denk dat dit een goed moment is om te schorsen.
Dr. SAUTER: Prima.
(de zitting werd geschorst.)

Definitielijst

democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
dictatuur
Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
inflatie
Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
Nationaal-Socialisme
Een door Hitler opgestelde politieke ideologie, die gebaseerd was op de superioriteit van het Germaanse ras, het leidersprincipe en een fel nationalisme dat gevoed werd door de harde Vrede van Versailles. Het Nationaal-socialisme was anti-democratisch en racistisch. De leer werd uitgewerkt in Mein Kampf en georganiseerd in de NSDAP. Het Nationaal-socialisme vormde van 1933-1945 het fundament van het totalitaire Hitler-Duitsland.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
Socialisme
Politieke ideologie die streeft naar geen of geringe klassenverschillen. Produktiemiddelen zijn in handen van de staat. Ontstaan als reactie op het kapitalisme. Karl Marx probeerde het socialisme wetenschappelijk te onderbouwen.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Von Schirach tijdens het Internationale Militaire Proces in Neurenberg. De zittende persoon links is Joachim von Ribbentrop.
(Bron: USHMM)

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
07-08-2007
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.