Verhoor Wilhelm Keitel 1

Ochtendzitting 2 03-04-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Dr. Nelte, het Tribunaal zal u erkentelijk zijn als u nu uw zaak voorlegt.
Dr. NELTE: Meneer de President, ik zal mijn presentatie van de zaak Keitel beginnen met u te vragen de beklaagde naar de beklaagdenbank te roepen, dan zal ik hem verhoren. De documenten die ik tijdens dit verhoor zal gebruiken zijn samen met een lijst gisteren ingediend. Ik hoop dat u die documenten tot uw beschikking hebt zodat u in staat zult zijn mijn vragen te volgen op een wijze die van belang is voor een goed verlopend verhoor.
De PRESIDENT: U wilt dus Beklaagde Keitel oproepen?
Dr. NELTE: Ja.
(de Beklaagde Keitel gaat naar de beklaagdenbank)
De PRESIDENT: Wilt u uw volledige naam zeggen?
WILHELM KEITEL (beklaagde) Wilhelm Keitel.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: “Ik zweer bij God de Amachtige en Alwetende dat ik de waarheid zal spreken,, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.”
(de beklaagde herhaalt de eed in het Duits.) De PRESIDENT: Neemt u plaats als u wilt.
Dr. NELTE: Wilt u in het kort uw militaire loopbaan beschrijven?
KEITEL: Begin maart 1901 werd ik cadet in een artillerieregiment van het Pruisische leger. In het begin van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, was ik adjudant van mijn regiment. Ik raakte in september 1914 gewond en begin november werd ik chef van een batterij van mijn regiment. Vanaf de herfst van 1915 vervulde ik diverse staffuncties, eerst bij het commando van het leger te velde, later als algemeen stafofficier bij een divisie. Tegen het einde was ik de eerste algemene stafoffcier van het Marinecommando in Vlaanderen. Ik ging toen als vrijwilliger bij de Reichswehr. Beginnend in 1921 was ik Abteilungsleiter van het Heeresverwaltungsamt op het Reichswehrministerium. Na een onderbreking van 1933 tot 1935 werd ik op 1 oktober 1935 Chef van het Wehrmachtsamt bij de Reichskriegsminister, anders gezegd Stafchef bij het Ministerie van Oorlog. Tijdens mijn actieve dienst werd ik Generaalmajoor; ik was toen chef van een infanteriebrigade. Op 4 februari 1938 werd ik tot mijn verbazing benoemd tot Stafchef van de Führer of Chef van het OKW (Oberkommando der Wehrmacht). Op 1 oktober 1939 werd ik Generaal der Infanterie en na de campagne in het Westen werd ik Veldmaarschalk.
Dr. NELTE: Was u lid van de National-Socialistische Deutsche Arbeiter Partei?
KEITEL: Nee, ik was geen lid. Op grond van militaire wetgeving kon ik geen partijlid zijn of worden.
Dr. NELTE: Maar u ontving het Goldenes Parteiabzeichen. Waarom?
KEITEL: Dat is juist. Hitler verleende me dit Goldenes Parteiabzeichen in april 1939, op hetzelfde moment dat de Opperbevelhebber van het Leger, Generaal Von Brauchitsch het ontving. De Führer zei dat het ter herinnering aan de inval in Tsjecho-slowakije was. Op het insigne was “16 - 17 maart” gegraveerd.
Dr. NELTE: In 1944 werd het Militärgesetz gewijzigd zodat militairen in actieve dienst ook partijlid konden worden. Wat deed u toen?
KEITEL: Dat is juist. Op het einde van de zomer of begin van de herfst 1944 werd het Militärgesetz gewijzigd zodat ook militairen in actieve dienst partijlid konden worden. Mij werd destijds gevraagd persoonlijke gegevens aan de Partij te verstrekken zodat ik kon worden geregistreerd als partijlid. Tegelijkertijd werd mij gevraagd een donatie in geld aan de Partij te doen. Ik verstrekte persoonlijke gegevens aan het hoofdkwartier van de Partij en deed ook een donatie maar zover ik weet werd ik nooit lid. Ik heb nooit eeen lidmaatschapskaart ontvangen.
Dr. NELTE: In hoeverre nam u deel aan Partijbijeenkomsten?
KEITEL: Vanwege mijn functie en het feit dat ik Hitler voortdurend vergezelde nam ik aan publieke bijeenkomsten deel, vaak van de Partij, bijvoorbeeld aan de grote Partijbijeenkomsten in Neurenberg en ook elk jaar bij de start van de Winterhulp campagne. Tenslotte moest ik op bevel, samen met een vertegenwoordiger van de Partij, een herdenkingsdienst bijwonen bij de graven van de slachtoffers van 9 november 1923. Dat vond symbolisch plaats ter nagedachtenis aan de gevechten tussen de Partij en de Wehrmacht. Ik nam nooit deel aan intern overleg of vergaderingen van het Partijbestuur; de Führer had me laten weten dat niet te willen. Zo was ik bijvoorbreeld elk jaar op 9 november in München maar nam nooit deel aan de bijeenkomsten van de machthebbers van de Partij.
Dr. NELTE: Welke onderscheidingen verdiende u tijdens de oorlog?
KEITEL: Tijdens de oorlog - het moet in de winter van 1939-1940 geweest zijn - werd ik onderscheiden met het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes. Ik heb geen andere Duitse oorlogsonderscheiding ontvangen.
Dr. NELTE: Hebt u kinderen?
KEITEL: Ik had drie zoons die allemaal tijdens de oorlog aan het front gediend hebben. De jongste sneuvelde tijdens de strijd in Rusland, de tweede was majoor in Rusland en is vermist en mijn oudste zoon, die majoor was, bevindt zich in krijgsgevangenschap.
Dr. NELTE: Veldmaarschalk Keitel, beginnend met essentiële zaken zou ik de volgende principiële vragen aan u willen stellen: Welke principiële houding had u als soldaat, als officier en als generaal tegenover de vraagstukken waarmee u in uw beroep te maken had?
KEITEL: Ik kan zeggen dat ik soldaat was uit overtuiging. 44 jaar lang heb ik als soldaat zonder onderbreking mijn land en mijn volk gediend en ik heb mijn best gedaan in dienst van mijn beroep. Ik geloofde dat ik dit moest doen als plicht, werkend zonder onderbreking en mij wijdend aan die taken die mij in mijn vele en verschillende functies toevielen. Ik heb dit met dezelfde toewijding gedaan onder de Keizer, onder President Ebert, onder Veldmaarschalk Von Hindenburg en onder de Führer, Adolf Hitler.
Dr. NELTE: Wat is uw houding vandaag?
KEITEL: Als Duitse officier beschouw ik het natuurlijk als mijn plicht verantwoording af te leggen voor wat ik heb gedaan, zelfs al zou dat verkeerd geweest zijn. Ik ben dankbaar dat ik de gelegenheid heb gekregen hier en voor het Duitse volk verslag te doen over wat ik was en mijn deelname aan de gebeurtenissen die hebben plaats gevonden. Het zal niet altijd mogelijk zijn, in de loop van het lot schuld en betrokkenheid duidelijk te scheiden. Maar ik beschouw een ding als onmogelijk: dat de man in de frontlinie en de leiders en de lagere leiders aan het front met deze schuld worden belast terwijl de hoogste leiders hun verantwoordelijkheid ontlopen. Dat is in mijn ogen verkeerd en ik beschouw het als onwaardig. Ik ben ervan overtuigd dat de grote massa van onze dappere soldaten echt fatsoenlijk waren en waar zij de grenzen van aanvaardbaar gedrag hebben overschreden deden ze dat in goed vertrouwen, met geloof in de militaire noodzaak en de bevelen die zij ontvingen.
Dr. NELTE: Bij de presentatie van bewijsmateriaal betreffende schendingen van het oorlogsrecht, misdaden tegen de menselijkheid, verwijst de Aanklager herhaaldeilijk naar brieven, orders en dergelijke die uw naam dragen. Veel zogeheten Keitelorders en -besluiten zijn hier ingediend. Nu moeten we onderzoeken of en in welke mate u schuldig was aan en met uw acties verantwoordelijk voor de gevolgen van die orders. Wat wenst u op deze algemene beschuldiging te zeggen?
KEITEL: Het is juist dat er een groot aantal bevelen, instructies en richtlijnen bestaan waaraan mijn naam is verbonden en het moet ook worden toegegeven dat zulke orders vaak afwijkingen bevatten van bestaande internationale wetgeving. Aan de andere kant zijn er een aantal richtlijnen en bevelen die niet gebaseerd zijn op militaire inspiratie maar op ideologische gronden en meningen. In dit verband denk ik aan de serie richtlijnen die werden uitgegeven voorafgaand aan de campagne tegen Rusland en ook aan die welke daarna werden uitgegeven.
Dr. NELTE: Wat kunt u tot uw verdediging zeggen met betrekking tot die orders?
KEITEL: Ik kan alleen maar zeggen dat ik vanuit mijn positie in principe de verantwoording draag voor al die dingen die het gevolg van die bevelen waren en die verbonden zijn met mijn naam en mijn handtekening. Verder draag ik de verantwoordelijkheid voor zover die is gebaseerd op wettelijke en morele principes, voor die secties en afdelingen van het OKW die aan mij ondergeschikt waren.
Dr. NELTE: Waaruit kan uw officiële positie en de omvang van uw verantwoordelijkheid worden afgeleid?
KEITEL: Dat is vervat in het Führerbesluit van 4 februari 1938 dat hier al vaak is geciteerd.
Dr. NELTE: Ik leg dit besluit aan u voor zodat u de tekst voor u heeft. In dit Führerbesluit staat in alinea 1:
“Vanaf nu zal ik persoonlijk en onmiddellijk het opperbevel over de hele Wehrmacht op mij nemen.”
Wat hield dat in, vergeleken met de situatie die tot dan toe had bestaan?
KEITEL: Tot aan die tijd hadden we een bevelhebber van de Wehrmacht, Veldmaarschalk Von Blomberg. In aanvulling daarop was er een opperbevelhebber van de Wehrmacht; dat was volgens de grondwet het staatshoofd - in dit geval Hitler. Na het aftreden van de bevelhebber van de Wehrmacht was er maar een opperbevelhebber en dat was Hitler zelf. En vanaf die tijd voerde hij zelf het bevel over de drie wapens van de Wehrmacht, de Landmacht, de Marine en de Luchtmacht. Er staat ook "vanaf nu onmiddellijk". Dat moest ondubbelzinnig duidelijk maken dat een tussengeschoven functie met de bevoegdheid orders te geven niet langer zou bestaan, maar dat Hitler's orders als opperbevelhgebber direct aan de drie wapens van de Wehrmacht en haar commandanten werden gegeven. Er staat hier ook "persoonlijk" en "onmiddellijk". Dat had ook zijn betekenis want het woord "persoonlijk" moest uitdrukken dat er geen delegering van zijn gezag was en zou zijn.
Dr. NELTE: Ik neem aam dat u uw bevelen nooit ondertekende met "namens"?
KEITEL: Nee, ik herinner me geen enkel geval waarin ik heb getekend met "namens". Als de vraag gerezen was, een vertegenwoordiger te benoemen zou dat op grond van onze militaire principes maar een persoon geweest kunnen zijn, de Opperbevelhebber van de drie wapens van de strijdkrachten, nl. de hoogste in rang.
Dr. NELTE: In alinea 2 van het besluit van 4 februari 1938 staat:
" .... het voormalige Wehrmachtsamt op het Ministerie van Oorlog wordt met al zijn functies onder mijn commando geplaatst als OKW en als mijn militaire staf." Wat betekent dit met betrekking tot de staf die daarmee werd gevormd?
KEITEL: De opperbevelhebber van de Wehrmacht had zijn staf op het Wehrmachtsamt, met andere woorden, het Wehrmachtsamt op het Ministerie van Oorlog. Hitler nam als opperbevelhebber het Wehrmachtsamt over als zijn militaire staf. Deze staf was dus zijn persoonlijke staf. Op hetzelfde tijdstip waarop de post Opperbevelhebber van de Wehrmacht werd opgeheven, verdween die van Reichskriegsminister ook. Er was geen Ministerie van Oorlog en geen Minister van Oorlog als voorheen. Men kon dus duidelijk zien wat Hitler wilde, namelijk dat er tussen hem en de divisies van de Wehrmacht geen bureau zou zijn met enige bevoegdheid op het gebied van de commandostructuur of met ministeriële functies.
Dr. NELTE: Toen dit besluit werd uitgevaardogd, werd u geïnstalleerd als drager van een nieuw ambt met als titel: "Chef OKW". Wilt u alstublieft duidelijk maken of deze term "Chef OKW" juist is, dat wil zeggen, of die echt inhield wat de titel schijnt aan te geven?
KEITEL: Ik moet eraan toevoegen dat ik me nu pas realiseer dat de term in zijn verkorte vorm niet helemaal gepast is. Om precies te zijn zou men moeten zeggen: "Chef van de Staf van het Oppercommando van de Wehrmacht," en niet de afkorting "OKW." Uit wat de Aanklager heeft grepresenteerd maakte ik op dat het idee van "chef" werd uitgelegd alsof ik een commandant was, met de bevoegdheid orders te geven. En dat is natuurlijk een onjuiste conclusie. Het was geen positie in de zin van een bevelhebber noch die van, zoals misschien aangenomen kan zijn of aangenomen is, chef van de generale staf. Dat is ook niet juist. Ik ben nooit Chef van de Generale Staf van de Wehrmacht geweest. Het was Hitler's onvoorwaardelijke wil in zijn eigen persoon alle gezag, alle macht te concentreren. Dat is niet zo maar een verklaring achteraf. Hij drukte deze wens bij diverse gelegenheden duidelijk aan mij uit, gedeeltelijk in verband met het feit dat hij mij herhaaldelijk vertelde: "Bij Von Blomberg had ik dit er nooit door gekregen."
Dr. NELTE: Ik heb hier een verklaring, afgelegd door Veldmaarschalk Von Brauchitsch en die de Aanklager heeft ingediend.
KEITEL: Misschien mag ik nog iets aan toevoegen. Ik besprak het feit dat het geen positie van Chef van de Generale Staf was omdat het Hitler's principiële mening was dat alle bevelhebbers van Wehrmachtafdelingen ieder hun eigen generale staf hadden, of staf operaties en dat hij niet wilde dat het Opperbevel van de Wehrmacht, waaronder de Wehrmachtsführungsstab, de functies van een generale staf zou overnemen. Daarom werd in de praktijk het werk gedaan door de generale staven van de Wehrmachtafdelingen, terwijl de Wehrmachtsführungsstab van het OKW, die opzettelijk klein werd gehouden, fungeerde als persoonlijke staf voor Hitler, een staf voor strategische planning en bijzondere opdrachten.
Dr. NELTE: Dan is de uitspraak van Veldmaarschalk Von Brauchitsch in zijn beëdigde verklaring, waar ik het net over had dus juist? Er staat hier:
"Toen Hitler had besloten militaire druk of militaire macht uit te oefenen om zijn politieke doelen te bereiken, kreeg de bevelhebber van het leger, als hij meedeed, in de regel eerst zijn instructies mondeling of in een overeenkomstig bevel. Daarop werkte het OKW de operatie en de plannen voor de inzet uit. Als die aan Hitler waren voorgelegd en door hem goedgekeurd volgde er een schriftelijk bevel van het OKW aan alle afdelingen van de Wehrmacht." Is dat juist?
KEITEL: Ja, in principe is dat juist in zoverre dat de uiteindelijke formulering van het bevel aan de bevelhebber van het leger de vorm kreeg van een richtlijn, zoasls wij dat noemden, gebaseerd op de algemene plannen die al waren ingediend en goedgekeurd. Dit werk werd gedaan door de Wehrmachtsführungsstab, dit was dus geen staf die op eigen initiatief handelde of zaken behandelde die te maken hadden met het uitvaardigen van bevelen; de staf en ik namen eerder deel aan de vaststelling of goedkeuring van deze voorstellen en formuleerden die op de manier waarop ze door Hitler als Opperbevelhebber werden uitgevoerd. Technisch gesproken gaven we deze bevelen dan door.
Dr. NELTE: Dan heb ik een verklaring van Generaloberst Halder die over hetzelfde onderwerp gaat. U kent deze verklaring nummer 1. Ik denk dat ik kan afzien van het voorlezen ervan en alleen verwijzen naar Halder's verklaring nummer 1 als bewijsmateriaal dat door de Aanklager is ingediend (document 3702-PS). Als aanvulling hierop diende de Aanklager een andere verhandeling in zonder apart nummer. De titel van de verhandeling luidt: "Grondslag van de organisatie van de Duitse Wehrmacht."
De PRESIDENT: Is dit het document waarvan u zegt dat de Aanklager het als bewijsmateriaal heeft ingediend maar er geen nummer aan gegeven?
Dr. NELTE: Meneer de President, dit document is op 26 november 1945 door de Aanklager aan ons gegeven, ik denk door de Amerikaanse. Ik weet niet ..
De PRESIDENT: U bedoelt dat het nooit door de Aanklager als bewijsmateriaal is ingediend?
Dr. NELTE: Ik denk niet dat ik dat kan beoordelen. Ik neem aan dat een document dat is ingediend bij de raadsman voor de Verdediging op hetzelfde moment bij het Tribunaal wordt ingediend, zoal niet als bewijsmateriaal dan toch ter kennisneming.
De PRESIDENT: Wat is het voor een document? Is het een beëdigde verklaring of niet?
Dr. NELTE: Het is geen beëdigde verklaring; het is eigenlijk een studie door de Amerikaanse Aanklager. En ik neem aan dat het de basis is voor de aanklacht tegen het OKW als organisatie enzovoorts.
De PRESIDENT: Hebt u het in uw documentenboek of niet?
Dr. NELTE: Nee, ik heb het niet in mijn documentenboek omdat ik dat dacht dat het Hoge Tribunaal er ook over beschikte. Bovendien, Meneer de President is het maar een kort document.
De PRESIDENT: Misschien kan Mr. Dodd ons vertellen wat het is.
Mr. DODD: Als ik het zou kunnen inzien zou ik misschien behulpzaam kunnen zijn. Ik ben er niet mee vertrouwd. Het is waarschijnlijk een van die documenten die we bij de Verdediging hebben ingediend maar die we feitelijk niet als bewijsmateriaal hebben ingebracht en dat is in de begindagen van het Tribunaal meen ik meer dan eens gebeurd.
De PRESIDENT: Ja.
Dr. NELTE: Ik verwijs naar een korte paragraaf in deze studie die ik graag wil voorlezen. Misschien kunnen we er dan van afzien dit document in te dienen.
De PRESIDENT: Brengt u de hele verklaring in als bewijsmateriaal? Ik bedoel niet nu maar bent u van plan het in te dienen?
Dr. NELTE: Ik neem aan dat de Aanklager het al heeft ingediend; ik verwijs er slechts naar.
De PRESIDENT: De hele verklaring? Wat is het nummer daarvan, als het is ingediend?
Dr. NELTE: Deze verklaring heeft ook geen nummer. De Aanklager ...
De PRESIDENT: Als het geen nummer heeft, is het niet ingediend. Mij werd de suggestie gedaan dat de verklaring van Halder mogelijk is gepresenteerd en daarna afgewezen.
Dr. NELTE: Nee. Er zijn toen een aantal verklaringen ingediend, door Von Brauchitsch, Halder, Heusinger en vele andere generaals die in Neurenberg zijn. Geen van deze verklaringen had een documentnummer.
Mr. DODD: Deze verklaring werd door de Verenigde Staten ingediend als bewijsmateriaal. Ik heb het nummer niet bij de hand maar het werd denk ik ingediend op het moment dat Kolonel Telford Taylor de zaak tegen het Oppercommando en het OKW namens de Verdediging aanhangig maakte. Deze "verklaring" van Halder, het eerste document waarnaar Dr. Nelte verwees, is geen beëdigde verklaring. Het was een stuk, door Kolonel Taylor bij het Tribunaal en de Verdediging ingediend. Het vermeldt enkele basisprincipes van de organisatie van het Oppercommando en het OKW als geheel voordat hij zijn deel van de zaak presenteerde. Het is in feite het werk van onze eigen staf hier in Neurenberg.
De PRESIDENT: Doctor Nelte, omdat het document waarnaar u verwijst - niet de beëdigde verklaring van Halder - slechts een verzameling lijkt te zijn is het Tribunaal van mening dat het niet als bewijsmateriaal kan worden opgevoerd, maar u kunt de beklaagde er een vraag over stellen.
Dr. NELTE: (tot de getuige) In het stuk dat voor u ligt beweert de Aanklager het volgende: Na 1938 bestonden er vier afdelingen: Het OKW (Oberkommando der Wehrmacht), het OKH (Oberkommando des Heeres), het OKL (Oberkommando der Luftwaffe) en het OKM (Oberkommando der Marine); en elk had zijn eigen generale staf. Wat kunt u ons daarover vertellen?
KEITEL: Ik kan alleen maar zeggen dat het niet juist is en ook in tegenspraak met de beschrijving die ik al gegeven heb van de functies van het opperbevel van de drie Wehrmachtafdelingen en van het OKW. Vier dergelijke afdelingen bestonden er niet. Er waren er maar drie: het OKH, het OKM en het OKL.
Zoals ik net heb gezegd, was het opperbevel van de Wehrmacht als persoonlijke, directe staf op geen enkele wijze een onafhankelijk orgaan in de zin van het woord. De bevelhebbers van de Wehrmachtafdelingen waren commandanten, zij waren bevoegd orders te geven en oefenden gezag uit over de troepen die onder hen geplaatst waren. Het OKW had noch de bevoegdheid tot het geven van bevelen, noch ondergeschikte troepen waaraan orders konden worden gegeven. Het is ook niet juist, als ik me de betogen van de Aanklagers herinner, de uitdrukking "Keitel was opperbevelhebber van de Wehrmacht" te gebruiken. Ik noem het alleen maar om dit punt te benadrukken. Verder zou ik graag kort de aandacht willen vestigen op het diagram op de laatste pagina van het document dat mij is getoond.
Dr. NELTE: Deze schets is een diagram, getiteld "De Wehrmacht." Het is een voorstelling, een schematische voorstelling van de gehele Wehrmacht en al zijn vertakkingen. KEITEL: Ik meen dat ik even op het feit moet wijzen dat het dit diagram is dat de basis vormde voor deze onjuiste opvatting want hierin wordt het oppercommando van de Wehrmacht weergegeven als een apart departement, of een commandocentrale en dat is onjuist.
Dr. NELTE: Welke taken had in deze militaire sector als Chef van het OKW?
KEITEL: Allereerst was het een essentiële taak van de Wehrmachtsführungsstab (WFS) de Führer te voorzien van alle documenten en de vele informatie en rapporten die hij wenste. Ik durf wel te zeggen dat de Wehrmachtsführungsstab in dit verband de functie had de directe communicatie tussen Hitler en de generale staven van de onderdelen van de Wehrmacht te regelen en te onderhouden, zou men kunnen zeggen. Als aanvulling op het verzamelen van de talloze documenten die dagelijks nodig waren, had de WFS een tweede functie, namelijk het regelmatig bijwonen van besprekingen waaraan de bevelhebbers van de Wehrmachtonderdelen en hun Chefs van de Staf deelnamen als ook de Chef van de WFS. Bij deze gelegenheden moesten, zogauw een aantal mondelinge orders was gegeven, deze orders volgens militaire principes natuurlijk later schriftelijk bevestigd worden. Alleen op deze manier konden we voorkomen dat er fouten of misverstanden ontstonden, met andere woorden, door die orders te bevestigen voor diegenen die ze al mondeling hadden ontvangen werden die orders nog eens verduidelijkt. Dat was het doel en de betekenis van die order.
Dr. NELTE: Hoe tekende u de orders en documenten die u opstelde?
KEITEL: Het is juist dat dit soort orders en richtlijnen bijna uitsluitend door mij ondetekend werden. Het waren in feite bevelen die al waren gegeven en die al lang via de militaire kanalen waren doorgegeven. Zoals kan worden opgemaakt uit de grote hoeveelheid documenten die hier zijn ingediend gaf dit aanleiding tot de formulering - die ik gewoonlijk gebruikte - waar ik altijd in het begin of na een paar inleidende woorden schreef: "De Führer heeft daarom bevolen ... "
In de meeste gevallen was dit bevel niet langer een verrassing voor het bureau dat het ontving. Het was niets nieuws, alleen maar een bevestiging. Op vergelijkbare manier had ik natuurlijk ook een groot aantal organisatorische en andere richtlijnen en bevelen op ander dan operationeel gebied die onder mijn toezicht werden uitgewerkt en doorgegeven. In dit verband zou ik in het bijzonder willen benadrukken dat ik in geen enkel geval orders verzond zonder die eerst weer aan mijn meerdere te hebben getoond bij het opmaken van de dagelijkse rapporten om er zeker van te zijn dat ik hem op geen enkele wijze verkeerd had begrepen of dat ik niets uitvaardigde - en dat wil ik benadrukken - dat hij niet tot op de laatste letter had goedgekeurd.
Dr. NELTE: Er was nog een andere categorie orders en richtlijnen ....
KEITEL: Mag ik nog iets toevoegen?
Dr. NELTE: Graag.
KEITEL: Om dit te verduidelijken: Onder de documenten die hier zijn ingediend zijn er ook die Hitler persoonlijk heeft ondertekend en uitgegeven met als aanhef: "De Führer en Opperbevelhebber van de Wehrmacht." Er zijn enkele uitzonderingen waar zulke richtlijnen door mij werden ondertekend met: "namens", ik zou dit ook willen uitleggen. In dit geval is het ook waar dat wanneer deze richtlijnen- die voor het grootste deel herhaaldelijk door Hitler zelf waren gecorrigeerd - dringend moesten worden uitgevaardigd en de Opperbevelhebber niet in staat was ze zelf te tekenen, moest ik de ondertekening in die vorm doen, nooit als "vertegenwoordiger" maar altijd "namens." Anders werden orders altijd uitgegeven zoals ik al verklaard heb, in de vorm van richtlijnen door mij getekend.
Tegelijkertijd zou ik willen opmerken dat als we zelfs een aantal documenten hier hebben met de aanhef "Chef, Opperbevel van de Wehrmacht" of - sommige zijn anders: "Opperbevel van de Wehrmacht" - als die zijn ondertekend met "in opdracht, Jodl," kan ik zeggen dat vrijwel automatisch kan worden bewezen dat ik toen toevallig niet aanwezig was, anders zou ik ze zelf hebben ondertekend, wetend dat ik de Chef Staf was die op grond van militaire regels dergelijke documenten moest ondertekenen.
Dr. NELTE: Het memo dat u voor u hebt liggen bevat de volgende zin: "Het OKW verenigde in zich de activiteiten van een staf en een ministerie; de betreffende zaken die eerst door het Reichskriegsministerium werden behandeld zijn waarschijnlijk ook overgedragen aan het OKW."
Wilt u alstublieft de ministeriële taak van het OKW uitleggen?
KEITEL: Ja, deze formulering zoals die in dit document gebruikt is, is niet helemaal onjuist maar is op belangrijke punten tenminste vatbaar voor misverstanden want het was helemaal niet waar dat alle functies die eerst door de Minister van Oorlog werden vervuld aan het OKW werden overgedragen. Er waren vele functies en rechten die de Minister van Oorlog, in zijn hoedanigheid als minister en dus de daarvoor verantwoordelijke persoon, zelf voor de afdelingen van de Wehrmacht en de commandanten kon uitoefenen, die nooit werden overgedragen aan de Chef van het OKW, dus aan mij.
Het volgende gebeurde destijds: In dit verband draaide alles om de bevoegdheid orders te geven of het hoogste bevel te voeren en datgene wat de Führer niet zelf wilde overnemen werd gedelegeerd aan de bevelhebbers van de afdelingen van de Wehrmacht voor zover het de uiteindelijke bevelvoering en de bevoegdheid beslissingen te nemen betrof. Om er even kort op in te gaan zou ik een aantal belangrijke punten willen noemen die ik mij herinner. Bij voorbeeld, de persoonlijke dossiers van officieren, beslissingen op klachten, documentair materiaal op het gebied van budgetvraagstukken, rechtspraak en bevoegdheden van rechtbanken die voorheen onder het Ministerie van Oorlog vielen, werden overgedragen aan de opperbevelhebber, net als alle vragen betreffende ambtenaren en de rechten van ambtenaren. Ik zou er nog meer kunnen noemen maar ik wil er slechts op wijzen dat zelfs in gevallen waarin beslissingen moesten worden genomen, zoals bijvoorbeeld het overplaatsten van een ambtenaar of het ontslaan van een medewerker, de Chef van het OKW geen beslissing nam. Deze bevoegdheden waren gedelegeerd aan de bevelhebbers in aanvulling op de macht die ze al eerder hadden en die uit de bevoegdheid van de Minister van Oorlog waren gehaald. Er waren nog wel andere gebieden die de Führer voor zichzelf opeiste. Ook sommige andere gebieden binnen het OKW waren in de loop van de volgende jaren beperkt in hun taken door de opheffing van het Wirtschaft und Rüstungsamt.
De functie Minister voor Bewapening werd gecreëerd vanwege de opheffing van het Amt Ausland Abwehr, de contra-spionagedienst waarvan alleen de afdeling voor de bescherming van de troepen bij de Wehrmacht bleef, al het andere werd overgedragen enzovoorts.
Mijn bevoegdheden omvatten het volgende: Het was mijn taak om in alle gevallen Hitler's beslissing te verkrijgen op alle principiële kwesties waarmee deze ministeriële sectie zich bezig hield. Ik was alleen vrij van de noodzaak zo te handelen in lopende zaken of wanneer er volledige overeenstemming tussen de betrokken personen was over ministeriële of administratieve kwesties en de afdelingen van de Wehrmacht binnen mijn departement. In een dergelijk geval was een beslissing door Hitler niet nodig. Ik moet - samenvattend - nogmaals benadrukken dat het OKW zelf geen bevoegdheden had en dat men alleen maar kan zeggen dat Hitler in feite fungeerde als Opperbevelhebber van de Wehrmacht, zoals hij alle functies van de Minister van Oorlog in zich verenigd had om koste wat kost een tussenpersoon uit te schakelen. Met andere woorden, er mocht niemand tussen hem en de bevelhebbers van de afdelingen van de Wehrmacht staan.
De PRESIDENT: Ik schors de zitting tot 14:00 uur.

Definitielijst

divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
OKM
Ober Kommando der Kriegs Marine. Het Duitse opperbevel over de Kriegsmarine.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Reichswehr
Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Aangeklaagde Wilhelm Keitel, voormalig chef van het Oberkommando der Wehrmacht, in zijn cel in Neurenberg.
(Bron: USHMM)

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
12-11-2007
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.