Verklaring Dr. Wilhelm Hottl 2

10-04-1946

Hier volgt de tekst van de verklaring die door de Amerikaanse aanklager, Kolonel Amen tijdens het verhoor van Ernst Kaltenbrunner wordt voorgelezen.

Ik, ondergetekende, Dr. Wilhelm Hottl leg de volgende verklaring af in reactie op een kruisverhoor betreffende een beëdigde verklaring, door mij afgelegd op 30 maart 1946, in antwoord op vragen mij gesteld door Dr. Kauffmann ter voorlegging aan het Internationaal Militair Tribunaal.

1) Met betrekking tot vraag 3: Geeft u alstublieft de volgende informatie:
a) Geef een uitleg van uw verklaring, dat wanneer leden van de SD werden overgeplaatst naar de Einsatzkommandos van de SIPO en de SD, zij ontslag namen bij de SD. U wordt gewezen op het feit dat Ohlendorf, het hoofd van de SD, een tegengestelde verklaring heeft afgelegd.
ANTWOORD: In mijn verklaring heb ik het niet gehad over een blijvende scheiding van de SD maar over verlof gedurende de periode van dienst bij een Einsatzkommando. Daarmee bedoelde ik dat zij gedurende deze tijd hun SD functies niet uitoefenden; dat deze functie inactief was.
b) Geef een uitleg van uw verklaring dat Einsatzkommandos niets te maken hadden met executies. U wordt gewezen op het feit dat uw verklaring in dit verband ook in directe tegenstelling staat tot die van het hoofd van de SD, Ohlendorf.
ANTWOORD: Mijn verklaring betreffende dit punt schijnt verkeerd begrepen te zijn. Ik heb niet verklaard dat Einsatzkommandos niets met executies te maken hadden maar alleen dat niet alle Einsatzkommandos bij executies waren betrokken. Ik noemde als voorbeeld de Einsatzkommandos in Afrika, Hongarije en Slowakije. In verband daarmee zei ik dat deze Einsatzkommandos niets te maken hadden met executies, daarmee bedoelde ik niet direct met de feitelijke executies.
c) Wat hield Hitler’s zogenoemde Kommissarbefehl in en wanneer kreeg u voor het eerst kennis van dit bevel?
ANTWOORD: Ikzelf ken het zogeheten Kommissarbefehl van Hitler niet. Dr. Stahlecker, die het bevel voerde over een Einsatzkommando van de SIPO en de SD in Rusland, vertelde mij in de zomer van 1942 dat executies van Commissarissen en Joden werden uitgevoerd op grond van een Kommissarbefehl dat in de uitroeiing van Joden voorzag omdat zij aanhangers waren van het Bolsjevisme.
2) Met betrekking tot vraag 4: Is het waar dat Heydrich, als hoofd van de SIPO en de SD Eichmann zijn eerste instructies gaf betreffende het uitroeien van de Joden; dat binnen het RSHA Eichmann’s onmiddellijke superieur Müller, het hoofd van de Gestapo was; dat Müller eerst de plaatsvervanger van Heydrich was en daarna van Kaltenbrunner?
ANTWOORD: Ja, ik hoorde van Eichmann, waarschijnlijk in augustus 1944 dat Heydrich hem deze orders had gegeven. Het is ook juist dat Müller, hoofd van de Gestapo, Eichmann’s directe meerdere was. Voor zover ik weet was Müller alleen op het terrein van de Gestapo de plaatsvervanger van Heydrich en later van Kaltenbrunner, net als de andere hoofden van dienst op hun terrein.
3) Met betrekking tot vraag 5: Is het waar dat u uit uw gesprekken met Kaltenbrunner en Eichmann wist dat zij uit dezelfde gemeente in Oostenrijk kwamen en dat zij uitzonderlijk goede vrienden waren; dat Eichmann altijd direct toegang had tot Kaltenbrunner en dat zij regelmatig samen overlegden; dat Kaltenbrunner zeer tevreden was over de manier waarop Eichmann zijn werk deed; dat Kaltenbrunner zeer veel belang stelde in het vernietigingswerk van Eichmann; dat u zelf wist dat Kaltenbrunner naar Hongarije ging met het doel het uitroeiingsprogramma te bespreken met ambtenaren van de Hongaarse regering en met Eichmann en anderen van zijn staf. Wilt u deze uitspraken bevestigen of verbeteren en die verklaringen afleggen die nodig zijn om uw antwoord te verduidelijken.
ANTWOORD: Ik hoorde van Eichmann dat hij Kaltenbrunner kende uit Linz en dat zij daar samen in 1932 in een SS Sturm dienden. Ik weet niet of zij bijzonder goede vrienden waren, of dat Eichmann altijd direct toegang had tot Kaltenbrunner of dat zij regelmatig overlegden. Ik ken de bijzonderheden van hun zakelijke relatie niet. Ik weet ook niet of Kaltenbrunner tijdens zijn verblijf in Hongarije in het voorjaar van 1944 gesprekken voerde met betrekking tot het uitroeiingsprogramma van de Joden. Winkelmann, de voormalige HSSPF in Hongarije moet dat precies weten want bij mijn weten bezocht hij met Kaltenbrunner leden van de Hongaarse regering.
4) Met betrekking tot vraag 6: Is het u bekend dat Müller, hoofd van de Gestapo, altijd met Kaltenbrunner overleg pleegde over belangrijke zaken met betrekking tot het functioneren van zijn dienst –in het bijzonder met betrekking tot de executie van bijzondere gevangenen?
ANTWOORD: Bijzonderheden betreffende de zakelijke relatie tussen Müller en Kaltenbrunner zijn mij niet bekend. Ik kon echter bij diverse gelegenheden waarnemen dat Müller bij Kaltenbrunner was om te rapporteren over het werk van zijn departement.
b) Wist u dat Kaltenbrunner na de Anschluss HSSPF en Staatssecretaris voor Veiligheid in Oostenrijk was tot aan zijn benoeming tot hoofd van het RSHA, een periode van vijf jaar waarin zijn aandacht uitsluitend gevestigd was op zaken betreffende politiewerk en veiligheid?
ANTWOORD: Kaltenbrunner hield zich gedurende zijn periode als HSSPF of als Staatssecretaris voor Veiligheid in Oostenrijk niet uitsluitend bezig met zaken betreffende politie en veiligheid. Zonder twijfel had hij daarnaast politieke interesses omdat de Hogere SS en Politieleiders voor alle zaken de vertegenwoordigers waren van Reichsführer-SS Himmler.
c) Waarop berust uw verklaring dat de Inlichtingendienst het grootste deel van Kaltenbrunner’s aandacht opeiste en al zijn interesse?
ANTWOORD: Dat kon ik opmaken uit mijn zakelijke relatie met hem. Leden van andere departementen drukten zich ook vaak uit in de zin dat hij zijn voorkeur en steun gaf aan Amt III en in het bijzonder aan Amt IV en het Mil Amt.
5) Met betrekking tot vraag 7: Geef antwoord op het volgende:
a) wat had u persoonlijk te maken met concentratiekampen en wat is daarom de basis van uw antwoord op deze vraag.
ANTWOORD: Persoonlijk had ik helemaal niets te maken met concentratiekampen. Ik heb echter enkele personen uit concentratiekampen bevrijd en ken daarom de moeilijkheden die de kampstaven maakten die in dergelijke gevallen altijd verwezen naar bevelen van het WVHA van de SS omdat de gevangenen nodig waren voor de bewapeningsindustrie.
b) Wist u dat alle bevelen voor opsluiting in, ontslag uit en executies in concentratiekampen afkomstig waren van het RSHA?
ANTWOORD: Het is mij bekend dat orders voor opsluiting in concentratiekampen en ontslag daaruit van het RSHA afkomstig waren. Ik wist niet dat al die orders van het RSHA afkomstig waren. Ik weet niets over bevelen tot executie van het RSHA.
c) Wist u dat het RSHA rechtstreeks bevelen gaf aan commandanten van concentratiekampen? Noem die orders waarvan u persoonlijk op de hoogte bent.
ANTWOORD: Ik ken geen enkele bijzonderheid en persoonlijk weet ik niets van orders die hierop betrekking hebben. In die gevallen waarin ik tussenbeide kwam voor een ontslag wendde ik mij ofwel rechtstreeks tot Kaltenbrunner of tot Amt IV. Als de behandeling lang duurde kreeg ik vaak antwoord van ambtenaren van Amt IV dat er moeilijkheden waren gerezen bij het WVHA van de SS.
d) Wat waren de wreedheden die in concentratiekampen werden begaan waarnaar u in uw antwoord op deze vraag verwijst en wanneer en op welke manier raakte u ermee bekend dat er in concentratiekampen wreedheden werden begaan?
ANTWOORD: Toen Hongarije in maart 1944 door Duitse troepen werd bezet verdween een aantal van mijn Hongaarse kennissen in een concentratiekamp. Nadat ik hen vrij had gekregen vertelden ze mij over slechte behandeling en wreedheden in het concentratiekamp Mauthausen. Ik stuurde toen een officieel bericht hierover naar het hoofd van het bureau van de Gestapo in Linz met het verzoek naar deze zaak te informeren bij de kampcommandant Ziereis. Ziereis ontkende het echter en dat werd mij als antwoord medegedeeld. In augustus 1944 vertelde Eichmann mij dat er naast concentratiekampen ook vernietigingskampen bestonden.
6) Met betrekking tot vraag 9: Waarop baseert u uw mening dat Kaltenbrunner het met Hitler en Himmler oneens was waar het betreft het programma voor de fysieke uitroeiing van de Europese Joden?
ANTWOORD: Kaltenbrunner vertelde mij na zijn onderhoud met vertegenwoordigers van het Internationale Rode Kruis in maart 1945 dat hij tegen het programma van Hitler en Himmler was met betrekking tot de uitroeiing van de Europese Joden. In mijn antwoord op vraag negen, dat Kaltenbrunner geen opdracht had gegeven om Joden te vermoorden, ontbreken de woorden: ‘naar mijn weten’.
7) Met betrekking tot vraag 11: Wie was de Amerikaan met wie u in 1943 contact had opgenomen in een neutraal land, zoals u aan Kaltenbrunner vertelde. Stemde Kaltenbrunner ermee in om met u naar Zwitserland te reizen en een vertegenwoordiger van de Geallieerden te ontmoeten met wie u in contact was gekomen via de Oostenrijkse verzetsbeweging; en zo ja, wie?
ANTWOORD: De Amerikaanse tussenpersoon was in 1943 lid van de Amerikaanse legatie in Lissabon. Zijn naam weet ik niet meer. Het contact via de Oostenrijkse verzetsbeweging met een Amerikaanse organisatie in Zwitserland bestond pas sinds het begin van de herfst van 1944. Kaltenbrunner stemde erin toe, rond 20 april 1945 met mij daar naar toe te reizen.
8) Met betrekking tot vraag 12: Op welke datum gaf Kaltenbrunner de kampcommandant van Mauthausen opdracht om het kamp over te dragen aan de naderende troepen. Wie drong er bij Kaltenbrunner op aan, dit bevel te geven en om welke reden?
ANTWOORD: Ik kan de precieze datum niet noemen van het bevel van Kaltenbrunner aan de kampcommandant van Mauthausen om het kamp aan de naderende troepen over te dragen. Het moet gedurende de laatste dagen van april 1945 geweest zijn. Het is mij niet bekend wie daar op aandrong en om welke reden hij dit bevel gaf; misschien stond dit in verband met zijn gesprek met SS-Standartenführer Becher die ik toen bij hem ontmoette.

Bovengenoemde uitspraken zijn naar waarheid gedaan. Ik heb deze verklaring vrijwillig en zonder dwang afgelegd......enzovoorts.
Getekend Dr. Wilhelm Hottl.

Zie ook: verklaring Dr. Hottl 1

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg, 1947.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
28-08-2007
Laatst gewijzigd:
19-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.