Rauter, Hanns

Symbool van onderdrukking en terreur

Gedurende de bezettingsjaren groeide Rauter voor het Nederlandse volk uit tot het symbool van onderdrukking en de nationaalsocialistische terreur. Het was Rauter die via zijn Bekanntmachungen (aankondigingen) de Nederlanders op de hoogte stelde van allerlei dwangmaatregelen die genomen werden in het kader van de veiligheid, zoals de afkondiging van het politiestandrecht op 1 mei 1943 na de April/Mei-stakingen en de fusillade van verzetsstrijders. Zijn naam werd genoemd in de kranten en hij was te zien in propagandafilmpjes in de bioscopen wanneer er verslag werd gedaan van zijn openbare optredens, vaak in gezelschap van Arthur Seyss-Inquart of Anton Mussert. Hij verscheen bijvoorbeeld bij het uitwuiven van Nederlandse Waffen-SS vrijwilligers die naar het Oostfront vetrokken en bij eedafleggingen en inspecties van de Landwacht, een hulppolitie die vooral bestond uit leden van de NSB. Op foto’s en filmbeelden viel Rauter op door zijn lange postuur en militaire voorkomen. De littekens in zijn gezicht die hij had overgehouden aan schermduels tijdens zijn studietijd gaven hem een gewelddadige uitstraling. Geschiedschrijver Loe de Jong stelt dat Nederlanders bang voor Rauter waren. “Er zijn veel grappen op Seyss-Inquart gemaakt, maar niet één op Rauter”, zo merkt hij op.

Niet alleen op papier, in beeld en in de algemene opinie, maar bovenal in de praktijk was Rauter een prominente vertegenwoordiger van de bezettingsmacht. Hij was intensief betrokken bij allerlei belangrijke maatregelen die genomen werden om het Nederlandse volk en het verzet te onderdrukken. Tot 1944 waren het onder andere het onderdrukken van de Februaristaking en de April/Mei-stakingen en de organisatie van de Silbertannemoorden waarbij hij een invloedrijke rol speelde. Ook had hij in die tijd hoofdzakelijk een toezichthoudende rol bij de uitvoering van de deportatie van de Joden in Nederland naar concentratie- en vernietigingskampen in het oosten.

De Februaristaking vond plaats op 25 en 26 februari 1941. Hieraan voorafgaand was het vooral in de grote steden sinds eind 1940 meermaals tot vechtpartijen gekomen tussen Nederlanders en leden van zowel de Weerafdeling (WA), de paramilitaire organisatie van de NSB, als de Nationale Jeugdstorm, een Nederlandse jeugdorganisatie naar het voorbeeld van de Duitse Hitler-Jugend. Deze met de Duitsers sympathiserende bewegingen provoceerden andere Nederlanders door massaal de straat op te gaan om hun macht en massaliteit te tonen, net zoals de Sturmabteilung (SA) had gedaan in Duitsland rond de machtsovername. Hun provocatie was in Amsterdam hoofdzakelijk gericht op de omvangrijke Joodse bevolking van de hoofdstad. Vooral in de omgeving van het Waterlooplein drongen ze huizen en cafés van Joden binnen en vernielden ze de inventaris. Begin 1941 nam de straatterreur in hevigheid toe, waartegen de Joden, gesteund door niet-Joodse Amsterdammers, zich fel verdedigden. Op 11 februari raakte de Amsterdamse NSB’er Hendrik Koot bij gevechten zodanig gewond dat hij enkele dagen later overleed en op 19 februari liep een patrouille van de Ordnungspolizei in een hinderlaag in IJssalon Koco die eigenlijk bedoeld was voor NSB’ers. Een agent had ammoniakgas in zijn gezicht gespoten gekregen uit een fles die één van de eigenaars van de ijssalon had opengezet voordat hij het pand verlaten had. Rauter rapporteerde beide voorvallen bij Himmler, waarbij hij de feiten behoorlijk aandikte. “Toen de beambten de ruimte binnentraden, werd hen meteen ammoniak in het gezicht gegooid en werden ze beschoten”, zo verklaarde hij over het incident in IJssalon Koco. Over de dood van Koot beweerde hij het volgende: “Een Jood was van achteren op hem gesprongen, had hem de slagader doorgebeten en zijn bloed uitgezogen.”

Als gevolg van deze en andere incidenten besloten Himmler, Rauter en Seyss-Inquart tot een keiharde aanpak; de eerste razzia werd op 22 en 23 februari een feit. Om een voorbeeld te stellen werden in totaal 427 Joodse mannen van tussen de twintig en vijfendertig afgevoerd naar kamp Schoorl. Uit woede hierover, maar zonder meer ook vanwege de al lang aanwezige onvrede binnen de arbeidersgemeenschap, riep de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) op tot een grootscheepse staking op 25 en 26 februari waaraan massaal gehoor werd gegeven, zowel in Amsterdam als in andere Nederlandse steden. Nog niet eerder was het gekomen tot een dergelijk massaal protest tegen de Duitse bezetter. Die greep dan ook hard in; veel stakers werden gearresteerd en er werd zelfs op hen geschoten waardoor er doden vielen. Op de tweede stakingsdag werd de orde hersteld. De impact van de gebeurtenis was behoorlijk groot, want nu de bezettingsmacht met dergelijke weerstand was geconfronteerd werd hun beleid harder in vergelijking met de eerste maanden van bezetting die betrekkelijk rustig waren verlopen. Toen Rauter op 6 maart terecht een nieuwe staking verwachtte, deed hij een oproep aan de Amsterdamse bevolking waarin hij onder meer het volgende verklaarde: “Zij, die in woord of geschrift tot ongeregeldheden of staking opruien, […] worden voor den Krijgsraad van het Luftgaukommando gebracht; zij spelen met hun leven.” Rauter hield die dag SS-troepen achter de hand om in te kunnen grijpen, maar het bleef overal rustig.

Op 29 en 30 april 1943 braken er opnieuw op veel plaatsen in Nederland stakingen uit. Dit keer was de aanleiding de bekendmaking van Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen dat alle voormalige soldaten van het Nederlandse leger zich alsnog onmiddellijk in krijgsgevangenschap moesten begeven. Het doel was om deze militairen in Duitsland aan het werk te zetten in de Arbeitseinsatz en tegelijkertijd Nederland te ontdoen van weerbare mannen die zich zouden kunnen aansluiten bij de geallieerden bij een mogelijke invasie. De aankondiging veroorzaakte veel onvrede en de staking die in een machinefabriek in Hengelo was uitgebroken, sloeg over naar vrijwel overal in Nederland, alhoewel het in Amsterdam betrekkelijk rustig bleef omdat de onderdrukking van de Februaristaking grote indruk had gemaakt. Nu trad de bezettingsmacht echter nog harder op dan in februari 1941 om te voorkomen dat de stakingen zouden overslaan naar andere bezette landen.

Rauter kondigde op 1 mei het politiestandrecht af. “De aan mij ondergeschikte SS- en politie-eenheden schieten onverwijld zonder waarschuwing, wanneer samenscholingen van welken aard ook plaats vinden of wanneer meer dan vijf personen op openbare wegen of pleinen samenkomen […]”, zo waarschuwde hij de Nederlandse bevolking. Ook werd het verboden “zich tusschen 20 en 6 uur in de open lucht op te houden.” De keiharde onderdrukking van de stakingen had het nodige effect. De stakingen werden met schietpartijen, arrestaties van willekeurige stakers en standrechterlijke executies neergeslagen en op 3 mei waren de meeste stakers alweer aan het werk. In totaal waren bijna 140 Nederlanders omgekomen. De April/Mei-stakingen vormden een definitieve ommekeer in de geschiedenis van de Duitse bezetting van Nederland. De Duitsers hadden ondervonden dat het Nederlandse volk zich niet makkelijk liet inlijven en grepen in steeds grotere mate terug op intimidatie en geweld om het Nederlandse volk te onderdrukken. Tegelijkertijd werd de bereidheid van de Nederlanders om verzet te plegen groter. De Duitse nederlaag bij de Slag om Stalingrad in februari 1943 en de hoop op een geallieerde invasie gaven hen nieuwe moed, terwijl dit voor de Duitsers tegelijkertijd weer redenen waren om het Nederlandse volk vijandiger te behandelen en de oorlogsinspanningen voorrang te geven boven de annexatie van Nederland bij Duitsland.

Inmiddels greep ook het Nederlandse verzet terug op hardere acties. In 1943 pleegden verzetsleden aanslagen op verschillende collaborateurs, waaronder generaal Hendrik Seyffardt, de oprichter van het Vrijwilligerslegioen Nederland. Hij overleed op 6 februari 1943 aan zijn verwondingen. Zowel Mussert als Seyss-Inquart hadden overwogen om de aanslagen te wreken met het doodschieten van anti-Duitse Nederlanders, maar allebei waren ze bang dat dit enkel nog meer verzet zou opleveren. Toen in de loop van dat jaar het aantal gewapende verzetsacties tegen collaborateurs toenam, was het Rauter die aanstuurde op een onverbiddelijke tegenreactie. Alhoewel hij na de oorlog beweerde dat het de NSB’er Henk Feldmeijers idee was, was hij de aansturende kracht achter het plan om elke aanslag door het verzet te wreken met de moord op drie anti-Duitse Nederlanders. De operatie kwam bekend te staan onder de codenaam Silbertanne (zilverden) en werd uitgevoerd door Nederlandse SS’ers van het Sonderkommando Feldmeijer, ondersteund door de Sicherheitsdienst die zorgde voor auto’s met valse nummerborden en valse identiteitsbewijzen omdat het voor iedereen een raadsel moest blijven wie de acties uitvoerde. In totaal werden meer dan 50 Nederlanders omgebracht in het kader van deze Aktion.

Naast het onderdrukken van de Nederlandse bevolking en het verzet was Rauter ook betrokken bij de Jodenvervolging. Op 30 juni 1942 werd er door hem in een verordening ter isolatie van Nederlandse Joden een heel pakket aan maatregelen aangekondigd die de Joden in Nederland moesten uitsluiten van het maatschappelijk leven. Vanaf dat moment moesten Joden zich onder andere “van 20 uur tot 6 uur binnen hun woning ophouden” en werd het hen verboden om “zich op te houden in woningen, tuinen, alsmede in andere voor herstel of ontspanning dienende particuliere inrichtingen, van niet-Joden […]”. Ook “het betreden van spoorwegemplacementen en het gebruikmaken van alle openbare en particuliere vervoermiddelen” was Joden niet langer toegestaan. Kort hierna begonnen de deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten die merendeels verliepen via het doorgangskamp Westerbork. In totaal werden circa 107.000 Joden vanuit Nederland afgevoerd, waarvan er circa 102.000 zijn vermoord.

De deportaties werden uitgevoerd door het Referat IV B 4 in Den Haag onder het commando van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD. Tussen juli 1940 en september 1943 vervulde SS-Gruppenführer Dr. Wilhelm Harster deze functie. De opdrachten in het kader van de deportaties naar het oosten kwamen niet van Rauter, maar vanuit het gelijknamige bureau in Berlijn dat onder leiding stond van Adolf Eichmann. De Nederlandse afdeling van het Referat IV B 4 gaf op haar beurt instructies aan het Zentralstelle für jüdische Auswanderung (centrale bureau voor Joodse emigratie) waar SS-Hauptsturmführer Ferdinand Aus der Fünten de dagelijkse leiding voerde. Zowel het Referat IV B 4 als het Zentralstelle maakten onderdeel uit van de SS in Nederland en stonden dus onder supervisie van Rauter. Hij hield toezicht op de deportaties en rapporteerde hierover aan Himmler. Over het nut van de deportaties kende hij geen twijfel; hij was een hartgrondig antisemiet en was ervan overtuigd dat het “verwijderen” van de Joden noodzakelijk was.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
Krijgsraad
Militair gerechtshof.
Landwacht
Tijdens de bezetting gewapende NSB-ers met politiebevoegheden.
Nationale Jeugdstorm
Nederlandse jeugdorganisatie van de NSB voor Nederlandse jongens en meisjes van 10 tot 18 jaar. Sport was een belangrijk onderdeel binnen deze organisatie.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).
WA
Afkorting van Weerafdeling, de knokploegen van de NSB.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Oproep van Rauter aan Amsterdamse bevolking na de Februaristaking.
(Bron: Verzetsmuseum Amsterdam)


Vertrek van het eerste contingent Nederlandse vrijwilligers naar Rusland op 26 juli 1941. Rauter en Luitenant-generaal Hendrik Seyffardt inspecteren de manschappen in de grote zaal van de Haagse dierentuin.
(Bron: ANP Fotoarchief)


Afscheid van Nederlandse vrijwilligers die naar het Oostfront vertrekken, 3 maart 1942. Rauter en Mussert zijn aanwezig.
(Bron: ANP Fotoarchief)


Rauter en Mussert tijdens een inspectie van de Landwacht op het Maliveld in Den Haag, 13 juli 1943.
(Bron: ANP Fotoarchief)


Joden op het laadperron in kamp Westerbork. In totaal werden circa 107.000 Joden vanuit Nederland gedeporteerd.
(Bron: USHMM)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
04-11-2007
Laatst gewijzigd:
19-03-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.