Verhoor Wilhelm Keitel 2

Ochtendzitting 1 04-04-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Gaat u verder, Dr. Nelte.
Dr. NELTE: Gisteren bespraken we als laatste de bijeenkomst van 21 april met u, Hitler en Adjudant Schmundt. Ik laat u Document 388-PS nogmaals overhandigen en verzoek u antwoord te geven wanneer ik vraag: was dit geen vergadering van het soort waarvan u gisteren zei dat die in principe niet plaatsvond?
KEITEL: Tot op zekere hoogte is het waar dat ik binnen werd geroepen en tot mijn grote verbazing plannen onder ogen kreeg betreffende voorbereidingen op een oorlog tegen Tsjecho-Slowakije. Dit gebeurde in een heel korte tijd, voordat Hitler weer eens naar Berchtesgaden vertrok. Ik herinner me niet één woord gezegd te hebben tijdens deze korte instructie maar stelde slechts één vraag en ik ging met deze zeer verbazingwekkende richtlijnen naar huis.
Dr. NELTE: Wat gebeurde er daarna, voor zover het u betrof?
KEITEL: Mijn gedachten in het eerste uur daarna waren dat dit niet kon worden uitgevoerd gezien de militaire sterkte die we toen hadden. Ik troostte mezelf met de gedachte dat de conversatie voorop stelde dat er binnen afzienbare tijd niets was voorbereid. De volgende dag besprak ik de zaak met de Chef Staf Operaties, Generaal Jodl. Ik ontving nooit notulen van dit gesprek en ook geen verslag. Het resultaat van onze beraadslagingen was "de zaken met rust te laten omdat er tijd genoeg was en omdat vanwege militaire redenen van een dergelijke actie geen sprake kon zijn." Ik legde ook aan Jodl uit dat zijn inleidende woorden waren: "Het ligt niet in mijn bedoeling binnen afzienbare tijd een militaire actie tegen Tsjecho-Slowakije te ondernemen."
Daarna, in de volgende weken, begonnen we met theoretisch overleg, dit zonder echter de afdelingen van de Wehrmacht te raadplegen want ik voelde me daartoe niet bevoegd. In de volgende periode moet worden opgemerkt, zoals blijkt uit het dossier Schmundt, dat adjudanten, militaire adjudanten voortdurend ontelbare gedetailleerde vragen stelden over de sterkte van divisies enzovoorts. Deze vragen werden door de Staf Operaties van de Wehrmacht naar beste weten beantwoord.
Dr. NELTE: Ik denk dat we dit aanzienlijk kunnen bekorten, Meneer de maarschalk, hoe belangrijk uw uitleg ook is. Het beslissende punt is nu, als u het voor u liggende document wilt nemen en het ontwerp vergelijken dat u uiteindelijk onder druk van de Obersalzberg opstelde en me vertellen wat er daarna gebeurde.
KEITEL: Ja. Ongeveer vier weken nadat ik deze opdracht had gekregen stuurde ik het ontwerp voor een richtlijn voor voorbereidende maatregelen naar de Obersalzberg. Ik kreeg als antwoord dat Hitler zelf naar Berlijn zou komen om met de opperbevelhebber te spreken. Hij kwam eind mei naar Berlijn en ik was aanwezig bij het overleg met Generaloberst Von Brauchitsch. Tijdens dit overleg werd het basisplan totaal gewijzigd namelijk in de zin dat Hitler de wens uitdrukte in de zeer nabije toekomst militaire actie tegen Tsjecho-Slowakije te willen ondernemen. Als reden voor de verandering van zijn gedachten noemde hij het feit dat Tsjecho-Slowakije - ik denk op 20 of 21 mei - een complete mobilisatie had afgekondigd en Hitler destijds verklaarde dat dat alleen maar tegen ons gericht kon zijn. Er waren door Duitsland geen militaire voorbereidingen getroffen. Dat was de reden voor de volledige ommezwaai van zijn bedoelingen, die hij mondeling meedeelde aan de opperbevelhebber van het leger en hij droeg hem op onmiddellijk met de voorbereidingen te beginnen. Dat verklaart de wijzigingen in de bevelen, met andere woorden, de richtlijn die nu werd uitgevaardigd had als grondthema: "Het is mijn onherroepelijke beslissing in de nabije toekomst een militaire actie tegen Tsjecho-Slowakije te ondernemen."
Dr. NELTE: De oorlog tegen Tsjecho-Slowakije werd voorkomen als gevolg van de Overeenkomst van München. Wat was uw mening en die van de generaals over die overeenkomst?
KEITEL: We waren buitengewoon verheugd dat het niet tot een militaire operatie was gekomen want gedurende de hele periode van voorbereiding waren we altijd van mening geweest dat onze middelen voor een aanval tegen de grensversterkingen van Tsjecho-Slowakije onvoldoende waren. Uit zuiver militair oogpunt gezien ontbraken ons de middelen voor een aanval die het doorbreken van de grensversterkingen omvatte. Als gevolg waren we uiterst tevreden dat er een politieke oplossing was bereikt.
Dr. NELTE: Welk effect had deze overeenkomst op de generaals met betrekking tot Hitler's prestige?
KEITEL: Ik geloof dat ik wel kan zeggen dat Hitler's prestige bij de generaals als gevolg hiervan enorm steeg. We erkenden dat aan de ene kant militaire middelen en militaire voorbereidingen niet waren verwaarloosd, aan de andere kant was er een oplossing gevonden die we niet hadden verwacht en waarvoor we uiterst dankbaar waren.
Dr. NELTE: Wekt het geen verbazing dat drie weken na de Overeenkomst van München, die door iedereen zo was verwelkomd, ook door de generaals, Hitler instructie gaf voor de bezetting van de rest van Tsjecho-Slowakije?
KEITEL: Ik geloof dat Reichsmarschall Göring onlangs in de loop van zijn verhoor op deze kwestie is ingegaan. Mijn indruk was, zoals ik het me herinner, dat Hitler mij destijds zei niet te geloven dat Tsjecho-Slowakije het verlies van de Sudeten-Duitse gebieden met hun sterke fortificaties te boven zou komen; bovendien was hij bezorgd over de nauwe betrekkingen die toen tussen Tsjecho-Slowakije en de Sovjet Unie bestonden en hij dacht dat Tsjecho-Slowakije een militaire en strategische dreiging zou kunnen worden en misschien wel zou worden. Dat waren de militaire redenen die mij werden gegeven.
Dr. NELTE: Werd er door iemand bij Hitler niet op gewezen dat met betrekking tot de rest van Tsjecho-Slowakije een oplossing van het probleem met geweld een groot gevaar inhield, namelijk dat de andere machten, Engeland en Frankrijk ontstemd zouden raken.
KEITEL: Ik werd niet ingelicht over het laatste gesprek in München tussen de Britse Eerste Minister Chamberlain en de Führer. Ik beschouwde deze kwestie, voor wat de verdere behandeling betrof, als een politieke kwestie en maakte er dus geen bezwaren tegen, als ik het zo mag uitdrukken, zeker omdat bevolen werd tot een aanzienlijke vermindering van de militaire voorbereidingen waartoe al voor de bijeenkomst in München was besloten. Steeds wanneer de politieke kwestie aan de orde werd gesteld, weigerde Hitler erover te spreken.
Dr. NELTE: In verband met de kwestie Tsjecho-Slowakije zou ik Luitenant-kolonel Kochling willen noemen die door de Aanklager werd getypeerd als de verbindingsman met Henlein. Was de Wehrmacht of het OKW bij deze zaak betrokken?
KEITEL: De functie van Kochling bleef mij onbekend; ik was het die Kochling benoemde. Hitler vroeg me of er een officier beschikbaar was voor een speciale missie en zo ja dan moest hij zich bij mij melden. Nadat ik Luitenant-kolonel Kochling uit Berlijn wegzond heb ik hem nooit meer gezien of gesproken. Ik weet echter dat hij, zoals ik later hoorde, als een soort militaire adviseur van Henlein optrad.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft erop gewezen dat u aanwezig was bij het bezoek van Minister President Tiso in maart 1939 en ook bij het bezoek van President Hacha; hieruit werd afgeleid dat u deelnam aan de politieke besprekingen die toen plaats vonden. Welke rol speelde u bij deze gelegenheden?
KEITEL: Het is juist dat ik, meen ik bij iedere staatsbezoek of bezoek van buitenlandse staatslieden aanwezig was in de Reichskanzlei of tijdens de ontvangst. Ik nam nooit deel aan de feitelijke besprekingen van politieke kwesties. Ik was bij de ontvangst aanwezig en vond dat ik aanwezig moest zijn om voorgesteld te worden als een hoog geplaatste vertegenwoordiger van de Wehrmacht. Maar in ieder afzonderlijk geval dat ik me kan herinneren kon ik onder dank inrukken of wachtte in een zijkamer voor het geval men mij nodig had. Ik kan met zekerheid zeggen dat ik die avond geen enkel woord tegen zowel Tiso als tegen President Hacha zei en ook nam ik niet deel aan Hitler's persoonlijke gesprekken met deze mannen. Mag ik eraan toevoegen dat ik juist op de avond van President Hacha's bezoek op de Reichskanzlei aanwezig moest zijn want op die avond moest het opperbevel van de Wehrmacht worden geïnstrueerd hoe de inval, die al voorbereid was, moest plaatsvinden.
Dr. NELTE: In dit verband wil ik dit alleen vaststellen omdat ik aanneem dat deze kwestie is opgehelderd door het getuigenis van Reichsmarschall Göring. U hebt het met President Hacha nooit gehad over een eventueel bombardement op Praag in het geval dat hij niet wilde tekenen?
KEITEL: Nee.
Dr. NELTE: We komen nu toe aan de kwestie Polen. Hier beschuldigt de Aanklager u ook van deelname aan de planning en voorbereiding van militaire actie tegen Polen en van hulp bij de uitvoering van deze actie. Wilt u in het kort uw principiële opvattingen weergeven betreffende deze problemen in het Oosten?
KEITEL: De kwesties betreffende Danzig en de Poolse corridor waren mij bekend. Ik wist ook dat er politieke besprekingen en onderhandelingen betreffende deze kwestie gaande waren. De kwestie van de inval in Polen die in de loop van de tijd moest worden voorbereid en ook werd voorbereid was natuurlijk nauw met deze kwesties verbonden.
Omdat ik mij niet bezig hield met politieke zaken was ik persoonlijk van mening dat, zoals in het geval van München en al voor München, militaire voorbereidingen, of militaire druk als ik het zo mag zeggen, dezelfde rol zou spelen als die naar mijn mening tijdens München had gespeeld. Ik geloofde niet dat de zaak zonder militaire voorbereidingen opgelost kon worden.
Dr. NELTE: Had deze kwestie niet opgelost kunnen worden door directe, voorafgaande onderhandelingen?
KEITEL: Dat is moeilijk voor mij om te zeggen hoewel ik weet dat er verscheidene gesprekken plaatsvonden betreffende de kwestie Danzig en ook betreffende een oplossing van de kwestie van de Poolse corridor. Ik herinner mij een opmerking die destijds indruk maakte want Hitler zei eens dat hij de dood van Maarschalk Pilsudski betreurde omdat hij geloofde dat hij een overeenkomst met deze staatsman zou hebben bereikt of bereikt kunnen hebben. Hij zei dat een keer tegen mij.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft gesteld dat Hitler al in de herfst van 1938 werkte aan de kwestie van een oorlog tegen Polen. Nam u hier in 1938 aan deel?
KEITEL: Nee. Dat kan ik me niet herinneren. Ik zou willen geloven dat er, naar ik mij herinner, zelfs tekenen waren dat dit niet het geval was. Destijds vergezelde ik Hitler op een uitgebreide inspectiereis langs de fortificaties in het oosten. We bezochten het hele front vanaf Pommeren via de Oder-Warthe moerassen tot aan Breslau om de diverse versterkingen aan de Poolse grens te inspecteren. De kwestie van versterkingen in Oost-Pruisen werd destijds uitvoerig besproken. Als ik dit nu in dit verband vandaag beschouw kan ik alleen maar aannemen dat voor hem deze gesprekken mogelijk verbonden waren aan de kwestie Danzig en de kwestie van de Corridor en hij er alleen maar achter wilde komen of deze versterkingen in het oosten voldoende defensieve kracht hadden als de kwesties rond Danzig en de Corridor eventueel tot een oorlog met Polen zouden leiden.
Dr. NELTE: Wanneer werden er voorbereidingen getroffen voor de bezetting van Danzig?
KEITEL: Ik geloof dat er tegen het einde van de herfst van 1938 bevelen werden uitgevaardigd dat Danzig op een gunstig moment bezet moest worden door middel van een actie vanuit Oost-Pruisen. Meer weet ik er niet van.
Dr. NELTE: Werd in dit verband de mogelijkheid van oorlog tegen Polen besproken?
KEITEL: Ja, dat stond blijkbaar in verband met het onderzoek naar mogelijkheden om de grens te verdedigen, maar ik herinner me er geen enkele; er vond destijds ook geen enkele voorbereiding, geen enkele militaire voorbereiding plaats behalve dan een verrassingsaanval vanuit Oost-Pruisen.
Dr. NELTE: Als ik me goed herinner hebt u me eens verteld, toen we deze kwestie besproken, dat Danzig alleen maar moest worden bezet als dat geen oorlog met Polen tot gevolg zou hebben.
KEITEL: Ja, dat is waar. Deze uitlating werd keer op keer gedaan dat de bezetting van, of de verrassingaanval op Danzig alleen moest worden uitgevoerd als het zeker was dat die niet tot oorlog zou leiden.
Dr. NELTE: Wanneer veranderde dit standpunt?
KEITEL: Ik denk dat de weigering van Polen, iedere oplossing voor de kwestie Danzig te bespreken blijkbaar de reden was voor verder overleg en stappen.
Dr. NELTE: De Aanklager is in bezit van de richtlijn van 3 april 1939 ....
KEITEL: Ik mag er misschien aan toevoegen dat in het algemeen na München ook de situatie met betrekking tot het probleem in het Oosten anders werd gezien, misschien, denk ik, vanuit dit standpunt: De kwestie Tsjecho-Slowakije was naar tevredenheid opgelost zonder dat er een schot gelost was. Dit zou misschien ook mogelijk zijn met betrekking tot andere problemen van Duitsland in het Oosten. Ik meen me ook te herinneren Hitler te hebben horen zeggen dat hij niet dacht dat de Westerse machten, in het bijzonder Engeland belang zouden stellen in de problemen van Duitsland in het Oosten en eerder als bemiddelaar op te willen treden dan bezwaren te opperen.
Dr. NELTE: Dat is Documant C-120, “Fall Weiss.” Volgens dit document werd die richtlijn op 3 april 1939 uitgegeven.
KEITEL: Laten we met het document beginnen. In de eerste zin wordt al gesteld dat dit document de reguliere jaarlijkse instructies aan de Wehrmacht betreffende de mogelijke voorbereidingen op mobilisatie moest vervangen, een nadere uitwerking van bekende onderwerpen die in 1937-1938 werden uitgevaardigd en die elk jaar werden uitgegeven. Maar feitelijk had Hitler destijds, of kort daarvoor in mijn aanwezigheid de Opperbevelhebber van de Wehrmacht rechtstreekse instructies gegeven, strategische en operationele voorbereidingen te treffen voor een aanval op, een oorlog tegen Polen. Ik gaf toen deze overwegingen uit, zoals uit dit document kan worden opgemaakt, dat wil zeggen, de Führer had het volgende al bevolen: Alles moet door het OKH tegen 1 september 1939 zijn uitgewerkt en daarna moet een tijdschema worden opgesteld. Dit document is destijds door mij ondertekend.
Dr. NELTE: Wat was uw houding en die van de generaals tegenover deze oorlog?
KEITEL: Ik moet zeggen dat toen, net als bij de voorbereidingen tegen Tsjecho-Slowakije, zowel de Opperbevelhebber van de Wehrmacht als de generaals met wie ik sprak, tegen het idee van het voeren van een oorlog met Polen waren. We wensten deze oorlog niet maar natuurlijk begonnen we onmiddellijk met het uitvoeren van de gegeven bevelen, tenminste waar het het overleg binnen de Generale Staf betrof. Onze redenering was dat naar ons weten de militaire middelen die we destijds ter beschikking hadden, met andere woorden, de divisies, hun uitrusting, hun wapens, nog afgezien van de absoluut onvoldoende bevoorrading met munitie, ons als soldaten eraan bleven herinneren dat we niet klaar waren voor het voeren van een oorlog.
Dr. NELTE: Bedoelt u te zeggen dat in uw overwegingen uitsluitend militaire standpunten uw houding bepaalden?
KEITEL: Ja, dat moet ik toegeven. Ik hield me niet bezig met de politieke problemen maar alleen met de vraag: kunnen we het of kunnen we het niet.
Dr. NELTE: Dat wilde ik slechts vaststellen. Nu, op 23 mei 1939 vond een vergadering plaats waarop Hitler de generaals toesprak. U kent deze toespraak? Wat was de reden en de inhoud van deze toespraak?
KEITEL: Ik zag de notulen hiervan voor het eerst in de loop van mijn ondervragingen hier. Die herinnerden me aan de situatie van destijds. Het doel van deze toespraak was de generaals te tonen dat hun twijfels ongegrond waren, hun twijfels weg te nemen en uiteindelijk er de nadruk op te leggen dat de voorwaarden nog niet waren gesteld en dat politieke onderhandelingen over deze kwesties de situatie nog steeds konden en misschien zouden veranderen. Het diende echter eenvoudig ter aanmoediging.
Dr. NELTE: Was u destijds van mening dat de oorlog echt zou uitbreken?
KEITEL: Nee, destijds -en dit was misschien nogal naïef- geloofde ik dat er geen oorlog zou uitbreken, dat gezien de bevolen militaire voorbereidingen er weer onderhandelingen zouden plaats vinden en een oplossing worden gevonden. In onze militaire overwegingen overheerste altijd een strikt militair standpunt. Wij generaals geloofden dat Frankrijk – en in mindere mate Engeland - vanwege haar overeenkomst met Polen tot onderlinge steun, tussenbeide zou komen en dat we daar de defensieve middelen absoluut niet voor hadden. Juist om deze reden was ik er persoonlijk altijd van overtuigd dat er geen oorlog zou komen omdat we geen oorlog tegen Polen konden voeren als Frankrijk ons in het Westen aanviel.
Dr. NELTE: Nu dan, wat was uw visie op de situatie na de toespraak van 22 augustus 1939?
KEITEL: Deze toespraak werd eind augustus gehouden voor de verzamelde generaals op de Obersalzberg, de bevelhebbers van de troepen die zich in het Oosten aan het voorbereiden waren. Toen Hitler, tegen het einde van zijn toespraak verklaarde dat er een overeenkomst was gesloten met de Sovjet Unie was ik er vast van overtuigd dat er geen oorlog zou komen want ik geloofde dat deze situatie een basis vormde voor onderhandelingen en dat Polen zich daar niet aan bloot zou stellen. Ik geloofde ook dat nu er een basis voor onderhandelingen was gevonden, hoewel Hitler in zijn toespraak zei – een kopie daarvan heb ik hier voor het eerst gelezen - dat alle voorbereidingen waren getroffen en dat het de bedoeling was, ze in werking te zetten.
Dr. NELTE: Wist u dat Engeland in feite geprobeerd heeft als bemiddelaar op te treden?
KEITEL: Nee, van deze zaken wist ik niets. Het eerste wat mij erg verbaasde was dat op een van die dagen die hier herhaaldelijk besproken zijn, namelijk de 24ste of de 25ste, slechts een paar dagen na de conferentie op de Obersalzberg, ik opeens bij Hitler op de Reichskanzlei werd geroepen en hij alleen maar tegen mij zei: “Stop direct alles, haal onmiddellijk Von Brauchitsch. Ik heb tijd nodig voor onderhandelingen.” Ik meen dat ik na die paar woorden kon inrukken.
Dr. NELTE: Wat gebeurde er toen?
KEITEL: Ik belde direct de Opperbevelhebber van de Wehrmacht op, gaf het bevel door en Von Brauchitsch werd bij de Führer geroepen. Alles werd gestopt en alle beslissingen over mogelijke militaire acties opgeschort, eerst zonder enige tijdslimiet; de volgende dag voor een beperkte periode, ik meen dat het vijf dagen was volgens de berekeningen die we vandaag kunnen maken.
Dr. NELTE: Wist u van de zogenaamde minimum eisen voor Polen?
KEITEL: Ik denk dat ik ze in de Reichskanzlei zag, dat Hitler zelf ze mij liet zien zodat ik ervan wist.
Dr. NELTE: Omdat u ze zag, zou ik willen vragen of u die eisen serieus vond?
KEITEL: Ik was destijds maar een paar minuten in de Reichskanzlei en als soldaat geloofde ik natuurlijk dat ze volkomen eerlijk waren gemeend.
Dr. NELTE: Was er in die tijd sprake van grensincidenten?
KEITEL: Nee. Deze kwestie van de grensincidenten werd tijdens mijn verhoren uitvoerig besproken. In deze situatie en in de paar gesprekken die we in de Reichskanzlei in die dagen hadden werd over deze kwestie in het geheel niet gesproken.
Dr. NELTE: Ik laat u nu Document 795-PS geven, notities met betrekking tot de Poolse uniformen voor Heydrich.
KEITEL: Mag ik eraan toevoegen .....
Dr. NELTE: Graag.
KEITEL: ....namelijk dat op 30 augustus, ik meen de dag voor de aanval die op 1 september plaatsvond, weer met 24 uur werd uitgesteld. Om deze reden werden Von Brauchitsch en ik nogmaals op de Reichskanzlei ontboden en volgens mijn herinnering werd als reden gegeven dat er een gevolmachtigde van de Poolse regering werd verwacht. Alles moest 24 uur worden uitgesteld. Daarna waren er geen wijzigingen in de militaire instructies.
Dit document betreft Poolse uniformen voor grensincidenten of een of andere illegale actie. Het is mij getoond, ik ken het; het is een notitie van Admiraal Canaris volgend op een gesprek dat hij met me had. Hij vertelde mij toen dat hij enkele Poolse uniformen beschikbaar moest stellen. Dit was hem door de adjudant namens Hitler meegedeeld. Ik vroeg: “Tot welk doel?” We waren het erover eens dat het voor een of andere illegale actie was bedoeld. Als ik me goed herinner zei ik hem toen dat ik absoluut niet in dergelijke dingen geloofde en dat hij er beter zijn handen niet aan vuil kon maken. We hadden toen een kort gesprek over Dirschau dat ook was veroverd met een verrassingsaanval door de Wehrmacht. Dat is alles wat ik erover hoorde. Ik geloof dat ik Canaris zei dat hij onder de zaak uit kon komen door te zeggen dat hij geen Poolse uniformen had. Hij kon eenvoudig zeggen dat hij er geen had en daarmee zou de zaak zijn afgedaan.
Dr. NELTE: U weet natuurlijk dat deze zaak verband hield met de daaropvolgende overval op het radiostation van Gleiwitz. Weet u iets van dat incident?
KEITEL: Dit incident, deze actie kwam mij hier voor het eerst ter ore uit het getuigenis van ooggetuigen. Ik heb nooit ontdekt wie belast was met de uitvoering van zoiets en ik wist niets van de overval op het radiostation Gleiwitz totdat ik de getuigenissen hoorde die hier voor het Tribunaal zijn afgelegd. [Verklaring Naujocks]. Ik herinner me ook niet destijds te hebben gehoord dat een dergelijk incident had plaatsgevonden.
Dr. NELTE: Wist u van de inspanningen van Amerika en Italië na 1 september om hoe dan ook de oorlog te beëindigen?
KEITEL: Ik wist niets van de politieke gesprekken die in die dagen, tussen de 24ste en de 30ste, 31 augustus of begin september 1939 plaatsvonden. Ik wist niets van de bezoeken van een meneer Dahlerus. Ik wist niets van de interventie door Londen. Ik herinner me alleen maar dat toen ik even in de Reichskanzlei was, ik Hitler ontmoette die tegen me zei: “Stoort u me nu niet; ik schrijf een brief aan Daladier.” Dit moet tijdens de eerste dagen van september geweest zijn. Noch ik, noch voor zover ik weet een van de andere generaals wist iets van de zaken die ik hier heb gehoord of over de stappen die nog na 1 september werden genomen. Helemaal niets.
Dr. NELTE: Wat zei u op 14 september in de trein van de Führer tegen Canaris en Lahousen, kort voor de aanval op Warschau, met betrekking tot de zogenaamde politieke zuivering?
KEITEL: Ik ben hier over dit punt ondervraagd maar ik herinnerde mij deze bezoeken niet. Maar uit Lahousen’s getuigenis bleek –ik herinner me dat hij dat zei- dat ik had herhaald wat Hitler had gezegd en deze orders had doorgegeven, zoals hij het stelde. Ik weet dat de Opperbevelhebber van de Wehrmacht, die toen de militaire operaties in Polen leidde, tijdens de dagelijkse besprekingen al had geklaagd over inmenging door de politie in bezette Poolse gebieden. Ik kan alleen maar zeggen dat ik blijkbaar herhaalde wat er tussen Hitler en Von Brauchitsch in mijn bijzijn over deze zaken was gezegd. Over bijzonderheden kan ik niets zeggen.
Ik zou kunnen toevoegen dat volgens mijn herinnering de Opperbevelhebber van de Wehrmacht destijds herhaaldelijk erover klaagde dat zolang hij het oppergezag in de bezette gebieden had, hij onder geen enkel beding ander gezag in dat gebied zou toestaan en dat hij op zijn verzoek in oktober van zijn verantwoordelijkheid voor Polen was ontheven. Ik denk daarom dat de verklaringen die getuige uit zijn geheugen aflegde of op grond van aantekeningen niet helemaal juist zijn.
Dr. NELTE: We komen nu toe aan de kwestie Noorwegen. Wist u dat in oktober 1939 Duitsland een neutraliteitsverklaring voor Noorwegen en Denemarken had afgegeven?
KEITEL: Ja, dat wist ik.
Dr. NELTE: Werden u en het OKW geraadpleegd over neutraliteitsverklaringen in dit of in andere gevallen?
KEITEL: Nee.
Dr. NELTE: Werd u erover ingelicht?
KEITEL: Nee, daar werden we ook niet over ingelicht. Dit waren besprekingen betreffende buitenlands beleid en daar werden wij als soldaten niet over ingelicht.
Dr. NELTE: U bedoelt u werd niet officieel ingelicht. Maar u als mens die kranten leest wist er toch van?
KEITEL: Ja.
Dr. NELTE: Goed. Voor onze discussie over het probleem van een oorlog van agressie stelde ik u een vraag die ik, om tijd te besparen, niet wil herhalen. Het lijkt me echter dat de vraag die ik u stelde naar uw mening over oorlog van agressie in dit verband nogmaals gesteld moet worden, want een aanval op een neutraal land, een land dat een garantie had gekregen, moet toch wel degelijk bepaalde gewetensbezwaren oproepen bij de mensen die ermee te maken hebben, met het voeren van oorlog.
Daarom stel ik u in dit verband de vraag nogmaals en vraag u te omschrijven wat uw houding en die van de militairen hierover was.
KEITEL: In dit verband moet ik opmerken dat we al in oorlog waren. Er bestond een staat van oorlog met Engeland en Frankrijk. Het zou voor mij niet goed zijn te zeggen dat ik me ook maar enigszins met deze zaken bemoeide maar ik beschouwde die eerder als politieke zaken en als soldaat was ik van mening dat het treffen van voorbereidingen voor militaire actie tegen Noorwegen en Denemarken nog niet de uitvoering ervan betekende en dat deze voorbereidingen maanden in beslag zouden nemen, als een dergelijke actie al zou worden ondernomen en dat in de tussentijd de situatie kon veranderen. Het was deze gedachtegang waardoor ik geen stappen ondernam met betrekking tot de onmogelijkheid een interventie in Noorwegen en Denemarken te overwegen en er strategische voorbereidingen voor te treffen; daarom, moet ik zeggen, liet ik deze zaken over aan degenen die zich met politieke aangelegenheden bezig hielden. Ik kan het niet anders zeggen.
Dr. NELTE: Wanneer begonnen de voorbereidingen voor deze operatie?
KEITEL: Ik denk dat het eerste overleg al in oktober 1939 plaatsvond; aan de andere kant, de eerste richtlijnen werden pas in januari uitgegeven, enkele maanden later. In verband met de discussies voor dit Tribunaal en met de informatie die Reichsmarschall Göring in zijn verklaring gaf herinner ik me ook dat mij op een dag werd bevolen Grossadmiral Raeder bij de Führer te roepen. Hij wilde met hem de kwestie bespreken betreffende een zeeoorlog in de baai van Helgoland en de Atlantische Oceaan en de gevaren die we zouden tegenkomen wanneer we in dat gebied oorlog gingen voeren.
Daarna gaf Hitler mij opdracht een speciale staf bijeen te roepen die al deze problemen moest bestuderen vanuit het oogpunt van oorlog te land, ter zee en in de lucht. Ik herinner me dat toen ik de documenten zag die hier zijn overlegd. Deze speciale staf zag af van mijn persoonlijke assistentie. Hitler zei destijds dat hij zelf taken voor deze staf zou verschaffen. Dat waren denk ik de militaire overwegingen in de maanden vanaf 1939 tot aan het begin van 1940.
Dr. NELTE: In dit verband zou ik alleen nog willen weten of u in deze fase van voorbereiding gesprekken voerde met Quisling?
KEITEL: Nee, ik ontmoette Quisling noch voor de campagne in Noorwegen, noch erna; ik ontmoette hem voor het eerst ongeveer een of twee jaar later. We hadden geen contact, zelfs geen uitwisseling van informatie. Ik heb al in een eerder verhoor verklaard dat ik op bevel van Hitler een officier, ik meen Kolonel Pieckenbrock naar Oslo stuurde voor overleg met de Noren.
Dr. NELTE: Wat betreft de oorlog in het Westen, voorop staat nogmaals de schending van de neutraliteit van Luxemburg, België en Nederland. Wist u dat deze drie landen een garantie van onschendbaarheid van hun neutraliteit hadden gekregen.
KEITEL: Ja, dat wist ik en dat werd mij destijds ook verteld.
Dr. NELTE: Ik wil niet nogmaals dezelfde vragen stellen als in het geval van Noorwegen en Denemarken, in dit verband zou ik echter willen vragen: Vond u deze garanties van Hitler eerlijk?
KEITEL: Als ik me de situatie herinner zoals die toen was, geloofde ik destijds, toen ik hierover hoorde dat het niet de bedoeling was welk ander land dan ook bij de oorlog te betrekken. In elk geval had ik geen reden, geen aanleiding om het tegenovergestelde aan te nemen, namelijk dat dit bedoeld was als misleiding.
Dr. NELTE: Na het beëindigen van de veldtocht tegen Polen, geloofde u toen nog dat er een mogelijkheid was de oorlog te beëindigen of tot een bepaald gebied beperkt te houden?
KEITEL: Ja, dat geloofde ik zeker. Mijn visie werd versterkt door de toespraak in de Reichstag na de veldtocht in Polen waarin toespelingen werden gedaan die mij ervan overtuigden dat politiek overleg over deze kwestie gaande was, boven alles met Engeland en omdat Hitler mij steeds weer had gezegd, wanneer deze kwesties zich ook maar voordeden: “Het Westen is echt niet geïnteresseerd in de problemen van Duitsland in het Oosten.” Dat was de uitdrukking die hij altijd gebruikte om mensen gerust te stellen, namelijk dat de Westerse mogendheden niet in die problemen geïnteresseerd waren.
Verder moet ik, gezien vanuit militair standpunt, hieraan toevoegen dat wij soldaten altijd al een aanval van de Westerse machten hadden verwacht, dat wil zeggen door Frankrijk tijdens de Poolse veldtocht en we waren erg verbaasd dat er in het westen, afgezien van een paar schermutselingen tussen de Maginotlinie en de Westwall, feitelijk niets was gebeurd hoewel we – dit weet ik zeker - langs het hele westelijke front vanaf de Nederlandse grens tot Bazel slechts vijf divisies hadden, afgezien van de kleine troepenmacht die de fortificaties van de Westwall bemande. Dus vanuit puur militair oogpunt gezien had een Franse aanval tijdens de Poolse veldtocht slechts een Duits militair scherm ontmoet, geen echte verdediging. Omdat er niets van dit alles gebeurde dachten wij soldaten natuurlijk dat de Westerse machten geen serieuze bedoelingen hadden omdat ze niet hun voordeel deden met de uiterst gunstige situatie voor militaire operaties en niets tegen ons ondernamen, althans niets ernstigs, gedurende de drie tot vier weken waarin de Duitse gevechtsformaties in het Oosten waren ingezet. Dit versterkte ook onze mening wat de houding van de Westerse machten in de toekomst vermoedelijk zou zijn.
Dr. NELTE: Welke plannen had Hitler voor het Westen?
KEITEL: Gedurende de laatste fase van de veldtocht tegen Polen had hij alle overbodige troepen naar het Westen verplaatst, gezien het feit dat daar op ieder moment iets anders kon gebeuren. Echter, tijdens de laatste dagen van de campagne had hij me al gezegd dat hij van plan was zijn troepen zo snel mogelijk vanuit het Oosten naar het Westen te halen en daar zo mogelijk in de winter van 1939-1940 aan te vallen.
Dr. NELTE: Hielden deze plannen ook in Luxemburg, België en Nederland aan te vallen en er doorheen te trekken?
KEITEL: In het begin niet maar eerst, vanuit militair standpunt uitgedrukt, zou de opstelling in het westen een beschermende maatregel zijn, een grote versterking van de grenzen die het liefst zou moeten plaats vinden wanneer er nog niets anders was dan grensposten. In overeenstemming daarmee begon eind september en begin oktober al een verplaatsing van het leger van het oosten naar het westen, als beschermende maatregel echter zonder een bepaald zwaartepunt.
Dr. NELTE: Wat wist de militaire leiding van de houding van België en Nederland?
KEITEL: Dat veranderde natuurlijk enkele malen in de loop van de winter. Destijds, in de herfst van 1939 –ik kan alleen maar voor mezelf spreken want er zijn zeker andere meningen over deze kwestie- was ik ervan overtuigd dat België onder alle omstandigheden buiten de oorlog wenste te blijven en zou doen wat zij kon om haar neutraliteit te handhaven. Aan de andere kant ontvingen we, vanwege de nauwe relatie tussen de Belgische en Italiaanse vorstenhuizen, een aantal rapporten die erg dreigend klonken. Ik had geen mogelijkheid erachter te komen of dat waar was, we hoorden ervan en die rapporten gaven aan dat er grote druk op België werd uitgeoefend om haar neutraliteit op te geven.
Wat Nederland betreft wisten we destijds alleen maar dat er op het niveau van de Generale Staf betrekkingen bestonden met Engeland.
Maar toen, in de maanden tussen oktober 1939 en mei 1940 veranderde de situatie natuurlijk aanzienlijk en de spanning wisselde sterk. Vanuit zuiver militair oogpunt wisten we één ding: dat alle Franse gemotoriseerde eenheden waren samengetrokken bij de Belgisch-Franse grens en vanuit militair standpunt legden we deze maatregel zo uit dat er tenminste voorbereidingen werden getroffen om met die gemotoriseerde eenheden op ieder moment België binnen te trekken en op te rukken naar de grenzen van het Roergebied.
Ik denk dat ik de details beter kan weglaten omdat die niet belangrijk zijn voor de verdere ontwikkeling; die zijn van zuiver operationele en strategische aard.
Dr. NELTE: Was er verschil van mening tussen Hitler en de generaals over de aanval in het Westen die plaats moest vinden door neutraal gebied?
KEITEL: Ik meen te moeten zeggen dat dit destijds een van de ernstigste crises van de hele oorlog was, namelijk de meningen van een aantal generaals, waaronder de Opperbevelhebber van de Wehrmacht, Von Brauchitsch en zijn Chef van de Generale Staf en ook ik persoonlijk behoorde tot die groep die koste wat koste een aanval in het Westen, die Hitler die winter van plan was, probeerde te voorkomen. Daar waren een aantal redenen voor: de problemen bij het verplaatsen van het leger uit het oosten naar het westen; dan de opvatting – en dit moet ik verklaren - het feit dat we destijds geloofden, misschien meer vanuit politiek oogpunt, dat wanneer we niet aanvielen de mogelijkheid voor een vreedzame oplossing nog open bleef en misschien nog bereikt kon worden. We achtten het daarom mogelijk dat tussen toen en het voorjaar nog vele politieke veranderingen konden plaatsvinden
Ten tweede, als soldaten waren we beslist tegen het voeren van een oorlog in de winter vanwege de korte dagen en lange nachten die altijd een grote hindernis vormen voor militaire operaties. Op Hitler’s bezwaar dat de Franse troepen op ieder moment door België konden trekken en dan bij het Roergebied zouden staan, gaven wij als antwoord dat we in de situatie van een bewegingsoorlog in de meerderheid waren, we konden het aan; dat was onze mening. Ik mag eraan toevoegen dat deze situatie tot een zeer ernstige crisis leidde tussen Hitler en de Opperbevelhebber van de Wehrmacht en ook mijzelf want ik had een opvatting die Hitler resoluut verwierp omdat die, zoals hij zei, strategisch onjuist was. In onze gesprekken beschuldigde hij mij op de meest heftige manier tegen hem samen te zweren met de generaals van het leger en hen te versterken in hun weerstand tegen hem. Ik moet hier verklaren dat ik toen onmiddellijk vroeg uit mijn functie ontheven te worden en een andere te krijgen want ik voelde dat onder deze omstandigheden het vertrouwen tussen Hitler en mij volledig verdwenen was en ik mij zwaar beledigd voelde. Ik mag eraan toevoegen dat de betrekkingen met de Opperbevelhebber van de Wehrmacht hier ook ernstig onder leden. Maar het idee van mijn ontslag of een andere functie werd resoluut afgewezen, ik kwam er niet voor in aanmerking. Dat is hier al besproken, ik hoef er niet verder op in te gaan. Maar deze vertrouwensbreuk zou nooit meer hersteld worden, zelfs niet in de toekomst. In het geval van Noorwegen was er al een dergelijk conflict geweest omdat ik het huis had verlaten. Het dagboek van Generaal Jodl verwijst hiernaar als een “ernstige crisis”. Ik zal er niet verder op ingaan.
Dr. NELTE: Wat was de reden voor Hitler’s toespraak tot de opperbevelhebbers op 23 november 1939 in de Reichskanzlei?
KEITEL: Ik moet zeggen dat dit zeer nauw verbonden was met de crisis tussen Hitler en de generaals. Hij riep een vergadering van de generaals bijeen om zijn standpunt naar voren te brengen en te onderbouwen en we wisten dat het zijn bedoeling was de generaals op andere gedachten te brengen. In de notulen van deze bijeenkomst kunnen we lezen dat iedere persoon apart meer dan eens direct en scherp terecht werd gewezen. De redenen, gegeven door degenen die zich hadden uitgesproken tegen deze aanval in het Westen werden herhaald. Bovendien wilde hij een ondubbelzinnige verklaring afleggen betreffende zijn wens deze aanval op het Westen juist in die winter uit te voeren want dat was volgens hem de enige strategische oplossing omdat elk uitstel in het voordeel van de vijand werkte. Met andere woorden: hij rekende destijds niet langer op een andere oplossing dan het toevlucht nemen tot wapengeweld.
Dr. NELTE: Wanneer werd toen de beslissing genomen, door België en Nederland op te trekken?
KEITEL: De voorbereidingen voor een dergelijke opmars door en een aanval op België en Nederland waren al getroffen maar Hitler stelde de beslissing, een dergelijk grote aanval uit te voeren of de neutraliteit van deze landen ook werkelijk te schenden uit en hield die open tot het voorjaar van 1940, duidelijk om alle mogelijke politieke redenen en misschien ook in de hoop dat het probleem zichzelf zou oplossen als de vijand België binnentrok, de Franse troepen binnentrokken of iets dergelijks. Ik kan alleen maar zeggen dat de beslissing dit plan uit te voeren tot op het allerlaatst werd uitgesteld en het bevel werd pas gegeven, direct voordat het moest worden uitgevoerd. Ik meen dat hier ook nog een andere factor speelde die ik al genoemd heb, namelijk de nauwe band tussen de vorstenhuizen van Italië en België. Hitler omgaf zijn beslissingen altijd met geheimhouding omdat hij duidelijk bang was dat die vanwege die band bekend zouden worden.
(de zitting werd geschorst.)

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
Maginotlinie
Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
Westwall
Wordt ook wel Siegfriedlinie genoemd, de Duitse verdedingingslinie aan de Frans-Duitse grens.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
26-09-2007
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.