“Om 5.50 ging er een siddering door de Augusta toen ze het vuur opende op de doelen tussen de verdedigingswerken op de stranden. De munitie vloog over de vloot heen en we volgden de lichtstipjes op hun baan naar de kust.”
Deze uitspraak van luitenant-generaal Omar Bradley beschrijft het begin van D-Day. De Augusta, waar Bradley aan boord verbleef, was het invasievlaggenschip, het lag voor de kust van Omaha Beach en zou het vuur openen. De rest van de vloot opende ook het vuur. De kanonnen en raketwerpers moesten de doelen die onbeschadigd uit het bombardement waren gekomen alsnog vernietigen. De beschieting vanuit zee was echter, zoals eerder beschreven, veel te kort en onnauwkeurig en vele Duitse vestingen en bunkers werden slechts licht beschadigd of bleven zelfs geheel onbeschadigd.
Voordat de eerste manschappen aan land zouden gaan zouden eerst de DD-tanks (tanks met een opblaasbare canvaskraag waardoor ze konden ‘zwemmen’) richting de kust gaan. Ze moesten als eerste op het strand aankomen vanwege twee redenen. Allereerst moesten ze de infanterie van de nodige gepantserde steun voorzien. Wanneer de infanterie eerder aan land zou komen dan de tanks zouden ze die steun missen. Ook moest het een mentale tik zijn voor de Duitse verdedigers. De aanblik van zwemmende tanks moest verlammend werken. De tanks werden echter op bevel van Schout-bij-nacht J.L. Hall van de Amerikaanse marine veel te ver uit de kust te water gelaten. Hall deed dit om zijn schepen buiten bereik van het Duitse geschut te houden. De geallieerde inlichtingendienst had zich echter niet gerealiseerd dat de Duitse kanonnen zodanig waren opgesteld dat ze vooral de kust onder vuur konden nemen en niet zozeer de zee. Het te water laten van de tanks op grote afstand was dus een onnodige gok en hij pakte niet goed uit. Zover van de kust was de zijwaardse stroming te sterk en waren de golven te hoog voor de tanks. 27 van de 29 DD-tanks zonken voordat ze het strand konden bereiken. Hierdoor moest de infanterie hun gepantserde steun grotendeels missen. Op de andere stranden waar gebruik werd gemaakt van DD-tanks, Utah en Juno, werden de tanks veel dichter bij de kust te water gelaten. Op Utah ging er geen enkele DD-tank verloren, op Juno slechts twee.
De belangrijkste infanterieaanval op Omaha Beach moest worden uitgevoerd door de 1st Infantry Division. Deze stond onder bevel van General-Major Clarence Huebner. De aanval zou worden ondersteund door het 116th Infantry Regiment van de 29th Infantry Division. Deze landde op de rechterflank. Om 6.30 begon men met de landingen van de infanterie. Onder de soldaten die deel uitmaakten van de eerste landingsgolf, het 16th Infantry Regiment van de 1st Infantry Division en het regiment van de 29th Infantry Division vond een slachting plaats. De Duitsers waren weer bijgekomen van de bombardementen en beschietingen vanuit de lucht en vanaf zee en hadden hun defensieve posities ingenomen. Van hieruit konden zij de landingsvaartuigen genadeloos onder vuur nemen. De infanterie miste de gepantserde vuursteun van de DD-tanks en kon geen vuist maken. Van de ongeveer 40.000 troepen die aan land zouden moeten gaan waren er om 8.30 uur pas 5.000 geland, waarvan velen op een verkeerde plaats. Van de soldaten die aan land waren gegaan waren er veel gedood of gewond geraakt. De soldaten die nog in staat waren om te vechten waren met een dergelijk klein aantal dat ze de uitgangen bij de onderbrekingen in de steile rotswand nog niet hadden kunnen vrijmaken, dit doel had echter al in het eerste uur na het begin van de landingen bereikt moeten zijn. Ze hadden zich verzameld bij de zeewering, waar ze buiten bereik waren van het Duitse vuur. Officieren waren er echter niet en niemand nam enig initiatief om de Duitse stellingen aan te vallen. Het strand was bezaaid met lijken, gewonden, uitrusting en kapotte landingsvaartuigen.
Het strand werd ondertussen steeds kleiner vanwege de opkomende vloed. Het strand liep langzaam en gelijkmatig af, waardoor dit bij een opkomende vloed snel kleiner werd. De landingen die na 8.30 uur stonden gepland moesten simpelweg vanwege ruimtegebrek worden uitgesteld. Bradley kon vanaf de kruiser Augusta de landingen maar lastig volgen. Het zicht werd de bemanning van de schepen ontnomen door alle rook en veel radio’s waren tijdens de landing verloren gegaan waardoor ook via dit communicatiekanaal maar moelijk een beeld kon worden geschetst van de situatie. Het was Bradley echter wel duidelijk dat de landingen niet gingen zoals gepland en dat de huidige situatie uiterst kritiek was. Hij overwoog de rest van zijn strijdmacht voor Omaha naar Utah en het Britse Gold Beach te verplaatsen.
Ondertussen naderden elf torpedojagers van Bombardment Force C de kust zo dicht mogelijk. Hun beschieting vlak voor de landingen was te kort en onnauwkeurig geweest. Nu namen ze de Duitse bunkers en verdedigingsstellingen nogmaals onder vuur. Ze werden ondersteund door de enkele niet gezonken DD-tanks. Deze tanks waren aan land gekomen terwijl de eerste golf van infanterie al grotendeels was uitgeschakeld. De tanks werden ook vrij snel uitgeschakeld, maar hun kanonnen functioneerden nog. Deze beschieting had meer effect dan de beschieting vlak voor de landingen. Enkele Duitse stellingen werden uitgeschakeld. Enkele soldaten van het 16th en116th Infantry Regiment die zich achter de zeewering bevonden herpakten zich en vonden weer moed. Ze begonnen, individueel en in kleine groepjes, tussen de nog altijd door de Duitsers zwaar geblokkeerde uitgangen de kam te beklimmen. Ze waren over de zeewering, door het prikkeldraad en over de daarachter liggende rotswand gekropen.
Tegen het middaguur hadden steeds meer soldaten en kleine groepjes de top gehaald en daar voegden ze zich samen tot grotere groepen. Ze begonnen de Duitse kustverdediging en stellingen van achteren aan te vallen. De Duitsers moesten, nu ze ook in de rug werden aangevallen, hun inspanningen verdelen. Het vuur dat de hele morgen op het strand gericht was nam iets in hevigheid af en dit gaf steeds meer Amerikaanse soldaten de kans de kam te beklimmen en ongeschonden de top te halen. Bradley had uit deze eerste doortochten naar de top en het binnenland weer voldoende moed geput om de landingen te hervatten. Deze eenheden, de restanten van de eerder al gelande infanterieregimenten, leden nog altijd verliezen, maar vele malen minder grote verliezen dan de eerste landingsgolf. De plaatselijke verdedigingseenheden als de 716. Infanteriedivision bleken, zoals de geallieerde inlichtingendienst voorspeld had, inderdaad statisch. De divisie die grotendeels was geformeerd uit Polen en Russen was niet in staat zich snel terug te trekken en degenen die niet sneuvelden tijdens de gevechten vielen als krijgsgevangenen in Amerikaanse handen. Ondertussen begon de munitie van de Duitse artillerie langzaam op te raken. Deze artillerie had gedurende de ochtend veel slachtoffers geëist.
Onder de eerste landingstroepen op Omaha bevonden zich ook mannen van het 2nd battalion van de Amerikaanse Rangers. Zij moesten op het meest oostelijke deel van Omaha Beach aan land gaan. Vanaf deze plek moesten zij landinwaarts trekken om vervolgens de Duitse verdedigers op Pointe du Hoc in de rug aan te vallen. De helft van het bataljon landde naast het 116th Infantry Regiment van de 29th Infantry Division. Er zou een compagnie Rangers samen met de mannen van de 29th Infantry Division landinwaarts trekken, twee andere compagnies moesten in reserve blijven. De compagnie Rangers werd tijdens de eerste aanvalsgolf echter vrijwel geheel vernietigd door het Duitse vuur. De andere twee compagnieën raakten geïsoleerd, maar wisten zich later te verenigen met de andere Rangers onder aan het klif bij Pointe du Hoc.
In de middag waren steeds meer groepen Amerikanen het binnenland ingetrokken. Ze hadden het dorpje Vierville-sur-Mer ingenomen. Dit was een dorpje aan de kust en van hieruit had men uitzicht over de uitgang van Omaha Beach die in de geallieerde plannen voor voertuigen bestemd was. Voertuigen die tijdens de latere landingsgolven aan land waren gekomen konden via deze uitgang het strand verlaten en deelnemen aan de gevechten in het binnenland. De infanterie had nu eindelijk enige gemotoriseerde en gepantserde vuursteun. In het binnenland stuitten de eerste Amerikaanse infanteristen op eenheden van de 352. Infanteriedivision. Soldaten van deze eenheid, die voor de Amerikaanse infanteristen als een verrassing kwam omdat de geallieerde inlichtingendienst hun aanwezigheid over het hoofd had gezien, maakten optimaal gebruik van de mogelijkheden die het landschap hen als verdedigers bood. Het binnenland achter Omaha Beach bestond uit kleine weilanden die werden omringd door dikke hagen. Tussen die hagen lagen holle wegen. Dit Normandische bocagelandschap bood veel voordelen voor de verdedigers. Het dorpje St-Laurent-sur-Mer werd nog bereikt maar de Amerikaanse opmars vanaf het strand kwam in dit dorpje tijdens het vallen van de avond tot stilstand. Colleville-sur-Mer, een dorp in oostelijke richting, werd terwijl het door infanteristen al gedeeltelijk was veroverd hevig bestookt door oorlogsschepen die in de veronderstelling waren dat het dorp nog geheel in Duitse handen was. Dit misverstand was een gevolg van het verloren gaan van de al eerder genoemde vele radio’s tijdens de landingen. De beschieting van het dorp kostten nog tientallen Amerikanen het leven door “friendly fire”. Ook in dit dorpje raakten de gevechten in een impasse bij het vallen van de nacht. Tegen die tijd was echter de helft van de divisies aan land, waaronder de stafhoofden van de divisies.
Op 6 juni was dus minder de helft van de manschappen van de 1st en de 29th Infantry Division aan land gegaan. Van de 35.000 beschikbare troepen waren er slechts ongeveer 15.000 bij de kust aangekomen. Zo’n 2400 Amerikanen werden door de Duitsers gedood, verwond of gevangengenomen. De verliezen die op Omaha Beach werden geleden waren groter dan waar ook in het invasiegebied. De Duitse 716. Infanteriedivision werd vrijwel geheel buiten gevecht gesteld tijdens D-day. De verliezen voor de 352. Infanteriedivision waren echter ruim de helft kleiner dan de Amerikaanse verliezen. De Duitsers verloren zo’n 1100 manschappen. Voor de Duitsers betekende dit echter een verlies van 20 procent van hun gevechtskracht, voor de geallieerden was dit verlies slechts 7 procent. De 20.000 man van de 1st en de 29th Infantry Division die nog aan boord waren stonden klaar om in de ochtend van 7 juni aan land te gaan en versterking te bieden.




