Operatie Frankton

“De meest moeilijke en onstuimige aanval tot nu toe, gedaan door mannen van Combined Operations Command, is nooit zo moedig en fantastisch uitgevoerd als operatie Frankton.”
Lord Louis Mountbatten

Inleiding

Dit is het verhaal van een handjevol mariniers die over de Gironde voeren in kajaks om de Duitse koopvaardijschepen in de haven van Bordeaux uit te schakelen; deze aanval begon op 7 december en eindigde op 11 december 1942.

Bordeaux

De slag om Frankrijk begon op 5 juni 1940, ongeveer een week na de Belgische capitulatie. Duitsland richtte zich nu geheel op de oude gevreesde vijand en overwinnaar van de Eerste Wereldoorlog. Dagenlang gelukte het de Fransen om de Duitsers, die maar weinig terrein wonnen, aan te vallen en ernstige schade toe te brengen. Maar op 14 juni trokken de Duitsers Parijs binnen. De regering vluchtte naar Tours, vervolgens naar Bordeaux.
Op 15 juni veroverden de Duitsers Verdun en al gauw bleek dat het in rap tempo de verkeerde kant op ging voor de Fransen. De wapenstilstand met Frankrijk werd op 22 juni getekend in een treinwagon te Compiègne (de treinwagon waarin in 1918 de wapenstilstand werd getekend). Groot Brittannië was nu aan de beurt om te worden aangevallen. Frankrijk werd geheel bezet door de Duitse troepen. De Duitse troepen werden langs de kustlijn gestationeerd om te voorkomen dat de Engelsen belangrijke havens zouden veroveren.
De Duitsers waren in 1942 op de meeste fronten nog aan de winnende hand. Een jaar later, na de Sovjetoverwinning op de Duitse troepen in Stalingrad, een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog, zou de ondergang voor Duitsland haast zeker zijn.

De Duitse troepen in het zuiden van Frankrijk moesten bevoorraad worden. De Duitsers konden de voorraden zoals brandstoffen, medicamenten, munitie, wapens en voedsel niet over land vervoeren. Het treinverkeer lag plat en over de wegen was het ondoenbaar. De geallieerde (nacht)jagers en bommenwerpers maakten de omgeving onveilig. De Duitsers hadden al veel pogingen in het werk gesteld om het vervoer toch over het land te proberen; keer op keer mislukte het en gingen de kostbare ladingen verloren.
Toch had men nieuwe voorraden nodig; zonder kon de oorlog niet voortgezet worden. Daarom besloot men deze ladingen te vervoeren via koopvaardijschepen. Door het vervoer met koopvaardijschepen probeerden de Duitsers de nachtjagers te omzeilen en zo toch al hun voorraden op de plaats van bestemming te krijgen.

Al snel hadden de geallieerden in de gaten dat de Duitsers hun voorraden door middel van koopvaardijschepen naar Bordeaux voerden. De Duitse troepen werden op die manier weer bevoorraad. De geallieerden hadden een blokkade gelegd voor de haven van Bordeaux, maar dit had helaas geen enkele zin. De koopvaardijschepen bleven nog steeds in en uit varen.
De geallieerden stonden als ware machteloos toe te kijken. Met een onderzeeboot kon men de koopvaardijschepen niet uitschakelen, ze werden beschermd door Duitse oorlogsbodems van verschillende aard. Deze schepen gingen van Duitsland naar de Middellandse Zee of kwamen terug naar hun vaderland en zodoende konden ze de koopvaardijschepen op hun reis beschermen. De Royal Navy kon geen onderzeeboten missen om op deze formatie een aanval te wagen, ze had een groot gebrek aan onderzeeboten. Als ze een oorlogsbodem zouden sturen in de richting van Bordeaux kon je er al vanuit gaan dat hij in de grond zou worden geboord, het wemelde daar van de Duitse U-boten. Bommenwerpers konden ook niet worden ingezet om de konvooien te vernietigen; ze waren op andere fronten onmisbaar. Hoe moest men dan de Duitse aanvoerlijnen doorbreken?

De plannen

Lord Louis Mountbatten, het hoofd van de Combined Operations Command moest dit probleem oplossen. In december 1941 werden in de haven van Alexandrië door middel van menselijke torpedo’s de slagschepen Elizabeth en Valiant vernietigd. Churchill kwam op het idee om met motorboten gevuld met springstoffen de haven in te varen, om zo de koopvaardijschepen ernstige schade toe te brengen. Dit idee had hij overgenomen van de Italianen die de Britse oorlogsschepen op deze manier in de Suda Bay bij Kreta vernietigden, in maart 1941. Een officier van de mariniers, Major Hasler, stelde voor om deze motorboten te gebruiken, en ook kajaks in te zetten. Mountbatten was het met Hasler eens. Het Royal Marine Boom Patrol Detachment (RMBPD) werd gevormd. De RMBPD vergaderde en Hasler besloot het plan aan te passen.
Zes kajaks met elk twee mariniers moesten worden afgezet door een onderzeeboot voor de monding van de Gironde. De mannen zouden bij nacht de rivier op moeten varen. Door middel van mijnen moesten de koopvaardijschepen worden aangevallen. Hierna zouden de kajaks moeten worden vernietigd. Men zou over land naar Spanje moeten gaan om bij Gibraltar te worden opgepikt door de Britten.

Opleiding

Snel werden er 30 mariniers bij elkaar gezocht uit Gosforth en Portsmouth om deze riskante aanval te ondernemen. Het waren mannen met een ware doodsverachting die bovendien popelden om met de vijand de strijd aan te binden. Zulke mannen had men nodig. Het was immers een zeer riskante operatie, ze zouden zich diep in vijandelijk gebied moeten begeven. De mariniers werden naar Portsmouth overgebracht om daar een opleiding te volgen van zes maanden.
De opleiding was zeer zwaar. De mariniers werden getraind om door middel van een dunne slang een lange tijd onder water te verblijven. Ze oefenden ’s nachts veel in de haven van Portsmouth om de zwaarbewaakte havenmond ongemerkt te passeren. Elke maand werden de ongeschikte mariniers eruit gepikt en weggestuurd. Diegenen die nog overbleven leerden om te gaan met kleefmijnen. Deze kleefmijnen hadden een sterke magneet om de mijn tegen het schip aan te kunnen hechten. Dit waren geen mijnen met een uurwerk, het tikken zou hen noodlottig kunnen worden. Een ingewikkelder systeem werd in deze mijnen geplaatst. De ontsteking werkte als volgt: een vleugelbout doorboorde met de punt een capsule met zuur; dit zuur brandde zich met gelijkmatige snelheid door een laag plastic. Als het plastic verteerd was, explodeerde de bom.

Van 10 tot 14 oktober 1942 werd er een grote oefening gehouden op de rivier de Swale in Yorkshire. Dit was de laatste grote oefening voor de echte aanval. Op 1 december 1942 gingen de twaalf mariniers aan boord van de onderzeeboot Tuna. Onderweg besprak Hasler met hen het plan van de aanval. Alle koopvaardijschepen moesten worden vernietigd. Na de aanval zouden de kajaks meteen tot zinken moeten worden gebracht. Geholpen door het Franse verzet konden de mannen via Spanje weer in Groot-Brittannië terugkomen, tenminste als men de aanval overleefde.

In het hol van de leeuw

Op 7 december 1942 om 10 uur ’s avonds kwam de Tuna boven water, twaalf mijl verwijderd van de Girondemonding, vlak bij Montalivet. De kajaks (merk: Cockle Mk 2) werden in elkaar gezet. Al gauw bleek dat er een kajak, de Cachelot, kapot was. Twee mariniers, Fisher en Ellery, die de Cachalot moesten bemannen, konden niet mee. Al de andere mariniers stapten in hun kajak.
Marine Moffatt en Corporal Shear in de Conger,
Sergeant Samuel Wallace en Marine Jock Ewart in de Coalfish,
Lieutenant John Mackinnon en Marine James Conway in de Cuttlefish,
Corporal Albert Laver en Marine William Mills in de Crayfish,
Major Herbert ‘Blondie’ Hasler en Marine Bill Sparks in de Catfish.
De mannen werden verdeeld in twee aanvalsgroepen:
Groep A: Catfish, Crayfish en Conger.
Groep B: Cuttlefish en Coalfish. Hiertoe zou ook de Cachalot hebben behoord als de kajak intact was gebleven.

De tien mariniers in camouflagepakken voeren weldra in hun vouwbootjes de Gironde op. In de kajak lagen kleefmijnen, een stengun met demper, extra peddels, een zaklamp en nog enkele benodigdheden. Iedere marinier bezat een Colt, een mes en een handgranaat om zich te kunnen verdedigen. De Coalfish werd door een hoge, woeste golf tot zinken gebracht. Sergeant Samuel Wallace en Marine Jock Ewart waren ze kwijt.
Op de Gironde stond een sterke getijdestroom; de Conger sloeg om. De mannen van de Conger, Marine Moffatt en Corporal Shear werden opgepikt door de Catfish en werden naar de wal gebracht. Er lagen vier patrouilleboten in de vaargeul; de mariniers waren er van uitgegaan dat er maar één lag. De Cuttlefish met Lieutenant John Mackinnon en Marine James Conway raakte verdwaald en en kwam niet meer terug. Groep B was verloren. Nu waren er nog twee bootjes over, de Catfish en de Crayfish. De vier mannen, Major ‘Blondie’ Hasler en Marine Bill Sparks, Corporal Albert Laver en Marine William Mills, hielden zich een poosje op een eiland verborgen, omdat het al lichter werd. Enige vissers en vrouwen van een nabijgelegen dorp ontdekten hen. De mariniers wisten hen te overtuigen dat het in hun beste belang was om hun aanwezigheid met niemand te bespreken. De Duitsers werden niet gewaarschuwd, de mariniers waren opgelucht en konden zich aan hun taak gaan wijden.

De avond van 8 op 9 december was zo koud dat er zelfs ijs boven op de kajak lag. De mariniers legden aan bij een weiland. Ze werden bezocht door koeien. In dit weiland konden ze zich goed verschuilen. Hasler, die een verkenningstocht uitvoerde, stuitte bijna op een kleine luchtafweergeschut. Het was maar goed dat de Duitsers sliepen, anders was de aanval heel anders gelopen dan gepland.

Ze kwamen de volgende nacht - dit was nu al de derde nacht- op een eiland aan. Ze besloten hier nog een nacht te blijven om het havengebied te observeren en zich voor te bereiden op de aanval. Op 11 december ’s avonds kwamen er twee schepen binnen, in totaal lagen er nu vijf schepen. De mariniers zouden om 23:00 uur vertrekken. De mijnen werden op scherp gezet, zodat ze na negen uren zouden ontploffen. De mannen gingen elk een andere kant op om het risico te vermijden dat ze allemaal tegelijk ontdekt zouden worden. Ze lieten zich op het tij meevoeren richting de koopvaardijschepen. Ze werden niet opgemerkt, doordat het erg donker was. Major Hasler en Sparks in de Catfish wisten de eerste drie schepen te ondermijnen. Bijna werden ze ontdekt door een Duitse wachtpost, maar doordat ze zich 20 minuten lang niet verroerden bleef dit lot hen bespaard. De Catfish had haar werk voltooid en ging er snel vandoor, om later ergens aan wal te gaan. Hier was het immers veel te gevaarlijk. Ze ontmoetten de mannen van de Crayfish die de andere twee schepen voor hun rekening hadden genomen. Nu waren alle vijf de schepen ondermijnd.

Terugtocht

De Catfish en de Crayfish kwamen uit ten noorden van Blaye. De kajaks werden tot zinken gebracht en de mannen gingen opnieuw uit elkaar. Het was voor Hasler en Sparks de laatste keer dat ze de mannen van de Crayfish zagen. Hasler en Sparks hadden 105 miles (170 kilometer) gepeddeld en nu was de tijd aangebroken verder te gaan. Ze moesten nog een heel eind lopen, naar Ruffec, waar het Franse verzet hen verder zou helpen. Hasler en Sparks stonden voor een keuze waar hun veiligheid vanaf zou hangen. Ze konden hun uniform aanhouden en bij ontdekking in krijgsgevangenschap belanden of ze konden burgerkleding aantrekken en daarmee het risico te lopen om als spionnen te worden geëxecuteerd.
Ze besloten hun uniform aan te laten. De mannen liepen het meeste ’s avonds, dan was het niet zo gevaarlijk als overdag. Inmiddels stond heel de omgeving al op de kop; de Duitsers openden de jacht op de "terroristen". De wijde omtrek werd nauwkeurig uitgekamd. Nadat de twee mannen twee nachten hadden gelopen verruilden ze hun uniform voor burgerkleding. Op 13 december 1942, bij zeer koud en guur weer, kwamen de mannen verkleumd en verhongerd aan in Reignac. Bij een vrouw kregen ze schone kleren en bij een andere vrouw kregen ze brood met ei en informatie over de Duitse posities in de omgeving waar ze zich bevonden. Daarna belandden ze bij mijnheer Clodomir Pasquereau in Saint Preuil. Hier mochten Hasler en Sparks overnachten. Ze kregen hun eerste warme maaltijd sinds ze afscheid hadden genomen van de onderzeeboot. Meneer Clodomir Pasquereau maakte contact met het Franse verzet en liet een bericht sturen naar de BBC: ‘The chicken is good’. Dit bericht moesten de mannen sturen als ze contact hadden gelegd met het Franse verzet.

Op 17 december gingen Hasler en Sparks naar Beaunac. Ze kwamen aan bij het huis van André Latouche. Ze verstopten zich voor de Franse politie en de Duitsers die de hele buurt uitkamden, op zoek naar de "terroristen". De Duitsers hadden van een Duitsgezinde Fransman uit Saint Preuil gehoord dat er Engelsen in de buurt waren. Hasler en Sparks waren op het nippertje ontsnapt. Drie leden van de verzetsgroep waarmee mijnheer Clodomir Pasquereau contacten had gelegd waren gedeporteerd. Dit waren Lucien Gody, Maurice Rousseau en René Rousseau. Ze zijn nooit meer terug gekomen.

De mannen hadden veel profijt ondervonden van hun zware mariniersopleiding. Niets voor niets waren er geharde en goed getrainde mannen uitgekozen. Alleen zij zouden genoeg doorzettingsvermogen en lef hebben om hun missie te volbrengen. Hasler en Sparks hadden er nu 320 kilometer opzitten; 170 kilometer gekajakked en 150 kilometer gelopen. Nu waren ze bijna bij hun bestemming: Ruffec. In Ruffec kwamen ze aan in een restaurant, genaamd La Toque Blanc, gerund door René Mandinaud en zijn dochter Yvonne. De twee mannen aten er soep. Yvonne gaf de rekening aan Hasler en vroeg om te betalen. Hasler schreef ongemerkt met potlood op de rekening: "We are English soldiers. Do you know anyone who can help us?"
Yvonne liet niets merken en later, toen het restaurant gesloten was en de mannen terugkwamen, vertelde ze waar de mannen het beste naartoe konden gaan. Ze mochten in het restaurant blijven waar ze goed werden verzorgd. Na de overnachting moesten de mannen weer verder; ze wilden immers zo snel mogelijk in Groot-Brittannië aankomen. Ze kwamen terecht in de boerderij van Armand Dubreuille in Marvaud. Armand Dubreuille was lid van het Franse verzet. Dubreuille stuurde een bericht naar Groot-Brittannië om te melden dat Hasler en Sparks veilig bij hem waren aangekomen. De tekst luidde: "Two chickens have arrived."

Op 7 januari vertrokken ze uit Marvaud en verbleven een maand in een flat. Later gingen ze naar een ander huis, voordat ze met de trein vertrokken naar Marseille. Hasler schreef een brief naar Groot-Brittannië. Hij vermeldde onder andere dat er 3 kajaks verloren waren gegaan op de eerste dag. Op 1 maart kwamen ze aan in Perpignan. Nu moesten ze nog te voet naar Barcelona om daarna bij de Straat van Gibraltar te worden opgepikt door de Britten.

Door bloed het doel bereikt

De mariniers hadden na vele verliezen te incasseren hun doel bereikt. Er waren vijf koopvaardijschepen vernietigd: De Alabama werd door vijf explosies aan flarden gescheurd. De Tannenfels, Dresden en Portland werden ieder door twee mijnen vernietigd. Een Sperrbrecher werd door vijf mijnen vernietigd. De Sperrbrecher kapseisde en explodeerde nogmaals. Enorm veel schade werd er aangericht. Wrakken van de schepen maakten het onmogelijk om aan te leggen. De Duitsers verloren al hun aangeleverde voorraden. Het Duitse opperbevel was laaiend.

Het aantal verliezen was erg hoog onder de mariniers: Moffatt’s lichaam werd gevonden op het strand van Bois en Ré, Île de Ré op 14 december 1942. Shear’s lichaam is nooit gevonden. Wallace en Ewart, die omgeslagen waren, kwamen aan land maar wisten niet ver weg te komen. Ze werden opgepakt in uniform en geëxecuteerd, door Leutnant Theodor Prahm, op de vroege ochtend van 12 december.
Machinnon en Conway waren ook omgeslagen in hun kajak. Ze kwamen aan in Cessac, ten zuidoosten van Bordeaux. In La Réole kwamen ze in een ziekenhuis terecht, waar ze door verraad werden gevangengenomen door de Duitsers. De mannen werden 23 maart 1943 doodgeschoten.
Laver en Mills hadden de schepen weten te bereiken, voerden hun taak uit en samen met Hasler en Sparks wisten ze weg te komen. Na het afscheid gingen ze in de richting van Ruffec. In La Garde, een dorpje vlakbij Montlieu, werden ze opgepakt door de Franse politie en overgeleverd aan de Duitsers. Ze werden neergeschoten op 23 maart 1943.
Slechts twee mannen wisten het te overleven: Hasler en Sparks.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Bronnen

- LUCAS PHILLIPS, C.E., Cockleshell Heroes, Uitgeverij Pan, 1957
- KENT, G., Cockleshell Heroes, Everybody's Weekly, London

Internet:
- royalmarinesregimental.co.uk
- combinedops.com
- musee.delaresistance.free.fr

Afbeeldingen


Wrakken van koopvaardijschepen
(Bron: royalmarinesregimental.co.uk)


Onderzeeboot Tuna
(Bron: Publiek domein)


Major H.G. “Blondie” Hasler
(Bron: musee.delaresistance.free.fr)


Executieplaats Sergeant Wallace en Marine Ewart
(Bron: royalmarinesregimental.co.uk)

Informatie

Artikel door:
Rob van der Dussen
Geplaatst op:
19-11-2007
Laatst gewijzigd:
05-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.