Verhoor Fritz Sauckel 2

Ochtendzitting 1 29-05-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Het Tribunaal wordt vanmiddag om 16:00 uur geschorst en de zitting wordt achter gesloten deuren voortgezet.
Mr. THOMAS J. DODD (Raadsman namens de Verenigde Staten): Meneer de President, eergisteren vroeg het Tribunaal of we konden vaststellen of document nummer D-880 als bewijsmateriaal was ingediend. Het bestaat uit uittreksels uit de getuigenis van Admiraal Raeder en we hebben vastgesteld dat het is ingediend, het is bewijsstuk GB-483. Het is door Mr. Elwyn Jones tijdens een verhoor aan een getuige voorgelegd en het is ingediend als bewijsmateriaal.
De PRESIDENT: Dank u.
Mr. DODD: Tevens, betreffende de vraag van het Hof betreffende de staat van andere beklaagden en hun documenten, kunnen we vanmorgen meedelen dat wat betreft Beklaagde Jodl de documenten nu worden vertaald en vermenigvuldigd, een verhoor voor het Tribunaal is niet noodzakelijk. De documenten van Seyss-Inquart zijn voorgelezen en worden nu vertaald en vermenigvuldigd. De documenten van Von Papen zijn afgerond, er is geen verschil van mening tussen de Aanklager en Beklaagde Von Papen en die worden nu vermenigvuldigd en vertaald. Wat betreft Beklaagde Speer denken wij dat een verhoor niet nodig is en ik verwacht dat ze tegen het einde van de dag naar de vertaalafdeling gestuurd kunnen worden.
De documenten van Beklaagde Von Neurath zijn door hem nog niet bij de Aanklager ingediend; en wat Beklaagde Fritzsche betreft, zullen onze Russische collega's in staat zijn ons in de loop van de dag nader te adviseren. Ik verwacht dat ik in staat zal zijn het Tribunaal voor het einde van de zitting van vandaag uitsluitsel te geven over Beklaagde Fritzsche.
De PRESIDENT: Is dat het einde van het getuigenverhoor?
Mr. DODD: Ja, dat denk ik, we hebben tenminste geen bezwaar tegen welke getuige dan ook.
De PRESIDENT: Goed dan, er hoeven in openbare zitting geen verdere verhoren plaats te vinden over de zaak van de Beklaagden Jodl, Seyss-Inquart, Von Papen en Speer totdat hun eigen zaak hier wordt voorgelegd.
Mr. DODD: Goed, meneer.
De PRESIDENT: Ik dank u.
Dr. ROBERT SERVATIUS: Meneer de President, ik heb een technische vraag. Gisteren arriveerde de getuige Hildebrandt maar het was alweer de verkeerde Hildebrandt. Dit is al de derde getuige die in deze klucht is verschenen. Het was de verkeerde voor Mende, de verkeerde voor Stothfang en de verkeerde voor Hildebrandt. Maar deze getuige weet waar de echten zich bevinden.
De getuigen hadden in hun kamp te horen gekregen dat zij hier moesten verschijnen en ze werden toen overgebracht naar het verzamelcentrum voor Directeuren van Ministeries in Berlijn-Lichterfelde. Het is misschien nog mogelijk deze twee getuigen hierheen te halen. In het bijzonder getuige Hildebrandt die over de Franse aangelegenheden kan getuigen; het zou voor ons van groot belang zijn als we hem nog konden krijgen.
De PRESIDENT: Werd de naam correct aan de secretaris-generaal opgegeven?
Dr. SERVATIUS: De naam werd correct opgegeven. De naam van de andere man was ook Hildebrandt, maar niet Hubert maar Heinrich. Hij was ook directeur van een Ministerie .....
De PRESIDENT: Ik bedoel niet alleen de achternaam maar al zijn voornamen.
Dr. SERVATIUS: Ja, een naam luidde Heinrich en de andere Hubert en afgekort was het H voor beiden, Dr. H. Hildebrandt, wat blijkbaar de verwarring veroorzaakte.
De PRESIDENT: Wel, ik denk dat de namen van alle getuighen beter volledig kunnen worden opgegeven, helemaal volledig, niet alleen met hun initialen.
Dr. SERVATIUS: Ik had de naam volledig opgegeven. Wat de dokter betreft, getuige Dr. Jäger, ik heb vanmorgen zijn privé adres gekregen. Hij is niet in hechtenis. Hij was eerst getuige van de Aanklager. Zijn privé adres is in Essen, aan de Viehhofplatz en daar is hij nu.
De PRESIDENT: U kunt het beste al deze bijzonderheden opnemen met de secretaris-generaal en hij zal u alle hulp geven.
Dr. SERVATIUS: Betreffende de zaak Sauckel wil ik nog een opmerking maken voor het Tribunaal. Er zijn ongeveer 150 documenten ingediend door de Aanklager en een aantal daarvan hebben slechts zijdelings betrekking op Sauckel. Er zijn hier mondeling geen akte van beschuldiging of bijzondere beschuldigingen tegen Sauckel gepresenteerd dus ik kan niet tot in bijzonderheden zien in welke mate Sauckel verantwoordelijk wordt gehouden. De zaak werd alleen behandeld onder het hoofd "Slavenarbeid" en dus is de basis voor de verdediging wat wankel.
Ik ben niet van plan elk van die 150 documenten te bespreken maar ik zou de mogelijkheid open willen laten enkele daarvan later te behandelen mocht dat nodig zijn. Ik wil alleen op de meest belangrijke wijzen en er dan in de loop van het proces op terugkomen. Hoe dan ook, mag ik verzoeken het niet uit te leggen als een instemming als ik nu geen bezwaar aanteken tegen een van deze documenten.
De PRESIDENT: Dat zal niet als instemming worden uitgelegd, Dr. Servatius. Voor mij ligt een document tegen Sauckel, ingediend door de Franse Aanklager. Ik meen dat wat u bedoelt is dat dit document, deze akte van beschuldiging met als titel "Responsabilité Individuelle" (Persoonlijke verantwoordelijkheid) niet verwijst naar elk van deze 150 documenten.
Dr. SERVATIUS: Er was allereerst een dossier, "Slavenarbeid", ingediend door de Amerikaanse Aanklager, niet met de titel: "Sauckel" maar "Slavenarbeid" en ik kan daarom niet zeggen welke delen in het bijzonder Sauckel betreffen.
De PRESIDENT: Wel, er staat " ...... en de bijzondere verantwoordelijkheden van de Beklaagden Speer en Sauckel daarom .... " Dat is het Amerikaanse documentenboek. Het noemt Sauckel echt.
Dr. SERVATIUS: Ja.
De PRESIDENT: En daar is die andere akte van beschuldiging, gepresenteerd door Mr. Mounier namens de Franse delegatie die beslist tegen Sauckel is. Maar ongetwijfeld vermeld die niet alle 150 documenten waarnaar u verwijst.
Dr. SERVATIUS: Ja.
(Beklaagde Sauckel neemt weer plaats in de beklaagdenbank)
Getuige, gisteren tegen het einde van de zitting hadden we het over een manifest, dat memo dat bedoeld was om de diverse diensten op hun plichten te wijzen uw richtlijnen uit te voeren en de bestaande weerstand weg te nemen. Nu hebt u zelf verklaringen afgelegd die nauwelijks verenigbaar zijn met uw richtlijnen, zo lijkt het. Ik leg aan u voor document R-124. Dat betreft een vergadering van het Centraal Planbureau van 1 maart 1944.Daar, met betrekking tot werving, zei u dat om arbeiders te krijgen, zou men moeten terugvallen op "shanghaaien" (ronselen) zoals in vroeger dagen gebruikelijk was. U zei:
"Ik heb zelfs teruggegrepen op de methode, groepen mannelijke en vrouwelijke agenten te trainen .... die op mensenjacht gaan en slachtoffers dronken voeren en met sterke argumenten overhalen om naar Duitsland te gaan." Hebt u dat gevonden?
SAUCKEL: Ja.
De PRESIDENT: Waar ongeveer in 124 staat dat?
Dr. SERVATIUS: Dat is document R-124.
De PRESIDENT: Ja, maar het is een erg lang document.
Dr. SERVATIUS: Het is het document zelf, pagina 1770.
De PRESIDENT: Ja, ik heb het.
SAUCKEL: Dat is, voor zover ik kan zien, een verslag of de notulen van een vergadering van het Centraal Planbureau in het voorjaar van 1944. Gedurende dat jaar was het uiterst moeiljik voor mij geworden aan de eisen te voldoen van de verschillende gebruikers van arbeiders die in het Centraal Planbureau vertegenwoordigd waren. Op geen enkel moment heb ik richtlijnen of aanwijzingen gegeven om te "shanghaaien". Bij deze vergadering gebruikte ik dat woord alleen maar als herinnering aan mijn dagen als zeeman, om me te verdedigen tegen diegenen die arbeiders van mij eisten en om het aan de heren duidelijk te maken hoe moeilijk mijn taak was geworden, in het bijzonder in 1944. In feite ligt een heel eenvoudige situatie hieraan ten grondslag. Volgens Duitse arbeidswetgeving en volgens mijn eigen overtuiging, was "Arbeitsvermittling" (arbeidsbemiddeling) - het oude woord voor "Arbeitseinsatz" (toewijzing van arbeid) een recht van de Staat en wij, ik ook, verafschuwden privémethoden voor werving. In 1944 vertelde Premier Laval, het hoofd van de Franse regering, mij dat hij ook grote moeite had de arbeidswetten uit te voeren waar het zijn eigen arbeiders betrof.
In het licht daarvan en met instemming van een van mijn medewerkers, Dr. Didier, werden bijeenkomsten belegd op de Duitse Ambassade - getuige Hildebrandt is meen ik beter in staat hier inlichtingen over te geven - met de hoofden van de samenwerkende organisaties, dat wil zeggen organisaties onder de Franse bevolking die voorstander waren van samenwerking met Duitsland. Tijdens deze bijeenkomsten op de Duitse Ambassade verklaarden deze organisaties dat naar hun mening de officiële werving in Frankrijk erg moeilijk was geworden. Ze zeiden dat ze dat aan wilden pakken en dat ze wervingsagenten uit hun eigen gelederen wilden leveren en ook mensen onder hun eigen leden werven die vrijwillig naar Duitsland zouden gaan. Werving zou niet via officiële kanalen geschieden maar in café's. In deze café's zouden natuurlijk bepaalde uitgaven nodig zijn die zouden moeten worden betaald; de wervingsagenten zouden een bonus betaald moeten krijgen of een vergoeding moeten krijgen in de vorm van een glas wijn of een borrel. Deze manier van werken sprak mij persoonlijk natuurlijk niet aan maar ik verkeerde in zulke grote moeilijkheden vanwege de eisen die aan mij werden gesteld dat ik erin toestemde, zonder de bedoeling natuurlijk dat het begrip "shanghaaien" met die buitenlandse ondertoon enzo ernstig zou worden overwogen.
Dr. SERVATIUS: Kwam deze suggestie van de Fransen of was het uw suggestie?
SAUCKEL: Zoals ik al zei, de suggestie werd gedaan door de Franse leiders van die organisaties.
Dr. SERVATIUS: Als u een paar regels verder in het document leest, ziet u dat er melding wordt gemaakt van een bepaalde uitvoerende macht die u wilde instellen voor de toewijzing van arbeid; er staat hier:
"Afgezien daarvan heb ik een paar kundige mensen aangesteld voor het opzetten van een bijzondere uitvoerende macht voor de toewijzing van arbeid. Onder commando van de HSSPF is een aantal binnenlandse eenheden getraind en bewapend en ik moet nu de Minister van Bewapening om wapens voor deze mensen vragen.
Hoe verklaart u dat?
SAUCKEL: Dat kan ook alleen maar duidelijk uitgelegd worden in verband met de gebeurtenissen die ik zojuist heb beschreven. Destijds hadden er vele aanvallen plaatsgevonden op Duitse kantoren en gemengd Duits-Franse arbeidsbureau's. De directeur van het Departement voor de toewijzing van arbeid in het kantoor van de militaire commandant in Frankrijk, President Dr. Ritter, was vermoord. Een aantal wervingsbureau's waren overvallen en verwoest. Om die reden hadden de organisaties die voor samenwerking waren, voorgesteld dat er een soort lijfwacht voor de bescherming van de eigen leden van de wervingsorganen zou moeten worden gevormd. Natuurlijk kon ik dat niet zelf doen want ik had noch de bevoegdheid, noch het apparaat hiervoor. Overeenkomstig de bevelen van de militaire commandant moest dat door de HSSPF worden gedaan, met andere woorden, onder zijn toezicht. Dat werd uitgevoerd in samenwerking met de toenmalige Franse Minister van Binnenlandse Zaken, Darnand; om in staat te zijn mij te kunnen verweren tegen de kritiek van het Centraal Planbureau, gebruikte ik het voorbeeld in deze drastische vorm. Zover ik weet werden deze theoretische voorstellen niet in praktijk gebracht.
Dr. SERVATIUS: Wie deed in feite de werving van de buitenlandse arbeiders?
SAUCKEL: De feitelijke werving van buitenlandse arbeiders was de taak van de Duitse bureau's die in de diverse regio's waren opgezet, de bureau's van de militaire commandanten of vergelijkbare Duitse civiele instellingen.
Dr. SERVATIUS: U gaf opdracht dat de werving vrijwillig moest gebeuren. Wat was het succes van die vrijwillige werving?
SAUCKEL: Enkele miljoenen buitenlandse arbeiders kwamen vrijwillig naar Duitsland want vrijwillige werving was het onderliggende principe.
Dr. SERVATIUS: Nu, op de bijeenkomst van het Centraal Planbureau - dezelfde bijeenkomst die we zonet besproken hebben - maakte u een opmerking die dat tegenspreekt. Die staat op pagina 67 van de Duitse kopie, pagina 1827 van de Engelse tekst. Ik zal u de zin voorlezen. Kehrl is aan het woord. Hij zegt: "Gedurende die hele periode bracht u met vrijwilligge werving een groot aantal Fransen naar het Reich." Dan een interruptie door Sauckel: "Ook met gedwongen werving." Spreker gaat verder: "Met gedwongen werving werd begonnen toen vrijwillige werving niet langer voldoende aantallen opleverde." Nu komt de opmerking waarop ik uw commentaar wil horen. U antwoordde: "Van de 5 miljoen buitenlandse arbeiders die naar Duitsland kwamen, kwamen er nog geen 200.000 vrijwillig."
Wilt u die tegenstelling alstublieft verklaren?
SAUCKEL: Ik zie dat dit een andere interruptie is die ik deed. Wat ik ermee wilde zeggen was dat de mening van de heer Kehrl, dat alle arbeiders vrijwillig waren gekomen, niet helemaal juist was. Deze verhouding, die hier door de stenograaf is genoteerd of degene die de notulen heeft geschreven, is volkomen onmogelijk. Hoe die fout is ontstaan weet ik niet. Ik heb het verslag nooit gelezen; maar de getuige Timm of anderen kunnen er informatie over geven.
Dr. SERVATIUS: Ik verwijs nu naar bewijsstuk Sauckel-15. Dat is richtlijn Nr. 4, die hier al is aangehaald en die specifieke regels vastlegt met betrekking tot wervingsmethoden. Dit is al ingediend als Document 3044-PS. Waarom verliet u nu het stelsel van vrijwillige werving?
SAUCKEL: In de loop van de oorlog namen onze tegenstanders ook aanzienlijke en uitgebreide tegenmaatregelen. Aan de andere kant was de behoefte aan mankracht in Duitsland enorm geworden. Gedurende die periode werd mij ook door Franse, Belgische en Hollandse kringen het verzoek gedaan, te zorgen voor een beter evenwicht in de economie van deze gebieden en zelfs een wet op de arbeidsplicht - zoals we die noemden - in te voeren zodat de druk van de vijandelijke propaganda zou afnemen en dat de Hollanders, Belgen en Fransen zelf konden zeggen dat ze niet vrijwillig naar Duitsland gingen maar dat ze moesten vanwege een arbeidsplicht en wetgeving.
Dr. SERVATIUS: Had de nabijheid van het front enige invloed op het feit dat mensen niet langer meer vrijwillig wilden komen?
SAUCKEL: Natuurlijk ging ik dat merken; en het is begrijpelijk dat de kansen op overwinning of nederlaag grote beroering veroorzaakte onder de arbeiders en de stand van zaken aan het front speelde zeker een belangrijke rol.
Dr. SERVATIUS: Waren zuiver militaire overwegingen er ook de oorzaak van ...
HET TRIBUNAAL (Mr. Francis Biddle, lid namens de Verenigde Staten): Dr. Servatius, wilt u getuige vragen wat hij bedoelt met een wet op de arbeidsplicht. Bedoelt hij een wet van Duitsland of een wet van de bezette gebieden?
Dr. SERVATIUS: Getuige, u hebt de vraag gehoord of u een Duitse wet bedoelt of een wet van het bestuur van de bezette gebieden.
SAUCKEL: Dat verschilde. De Rijksregering voerde in sommige gebieden wetten in die overeenkwamen met de wetten die voor Duitsers zelf golden. Die wetten konden niet door mij worden uitgevaardigd maar ze werden op bevel van de Rijksregering uitgevaardigd door de hoofden van de regionale besturen of de regering van het betreffende land.
In Frankrijk werden deze wetten door de regering Laval ingevoerd, met goedkeuring door Maarschalk Pétain; in België met goedkeuring van de Belgische secretarissen-generaal of algemeen directeuren die nog op hun post waren of door de ministeries.
De PRESIDENT: Bedoelt u, in de andere landen door de Duitse regering of vertegenwoordigers van de Duitse regering? U hebt het alleen maar gehad over ...
SAUCKEL: Het bevel om Duitse arbeidswetten in de bezette gebieden in te voeren was gegeven door de Führer. Die werden uitgeroepen en ingevoerd door de hoofden die door Hitler voor deze bezette gebieden waren aangesteld, want ikzelf was niet in een positie om daar richtlijnen, wetten en regels uit te vaardigen.
De PRESIDENT: Gaat u verder.
Dr. SERVATIUS: Hoe werden deze wetten uitgevoerd?
SAUCKEL: De wetten werden gepubliceerd in de officiële publicaties en Staatscouranten en in die gebieden ook bekend gemaakt via de pers en met aanplakbiljetten.
Dr. SERVATIUS: Ik bedoel de praktische uitvoering. Hoe werden de mensen naar Duitsland gehaald?
SAUCKEL: Ze werden op het plaatselijke arbeidsbureau ontboden, dat meestal gedreven werd door plaatselijke autoriteiten. Ieder geval moest volgens mijn richtlijnen - die hier als documenten zijn ingediend - apart worden beoordeeld. Gevallen van armoede in het gezin of iets dergelijks kregen speciale aandacht. Daarna werden op de normale manier - zoals in Duitsland ook gebeurde - de indiviuele arbeiders of opgeroepen personen naar Duitsland vervoerd.
Dr. SERVATIUS: Was u aanwezig bij - was u ooit getuige van deze procedure?
SAUCKEL: Ik heb deze procedure persoonlijk waargenomen in een aantal steden in Rusland, Frankrijk en België en erop toegezien dat het verliep overeenkomstig de bevelen.
Dr. SERVATIUS: Als dwang noodzakelijk was, welke overredende maatregelen werden er genomen?
SAUCKEL: Allereerst werden zulke dwangmaatregelen genomen zoals ze bij ieder normaal burgerlijk bestuur gerechtvaardigd en noodzakelijk zijn.
Dr. SERVATIUS: En als die niet voldoende waren?
SAUCKEL: Dan werden er gerechterlijke stappen voorgesteld.
Dr. SERVATIUS: Dat waren wettelijke maatregelen, niet waar?
SAUCKEL: Volgens mijn overtuiging waren dat wettelijke maatregelen.
Dr. SERVATIUS: U hebt in documenten - die hier aanwezig zijn - herhaaldelijk gesteld dat er een zekere mate van druk moest worden uitgeoefend. Wat bedoelde u daarmee?
SAUCKEL: Ik vind dat iedere administratieve maatregel, genomen op basis van wetten of heffingen opgelegd door de staat op de eigen staat een of andere vorm van druk of plicht betekent.
Dr. SERVATIUS: Werden er geen maatregelen genomen die een of andere vorm van collectieve druk veroorzaakten?
SAUCKEL: Ik wees iedere vorm van collectieve druk af. De weigering collectieve druk uit te oefenen wordt ook duidelijk uit besluiten die door andere Duitse diensten in het Reich zijn genomen.
Dr. SERVATIUS: Is het waar dat in het Oosten dorpen werden opgeroepen om een bepaald aantal mensen te leveren?
SAUCKEL: In het Oosten werd de administratieve procedure natuurlijk bemoeilijkt door de grote afstanden. In de lagere kantoren zaten, voor zover ik weet, plaatselijke burgemeesters aan de leiding. Het is mogelijk dat een burgemeester werd verzocht een aantal arbeiders uit zijn dorp of stad uit te kiezen om in Duitsland te gaan werken.
Dr. SERVATIUS: Is dat het zelfde als die vorm van collectieve druk waarbij, als er niemand kwam opdagen, een heel dorp moest worden gestraft?
SAUCKEL: Op mijn werkgebied wees ik dergelijke maatregelen resoluut af want ik kon en wilde geen arbeiders in de Duitse economie inzetten die naar Duitsland waren vervoerd op een manier waardoor zij vanaf het begin hun leven en werk in Duitsland zouden haten.
Dr. SERVATIUS: Welke politie faciliteiten had u tot uw beschikking?
SAUCKEL: Ik had geen politie facititeiten tot mijn beschikking.
Dr. SERVATIUS: Wie oefende politie druk uit?
SAUCKEL: Druk door politie in bezette gebieden kon alleen maar worden uitgeoefend op bevel of aanwijzing van het betrokken hoofd van het gebied of van de HSSPF, als hij daarvoor de bevoegdheid had.
Dr. SERVATIUS: Het viel dus niet binnen uw bevoegdheid rechtstreeks druk uit te oefenen?
SAUCKEL: Nee.
Dr. SERVATIUS: Oefende u indirecte druk uit door middel van uw richtlijnen, het afsnijden van voedselleveringen of vergelijkbare maatregelen?
SAUCKEL: Na de val van Stalingrad en het uitroepen van de totale oorlog bemoeide Reichsminister Goebbels in Berlijn zich in hoge mate met deze kwesties. Hij gaf opdracht dat in geval van voortdurende weigering of tekenen van weerstand dwang moest worden uitgeoefend door het weigeren van aanvullende voedselrantsoenen of zelfs door het intrekken van bonkaarten. Ik wees maatregelen van die soort energiek af want ik wist heel goed dat in de westelijke gebieden de zogenaamde bonkaarten een ondergeschikte rol speelden en dat er op zo'n grote schaal voorraden aan ondergrondse bewegingen en hun leden ter beschikking werden gesteld dat dergelijke maatregelen volkomen nutteloos zouden zijn. Ik gaf er geen opdracht voor en stelde ze ook niet voor.
Dr. SERVATIUS: Op de bijeenkomst van het Centraal Planbureau van 1 maart 1944 stelde u ook dat wanneer de Franse uitvoerende diensten niet in staat waren resultaten te behalen, men dan maar een prefect tegen de muur zou moeten zetten. Vindt u dit nog steeds wettelijk gerechtvaardigde druk?
SAUCKEL: Dat is net zo'n drastische opmerking van mij bij het Centraal Planbureau die nooit gevolgd werd door een officieel bevel en zelfs niet door aanmoediging van mijn kant. Het was eenvoudig zo dat mij was verteld dat in diverse departementen in Frankrijk de prefect of de verantwoordelijke chefs de ondergrondse van harte steunden. Spoorwegen waren opgeblazen, bruggen waren vernield en die opmerking was een verbale reactie van mijn kant. Ik meen echter dat ik toen gewoon dacht aan een wettelijke maatregel want er bestond in Frankrijk werkelijk een wet volgens welke sabotage een misdrijf was waar de doodstraf op stond.
Dr. SERVATIUS: Mag ik verwijzen naar het document?
De PRESIDENT: Staat dat in document R-124?
Dr. SERVATIUS: Het staat op pagina 1776, daar staat dat op grond van de wet het noodzakelijk zou zijn een burgemeester tegen de muur te zetten.
(tot de getuige) Wist u welke wetten er in Frankrijk bestonden die medewerking door de Franse autoriteiten afdwongen of dat er dergelijke wetten bestonden?
SAUCKEL: Ja, zulke wetten bestonden.
Dr. SERVATIUS: Een aantal rapporten, die hier zijn ingediend betreffende de toepassing van dwangmaatregelen, maken melding van misbruik en wantoestanden, vermoedelijk veroorzaakt door wervingsmethoden. Wat kunt u daar in het algemeen over zeggen?
SAUCKEL: Ik heb uw vraag niet helemaal begrepen.
Dr. SERVATIUS: Wat betreft het gebruik van dwang; er zijn hier een aantal rapporten getoond en u hebt ze gehoord; rapporten die maatregelen vermelden die zeker algemeen moeten worden veroordeeld. U hebt gehoord over het platbranden van dorpen en het fusilleren van mannen. Wat kunt u daar in het algemeen over zeggen?
SAUCKEL: Al die maatregelen zijn in duidelijke tegenspraak met de richtlijnen en instructies die ik heb gegegven en die hier in grote aantallen zijn ingediend en daar moet ik naar verwijzen. Dit zijn methoden waartegen ik, als ik er ook maar het minste of geringste over hoorde, zeer strenge maatregelen nam.
Dr. SERVATIUS: En wie draagt de directe verantwoordelijkheid voor dergelijke incidenten?
SAUCKEL: De verantwoordelijkheid voor dergelijke incidenten ligt bij de lokale autoriteiten die deze methoden toepasten.
Dr. SERVATIUS: Waren er nog andere instanties naast de lokale autoriteiten die zich bezig hielden met werving van arbeiders?
SAUCKEL: Dat is precies waartegen ik vanf het begin heb gestreden - om het ondoorzichtige net van instanties uit te schakelen dat zonder beperkingen of toezicht arbeiders wierf onder dwang. Dat was een deel van mijn werk.
Dr. SERVATIUS: Wat voor instanties waren dat? Lokale instanties?
SAUCKEL: Het waren allerlei soorten instanties; over de meeste ervan hoorde ik pas hier.
Dr. SERVATIUS: Wat was de situatie met betrekking tot de Organisation Todt?
SAUCKEL: De OT rekruteerde en gebruikte zelfstandig mankracht al heel lang in alle gebieden.
Dr. SERVATIUS: Had de Arbeitsdienst daar iets mee te maken?
SAUCKEL: Bedoelt u de Arbeitsdienst van Reichsarbeitsführer Hierl?
Dr. SERVATIUS: Ja.
SAUCKEL: Dat kan ik niet zeggen, het was een Duitse militaire organisatie die opleidde voor handwerk.
Dr. SERVATIUS: Werden er arbeiders uitgehaald voor de strijdkrachten?
SAUCKEL: Arbeiders werden natuurlijk door legergroepen ingezet voor plaatselijk, dringend werk, in bouwbrigades enzo, waar ik niets over wist noch in een positie verkeerde toezicht te houden. Wegenaanleg ...
Dr. SERVATIUS: Hoe staat het met de Reichsbahn?
SAUCKEL: De Reichsbahn onderhield zijn eigen sporen en wierf of huurde arbeiders voor zijn werkzaamheden wanneer ze nodig waren.
Dr. SERVATIUS: Deze instanties vielen niet onder uw toezicht?
SAUCKEL: Nee.
Dr. SERVATIUS: Voerden ze uw instructies uit of waren ze verplicht die uit te voeren?
SAUCKEL: Ze waren niet verplicht die uit te voeren en juist om die reden stuurde ik dat manifest rond, in een zeer nadrukkelijke vorm, dat gisteren is genoemd. Omdat ikzelf geen supervisie had over de uitvoerende instanties, moest ik het aan die instanties overlaten de instructies op te volgen.
Dr. SERVATIUS: Was het aantal arbeiders dat in de diverse gebieden op die manier werd geworven erg groot?
SAUCKEL: Het waren zeer zeker erg grote aantallen.
Dr. SERVATIUS: Er waren ook Rijksdepartementen die zich met de kwestie van mankracht bezig hielden. Hoe staat het met de deportaties die door Himmler werden uitgevoerd? Had u daar contact mee?
SAUCKEL: Wat betreft de kwestie van deze deportaties kan ik alleen maar zeggen dat ik er niet het minste mee te maken had. Ik heb het nooit goedgekeurd - ik kon het nooit goedkeuren, gezien mijn visie, mijn ontwikkeling en mijn leven - ik kon het gebruik op die manier voor werk van gevangenen of veroordeelden niet goedkeuren. Dat druiste lijnrecht in tegen mijn karakter. Ik ben er ook vast van overtuigd dat ik vanwege mijn krachtige maatregelen en uitspraken opzettelijk onkundig over de hele zaak werd gehouden omdat het in directe tegenspaak was met mijn visie op arbeid en arbeiders. Ik heb vaak gezegd - en dat kunt u hier in documenten lezen - dat ik de buitenlandse arbeider wilde winnen voor samenwerking met Duitsland en de Duitse manier van leven en ik ze daarvan niet wilde vervreemden.
Dr. SERVATIUS: Dat waren dus de diverse instanties die, afgezien van uzelf, te maken hadden met werving van arbeiders.
SAUCKEL: Mag ik in dat verband een korte verklaring afleggen? Ik heb het woord "deportatie" enkele keren in Duitsland gehoord en ik heb het idee altijd resoluut afgewezen want ik wist niets van dergelijke operaties af. Volgens het gebruik van het woord in het Duits begreep ik dat "deportatie" betekent het wegvoeren van gevangenen en mensen die een strafbaar feit tegen de Staat hebben gepleegd. Ik heb nooit deportaties uitgevoerd vanwege mijn visie op de ethiek van arbeid. In tegendeel, ik gaf de arbeiders die via mijn dienst waren aangeworven - en dat was het punt waarop ik eindelijk aan het begin van mijn baan begin Hitler's toestemming kreeg en dat was geen eenvoudige zaak - ik gaf al die buitenlandse arbeiders wettige contracten, of ze nou vrijwillig kwamen of via de Duitse arbeidsplicht. Ze moesten en zouden dezelfde behandeling krijgen, dezelfde betaling en hetzelfde voedsel als de Duitse arbeiders. Dat is de reden waarom ik het idee van deportatie bij mijn methoden en in mijn programma afwees. Ik kan hier met een zuiver geweten getuigen dat ik absoluut niets met die deportaties te maken had, waarvan ik de verschrikkelijke omvang pas hier vernam.
Dr. SERVATIUS: U hebt herhaaldelijk benadrukt dat deze arbeiders onder alle omstandigheden naar Duitsland gehaald moesten worden, dat men meedogenloos moest optreden, dat het absoluut noodzakelijk was de arbeiders hier te krijgen. Toont dat niet aan dat u instemde met dergelijke maatregelen?
SAUCKEL: Ik zou de volgende verschillen willen benadrukken:
Mijn richtlijnen en instructies staan duidelijk in diverse documenten. Ik kon deze alleen maar uitvaardigen omdat ik geen uitvoerende macht had en geen eigen apparaat. Al deze richtlijnen schrijven vanaf het prille begin een wettelijk correcte en juiste behandeling voor. Het is echter waar dat ik de woorden "onder alle omstandigheden" gebruikte in mijn contacten met Duitse instanties - de Führer had mij zelf deze woorden ingeprent - en ik gebruikte het woord "meedogenloos" niet in verband met de behandeling van arbeiders maar in verband met de vele argumenten, onenigheden, willekeurige daden en individuele wensen die de Duitse instanties, waarmee ik fel moest concureren onderling en tegen mij gebruikten. Voor het grootste deel begrepen ze het belang niet van toewijzing van arbeid als economische maatregel in tijd van oorlog. De militaire autoriteiten, de legercommandanten vertelden mij bijvoorbeeld vaak dat het onzin was, die mensen naar Duitsland te halen. Er bestond een Vlassovleger onder de Russische generaal van die naam en de militaire autoriteiten wilden dat deze Russische arbeiders zich bij dat Vlassovleger voegden. Ik was daar tegen. Ik vond het niet juist en ik vond het ook niet betrouwbaar genoeg. Dit waren de zaken waartegen ik meedogenloos moest optreden in mijn contacten met het Duitse bestuur in die gebieden.
Dr. SERVATIUS: Waren er ook andere omstandigheden die leidden tot het transport van mensen naar Duitsland?
SAUCKEL: Ja, er waren andere omstandigheden die echter niet rechtstreeks maar indirect te maken hadden met de toewijzing van arbeid, en daar werd ik vaak door verrast; bijvoorbeeld de evacuatie van militaire gebieden die vaak van het ene moment op het andere moest worden uitgevoerd of slechts na een hele korte periode van voorbereiding. En nadat zo'n evacuatie was uitgevoerd was het de taak van de lokale arbeidsbureau's om de geëvacueerde mensen aan het werk te zetten in gebieden in het achterland of die arbeiders naar Duitsland te transporteren die daar konden worden gebruikt.
Deze vorm van Arbeitseinsatz betekende natuurlijk grote moeilijkheden voor mij. Er bevonden zich gezinnen en kinderen onder de geëvacueerden en die moesten natuurlijk ook worden voorzien van onderdak. Het was vaak de volkomen natuurlijke wens van Russische vaders en moeders om hun kinderen mee te nemen. Dat gebeurde, niet omdat ik dat wilde maar omdat het onvermijdelijk was.
Dr. SERVATIUS: En u gebruikte die arbeiders altijd, of alleen maar af en toe?
SAUCKEL: Voor een groot gedeelte werden deze mensen door de lokale autoriteiten in die gebieden ingezet in de landbouw, de industrie, de spoorwegen, bruggenbouw enzovoorts.
Dr. SERVATIUS: Had u iets te maken met herhuisvesting (Umsiedlung)?
SAUCKEL: Ik had niets te maken met herhuisvesting. Volgens een besluit van de Führer was die taak uitdrukkelijk voorbehouden aan de Reichsführer SS.
Dr. SERVATIUS: Bracht Rosenberg geen verslag aan u uit over slechte condities die in zijn gebied heersten?
SAUCKEL: Ja, ik had ongeveer vier gesprekken met Rosenberg, op zijn verzoek; en hij vertelde me over de slechte condities. Er bestond van mijn kant geen twijfel aan dat dergelijke condities volkomen onaanvaardbaar waren.
Dr. SERVATIUS: Sprak hij over Koch?
SAUCKEL: De Rijkscommissaris voor de Oekraïne was er hoofdzakelijk bij betrokken. Er bestonden grote meningsverschillen tussen de Rijksminister voor de bezette gebieden in het Oosten en Rijkscommissaris Koch.
Dr. SERVATIUS: Was u in een positie om maatregelen te nemen tegen Koch?
SAUCKEL: Koch was niet direct of indirect ondergeschikt aan mij. Ik kon hem in dergelijke zaken geen instructies geven. Ik liet hem vanaf het begin weten dat ik niet kon instemmen met de maatregelen waarover ik had gehoord, op zekere hoogte via Rosenberg, hoewel ik dat niet kon bewijzen. Koch was van mening - en hij legde dat in zijn brieven aan Rosenberg uit - dat hij in zijn gebied de enige gezagsdrager was. Hij benadrukte dat ook tegenover mij.
Dr. SERVATIUS: Dacht Rosenberg niet dat de oorzaak van die slechte condities lag in het feit dat uw eisen te hoog waren?
SAUCKEL: Ik heb ook met de heer Rosenberg daarover gesproken. Ik was persoonlijk van mening dat wanneer de eisen konden worden gespreid en er een correcte werving en loting kon plaatsvinden, het goed mogelijk was de gestelde aantallen te halen. Ik had per slot van rekening mijn orders van de Führer en het Centraal Planbureau.
Dr. SERVATIUS: Sprak u ooit over de te gebruiken methodes?
SAUCKEL: De methoden die moesten worden gebruikt werden niet alleen regelmatig door ons besproken, maar ik publiceerde ze ook in vele duidelijke richtlijnen. Ik ging zelfs zo ver dat ik mijn manifest uitgaf en uitdeelde over de hoofden van de hogere autoriteit naar de lagere instanties zodat ze dat als leidraad konden gebruiken. Ik moet echter benadrukken dat deze incidenten voor het merendeel plaatsvonden voordat mijn richtlijnen van kracht werden en voor mijn aanstelling.
Dr. SERVATIUS: Ik wil u verwijzen naar document nummer 018-PS. Dat is de akte "Slavenarbeid," pagina 10.
De PRESIDENT: Dat is niet pagina 10. Het is nummer 10.
Dr. SERVATIUS: Het is bewijsstuk USA-186. In het Engelse boek "Slavenarbeid" is het nummer 10. Het is een brief van 21 december 1942.
(het document wordt aan beklaagde overhandigd.)
Als u het document doorneemt zult u zien dat Rosenberg zich beklaagt over de methoden die uw agenten en medewerkers toepassen. Welke zijn die diensten waarvoor u hier verantwoordelijk wordt gesteld?
SAUCKEL: Er staat een fout in deze brief van de heer Rosenberg want ik was het niet die daar kantoren had maar de Reichskommissar.
Dr. SERVATIUS: U zegt met andere woorden dat hij zich tot de verkeerde persoon richtte?
SAUCKEL: Ja.
Dr. SERVATIUS: Legt u het document dan maar weg.
SAUCKEL: Rosenberg schrijft op pagina twee: " Ik machtigde de Rijkscommissaris voor de Oekraïne ..
Dr. SERVATIUS: U neemt dus aan dat de schrijver van deze brief niet precies wist wie de gezaghebbende autoriteiten in zijn gebied waren?
SAUCKEL: Ja, dat is goed mogelijk omdat ikzelf nog maar korte tijd in functie was.
Dr. SERVATIUS: Wat deed u met de klacht die Rosenberg uitte? Deed u eigenlijk iets?
SAUCKEL: Na ontvangst van de brief van Rosenberg had ik direct een gesprek met hem. Omdat het kort voor Kerstmis was, 21 december 1942, riep ik per telegram een officiële vergadering bijeen in Weimar voor 6 januari waarvoor vertegenwoordigers van de diverse bureau's in het Oosten waren uitgenodigd. Ik nodigde Reichsminister Rosenberg ook voor die vergadering uit. En op die vergadering werd de ambtenaren nogmaals duidelijk en ondubbelzinnig gezegd dat het hun plicht was correcte en legale methodes te gebruiken.
Dr. SERVATIUS: In dat verband zou ik willen verwijzen naar document nummer Sauckel-82. Het zit in het Documtentenboek Sauckel 3, pagina 207. Ik dien het handboek zelf in dat een aantal documenten bevat ter kennisname. Ik citeer een zin uit de toespraak over de grondslagen van werving die Sauckel hield voor 800 mensen die voor de Arbeitseinsatz werkten.
De PRESIDENT: Zei u 800?
Dr. SERVATIUS: Pagina 206.
De PRESIDENT: Er staat 8.000 in mijn kopie. Moet het niet 8.000 zijn?
Dr. SERVATIUS: Het derde boek, pagina 206, document nummer 82.
De PRESIDENT: Ik heb document 82 voor me. Ik dacht dat u zei dat er 800 mensen werkten. Ik lees het begin van document 82.
Dr. SERVATIUS: Het begint op pagina 204. Hij sprak voor 800 mensen, geen 8.000. Het moet 800 zijn. Dat is een fout in de vertaling van het document.
De PRESIDENT: Prima.
Dr. SERVATIUS: Hier wordt het volgende vermeld: "Grondslagen van onze werving:
"1) Waar de vrijwillige methode faalt (ervaring toont aan dat die overal faalt) moet er gedwongen dienst voor in de plaats komen" - ik sla een paar zinnen over.
"Het is zwaar mensen uit hun huizen te slepen, van hun kinderen vandaan te halen. Maar we wilden deze oorlog niet. Het Duitse kind dat zijn vader aan het front verliest, de Duitse echtgenote die treurt om haar man die in de strijd gevallen is, lijdt veel meer. Laat ons nu afzien van valse sentimenten."
De PRESIDENT: U hebt iets van het document overgeslagen, niet waar?
Dr. SERVATIUS: Ik begrijp u niet.
De PRESIDENT: U hebt iets van het document overgeslagen.
Dr. SERVATIUS: Ja, ik heb een paar zinnen overgeslagen en dat heb ik gezegd. Maar ik kan ze ook allemaal voorlezen.
De PRESIDENT: Ik bedoel alleen op pagina 206. Ik bedoelde niet het hele document. Op pagina 206 hebt u net twee zinnen overgeslagen.
Dr. SERVATIUS: Ik heb hier vier zinnen. Ik zal ze opnieuw voorlezen:
"Waar vrijwillige werving faalt, komt verplichte dienst daarvoor in de plaats."
Daarna sloeg ik twee zinnen over die ik nu zal voorlezen:
"Dit is de ijzeren wet van de Arbeitseinsatz voor 1943. Over een paar weken vanaf nu mag er geen enkel bezet gebied meer zijn waar gedwongen arbeidsdienst in Duitsland niet de meest natuurlijke zaak van de wereld is."
De PRESIDENT: Hebt u ook niet de woorden "ervaring toont aan dat die overal faalt" overgeslagen?
Dr. SERVATIUS: Die heb ik de eerste keer voorgelezen; ik wilde tijd besparen. "We zullen de laatste overblijfselen van ons zachte gepraat over humanitaire idealen van ons werpen. Ieder extra kanon dat wij produceren brengt ons een minuut dichter bij de overwinning. Het is zwaar mensen uit hun huizen te slepen, van hun kinderen vandaan te halen. Maar we wilden deze oorlog niet. Het Duitse kind dat zijn vader aan het front verliest, de Duitse echtgenote die treurt over haar man die in de strijd gevallen is, lijdt veel meer. Laat ons nu afzien van valse sentimenten.
"Hier moeten we ons laten leiden door het besef dat alleen op de lange termijn van buitenlandse arbeiders een hoge productie kan worden gevraagd als ze tevreden zijn met hun lot. Ik zal niet toestaan dat mensen slecht worden behandeld.
"3) Onder geen enkele voorwaarde is het u als wervingscomité in het buitenland toegestaan zaken te beloven die volgens de uitgevaardigde richtlijnen en reglementen onmogelijk zijn en vanwege de oorlog niet kunnen worden waar gemaakt. Het is veel beter, arbeidsplicht in te voeren en te zeggen: 'U moet dit op u nemen en in ruil daarvoor zult u dezelfde rechten hebben als de arbeiders die in Duitsland werken.' Iedereen die in Duitsland werkt heeft rechten in Duitsland, zelfs als hij een Bolsjewiek is. We zullen er nauwlettend op toezien dat de naam van Duitsland niet wordt besmeurd. U kunt van mij iedere bescherming op uw eigen werkterrein verlangen maar geen enkele voor misdaden. De naam van onze natie is ons heilig. Voor de eerste keer in de Duitse geschiedenis zult u de principes van Duitse arbeid in het Reich moeten vertegenwoordigen. Weest u daar zich altijd van bewust."
(tot de getuige) Afgezien van de informatie die u van Rosenberg kreeg, ontving u nog andere rapporten betreffende wervingsmethoden?
SAUCKEL: Naast de informatie van Rosenberg en zijn brieven uit die tijd, kreeg ik geen andere directe klachten. Maar ik had nadrukkelijk bevel gegeven dat iedere klacht die door mijn dienst ontvangen werd, onmiddellijk moest worden doorgegeven aan de bevoegde Rijksautoriteiten voor onderzoek, bestraffing en het wegnemen van de grieven. Ik zou dit willen verklaren: Mijn dienst ontving een groot aantal klachten die op mij betrekking hadden; maar het waren klachten over onvoldoende aantallen arbeiders die ik ter beschikking stelde. Het was mijn taak dat te corrigeren. Voor de correctie van onvokomenheden in het bestuur, voor het uitschakelen van onjuiste maatregelen op diverse terreinen of binnen diverse bureau's had ik geen bevoegdheid omdat de Rijksautoriteiten op dat gebied zelf bevoegd waren.
Dr. SERVATIUS: Maar het had voor u van groot belang moeten zijn te weten wat daar gebeurde. Hoorde u niets over die incidenten. Werd er niets aan u gemeld?
SAUCKEL: Dat ik er vanuit humaan en persoonlijk oogpunt belang in stelde kan worden opgemaakt uit het feit dat ik me bezorgd maakte over deze zaken, hoewel die niet binnen mijn dienst vielen.
Dr. SERVATIUS: Maar u hebt het hier gehad over een geval waarin u werd gerapporteerd dat er een bioscoop was omsingeld. Misschien herinnert u zich het geval?
SAUCKEL: Bij een bezoek aan Veldmaarschalk Von Kluge hoorde ik vam hem dat aan hem was gerapporteerd dat binnen het gebied van zijn leger, of legergroep, een bioscoop omsingeld was en de bezoekers naar Duitsland waren overgebracht om te werken. Ik heb dat geval onhmiddellijk grondig laten onderzoeken en dat onderzoek duurde drie maanden. Getuigen zullen daarover kunnen getuigen als ze hier verschijnen. Het resultaat van het onderzoek was als volgt: Het was geen geval van arbeidswerving voor Duitsland. Een bouwploeg bij Rovno vierde in die bioscoop de voltooing van een hun taken en midden onder die viering werd een bevel ontvangen dat deze ploeg een nieuwe klus kreeg, een andere werkplek. De aannemer onderbrak toen de viering op een erg drastische manier door het onmiddellijke transport van deze arbeiders onder politiedwang te laten uitvoeren. Dat had natuurlijk niets te maken met mijn werk en mijn organisatie maar het kostte me drie maanden om achter de ware feiten over deze klacht van Von Kluge te komen. In elk geval waarin dergelijk klachten onder mijn aandacht kwamen onderzocht ik die, behandelde die en veroordeelde ze omdat ze mij niet hielpen.
Dr. SERVATIUS: We zullen nu van het onderwerp werving afstappen en ons bezig houden met de kwestie van het vervoer van deze mensen naar Duitsland. Wie was verantwoordelijk voor dat vervoer?
SAUCKEL: Voor het transport waren de Deutsche Reichsbahn en de autoriteiten, genoemd in mijn Richtlijn Nummer 4 - regionale kantoren en arbeidsbureau's - verantwoordelijk. Direct na het aanvaarden van mijn functie had ik een uitvoerig gesprek met Dr. Dorpmüller, de Reichstransportminister; zijn staatssecretaris, Dr. Ganzenmüller en zijn voorganger Dr. Kleinmüller en er werd overeengekomen dat het transport van arbeiders naar Duitsland op een correcte manier zou plaats vinden; dat de treinen moesten worden voorzien van voedsel voor de duur van de reis; dat wanneer er zich Russen in deze transporten bevonden, de wagons onder geen beding overvol mochten zijn en dat, zo mogelijk, personenwagons voor deze transporten moesten worden gebruikt. We werden het hier over eens, hoewel de Reichstransportminister zei dat van hem niet kon worden verwacht dat hij voor deze mensen beter transport ter beschikking zou stellen dan voor Duitse soldaten; maar hij kon in ieder geval garanderen dat de wagons niet overvol zouden zijn.
Dr. SERVATIUS: U hebt het Molotov rapport gezien, bewijsstuk USSR-51. U kent de inhoud waar de toestand van deze transporten wordt beschreven, er wordt gemeld dat de wagons overvol zaten, dat de stervenden naar buiten werden gegooid en op de rails achtergelaten en dat pas geboren kinderen onmiddellijk stierven. Werden dat soort toestanden aan u gerapporteerd of kwam u het in uw officiële positie te weten?
SAUCKEL: Zulke incidenten waren niet aan mij in mijn officiële positie gerapporteerd en die konden onmogelijk betrekking gehad hebben op transporten van arbeiders door mijn dienst.
Dr. SERVATIUS: Wat voor soort transporten hadden het dan kunnen zijn?
SAUCKEL: Voor zover ik hier uit het proces heb kunnen vaststellen moeten het transporten van gevangenen uit concentratiekampen geweest zijn die werden geëvacueerd. Ik weet het niet zeker maar ik kan het niet anders verklaren want ik zou zulke toestanden onder geen enkele voorwaarde hebben toegestaan en ik heb er ook nooit over gehoord. Zulke zaken waren voor ons geen voordeel.
De PRESIDENT: Waar is dat document, USSR-51?
Dr. SERVATIUS: USSR-51 is het officiële rapport wat ik in gedrukte vorm heb ontvangen. Ik heb een in het Duits gedrukt exemplaar. Ik neem aan dat het al bij het Tribunaal is ingediend, zo niet dan zal ik zien dat ik het krijg en het zelf indienen.
De PRESIDENT: Als het nummer USSR-51 heeft, moet het bij het Tribunaal zijn ingediend. Dat is het nummer van het bewijsstuk. Ik vraag me af of het nog een ander nummer heeft waaraan we het kunnen herkennen.
Dr. SERVATIUS: De Aanklager heeft mij document 054-PS overhandigd; dat is bewijsstuk USA-198; nummer 13 in het Engelse dossier "Slavenarbeid."
(tot de getuige) Daar, op pagina vier is sprake van een retourtransport en in verband daarmee worden erg slechte condities beschreven en bekritiseerd. Hebt u het gevonden? De passage begint met: "Zeer ontmoedigende effecten op het moreel van de vakarbeiders en de bevolking worden voornamelijk veroorzaakt door mensen die uit Duitsland terugkeren in een toestand ongeschikt voor werk of die al ongeschikt waren voordat ze naar Duitsland kwamen.
SAUCKEL: Dat kunnen alleen maar incidenten zijn die plaats vonden voordat ...
De PRESIDENT: We hebben de vraag nog niet gehoord, wel? De vraag kwam niet door, denk ik.
Dr. SERVATIUS: Ik zal de vraag nogmaals stellen. In dit document wordt melding gemaakt van retourtransporten vanuit Duitsland naar het Oosten en er worden twee transporten aan de kaak gesteld vanwege de abominabele toestanden die worden beschreven. Ik citeer uit het document:
"Zeer ontmoedigende effecten op het moreel van de vakarbeiders en de bevolking worden voornamelijk veroorzaakt door mensen die uit Duitsland terugkeren in een toestand ongeschikt voor werk of die al ongeschikt waren voordat ze naar Duitsland kwamen. Herhaalde malen al passeerden transporten met vakmensen op weg naar Duitsland retourtransporten met zulke ongeschikte mensen en ze hebben gedurende enige tijd naast elkaar op het spoor gestaan. Vanwege de onvoldoende zorg die aan deze retourtransporten werd verleend - zieken, gewonden of verzwakte mensen, meestal 50 of 60 per wagon, vaak vele dagen zonder goede verzorging en voedsel, gewoonlijk begeleid door slechts drie of vier man - en vanwege de vaak ongunstige - zij het overdreven - verhalen van deze gerepatrieerden over hun behandeling in Duitsland en onderweg, daarbij wat de mensen met hun eigen ogen konden zien, ontstonden ernstige angstgevoelens onder de vaklieden en anderen die naar Duitsland werden getransporteerd. Verschillende transportleiders, in het bijzonder die van de 62ste en 63ste Transportcompagnie rapporteerden in dit verband bijzonderheden. Bij een gelegenheid zag de leider van een transport vaklieden met zijn eigen ogen hoe een persoon die tijdens een retourtransport van honger was gestorven werd uitgeladen op een zijspoor. (1ste Lt. Hofmann van de 63ste Transportcompagnie op de basis Darniza). Bij een andere gelegenhied werd gemeld dat onderweg drie doden ...
De PRESIDENT: Ik denk niet dat u dit allemaal aan beklaagde hoeft voor te lezen. Hij kent het waarschijnlijk en kan er op antwoorden.
Dr. SERVATIUS: U ziet dat er wordt verwezen naar een rapport; wilt u er alstublieft iets over zeggen?
SAUCKEL: Met betrekking tot dit rapport zou ik het volgende willen zeggen: Deze afschuwelijke toestanden hadden onmiddellijk door de betrokken plaatselijke autoriteiten moeten worden onderzocht. Een rapport over de uitslag van het onderzoek heeft mij niet bereikt. Dit rapport hier is ook niet aan mij uitgebracht. Ik mag erop wijzen dat het vervoer van zieken, niet in staat tot werken, door mij strikt verboden was omdat dat een misdaad geweest zou zijn en een onmogelijkheid vanuit economisch standpunt. Ik zou onmogelijk kunnen zeggen wie deze treinen terugstuurde. Er is ook niet vastgesteld wat voor transporten het in feite waren. Het rapport vermeldt toestanden die al bestonden voordat ik in functie kwam. Ik heb – en ik zou dit in het bijzonder willen benadrukken – persoonlijk een besluit uitgevaardigd op grond waarvan zieken of zwangere vrouwen – ik heb persoonlijk bevel gegeven dat wanneer een retourtransport met zieken noodzakelijk was, het Duitse Rode Kruis personeel moest leveren om deze mensen gedurende de hele reis naar hun geboorteplaats te vergezellen. Deze orders kunnen in het dossier gevonden worden. Dergelijke afschuwelijke gevallen van nalatigheid en misdadigheid zijn daarom in tegenspraak met de duidelijke reglementen die door de Duitse arbeidsautoriteiten werden uitgevaardigd.
Dr. SERVATIUS: Hebt u Bad Frankenthal niet ingericht voor zieken die niet konden terugkeren?
SAUCKEL: In mijn eigen Gau was het niet Bad Frankenthal maar Bad Frankenhausen, Kyffhäuser, die ik ter beschikking stelde aan zieke Sovjet arbeiders. Bovendien heb ik in Edendorf bij Weimar een grote school met 100 bedden laten reserveren voor typhuspatiënten en Russische krijgsgevangenen. Op eigen initiatief deed ik dus al het mogelijke om te helpen in gevallen van ziekte en vergelijkbare zaken. Het was ook verboden om mensen terug te sturen die ziek waren.
De PRESIDENT: We kunnen nu beter pauzeren.
(de zitting werd geschorst.)

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
totale oorlog
Een oorlog waarbij ook de burgerbevolking betrokken is en waarin alles in dienst is gesteld van de oorlogsvoering.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
30-11-2007
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.