Godfried Bomans, oorlogsdagboek

Godfried Bomans als oorlogsverslaggever

Inhoudsopgave

Begin 1939 was Godfried Bomans van Amsterdam naar Nijmegen verhuisd om in die stad psychologie en wijsbegeerte te gaan studeren. Op 9 mei 1940 zat hij met Hans Triebels voor het eerst van zijn leven aan een uitgebreide rijsttafel in restaurant ‘Germania’ aan het Keizer Karelplein. Na de maaltijd gingen ze op het buitenterras nog een glas wijn drinken. Ze hoorden geweerschoten en luisterden een tijdje zwijgend. Toen zei Triebels: “De Duitsers” (Werken VII, p. 297).

Die gebeurtenis was te massaal om er iets tegenover te stellen en ze keuvelden nog even door. Met een enorme explosie ging de Sint Annabrug de lucht in. Bomans vertrok en zocht zijn kamer op. Toen het licht was geworden, ging hij weer naar buiten en zag voor het eerst Duitse soldaten. Zij “stonden recht overeind in de voorbijrollende tanks. (..) Ik dacht”, schreef Bomans in 1960, “dit is een historisch ogenblik. De bewustheid hiervan bewijst, dat ik niets voelde. (..) Ik stond naar die onwezenlijk voorbijglijdende colonnes te kijken met de gedachte: ‘Dit is 10 mei 1940; inval der Duitse troepen in Nederland.’”

Bomans had geen gevoelens van verzet of haat, “Hoewel ik later”, vervolgde hij, “toen de druk van de laarzen voelbaar werd, geen gelegenheid verzuimde om hen een hak terug te zetten, was er op het moment zelf alleen… nieuwsgierigheid” (p. 298). Voor haat was het nog te vroeg. Wel was er “een besef van radeloosheid, een totale desoriëntatie. Ik bemerkte dit overal”, schreef Bomans. “Men begreep in de verste verte niet, waar men aan toe was” (p. 299).

De oorlog met de Duitsers was in 5 dagen voorbij, daarna volgde wel vijf jaar bezetting. De Duitse laarzen gingen drukken. Op 25 september 1941 werd de Kultuurkamer opgericht. Dat was een organisatie waarbij kunstenaars en schrijvers zich moesten aansluiten, om hun werk te kunnen blijven doen. Uit protest tegen de Duitse bezetters en de Kultuurkamer – in feite een organisatie voor nazi-propaganda en censuur - weigerden schrijvers massaal lid te worden. Hun boeken mochten niet meer verkocht worden. Voor veel schrijvers was het offer dat zij voor hun daad van verzet brachten, gering. Voor Bomans lag dat totaal anders. Hij had net een bestseller geschreven. In minder dan een jaar tijd, was ‘Erik of het klein insectenboek’ aan zijn tiende druk toe. Bomans ontving 15% van de verkoopwaarde. In de bezettingstijd is er na 1941 geen enkel boek van hem meer verkocht. Deze vorm van verzet kostte Bomans een smak geld.

Begin 1942 werd het onrustig op universiteiten en hogescholen. In collegezalen werden razzia’s gehouden. Vele honderden studenten werden afgevoerd naar kampen. Het universitaire leven kwam in belangrijke mate stil te liggen. In maart 1943 moesten studenten de loyaliteitsverklaring tekenen, om te kunnen blijven studeren. Daarin verklaarde de student dat hij zich aan de wet zou houden én “zich zal onthouden van iedere tegen het Duitse rijk, de Duitse weermacht of de Nederlandse autoriteiten gerichte handeling”. Bijna geen student tekende hiervoor. De universiteiten sloten hun poorten.

Godfried Bomans verliet Nijmegen. Nu hij geen ‘werk’ meer had, liep hij net als andere studenten een groot risico opgepakt te worden, om in Duitsland dwangarbeid te moeten gaan verrichten. Hij kwam bij verzetsman Mari Andriessen in huis, met wie hij al vanaf het begin van de oorlog bevriend was. Volgens het biografische boek over de jonge Bomans van Michel van der Plas dook Bomans onder. Hij bleef enkele weken bij Andriessen. Toen huurde Bomans gewoon een huis aan de Zonnelaan in Haarlem. Daar liet hij later het gezin van Andriessen een poosje onderduiken. Ook enkele Joden verbleven in zijn huis, voor langere tijd. Dat had Bomans de kop kunnen kosten, maar hij haalde, net als zijn gast Hans Lichtenstein, gezond en wel, maar sterk vermagerd, de bevrijding.

Bomans bleef in de bezettingstijd goed op de hoogte door, volgens de Duitsers, veel naar de stem van de vijand te luisteren: de B.B.C.-uitzendingen. Radiobezit was verboden en wie betrapt werd, werd streng gestraft. Zelfs van de avondklok trok hij zich niets aan. Als iedereen verplicht binnen zat, was hij vaak buiten. Journalist Henk Lunshof schreef in het boek ‘Herinneringen aan Godfried Bomans’: “Bijna twee jaar was hij dagelijks een gast in mijn huis”. Doordat Lunshof in de buurt woonde, was dat contact mogelijk. Over de bewegingsvrijheid die Bomans genoot, schreef Lunshof: “De Duitsers hadden een avondklok ingesteld, maar wind en weer trotserend, trok Bomans zich van dit barse bevel niets aan, door steeds met een opgestoken parapluie bewapend - regen of geen regen - mij op te zoeken en, laat, zachtjes heen te gaan”.

In de zomer van 1943 ontmoette Bomans Lunshof voor het eerst in het huis van de beeldhouwer Mari Andriessen. Andriessen werd na de oorlog bekend als maker van het verzetsmonument ‘De Dokwerker’ in Amsterdam. Bij hem ontmoette Bomans ook de muzikant Hans Lichtenstein, die sinds 1930 in ons land woonde. Tot 10 mei 1940 was Lichtenstein dirigent van een Joods operettegezelschap. Dat werd door de Duitsers opgeheven. Later begon de Jodenvervolging én de deportaties naar het oosten. Meestal volgde daarop de dood, door vergassing of uitputting. Lichtenstein had al diverse onderduikadresjes gehad voordat Bomans hem onderdak aanbood. Lichtenstein nam het aanbod aan. Het huis aan de Zonnelaan werd wat vertimmerd zodat er schuilmogelijkheden kwamen. Daarvan moest af en toe gebruik worden gemaakt.

Bomans ging vaak bij Lunshof langs. Lunshof was journalist bij ‘De Telegraaf’ geweest. Toen die krant een sterk anti-Joods hoofdartikel had geplaatst, nam hij uit protest in 1942 ontslag. Hij voerde met Bomans eindeloze gesprekken, vaak over het geloof. In 1944-1945 ontmoetten ze elkaar ook in het bijzijn van Anton van Duinkerken, schrijver en hoogleraar Nederlandse letterkunde, en Piet Bakker, journalist en schrijver van de trilogie "Ciske", voor een hoogst illegale zaak in die tijd: de voorbereidingen van een weekblad dat na de bezetting zou gaan verschijnen. Op 27 oktober 1945 was het zo ver: ‘Elseviers Weekblad’ verscheen voor het eerst, met Lunshof als hoofdredacteur, Bomans als redacteur.

In diezelfde tijd haalde Bomans meer van hetzelfde uit. Hij ontmoette journalist Joop Lücker en professor C.P.M. Romme. Lücker was jounalist geweest bij ‘De Telegraaf’. Uit protest tegen de pro-Duitse koers van die krant nam hij in 1944 ontslag. Professor Romme was eerder minister geweest. Met z’n drieën kwamen ze bijeen om na de bezetting een nieuwe krant van de grond te tillen. Op 8 mei 1945, drie dagen na de bevrijding, kwam de eerste ‘Volkskrant’ uit. Door de enorme schaarste - aan alles was een groot tekort - bestond die krant uit enkele velletjes bedrukt papier.

Op 6 juni 1944 landden de geallieerde legers op de stranden van Normandië. Na zeven weken van felle strijd waren de Amerikaanse en Engelse legers amper 50 kilometer in Frankrijk doorgedrongen. Daarna kraakte het Duitse front en begon een snelle opmars. Parijs werd op 25 augustus bevrijd, Brussel volgde op 3 september. Op die zondag was Radio Oranje in de lucht, vanuit Londen. De toespraak namens koningin Wilhelmina begon met: “Gij weet dat de bevrijding voor de deur staat”. De volgende dag werd Antwerpen bevrijd. ‘s Avonds sprak minister-president Gerbrandy voor Radio Oranje de volgende woorden uit: “De geallieerde legers (hebben) in hun onweerstaanbare opmars de Nederlandse grens overschreden”, terwijl de Nederlandse uitzending van de BBC later meldde: “Breda is bevrijd.” De volgende dag werd dit bericht herhaald.

S. Montag (Henk Hofland) schreef daarover in NRC Handelsblad (9-9-2007):“Op 5 september (1944) gingen de Rotterdammers langs de weg staan om de Bevrijders te begroeten. Op straat werden alvast vreugdedansen uitgevoerd. Dolle Dinsdag was uitgebroken.”

In heel Nederland werd gedacht dat de bevrijding nog slechts een kwestie van dagen was. De opwinding was bijzonder groot. Die dinsdag was ook dol voor Nederlanders die de Duitsers trouw waren gebleven, met name NSB-ers. Zij zochten een goed heenkomen. In de roes van die dagen begon Bomans aan zijn ‘Journaal’. Hieronder staat een selectie van citaten die alle afkomstig zijn van dat dagboek. De typografie en oorspronkelijke spelling zijn zo veel mogelijk gehandhaafd. Dit dagboek is opgenomen in Werken I (p. 684 – p. 718), de eerste van zeven dikke bundels, waarin het werk van Bomans grotendeels is verzameld.

Definitielijst

avondklok
Verbod om zich 's avonds of 's nachts op straat te bevinden.
Germania
De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
Lichtenstein
Duits AI radar systeem aan boord van een nachtjager.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Radio Oranje
Radiozender die gedurende WO II vanuit Londen uitzond. Speciaal gericht op het bezette Nederland.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Godfried Bomans
(Bron: Herinneringen aan Godfried Bomans, p. 25)

Informatie

Artikel door:
Edward Krabbendam
Geplaatst op:
31-12-2007
Laatst gewijzigd:
03-05-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.