Verhoor Arthur Seyss-Inquart 3

Ochtendzitting 1 12-06-1946

Inhoudsopgave

(De beklaagde Seyys-Inquart neemt weer plaats in de beklaagdenbank.)
BODE: (Kolonel Charles W. Mays): Geacht Tribunaal, de mededeling wordt gedaan dat beklaagden Hess en Jodl afwezig zijn.
M. DEBENEST: Beklaagde, u bent het ermee eens dat belangrijke voorraden naar Duitsland werden gestuurd?
SEYSS-INQUART: Ja, dat is volkomen waar.
M. DEBENEST: Betreffende een ander stelsel, plundering, dat in Nederland werd toegepast, zou ik u een document willen overhandigen dat bovendien aangeeft dat u niet de enige was die deelnam aan deze plundering; maar Göring en het OKW zijn er ook bij betrokken. Dit is document F-868, dat wordt bewijsstuk RF-1530. Het betreft een telex, door het OKW aan u geadresseerd en getekend door Reinecke. Deze telex is gedateerd 5 december 1940 en begint als volgt:
"Bespreking op het kantoor van de Reichsmarschall op 7 oktober 1940. Regeling betreffende het verzenden en meevoeren van handelsgoederen uit Holland door leden van de strijdkrachten of door daaraan toegevoegde eenheden.
"Met goedkeuring door de Reichsmarschall en de Rijkscommissaris voor bezet Nederland worden de tot nu toe van kracht zijnde regelingen voor verzenden en meevoeren van handelsgoederen uit Holland ingetrokken. Leden van de strijdkrachten en van de eenheden, organisaties en aanverwante organen daaraan toegevoegd" - dan volgt de beschrijving van deze organen - "evenals officials van de in Nederland werkende diensten kunnen, binnen de hen ter beschikking staande mogelijkheden, per militaire post pakketten met een maximungewicht van 1000 gram, zonder enige beperking in aantal naar huis verzenden. Als het pakket meer dan 250 gram weegt ....., " ik ga het volgende niet voorlezen, dat betreft posttarieven; " .... het meenemen van handelsgoederen bij gelegenheid van verlof of andere grensoverschrijding is niet aan enige beperking onderhevig."
Deze regeling werd met uw goedkeuring opgesteld, niet waar?
SEYSS-INQUART: "Goedkeuring" is in dit geval wat sterk uitgedrukt. Er is hier geen sprake van een autoriteit voor inbeslagname, maar eerder instructies voor het transport. Deze zaken moesten op een of andere manier worden gekocht. Ze konden niet in beslag worden genomen. De Reichsmarschall besloot hiertoe en ik zette het in gang. Dat was het zogenaamde "Schlepp Erlass", wat betekent dat iedere soldaat die terugkwam uit Nederland net zoveel mocht meenemen van de zaken die hij had gekocht als hij kon dragen. En ik gaf toen in overeenstemming met het militaire besluit dit bevel voor burgers. Ik meen dat dit besluit na twee jaar werd ingetrokken want er werd voortdurend gewezen op het feit dat dit in het bijzonder de zwarthandel in de hand werkte.
M. DEBENEST: Ik zei niet dat het om rekwisities ging. Gisteren zei ik u dat er massale rekwisities hadden plaatsgevonden en u antwoordde dat dat juist was. Vandaag zeg ik u, en ik overleg dit document om u te tonen dat er nog een andere manier was om de Nederlandse productie te plunderen.
SEYSS-INQUART: Maar u noemde eerder confiscatie. Ik wilde dat punt alleen maar rechtzetten.
M. DEBENEST: Ik had het er gisteren alleen maar over. Laten we verder gaan. Kunt u mij vertellen wat de taak van de Gedelegeerde voor het Vierjarenplan was?
SEYSS-INQUART: Ik kan me de formulering van dit besluit niet herinneren. Ik geloof dat het hier is voorgelezen. In elk geval ging het over de regeling van de gehele economische rijkdom binnen de Duitse invloedssfeer ten voordele van het door Duitsland gevoerde beleid en tijdens de oorlog natuurlijk ten voordele van de oorlogseconomie.
M. DEBENEST: Wie gaf bevel tot inbeslagname van de eigendommen van de Vrijmetselaars?
SEYSS-INQUART: Ik moet toegeven dat ik dat echt niet weet. De zaak kwam pas onder mijn aandacht toen de eigendommen al waren geconfisceerd. Ik neem aan dat dit van Himmler afkomstig was via Heydrich.
M. DEBENEST: Goed, ik zal uw geheugen opfrissen. Ik zal u document F-865 laten overhandigen; dat wordt bewijsstuk RF-1531. Het betreft een brief die van u afkomstig is, niet waar? Die is gedateerd 11 maart 1944 en door u getekend, niet waar?
SEYSS-INQUART: Dat is helemaal juist.
M. DEBENEST: Goed. U drukt zich in deze brief als volgt uit:
"Geachte Dr. Lammers, Ik heb de eigendommen van de Vrijmetselaars in Nederland in beslag laten nemen. Daar de inbeslagname via mij is verlopen, dat wil zeggen via een regeringsinstantie, anders dan confiscaties in andere gebieden, is het aan de Reichsfinanzminister om te beslissen over het verdere gebruik hiervan. Ik heb vandaag een brief aan de Reichsfinanzminister geschreven en ik voeg een afschrift voor u bij. Ik verzoek u mijn voorstel te steunen."
U hoorde dus pas over deze inbeslagname nadat die had plaatsgevonden, omdat u die zelf had uitgevoerd, is dat waar?
SEYSS-INQUART: Ik blijf bij mijn eerste uitspraak. De vraag was wie hiertoe besloot; ik begreep van u dat u mij vroeg wie de persoon in het Reich was die dit had geëist. Het is een feit dat ik pas over deze hele zaak hoorde een paar maanden nadat het gebeurd was. Toen nam ik die inbeslagname over en liet die tot het einde toe uitvoeren door mijn instanties en toen schreef ik die brief. De uitvoering berustte dus bij mij.
M. DEBENEST: U zei net - en ik heb de vertaling heel goed begrepen - dat u er pas over hoorde nadat het was gebeurd. U spreekt uw eigen verklaringen tegen, zoals ik gisteren bij diverse gelegenheden kon opmerken toen de documenten aan u werden overlegd.
SEYSS-INQUART: Ik heb dat niet begrepen. Stelt u mij een vraag?
M. DEBENEST: Ik maak alleen maar een opmerking. Was de inbeslagname van de eigendommen van de Vrijmetselaars een grote onderneming?
SEYSS-INQUART: Ja, zeker. Ik zou willen zeggen dat daar door een andere instantie mee werd begonnen. De eigendommen werden inbeslaggenomen, toen nam ik die taak over en liet die door mijn bevoegde instanties voltooien.
M. DEBENEST: Hebt u regelingen getroffen voor het gebruik van de middelen die deze confiscatie opleverde?
SEYSS-INQUART: Ik deed het voorstel dat dit geld aan de Partij zou worden gegeven.
M. DEBENEST: U hebt dit van te voren besproken?
SEYSS-INQUART: Ik heb ook een brief geschreven. Ik denk dat de bijlage bij de brief aan de Minister van Finaciën, die net is genoemd, het voorstel bevat dat deze eigendommen aan de Partij moesten worden overgedragen.
M. DEBENEST: Dreigde u de mensen in Nederland niet te laten verhongeren als gevolg van de spoorwegstaking van september 1944?
SEYSS-INQUART: U kunt het als een bedreiging zien, ik omschreef het in ieder geval als zeer waarschijnlijk.
M. DEBENEST: Hebt u de secretaris-generaal gevraagd deze staking te beëindigen?
De PRESIDENT: Meneer Debenest, het Tribunaal wil graag verder onderzoeken wie bevel gaf tot inbeslagname van de eigendommen van de Vrijmetselaars.
(tot de beklaagde) Beklaagde, weet u wie opdracht gaf voor die inbeslagname?
SEYSS-INQUART: Ja, dat weet ik. De inbeslagname werd bevolen door Heydrich en werd door de politie in gang gezet. Daarna begon een vertrouweling van de Partij met de eigenlijke inbeslagname en in die fase nam ik het over en droeg het over aan mijn eigen diensten.
De PRESIDENT: Wanneer werd opdracht gegeven tot deze inbeslagname?
SEYSS-INQUART: In de eerste paar maanden. Het hele geval ging erg snel. Het was slechts een kwestie van weken.
De PRESIDENT: Werd er een reden voor gegeven?
SEYSS-INQUART: De Vrijmetselaars werden als vijanden van het Reich beschouwd op grond van het besluit voor het overnemen van eigendommen van diegenen die vijandig tegenover het Reich stonden.
De PRESIDENT: Was dat bevel van Heydrich schriftelijk?
SEYSS-INQUART: Dat kan ik niet zeggen. Het ging naar de SIPO en de commandant van de SIPO bevestigde de uitvoering ervan. Ik neem aan dat het een telex was, hoewel deze hele actie van tevoren voorbereid had kunnen zijn.
De PRESIDENT: Bedoelt u dat u dit uitvoerde zonder een of andere schriftelijke opdracht?
SEYSS-INQUART: Ik ontving een rapport van de SIPO - het kan schriftelijk of mondeling geweest zijn - dat deze inbeslagname door het RSHA werd uitgevoerd en in die fase nam ik de zaak over.
De PRESIDENT: Hoe hoog was het bedrag waar het bij de inbeslagname om ging?
SEYSS-INQUART: Ik meen dat het uiteindelijke bedrag meer dan 8 of 9 miljoen gulden was.
De PRESIDENT: U zei toen denk ik, dat u voorstelde dat het aan de Partij moest worden overgedragen?
SEYSS-INQUART: Ja, ik stelde voor dat deze 9 miljoen aan de Partij moest worden overgedragen.
De PRESIDENT: En gebeurde dat?
SEYSS-INQUART: Nee, daarover heb ik geen besluit ontvangen. Deze eigendommen moeten in Nederland gebleven zijn in een of andere vorm van waardepapieren, waarschijnlijk in schatkistpromessen.
De PRESIDENT: U was Rijkscommissaris voor Nederland, niet waar? Wat gebeurde er met het geld?
SEYSS-INQUART: Het geld werd op een bankrekening gestort en misschien werden er schatkistpromessen mee gekocht. Het werd als apart fonds beschouwd en verder niet gebruikt.
De PRESIDENT: Maar dit was allemaal in 1940, niet waar?
SEYSS-INQUART: Ik schat dat de inbeslagname tot 1942 duurde en vanaf die periode bleef het geld op een rekening staan.
De PRESIDENT: Welke bank was dat?
SEYSS-INQUART: Dat kan ik u niet zeggen, Meneer de President. Maar de Nederlanders hebben dit ongetwijfeld vastgesteld.
De PRESIDENT: En toen u zei dat het in de eerste paar maanden in beslag werd genomen, bedoelde u in 1940, niet waar?
SEYSS-INQUART: Ja, direct na de inval.
De PRESIDENT: Gaat u verder, Meneer Debenest.
M. DEBENEST: Werden de middelen uit deze liquidatie op dezelfde manier gebruikt als het geld uit de liquidatie van Joodse eigendommen?
SEYSS-INQUART: Voor het grootste deel werden de opbrengsten van de liquidatie van Joodse eigendommen overgedragen aan de Vermögensverwaltung und Rentenanstalt. De fondsen werden niet leeggehaald maar er werden bepaalde uitgaven uit gedaan. Bijvoorbeeld de bouw van Kamp Vught werd uit deze opbrengsten betaald. De middelen die vrijkwamen uit de liquidatie van Joodse eigendommen bedroegen misschien 400 miljoen gulden of iets meer. Die werden echter niet overgenomen.
M. DEBENEST: Hoe werden de middelen feitelijk gebruikt? Werden die gebruikt ten gunste van de Duitse regering of voor welk ander doel?
SEYSS-INQUART: De Joodse eigendommen werden allereerst in beslaggenomen. Daarna werden ze zover als mogelijk geliquideerd en we noemden dat "Arisering." De opbrengsten van de Arisering werden bijeen gebracht in de Vermögensverwaltung und Rentenanstalt, maar werden als geheel niet ....
M. DEBENEST: Neem me niet kwalijk maar wilt u directer antwoorden zonder ons te vertellen hoe deze liquidatie in zijn werk ging. Ik vroeg u naar het gebruik van de middelen.
SEYSS-INQUART: De middelen werden helemaal niet gebruikt. De 400 miljoen gulden moeten in deposito zijn gegeven bij de Vermögensverwaltung und Rentenanstalt in Nederland, gedeeltelijk in Nederlandse waardepapieren en gedeeltelijk in de originele aandelen. Slechts relatief kleine bedragen werden voor speciale doelen gebruikt. Ik geloof dat het grootste bedrag 14 miljoen was dat gebruikt werd voor de bouw van Kamp Vught. Ik vestigde de aandacht van de Rijksminister van Financiën op ..
M. DEBENEST: Pardon, ik stelde u een vraag. Werden de fondsen uit deze liquidatie gebruikt ten gunste van het Reich? Ja of nee?
SEYSS-INQUART: Nee, tenzij u de bouw van Kamp Vught beschouwt als het gebruik van de opbrengsten ten behoeve van het Reich; maar de fondsen werden gebruikt omdat Kamp Vught een Joods verzamelkamp moest worden.
M. DEBENEST: U beschouwt de bouw van Kamp Vught dus als in het belang van de Nederlanders?
SEYSS-INQUART: Dat was het zeker. De kosten van het Kamp Vught werden, voor zover ik weet uit deze fondsen betaald - ik geloof dat er 14 miljoen werd uitgegeven - omdat dit kamp een Joods verzamelkamp moest worden. Het was pas later dat Himmler er een concentratiekamp van maakte.
M. DEBENEST: Dat is een mening en het Tribunaal zal daarover beslissen. Maar wat betreft de eigendommen van de Vrijmetselaars, wat werd er gedaan met de sommen uit deze liquidatie, waarvoor precies werden die gebruikt - voor het Reich of ook voor de bouw van concentratiekampen in Nederland?
SEYSS-INQUART: Noch voor het een, noch voor het ander.
De PRESIDENT: Meneer Debenest, hij heeft al gezegd, niet waar - ik dacht dat hij al duidelijk had gezegd in deposito bij een onbekende bank en dat er ongeveer 400 miljoen afkomstig was van Joden.
SEYSS-INQUART: Meneer de President, ik ken de bank. De eigendommen van de Joden zijn gedeponeerd bij de Vermögensverwaltung und Rentenanstalt.
M. DEBENEST: Goed, ik ga u nu een document overleggen, een brief, nummer F-864 bewijsstuk RF-1532. Dit document vermeldt precies de bestemming van de eigendommen die op die manier werden geliquideerd. Allereerst geeft u aan het begin van de brief aan dat het totaal van die liquidatie tot aan die datum volgens u 6.134.662 gulden bedroeg en u geeft aan dat dit geld zich bevindt in de Reichsstiftung van Nederland. Dit is een Duitse organisatie en geen Nederlandse zoals ik begrepen heb. U geeft verder aan hoe de diverse sommen moeten worden toegewezen.
De PRESIDENT: Ik denk dat u zich niet hoeft te vermoeien met details over waar het zich bevindt. Hij zegt dat het op de bank staat.
M. DEBENEST: Precies, Meneer de President, ik wilde alleen maar die paar regels aan het einde lezen waar hij nauwkeurig de toewijzing van de diverse bedragen aangeeft.
“Ik meen dat ik handel in overeenstemming met uw bedoelingen als ik aanneem, met verwijzing naar de geliquideerde eigendommen van de Vrijmetselaars dat die ook, zoals we met betrekking tot Joodse eigendommen hebben besproken, gebruikt moeten worden voor bijzondere doeleinden in Nederland, overeenkomstig een afspraak die wij nog moeten maken.”
Uw bedoeling was dus de bedragen op dezelfde manier te gebruiken als het Joodse kapitaal, niet waar?
SEYSS-INQUART: Dat staat er helemaal niet.
M. DEBENEST: We hebben het op schrift. Dat is nog beter.
SEYSS-INQUART: Het gebruiksdoel is volkomen duidelijk. De Reichsfinanzminister wilde controle over het Joodse kapitaal uitoefenen ik vestigde zijn aandacht op het feit dat het nog niet was opgeëist, ik stelde voor dit geld niet naar het Reich te halen maar af te wachten en te zien hoe de gebeurtenissen zich ontwikkelden.
M. DEBENEST: Deed u hem geen voorstel dat het voor hetzelfde doel gebruikt moest worden?
SEYSS-INQUART: Ik stelde hem voor het voor bepaalde doelen in Nederland te gebruiken, dat wil zeggen, dat geld niet naar het Reich over te maken maar het in Nederland te laten; maar het gebruik ervan moest geheel open worden gelaten. Hij wilde het naar het Reich overmaken.
De PRESIDENT: Meneer Debenst, ik denk dat u verder moet gaan.
M. DEBENEST: Ik dacht dat we dat aan het oordeel van het Tribunaal over konden laten.
Laten we teruggaan naar de kwestie van de spoorwegstaking. Hebt u de secretaris-generaal niet gevraagd die stakingen te beëindigen?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Hebt u een embargo ingesteld op de transportmiddelen en het voedsel dat al onderweg was?
SEYSS-INQUART: Zeker.
M. DEBENEST: Dat was u, niet waar?
SEYSS-INQUART: Ja, dat zei ik gisteren.
M. DEBENEST: U wist destijds dus heel goed wat de voedselsituatie in Nederland was en de ernstige gevolgen die uw beslissing onvermijdelijk zou hebben– een zeer ernstige beslissing.
SEYSS-INQUART: Nee, niet echt. Het feit was dat het verkeer al ernstig verstoord was door de opvorderingen door de strijdkrachten en het was slechts een kwestie van het vinden van een middenweg en na het veiligstellen van de behoeften van de strijdkrachten, die mij dringend toeschenen, het transport van voedsel naar Nederland te hervatten. Als de spoorwegstaking niet was uitgebroken zou ik erin zijn geslaagd de strijdkrachten ervan te overtuigen, af te zien van het vorderen en de scheepvaart zou ongemoeid zijn gebleven.
M. DEBENEST: Maar we hebben het niet over de strijdkrachten. U wist heel goed dat op het moment waarop u een embargo op de schepen, op de vloot legde dat dat het moment was waarop die voedsel voor de winter naar Nederland vervoerden.
SEYSS-INQUART: Ja, op het moment dat ik het embargo afkondigde was er in feite al geen verkeer meer en die paar schepen die voedsel vervoerden werden door de strijdkrachten gevorderd, samen met het voedsel.
M. DEBENEST: Uw beslissing was dus nutteloos?
SEYSS-INQUART: Nee, want bij het nemen van dit besluit haalde ik de strijdkrachten over die vordering zo kort mogelijk te laten zijn en zij beloofden mij dat de schepen die ik had uitgekozen door hen ongemoeid zouden worden gelaten.
M. DEBENEST: Hoe lang duurde dat embargo?
SEYSS-INQUART: Ik meen dat ik tussen 15 en 20 oktober het hoofd van mijn transport departement instructie gaf het embargo op te heffen. Feitelijk duurde het een paar weken langer omdat de Nederlandse transportorganisatie niet functioneerde.
M. DEBENEST: Tot aan welke datum ongeveer?
SEYSS-INQUART: Het kan hebben geduurd tot midden november.
M. DEBENEST: Was dat niet de periode waarin het verkeer het meest intensief was?
SEYSS-INQUART: Dat klopt helemaal. In november en december konden we net genoeg voedsel Nederland binnen brengen om die op zijn hoogst zes weken durende vorstperiode te overbruggen; en in september had ik de vaste overtuiging dat ik in november en december de scheepvaartfaciliteiten ter beschikking zou hebben.
M. DEBENEST: En had u die ook ter beschikking?
SEYSS-INQUART: Helaas, nee. Vanwege het falen van de Nederlandse transportautoriteiten, gecombineerd met de andere oorlogstoestanden stonden deze faciliteiten niet tot mijn beschikking.
M. DEBENEST: Maar u wist heel goed dat de beslissing die u nam, ernstige gevolgen kon hebben?
SEYSS-INQUART: In september was deze beslissing niet zo ernstig alswel het feit dat de strijdkrachten, vanwege de spoorwegstaking, ernstige behoefte hadden aan dit transport en deze faciliteiten en omdat het aan mij was de belangen van het Reich veilig te stellen kon er door het Duitse volk geen ernstiger beschuldiging tegen mij worden geuit dan door te zeggen dat ik niet al het menselijk mogelijke deed om te helpen die strijd te winnen.
M. DEBENEST: Het Tribunaal zal nota nemen van uw antwoord.
De PRESIDENT: Meneer Debenest, u hebt dit onderwerp gisteren toch al behandeld?
M. DEBENEST: Ik denk het niet, Meneer de President.
De PRESIDENT: Nou, het embargo op scheepvaart is gisteren wel degelijk behandeld.
M. DEBENEST: Meneer de President, ik denk dat ik het gisteren alleen heb gehad over het opvorderen dat plaats vond en ik heb slechts een of twee vragen van economische aard gesteld. Ik denk niet dat ik dit onderwerp behandeld heb. Als dat wel zo is, dan verontschuldig ik mij bij het Tribunaal. In ieder geval ben ik er mee klaar.
(tot de getuige) Wat was de positie van de Nederlandse Bank bij uw aankomst in 1940?
SEYSS-INQUART: De Nederlandse Bank als uitgiftebank was meen ik opgericht op basis van een privé bank. De president was meneer Trip. De staat had waarschijnlijk een zekere invloed omdat het de bank van uitgifte was.
M. DEBENEST: Geeft u ons een kortere uitleg.
SEYSS-INQUART: Dat zou dan niet de volle waarheid zijn.
M. DEBENEST: Dekten de goudreserves het bedrag aan uitgegeven bankbiljetten?
SEYSS-INQUART: Dat neem ik aan op basis van de gouddekking of de reserves in gouden valuta. In feite was de gouddekking hoger dan het bedrag aan uitgegeven bankbiljetten. De Nederlandse Bank bezat meer goud en gouden valuta dan aan bankbiljetten in omloop.
M. DEBENEST: En hoe was de toestand op het moment van de Duitse capitulatie?
SEYSS-INQUART: Er waren enkele miljarden guldens aan papiergeld in omloop en misschien nog eens 23 miljoen in gouden muntgeld.
M. DEBENEST: Maar, bovenal Reichsmarken?
SEYSS-INQUART: Nee, ik zei 23 miljoen in gouden muntgeld. De rest van de dekking bestond misschien uit bankpapier uit het Reich.
M. DEBENEST: Was u niet degene die opdracht gaf voor het afschaffen van de valutagrenzen. Wilt u antwoord geven?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Was u het volkomen eens met de noodzaak van het afschaffen van deze grenzen?
SEYSS-INQUART: Het voorstel kwam van mijn departement. Ik nam het over. De heer Trip protesteerde. Ik stuurde het toen naar Berlijn. In Berlijn besliste de Reichsmarschall er positief over. Reichsminister Funk was er tegen; ik voerde het voorstel uit dat ik had gedaan en dat door de Reichsmarschall was goedgekeurd.
M. DEBENEST: Maar persoonlijk stemde u ermee in?
De PRESIDENT: Wat bedoelt u precies met die valutagrenzen die u nu behandelt? We willen alleen maar begrijpen waar u het over heeft.
M. DEBENEST: Ik bedoel het vrije verkeer van Duitse valuta in Nederland.
(tot de getuige) Moest Nederland ook geen grote bedragen betalen in de vorm van zogenaamde vrijwillige bijdragen voor onder andere de strijd tegen het Bolsjewisme?
SEYSS-INQUART: Ik dacht dat ik deze zaak heel duidelijk had uitgelegd. Het Reich eiste gedurende een bepaalde periode als directe bezettingskosten 50 miljoen Mark voor de verdediging van Nederland. In Nederland noemden we dat een vrijwillige bijdrage om voor de hand liggende politeke redenen. In werkelijkheid was het een eis van het Reich die hoe dan ook betaald moest worden en ik zou geen enkele Nederlander ervan willen beschuldigen dat hij zijn bijdrage vrijwillig betaalde.
M. DEBENEST: U keurde deze maatregelen goed, niet waar?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Wat waren de financiële en economische gevolgen van al deze maatregelen?
SEYSS-INQUART: De financiële gevolgen waren een sterk toegenomen aantal bankbiljetten in circulatie en uitzonderlijk hoge banktegoeden die zowel in het Reich als in alle andere bezette landen gelijk bleven. We pasten een systeem toe in Nederland, een ander in Frankrijk en gezien de ineenstorting van het Reich waren de financiële gevolgen hetzelfde. Als Duitsland de oorlog niet had verloren, zou Nederland een vordering van meer dan 4.500 miljoen gulden op een onafhankelijk Duitsland hebben gehad.
M. DEBENEST: Goed. Wilt u nu kijken naar document 997-PS dat u gisteren in handen had. Ik zal u voorlezen wat u over deze maatregelen dacht. Het staat op pagina 14 van de Franse tekst en pagina 12 van de Duitse. Het is het uitvoerige verslag van Seyss-Inquart, RF-122, 997-PS.
U schrijft daar, ik lees vanaf de zesde regel:
“Deze regeling gaat ver uit boven alle vergelijkbare regelingen die in de nationale economieën van aangrenzende landen zijn ingevoerd, waaronder het Protectoraat.”
Pagina 12 van de Duitse tekst, pagina 14 van de Franse:
“Het vertegenwoordigt in feite de eerste stap op weg naar een monetaire eenheid, het belang van de overeenkomst beschouwend die bijna de onafhankelijkheid van de Nederlandse Staat beïnvloedt.”
En dan voegt u eraan toe:
“....het is van beslissend belang dat de president van de bank, de heer Trip die in de westerse bankwereld en financiële kringen als zeer goed bekend staat, deze overeenkomst in hierboven genoemde zin uit eigen vrije wil tekende.”
Dat was uw indruk van deze maatregelen, niet waar?
SEYSS-INQUART: Dat is waar, maar ik moet nu toegeven dat mijn mening van destijds verkeerd was. Anders zou ik de president van de bank, de heer Trip te zwaar beschuldigen. Wat hier staat is nog niet de situatie zoals die later ontstond toen de valutagrens werd opgeheven. Dit was slechts een overeenkomst tussen twee banken van uitgifte betreffende het onbeperkt accepteren van bankbiljetten. Ik zou ook willen wijzen op de verklaringen die ik aflegde over de kwaliteiten van de heer Trip. Het feit dat hij zijn toestemming gaf bevestigt in mijn ogen zeker de toelaatbaarheid onder internationale wetgeving.
M. DEBENEST: Verklaarde u niet dat dat van invloed was op de onafhankelijkheid van het bezette land?
SEYSS-INQUART: Dat was een overdreven optimisme bij mijn voorstelling van de feiten.
M. DEBENEST: Goed, het is aan Tribunaal dat te beoordelen. Aan de andere kant, u overwoog het afschaffen van douanebeperkingen?
SEYSS-INQUART: Ik heb uw vraag niet begrepen.
M. DEBENEST: U wacht niet op de vertaling. Hoe denkt u het te begrijpen? Ik zei, overwoog u niet het afschaffen van de douanebeperkingen.
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Waren er in Nederland niet bepaalde instanties die belast waren met het plunderen van kunstvoorwerpen?
SEYSS-INQUART: Ik kan het geen plunderen noemen, maar in ieder geval het registreren ervan, het veilig stellen enzovoorts.
M. DEBENEST: Dat is uw mening. In ieder geval bestonden er dergelijke instanties?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: U bent in het bijzonder goed op de hoogte van de dienst van Dr. Mühlmann?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Wie haalde hem naar Nederland?
SEYSS-INQUART: Ik stuurde Mühlmann voor mij uit naar Nederland zodat hij een onderkomen voor mijn departement kon zoeken.
M. DEBENEST: Alleen maar om uw departement op te zetten?
SEYSS-INQUART: Destijds alleen maar om het kantoor op te zetten.
M. DEBENEST: Maar later?
SEYSS-INQUART: Mühlmann vertrok daarna en enige tijd later kwam hij terug als agent voor het Vierjarenplan, voor het veiligstellen van kunstwerken. Het kwam overeen met wat er in Polen gebeurde.
M. DEBENEST: Wat bedoelt u met “veiligstellen”?
SEYSS-INQUART: In feite – ik wil er niet teveel over praten – feitelijk moest hij beslissen of er zich kunstwerken onder de inbeslaggenoemen goederen bevonden en daarnaast had hij tot taak deze kunstwerken aan de diverse Reichsämter te melden.
M. DEBENEST: Alleen te melden?
SEYSS-INQUART: Ja, want de aankoop werd door deze diverse departementen zelf geregeld. Ik neem aan – ik bedoel, ik weet – dat hij ook privé in kunst handelde, als tussenpersoon.
M. DEBENEST: Verkreeg u door zijn tussenkomst ook schilderijen voor uzelf?
SEYSS-INQUART: Ja, niet voor mijzelf maar voor de doeleinden die ik gisteren beschreven heb.
M. DEBENEST: Ja. U verklaarde gisteren ook al dat u een groot aantal kunstvoorwerpen, in het bijzonder schilderijen, veilig had gesteld. Waarom deed u dat?
SEYSS-INQUART: Ik stelde heel wat kunstvoorwerpen veilig in die zin, dat toen het besluit tot inbeslagname van vijandelijke en Joodse eigendommen van kracht werd, die werden veiliggesteld en verkocht. Ik kocht misschien drie of vier schilderijen die, zoals ik al noemde, als geschenk aan het Kunsthistorisch Museum in Wenen moesten worden gegeven.
M. DEBENEST: Nee, nee, ik vroeg u waarom u deze kunstvoorwerpen veiligstelde?
SEYSS-INQUART: De confiscatie van vijandelijke en Joodse eigendommen had als belangrijkste doel inbeslagname, maar het werd al spoedig duidelijk dat het deze kunstvoorwerpen door het Reich werden opgekocht. Deze drie of vier schilderijen bijvoorbeeld, die ik kocht met het doel om ze aan bepaalde instituten in het Reich te geven, het Kunsthistorisch Museum in Wenen bij voorbeeld.
M. DEBENEST: Maar het ging daarbij niet alleen om Joodse eigendommen.
SEYSS-INQUART: Ik zei wel vijandelijke eigendommen, maar dat betrof geen vijandelijk eigendom in het algemeen maar alleen in die gevallen waar een zekere vijandige houding tegenover het Reich werd bewezen. Dergelijke eigendommen werden ook geconfisceerd.
M. DEBENEST: Prima. Dat is wat u schreef in een document dat al bij het Tribunaal is ingediend en dat u zeker kent. Het is document F-824, ingediend onder nummer RF-1344. U kent het document. Het is een brief die van u afkomstig is en gericht aan Dr. Lammers. Deze brief betreft het verkrijgen van schilderijen voor de Führer. In alinea drie van dit document, de Franse tekst, schrijft u het volgende:
“Uit de lijst die mij is overlegd maak ik op dat een betrekkelijke groot aantal waardevolle schilderijen veilig is gesteld op een manier die de Führer in staat stelde deze te verkrijgen tegen prijzen die volgens onderzoek dat ik in het land heb gedaan, omschreven kunnen worden als buitengewoon laag.”
Dan voegt u eraan toe dat het zelfportret van Rembrandt, dankzij Mühlmann is teruggevonden.
Het veiligstellen van kunstvoorwerpen was dus duidelijk een manier om gezagsdragers van het Reich in staat te stellen deze naar Duitsland over te brengen; is dat zo?
SEYSS-INQUART: Daarover bestaat geen twijfel. Wat betreft het schilderij van Rembrandt zou ik alleen maar willen dat het langs illegale weg in Nederland was gekomen en daarom werd het in beslag genomen.
M. DEBENEST: En het werd op legale wijze naar Duitsland overgebracht?
SEYSS-INQUART: Ik meen dat daar in het geval van de Rembrandt geen sprake van was want in dit geval was er een Duitse regeling overtreden.
M. DEBENEST: Naast schilderijen verkreeg u voor uzelf ook een groot aantal kunstvoorwerpen en diamanten, edelstenen enzovoorts?
SEYSS-INQUART: Daar weet ik niets van.
M. DEBENEST: Daar weet u niets van, maar u weet wel dat u een huis in Wenen bezat, Untergasse 3?
SEYSS-INQUART: Nee, dat is Iglauerstrasse 15. Het kan echter waar zijn.
M. DEBENEST: Hebt u geen zeker aantal kunstvoorwerpen verzameld die uit Nederland afkomstig waren?
SEYSS-INQUART: Daar weet ik niets van.
M. DEBENEST: Goed, gaan we over op iets anders.
Wie gaf opdracht voor de confiscatie van de eigendommen van het Koninklijk Huis?
SEYSS-INQUART: Ik persoonlijk.
M. DEBENEST: U nam daarom het initiatief in deze kwestie?
SEYSS-INQUART: Nou, ik was niet alleen de aanstichter, ik besloot het te doen en heb dat besluit uitgevoerd.
M. DEBENEST: U voerde het dus alleen uit?
SEYSS-INQUART: Ja, Ik voerde het ook uit.
M. DEBENEST: Ik vroeg niet of u het ook uitvoerde. Ik vroeg duidelijk of u alleen dit bevel uitvoerde?
SEYSS-INQUART: Nee, ik heb gisteren duidelijk de redenen verklaard waarom ik besloot tot inbeslagname van de Koninklijke eigendommen. Ik voerde de confiscatie ook uit.
M. DEBENEST: U hield vol dat dat het resultaat van een toespraak van de Koningin was. Is dat niet wat u gisteren verklaarde?
SEYSS-INQUART: Ja.
M. DEBENEST: Ik ga u document F-828 tonen, hetgeen ik indien onder nummer RF-1533. Dit document is een brief van Reichsleiter Bormann aan Reichsminister Dr. Lammers van 3 juli 1941. Aan het begin van de brief bespreekt Bormann de toespraak van de Koninigin der Nederlanden en in de laatste alinea, die voor mij van belang is, schrijft hij:
“De Führer heeft daarom toestemming gegeven voor de confiscatie van de eigendommen van het Nederlandse Koninklijk Huis waarvoor de Reichskommissar op een eerdere datum een verzoek heeft gedaan.”
Houdt u nog steeds vol dat het een gevolg was van een toespraak door de Koningin?
SEYSS-INQUART: Neemt u mij niet kwalijk, er was een storing in het geluidssysteem.
M. DEBENEST: Ja, die was er maar in elk geval hebt u het document in handen.
SEYSS-INQUART: Ja. Ik weet wat de vraag is.
M. DEBENEST: Natuurlijk weet u dat.
SEYSS-INQUART: Het is mij geheel ontschoten dat ik op een eerdere datum wellicht om die toestemming heb gevraagd. Ik kan het me echt niet herinneren. Misschien besprak ik de vraag of deze eigendommen wel of niet moesten worden geconfisceerd maar wat ik mij alleen herinner is mijn voorstel toen deze toespraak werd gehouden. Per slot van rekening was dit niet de eerste toespraak van de Koningin der Nederlanden. Ze had al eerder in dezelfde trant gesproken.
M. DEBENEST: Dat is een uitleg waarvan het Tribunaal nota zal nemen.
Nu. met betrekking tot de plundering van Nederland en de poging tot nazificatie en germanisering van dat land, waren dat niet de acties van de civiele regering waarvan u het hoofd was?
SEYSS-INQUART: Ja en nee. Het is mij volkomen duidelijk dat economisch gezien het Nederlandse volk ons gedrag als plunderen beschouwde. Juridisch gezien denk ik dat het niet zo was. Ik heb Nederland op geen enkele wijze gegermaniseerd.
M. DEBENEST: Wilt u document 997-PS nemen, pagina 26 van de Franse tekst, en pagina 22 van de Duitse. Ik verwijs naar het deel van uw rapport met de titel: “Opmerkingen.” Hebt u het? Ik zal de opmerkingen voorlezen die u maakte betreffende uw eigen activiteiten. Dat was op 18 juli 1940:
“2) Het bestuur staat voldoende onder leiding en gezag van de Duitse autoriteiten en zal dat in de toekomst nog meer zijn.
“3) De nationale economie en de verbindingen zijn weer hersteld en aangepast aan de oorlogsomstandigheden. Er zijn plannen in de maak voor een grootschalige conversie gericht op de continentale economie en praktisch alles is gereed voor de omschakeling. Voorraden in het land zijn ter beschikking gesteld aan de oorlogseconomie van het Reich. Bijna alle financiële bronnen” – dat zijn die in 1940 – “zijn beschikbaar en onder controle van het Reich geplaatst, dit alles op basis van intensieve samenwerking met de Nederlanders.”
Is dat niet precies wat u schreef? Is dat niet precies wat u dacht?
SEYSS-INQUART: Ja en ik denk dat iedere bezettende macht punt 2 geheel zal begrijpen en punt 3 was een constructief voorstel voor een nieuw Europa.
M. DEBENEST: Dat is een mening waarover het Tribunaal zal oordelen. Ik wil kort terugkomen op het Jodenvraagstuk. U verklaarde gisteren dat u protesteerde tegen de deportatie van 1.000 Joden naar Mauthausen of Buchenwald en dat er daarna geen deportaties naar deze kampen meer plaats vonden. Maar waarom protesteerde u niet tegen de transporten naar Auschwitz? Dacht u dat dit kamp zoveel verschilde van die andere twee?
SEYSS-INQUART: Natuurlijk, want Mauthausen en Buchenwald waren concentratiekampen terwijl mij was verteld dat Auschwitz een opvangkamp was waar de Joden moesten verblijven totdat de oorlog beslist was of een ander besluit genomen zou zijn.
M. DEBENEST: Voordat u naar Nederland kwam bent u adjudant van de Gouverneur-generaal van Polen geweest?
SEYSS-INQUART: Nee, geen adjudant maar plaatsvervanger.
M. DEBENEST: Nog beter. U had dus over dit kamp gehoord, niet waar?
SEYSS-INQUART: Destijds bestond Auschwitz nog niet eens.
M. DEBENEST: Maar wist u niet dat de as van die 1.000 Joden die naar Mauthausen of Buchenwald waren gestuurd tegen betaling van 75 gulden naar hun families was teruggestuurd? Dit gebeurde in 1941. Weerhield dat u er later niet van andere maatregelen tegen de Joden te nemen die zeker leidden tot hun deportatie?
SEYSS-INQUART: Naar mijn idee was deze maatregel, die allereerst een evacuatie werd genoemd, iets heel anders dan een deportatie of transport naar een concentratiekamp.
M. DEBENEST: Maar uiteindelijk kende u het lot van deze Joden die op die manier naar een kamp werden getransporteerd?
SEYSS-INQUART: De meeste mensen, de overgrote meerderheid wist niets van dit lot zoals het vandaag bekend is en ik heb gisteren getuigd over mijn bezorgdheid.
M. DEBENEST: Dat is een mening. U sprak gisteren over vergeldingsmaatregelen tegen de krant in Den Haag ...
De PRESIDENT: (onderbreekt hem) Is dit iets waarover u hem gisteren al ondervroeg?
M. DEBENEST: Dit zijn vragen die mij vanmorgen zijn overhandigd als vervolg op verklaringen die de beklaagde gisteren heeft afgelegd. Afgezien daarvan ben ik klaar.
De PRESIDENT: Het Tribunaal is van mening dat u deze kwestie niet nog eens moet behandelen.
M. DEBENEST: Dan ben ik klaar omdat alle vragen gaan over gijzelaars .... Er is nog een vraag die ik wil stellen, als het Tribunaal mij dat toe wil staan; het is een vraag over de inundaties. Alle andere vragen die ik in gedachten had betreffen gijzelaars en als het Tribunaal dat wenst zal ik ze niet stellen. Is het mij echter toegestaan een vraag te stellen over de inundaties?
De PRESIDENT: Het Tribunaal is van mening dat u de inundaties gisteren al behandeld heeft. Ik weet het niet.
M. DEBENEST: Dan ben ik klaar, Meneer de President.
De PRESIDENT: De zitting wordt geschorst.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
invloedssfeer
Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
Rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
spoorwegstaking
Deze werd op 17 september 1944 via de radio afgekondigd en ingewilligd door het Nederlandse spoorwegpersoneel. De spoorwegstaking diende ter ondersteuning van het geallieerde plan Market Garden. Nadat de geallieerde luchtlandingsactie mislukt was hielden de arbeiders de staking vol tot aan de bevrijding.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
13-03-2008
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.