Dick van Faassen, oorlogsbeleving van een jongetje uit Lutten

Stroop en aardappelmeel

Van suikerbieten kun je suiker maken, maar ook stroop. In de winkels was stroop bijna niet meer te krijgen. Als jongens zwierven wij nogal eens over de hei en door de velden. We speelden op onze manier oorlogje, stookten een vuurtje en haalden allerlei kattenkwaad uit. Toen we op een keer langs een groot stuk bouwland liepen, ontdekte ik dat daarop “suikerbieten” werden verbouwd. Mijn vriendjes, Jan en Albert, en ik namen elk twee van deze enorme witte “suikerbieten” mee. Onder elke arm één. Thuis gekomen werden deze bieten geschild en in kleine stukjes gesneden. Na het koken werd de pulp door een doek gezeefd en het “suikerwater” opgevangen in een pan. Dit vocht zou ingekookt stroop opleveren. Aldus werd gedaan. Maar..... wat een rare smaak had die “stroop”. Wrang en zurig; je zou er misselijk van worden. Wat bleek, de “suikerbieten” waren een nieuwe soort witte voederbieten. De koeien waren er gek op..... maar ik niet! En moeder kwaad; zonde van het vele werk. Later hoorde ik van Jan dat zijn moeder het niet vertrouwde, en de bieten maar aan hun geit had gevoerd. Wat ze bij Albert thuis er mee gedaan hebben weet ik niet. Ha, ha, wat een mop!

Toen omstreeks 1944 in Nederland de schaarste begon, werden de mensen vindingrijk om toch met gebrekkige middelen dingen te produceren die niet meer in de winkels verkrijgbaar waren.Eén van die producten was aardappelmeel. De grote aardappelmeelfabrieken draaiden niet meer, deels omdat de grondstoffen (aardappelen) voor het grootste deel naar Duitsland werden vervoerd, deels ook bij gebrek aan brandstoffen voor de ketels.

Mijn vader was nogal handig en vindingrijk. Om aardappelmeel te vervaardigen moest je namelijk aardappelen raspen tot pulp. De pulp werd met water verdund, de vezels werden afgegoten en wat na bezinking achterbleef was in water opgelost aardappelmeel. Dit werd gedroogd op papier en ziedaar: zuiver aardappelmeel. Voor een beetje meel waren veel aardappels nodig en het raspen was een langdurige en vervelende bezigheid. Daar had mijn vader wat op gevonden. Twee plankjes werden zodanig uitgezaagd dat er op elk een halfrond cirkelsegment ontstond. In een strook stevig blik werden met een spijker rijen gaatjes geslagen. Omgekeerd was het nu een rasp. De rasp werd gebogen en met spijkertjes op de halfronde plankjes vastgezet. Van vier plankjes werd een soort kistje gefabriceerd waarvan de zijkanten verlengd waren, zodat ze precies om de rasp pasten. Met een spijker werden ze op de zijkant van de rasp vastgezet, zodanig dat om deze punten scharnierend het kistje heen en weer over de rasp kon worden bewogen. Een stamper paste in de bovenkant van het kistje. Nu werd het kistje gevuld met enkele aardappels en door de stamper heen en weer te bewegen en tevens goed aan te drukken werden de aardappels geraspt. Het geheel stond op een emmer met water waarin de pulp zich verzamelde. Na afgieten en drogen had je dus zelf gefabriceerd aardappelmeel. Het aardappelmeel werd voor van alles gebruikt, Je kon er pap van maken, stijfsel of bindmiddel. Een klein aardappelmeelfabriekje voor gezinsgebruik. Is dat niet leuk?

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Dick van Faassen
Geplaatst op:
24-03-2008
Laatst gewijzigd:
12-05-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.