Verhoor Wilhelm Keitel 3

Ochtendzitting 1 05-04-1946

Inhoudsopgave

Dr. NELTE: De laatste vraag die ik u gisteren stelde betrof de weg waarlangs orders werden doorgegeven betreffende kwesties rond krijgsgevangenen. U zei dat de bevelen gingen van de kampcommandant naar de regionaal militair commandant en dan via de commandant van het resereveleger naar het OKW, het Opperbevel van het leger. Ik zou nu willen dat u ons vertelde wie er verantwoordelijk was voor wanneer er iets in een krijgsgevangenenkamp gebeurde dat indruiste tegen de Geneefse Conventie of een inbreuk was op algemeen erkend internationaal recht. Was dat uw zaak? Was het OKW daarvoor verantwoordelijk?
KEITEL: Het OKW was verantwoordelijk in geval van incidenten waarbij algemene bevelen werden overtreden, met andere woorden, elementaire orders uitgegeven door het OKW, of in geval van het nalaten van het recht op inspectie. In dergelijke omstandigheden zou ik zeggen dat het OKW verantwoordelijk was.
Dr. NELTE: Hoe oefende het OKW zijn recht uit de kampen te inspecteren?
KEITEL: Allereerst, in de begindagen van de oorlog door een inspecteur van het KGW (Kriegsgefangenenwesen) die tegelijkertijd hoofd van de afdeling KGW was binnen het hoofdbureau van de strijdkrachten. In zekere zin vervulde hij een dubbelfunctie. Later, ik meen na 1942 gebeurde het door een inspecteur-generaal te benoemen die niets te maken had met de correspondentie of met het officiële werk op het departement.
Dr. NELTE: Hoe ging de controle door de beschermende macht en het Internationale Rode Kruis in zijn werk?
KEITEL: Als een beschermende macht een delegatie wilde sturen om kampen te inspecteren werd dat geregeld door het departement of de inspecteur van het KGW en hij vergezelde de delegatie. Misschien moet ik nog zeggen dat waar het de Fransen betrof, Ambassadeur Scapini die functie zelf waarnam en dat een beschermende macht in die vorm niet bestond.
Dr. NELTE: Konden de vertegenwoordigers van de beschermende macht en het Rode Kruis vrijelijk met de krijgsgevangenen spreken of alleen in tegenwoordigheid van officieren van de Duitse strijdkrachten?
KEITEL: Ik weet niet of de procedure die in de kampen werd gevolgd altijd in overeenstemming was met de algemene instructies, die een directe uitwisseling van standpunten tussen krijgsgevangenen en bezoekers uit hun eigen land mogelijk moesten maken. Als algemene regel werd het toegestaan en mogelijk gemaakt.
Dr. NELTE: Hield u zich als Chef van het OKW persoonlijk bezig met de algemene instructies voor zaken betreffende krijgsgevangenen?
KEITEL: Ja, ik hield me bezig met de algemene instructies. Afgezien daarvan, omdat ik aan de Führer en het hoofdkwartier gebonden was maakte me dat natuurlijk onmogelijk om in regelmatig contact met mijn afdelingen te blijven. Er waren echter het bijkantoor van het KGW en de inspecteur zowel als de Chef van het Algemeen hoofdkwartier van de strijdkrachten die voor ieder geval verantwoording verschuldigd was aan mij en zich met deze zaken bezig hield. Die drie afdelingen hielden zich bezig met het dagelijkse werk; en ik werd erbij geroepen als er beslissingen moesten worden genomen en wanneer de Führer er zich persoonlijk in mengde, zoals hij vaak deed, en zijn eigen bevelen gaf.
Dr. NELTE: Volgens de documenten die hier in dit Hof door de Sovjet Aanklager zijn gepresenteerd werden Sovjet krijgsgevangenen blijkbaar anders behandeld dan de andere gevangenen. Wat kunt u over dat onderwerp zeggen?
KEITEL: Het is juist dat er in dit verband een verschil in behandeling bestond vanwege het standpunt, regelmatig door de Führer geuit, dat de Sovjet Unie van haar kant de Geneefse Conventie niet had geratificeerd of zich eraan hield. Het was ook een gevolg van de rol van de “ideologische opvattingen betreffende het voeren van de oorlog”. De Führer benadrukte dat we in dit opzicht de vrije hand hadden.
Dr. NELTE: Ik ga u document EC-388, bewijsstuk USSR-356 laten zien. Het is gedateerd 15 september 1941.
Deel 1 bevat de notulen van een verslag van het Amt Auslandsabwehr van het OKW. Deel 2 is een richtlijn van het OKW, gedateerd 8 september 1941, betreffende de behandeling van Sovjet-Russische krijgsgevangenen. Deel 3 is een memorandum over de bewaking van Sovjet krijgsgevangenen en het laatse document is een afschrift van het besluit van de (Sovjet) Raad van Volkscommissarissen betreffende krijgsgevangenen en gedateerd 1 juli 1941.
(het document wordt aan beklaagde overhandigd.)
KEITEL: Misschien mag ik ter inleiding zeggen dat deze richtlijnen pas in september werden uitgegeven wat kan worden toegeschreven aan het feit dat er eerst een Führerbefehl bestond, luidende dat Russische krijgsgevangenen niet naar het grondgebied van het Reich mochten worden teruggebracht. Dit bevel werd later ingetrokken.
Nu wat betreft de richtlijn van 8 september 1941, waarvan ik de volledige tekst voor me heb. Ik zou willen zeggen dat al deze instructies hun oorsprong hebben in het idee dat dit een oorlog tussen nationaliteiten was want de inleidende zin luidt: “Het Bolsjewisme is de doodsvijand van Nationaalsocialistisch Duitsland.” Dat toont naar mijn mening onmiddellijk de grondslag waarop deze instructies zijn gebaseerd en de motieven en ideeën waar ze uit voortkwamen. Het staat vast dat Hitler, zoals ik gisteren al uitlegde, dit niet beschouwde als een oorlog tussen twee staten die uitgevochten moest worden volgens de regels van het internationaal recht maar als een conflict tussen twee ideologieën. Er staan ook diverse verklaringen betreffende selectie in het document vanuit twee gezichtspunten: selectie van mensen die, als ik het zo mag uitdrukken, ons niet gevaarlijk toeschijnen en de selectie van degenen die op grond van hun politieke activiteiten en hun fanatisme afgezonderd moeten worden omdat zij een bijzonder gevaarlijke dreiging voor het Nationaalsocialisme vormen.
Ik ga naar de inleidende brief en ik moet zeggen dat die hier al is ingediend door de Aanklager namens de Sovjet Unie. Het is een brief van de Chef van de Abwehr, Admiraal Canaris, de lezer herinnerend aan het algemene bevel dat ik net heb genoemd en er een aantal opmerkingen aan toevoegend waarin hij zijn twijfels over het besluit benadrukt en uiteenzet en zijn bezwaren ertegen. Over het memorandum dat eraan is toegevoegd hoef ik niets meer te zeggen. Dat is een uittreksel en ook de bevelen die de Sovjet Unie op haar beurt denk ik op 1 juli uitvaardigde voor de behandeling van krijgsgevangenen, richtlijnen voor de behandeling van Duitse krijgsgevangenen. Ik kreeg dit op 15 september terwijl het andere bevel ongeveer een week eerder was uitgegeven en na het rapport van Canaris bestudeerd te hebben moet ik toegeven dat ik zijn bezwaren deelde. Daarom nam ik alle papieren mee naar Hitler, vroeg hem de regeling in te trekken en een nadere verklaring over dit onderwerp af te leggen. De Führer zei dat we niet konden verwachten dat Duitse krijgsgevangenen door de andere partij volgens de Conventie van Genève of internationale wetten zouden worden behandeld. We hadden geen mogelijkheid dit te onderzoeken en hij zag geen reden om de richtlijnen die hij daarvoor had uitgegeven in te trekken. Hij weigerde pertinent en dus stuurde ik het dossier met mijn kanttekeningen terug naar Admiraal Canaris. Het bevel bleef van kracht.
Dr. NELTE: Hoe was de feitelijke behandeling van Sovjet krijgsgevangenen? Was dat in overeenstemming met de uitgegeven instructies of gebeurde het in de praktijk anders?
KEITEL: Volgens mijn eigen waarneming en de rapporten die aan mij werden voorgelegd ging het in de praktijk, als ik het zo mag zeggen, veel beter en gunstiger dan de strenge instructies die eerst werden uitgegeven toen was afgesproken dat de krijgsgevangenen naar Duitsland zouden moeten worden afgevoerd. Hoe dan ook, ik heb diverse rapporten gelezen waarin stond dat arbeidsomstandigheden, in het bijzonder in de landbouw maar ook in de oorlogseconomie, in het bijzonder in de algemene onderdelen van de oorlogseconomie zoals spoorwegen, wegenbouw enzo, veel beter waren dan kon worden verwacht, gezien de strenge bepalingen in de instructies.
Dr. NELTE: Meneer de President, mag ik bij deze gelegenheid verwijzen naar document nummer 6 in het documentenboek?
De PRESIDENT: Welk documentenboek?
Dr. NELTE: Document nummer 6 in documentenboek nummer 1 van mijn documentenboek, nummer 6:
“Arbeidsomstandigheden voor Ostarbeiter, zowel als Sovjet Russische krijgsgevangenen.” In dit documentenboek heb ik uit het boek dat ik indien, alleen die passages opgenomen die handelen over de arbeidsomstandigheden voor Sovjet Russische krijgsgevangenen. Ik dien dit boek in als bewijsmateriaal onder nummer K-6 en verzoek het Tribunaal het als bewijsmateriaal toe te laten zonder dat ik eruit moet voorlezen. Deze instructies verwijzen duidelijk naar de punten die aangeven dat in een latere periode Sovjet Russisiche krijgsgevangenen moesten worden behandeld in overeenstemming met de Geneefse Conventie, zoals bepaald door het OKW, de opsteller van het besluit. Mag ik verder gaan?
De PRESIDENT: Ja, in orde. U wenst er niet uit voor te lezen?
Dr. NELTE: Nee, dat wil ik niet.
(tot de beklaagde) Kunt u mij alstublieft uitleggen welke relatie er bestond tussen de politie, of liever gezegd Himmler aan de ene kant en het Kriegsgefangenenwesen, het KGW aan de andere kant?
KEITEL: Mag ik ten eerste zeggen dat er voortdurend wrijving bestond tussen Himmler, zijn politiediensten en de afdelingen van de Wehrmacht die op dit terrein werkzaam waren en dat die wrijving nooit ophield. Het was vanaf het begin af aan duidelijk dat Himmler de touwtjes in eigen handen wilde hebben en hij bleef maar proberen invloed te krijgen op zaken rond krijgsgevangenen. Het logische gebeuren van ontsnappingen, het weer oppakken door de politie, de klopjachten en zoekacties, de klachten over onvoldoende bewaking van gevangenen, de onvoldoende veiligheidsmaatregelen in de kampen, het tekort aan bewakers en hun onmacht; dit alles kwam hem goed van pas en hij buitte dit uit in gesprekken met Hitler waarin hij voortdurend de Wehrmacht achter haar rug om beschuldigde, als ik die term mag gebruiken, van iedere mogelijke tekortkoming en haar onvermogen haar plicht te doen. Als gevolg hiervan bemoeide Hitler er zich voortdurend mee en in de meeste gevallen wist ik niet eens waarom. Hij uitte beschuldigingen en mengde zich voortdurend in zaken zodat de afdelingen van de Werhrmacht in een wat ik een voortdurende staat van onzekerheid zou willen noemen verkeerden. Omdat ik zelf geen zaken kon onderzoeken, was ik in dit verband gedwongen instructies te geven aan de afdelingen binnen het OKW.
Dr. NELTE: Wat was de onderliggende oorzaak en het werkelijke doel dat Himmler probeerde te bereiken?
KEITEL: Hij wilde niet alleen zijn invloed uitbreiden maar wilde ook, als hoofd van de politie in Duitsland, zo veel als mogelijk kwesties rond krijgsgevangenen onder zich krijgen zodat hij in deze zaken alleen de dienst zou kunnen uitmaken, als ik dat zo mag zeggen.
Dr. NELTE: Kwam de kwestie van het werven van arbeiders daar niet bij?
KEITEL: Later werd dat duidelijk, ja. Ik denk dat ik daar later naar zal verwijzen maar ik kan nu wel zeggen dat er tenminste een ding werd opgemerkt dat niet misverstaan kon worden: De klopjachten op en zoekacties naar ontsnapte krijgsgevangenen die van tijd tot tijd in Duitsland werden gehouden, maakten duidelijk dat het merendeel van deze krijgsgevangenen niet naar de kampen waaruit zij waren ontsnapt terugkeerden, zodat ze op gezag van Himmler dus blijkbaar door politieafdelingen werden vastgehouden en waarschijnlijk werden ingezet voor arbeid. Het aantal ontsnappingen nam natuurlijk ieder jaar toe en breidde zich over een steeds groter gebied uit. Daar zijn natuurlijk hele logische redenen voor.
Dr. NELTE: Het krijgsgevangenenstelsel is natuurlijk nauw verbonden met het arbeidsprobleem. Welke afdelingen waren verantwoordelijk voor de tewerkstelling van krijgsgevangenen?
KEITEL: De afdelingen die zich hiermee bezig hielden waren de Rijksarbeidsbureau’s binnen de zogeheten Reichsarbeitsdienst die oorspronkelijk onder de Reichsarbeitsminister viel maar later werd overgeheveld naar de Generell Bevollmächtigte für den Arbeitseinsatz. In de praktijk werkte het als volgt: de Rijksarbeidsbureau’s dienden een verzoek om arbeiders in bij het regionaal commando van de strijdkrachten dat zeggenschap had over de kampen. Deze arbeiders werden ter beschikking gesteld zover als binnen de bestaande algemene regelingen mogelijk was.
Dr. NELTE: Wat had het OKW te maken met de inzet van arbeid?
KEITEL: In het algemeen moesten ze er natuurlijk toezicht op houden zodat de toewijzing geregeld werd volgens de algemene grondregels. Het was natuurlijk onmogelijk, en de inspecteur was ook niet in een positie om te controleren hoe elk individu werd ingezet; tenslotte waren de regionale commandanten van de strijdkrachten en hun generaals van het KGW daarvoor verantwoordelijk en waren de aan te spreken personen. Het werkelijke gevecht om arbeid, zoals ik het zou willen noemen, door krijgsgevangenen begon pas echt in 1942. Tot dan toe waren dergelijke arbeiders voornamelijk tewerkgesteld in de landbouw en de Duitse spoorwegen en een aantal algemene sectoren maar niet in de industrie. Dit gold in het bijzonder voor Sovjet krijgsgevangenen die over het algemeen landarbeiders waren.
Dr. NELTE: Wat was de feitelijke reden voor deze inzet van arbeiders?
KEITEL: In de winter van 1941-1942 werd het probleem van het vervangen van uitgevallen soldaten steeds groter, in het bijzonder op het strijdtoneel in het Oosten. Er waren aanzienlijke aantallen soldaten, die geschikt waren voor actieve dienst, nodig voor het front en alle andere diensten. Ik herinner me de aantallen. Het leger alleen al had jaarlijks een aanvulling nodig van 2 tot 2.5 miljoen man. Aangenomen dat ongeveer 1 miljoen hiervan afkomstig was uit normale werving en ongeveer een half miljoen uit genezing, zieken en gewonden die weer beter waren geworden, dan blijft er jaarlijks nog een tekort van 1 miljoen man over ter vervanging. Deze zouden uit de oorlogseconomie kunnen worden gehaald en ter beschikking gesteld van de strijdkrachten. Dit feit had een nauwe samenhang tot gevolg tussen het weghalen van deze mannen uit de oorlogseconomie en hun vervanging door nieuwe arbeiders. Deze mankracht moest enerzijds uit de krijgsgevangenkampen worden gehaald, anderzijds via Gevolmachtigde Sauckel, wiens taak kan worden samengevat als het verkrijgen van arbeidskrachten. Dit verband hield mij ook bij deze zaken want ik was verantwoordelijk voor de aanvulling voor de hele Wehrmacht - Landmacht, Marine en Luftwaffe – met andere woorden, voor het hele systeem van werving. Daarom was ik aanwezig bij gesprekken tussen Sauckel en de Führer betreffende vervangingen en hoe deze vervangingen moesten worden gevonden.
Dr. NELTE: Wat kunt u mij vertellen over de inzet van krijgsgevangenen in de industrie en in de wapenindustrie?
KEITEL: Tot aan 1942 of daaromtrent hadden we krijgsgevangenen in geen enkele industrie gebruikt die ook zelfs indirect met wapens was verbonden. Dat was vanwege een strikt verbod van Hitler, dat hij uitvaardigde omdat hij vreesde voor pogingen tot sabotage van machines, productiemiddelen enzovoorts. Hij achtte dergelijke dingen waarschijnlijk en gevaarlijk. Pas toen de noodzaak ons dwong iedere arbeider op een of andere manier in de eigen industrie in te zetten, verlieten we dit principe. Er werd niet langer over gepraat en natuurlijk werden er daarna krijgsgevangenen gebruikt in de algemene oorlogsproductie, terwijl mijn standpunt was, dat ik, dat wil zeggen het OKW, uitdrukte in mijn algemene bevelen dat hun inzet in wapenfabrieken verboden was; ik vond het ontoelaatbaar krijgsgevangenen in te zetten in fabrieken die uitsluitend wapens produceerden, daarmee bedoel ik oorlogstuig, wapens en munitie. Voor de volledigheid zou ik misschien moeten toevoegen dat een Führerbefehl, uitgegeven op een later tijdstip een verdere opheffing van de beperkingen van bestaande orders voorschreef. Ik denk dat de Aanklager stelde dat Minister Speer wordt verondersteld te hebben gesproken over zoveel duizenden krijgsgevangenen die waren ingezet in de wapenindustrie. Ik kan echter zeggen dat er in de wapenindustrie veel werk moest worden gedaan dat niets te maken had met de feitelijke productie van wapens.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft herhaaldelijk gesteld dat krijgsgevangenen door de politie werden vastgezet en zelfs in concentratiekampen geplaatst. Kunt u dat uitleggen?
KEITEL: Ik denk dat de uitleg is dat het al genoemde selectieproces al in de kampen plaats vond. Verder zijn er documenten die aantonen dat krijgsgevangenen, in wiens geval de disciplinaire bevoegdheden van de commandant niet toereikend waren, eruit werden gehaald en overgedragen aan de Gestapo. Tenslotte heb ik al genoemd het onderwerp van gevangenen die ontsnapt waren en weer waren gepakt; een aanzienlijk aantal daarvan, zo niet de meerderheid, keerde niet naar hun kampen terug. Instructies van de kant van het OKW of van de Chef van het KGW, die plaatsing van deze gevangenen in een concentratiekamp bevolen, zijn mij niet bekend en zijn nooit uitgegeven. Maar het feit is hier op diverse manieren aangetoond – door getuigen en door documenten - dat wanneer zij eenmaal aan de politie waren overgedragen, ze regelmatig in concentratiekampen belandden. Dat is mijn uitleg.
Dr. NELTE: De Franse aanklager heeft een document voorgelegd dat het nummer 1650-PS draagt. Dit is een bevel, of liever een vermeend bevel, van het OKW inhoudende dat ontsnapte krijgsgevangenen die niet te werk zijn gesteld, overgedragen moeten worden aan de Gestapo. Na wat u ons net verteld heeft, moet u dat uitleggen. Ik toon u bovendien document 1514-PS, een bevel van het Wehrkreiskommando VI waarin u kunt zien welke methode door het OKW werd toegepast met betrekking tot het overdragen van ontsnapte krijgsgevangenen aan de Gestapo.
KEITEL: Allereerst wil ik document 1650-PS behandelen. Om te beginnen moet ik verklaren dat ik niets wist van dat bevel, dat het nooit in mijn handen is geweest en dat ik tot nu toe niet in staat ben geweest er achter te komen hoe het kon worden uitgevaardigd.
Dr. NELTE: Wilt u allereerst niet zeggen dat het document als zodanig geen document van het OKW is?
KEITEL: Daar kom ik nog op.
Dr. NELTE: Ik vrees dat u ermee moet beginnen om de kwestie te verduidelijken.
KEITEL: Het document begint als een document dat in beslag is genomen op een politiebureau. Het begint met de woorden: “Het OKW heeft als volgt bevolen; ”daarna komen de cijfers 1, 2 en 3 en het gaat dan verder met: “in dit verband geef ik bevel,,,,,” en dat is de hoogste politiechef van het RSHA; het is getekend door Müller, niet door Kaltenbrunner maar door Müller. Ik heb dit bevel OKW 1 tot 3 beslist niet getekend en ik heb het nooit eerder gezien, dat lijdt geen twijfel. Het feit dat er technische termen als Sectie 3b et cetera zijn gebruikt is al bewijs op zich. Dit zijn termen die door de politie worden gebruikt en ze zijn mij onbekend. Ik moet daarom zeggen dat ik niet weet hoe dit document is opgesteld. Ik kan het niet verklaren. Er bestaan vermoedens en mogelijkheden en ik zou ze in het kort willen noemen want ik heb langdurig over deze kwestie nagedacht. Ten eerste geloof ik niet dat enige afdeling van het OKW, met andere woorden, de Chef van het KGW of de Chef van het Allgemeine Wehrmachtsamt dit bevel zelfstandig had kunnen uitvaardigen zonder daarvoor instructies te hebben gekregen. Ik acht dat volkomen onmogelijk want het gaat volledig in tegen de algemene werkwijze. Ik herinner me niet dat ik ooit een dergelijke instructie van Hitler heb gekregen of een dergelijke instructie aan iemand heb doorgegeven. Ik concludeer dat zelfs dit op een excuus lijkt, er waren natuurlijk andere kanalen die Hitler gebruikte zonder acht te slaan op bevoegdheden. En als ik een uitleg moet geven, kunnen dergelijke orders zonder mijn medeweten via een adjudant zijn gegeven. Ik leg er de nadruk op dat dit slechts een vemoeden is en het zuivert mij niet van blaam. Er is maar een ding dat ik wil zeggen en dat is met verwijzing naar document 1514-PS. Dit is een in beslag genomen bevel van Wehrkreiskommando VI in Münster, gedateerd 27 juli 1944, de zomer van 1944 dus. Het handelt over ontsnapte krijgsgevangenen en hoe die moeten worden behandeld. Er staat ”referentie” en haalt dan zeven verschillende bevelen vanaf het jaar 1942 tot begin juli 1944 aan. Dit bevel betreft de kwestie van ontsnapte krijgsgevangenen en had in dit document moeten worden opgenomen, als het bureau van Wehrkreis VI een dergelijk bevel van het OKW had ontvangen. Dat feit is opmerkelijk en leidde me naar de gevolgtrekking dat er nooit een schriftelijk bevel heeft bestaan en dat de militaire autoriteiten in kwestie nooit een dergelijk bevel hebben ontvangen. Ik kan er niets meer over zeggen want ik kan het niet bewijzen.
Dr. NELTE: U weet dat de Aanklager een bevel heeft ingediend, volgens welk Sovjet Russische krijgsgevangenen gemerkt moesten worden door middel van tatoeage, zodat ze konden worden herkend. Wilt u daar alstublieft iets over zeggen?
KEITEL: De feiten zijn als volgt: In de zomer van 1942 ontbood de Führer de Kwartiermeester-generaal op het hoofdkwartier voor het uitbrengen van een verslag dat enkele uren duurde en waarin de Führer hem vroeg te rapporteren over toestanden in het achterland van het leger in het Oosten. Ik werd ineens binnen geroepen en mij werd verteld dat de Kwartiermeester-generaal zei dat er elke maand duizenden Russische krijgsgevangenen ontsnapten, dat ze in de bevolking opgingen, onmiddellijk hun uniformen uitdeden en burgerkleding bemachtigden en dus niet langer herkend konden worden. Mij werd bevolen onderzoek te doen en een manier van herkenning te bedenken die ons in staat zou stellen hen te herkennen zelfs nadat ze burgerkleding hadden aangetrokken. Ik stuurde daarop instructies naar Berlijn, zeggend dat een dergelijke order moest worden voorbereid maar dat er door de afdeling internationaal recht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken eerst onderzoek gedaan moest worden om er achter te komen of een dergelijke order wel kon worden uitgegeven en ten tweede of die praktisch uitvoerbaar zou zijn.
Ik zou willen zeggen dat we dachten aan een tatoeage van het soort dat men in Duitsland bij veel zeelieden en metselaars aantreft. Maar ik hoorde er niets meer over. Op een dag ontmoette ik de Aussenminister op het hoofdkwartier en besprak deze kwestie met hem. Aussenminister Von Ribbentrop wist van het verzoek dat aan Buitenlandse Zaken was gedaan en achtte de maatregel uiterst discutabel. Dat was het eerste nieuws dat ik over dit onderwerp hoorde. Ik gaf onmiddellijk instructie, persoonlijk of via mijn adjudant, dat weet ik niet meer, dat het bevel niet mocht worden uitgevaardigd. Ik had nog geen ontwerp gezien en ook had ik nog niets ondertekend. In elk geval gaf ik een ondubbelzinnig bevel: “De order mag onder geen enkele voorwaarde worden uitgevaardigd.” Ik kreeg destijds geen gedetailleerde informatie. Ik hoorde er niets meer over en ik was ervan overtuigd dat het bevel niet was uitgegeven.
Toen ik werd verhoord heb ik een verklaring over dat onderwerp afgelegd. Mij is nu door mijn raadsman verteld dat de secretaresse van de Chef van het KGW vrijwillig heeft getuigd dat het bevel was ingetrokken en niet mocht worden uitgevaardigd en verder dat ze die instructie persoonlijk had ontvangen. Ze zei in haar verklaring echter dat dit pas gebeurde enkele dagen nadat het bevel feitelijk was uitgegaan en dat dat de enig mogelijke verklaring ervoor was dat het bevel in een politiebureau kon worden gevonden als zijnde nog van kracht. Dr. NELTE: Meneer de President, ik zal de beëdigde verklaring die we van de getuige hebben ontvangen, op het geschikte moment indienen.
(tot de beklaagde) We komen nu toe aan de kwestie Sagan. De Aanklager beschuldigde u er oorspronkelijk van het bevel te hebben gegeven voor het neerschieten van 50 RAF officieren die uit Stalg Luft III bij Sagan waren ontsnapt. Ik ben er niet langer zeker van of de Aanklager deze ernstige beschuldiging handhaaft omdat Reichsmarschall Göring en getuige Westhoff inmiddels zijn verhoord, de laatste buiten deze rechtszaal. Ik heb het verslag van Westhoff’s ondervraging voor me en ik heb het ook aan u overhandigd. Ik zou u nu willen vragen, de verklaring van Westhoff die hij tijdens het voorbereidende verhoor aflegde en die hij hier te zijner tijd zal afleggen, te staven en te zeggen wat u zelf over dit uiterst ernstige incident weet.
KEITEL: De feiten zijn dat mij op een morgen werd gerapporteerd dat de ontsnapping had plaats gevonden. Te zelfder tijd kreeg ik bericht dat ongeveer 15 van de ontsnapte officieren in de buurt van het kamp waren opgepakt. Ik was niet van plan de kwestie te melden tijdens de middagconferentie over de militaire toestand die in Berchtesgaden werd gehouden, of liever op de Berghof, omdat het een zeer onverkwikkelijke zaak was, namelijk al de derde massale ontsnapping in een erg korte periode. Omdat het pas 10 of 12 uur daarvoor gebeurd was, hoopte ik dat in de loop van de dag de meesten weer zouden zijn opgepakt en dat op deze manier de zaak naar tevredenheid kon worden opgelost.
Terwijl ik verslag uitbracht kwam Himmler binnen. Ik denk dat het tegen het einde van mijn verslag was dat hij in mijn tegenwoordigheid het incident noemde omdat hij al met de Grossfahndung naar de ontsnapte gevangegen was begonnen. Er volgde een uiterst verhitte discussie, een heftige aanvaring tussen Hitler en mij want hij uitte onmiddellijk de meest schandalige beschuldigingen tegen mij vanwege dit incident.
De zaken worden in het verslag van Westhoff soms wat onjuist voorgesteld en daarom leg ik een gedetailleerde verklaring af. Tijdens deze botsing verklaarde de Führer hoogst opgewonden: “Deze gevangenen moeten niet worden teruggestuurd naar het leger, ze moeten in handen van de politie blijven.” Ik protesteerde daar onmiddellijk heftig tegen. Ik zei dat deze methode onmogelijk was. De algehele opwinding deed Hitler nogmaals en met grote nadruk verklaren: “Ik beveel u ze vast te houden, Himmler; u zult ze niet overdragen.” Ik vocht voor de mannen die al in het kamp waren teruggekomen en die er, volgens het oorspronkelijke bevel, weer uit zouden worden gehaald en aan de politie overgedragen. Daarin slaagde ik maar meer kon ik niet doen.
Na die ernstige aanvaring ......
Dr. NELTE: Wilt u mij alstublieft vertellen wie tijdens die scène aanwezig waren?
KEITEL: Voor zover ik me herinner was Generaloberst Jodl zeker aanwezig, tenminste voor een deel van de tijd en hoorde hij er iets van, misschien niet ieder woord omdat hij eerst in de kamer ernaast was. In ieder geval, Jodl en ik keerden gezamenlijk naar onze kwartieren terug. We bespraken de zaak en spraken over de uiterst onplezierige gevolgen die de hele kwestie kon hebben. Bij terugkeer in mijn kwartier gaf ik onmiddellijk bevel dat Generaal Von Grävenitz zich de volgende morgen bij moest melden. In dit verband moet ik opmerken dat Reichsmarschall Göring niet aanwezig was. Als ik daarover een beetje onzeker was tijdens mijn ondervraging was het omdat mij was verteld dat getuigen al hadden verklaard dat Göring wel aanwezig was. Maar al vanaf het begin vond ik dat onwaarschijnlijk en twijfelachtig. Het is daarom ook onjuist dat Göring destijds beschuldigingen tegen mij uitte. Er was ook geen bijeenkomst in Berlijn geweest. Dit zijn vergissingen die ik denk ik kan verklaren door te zeggen dat Von Grävenitz, die samen met Westhoff kwam en mij voor het eerst zag, aanwezig was tijdens het verslag en getuige was van een in het militaire leven ongebruikelijke scène vanwege de heftigheid van mijn opmerkingen in verband met het incident.
Wilt u dat ik nog meer zeg over het gesprek met Von Grävenitz?
Dr. NELTE: Het enige wat mij in dit verband interesseert is of u aan Von Grävenitz de order, die eerder door Hitler aan u was gegeven, op zo’n manier hebt herhaald dat zowel Von Grävenitz als Westhoff, die ook aanwezig was, misschien de indruk kregen dat uzelf de order had gegeven voor het neerschieten van de 50 ontsnapte officieren. KEITEL: Volgens het verslag van het verhoor van Westhoff, dat ik heb gezien, kan ik het denk ik als volgt uitleggen: Allereerst uitte ik ernstige beschuldigingen. Ikzelf was zeer opgewonden want ik moet zeggen dat zelfs de order dat de gevangenen door de politie moesten worden vastgehouden, mij grote zorgen baarde vanwege hun lot. Ik geef eerlijk toe dat de mogelijkheid dat ze zouden worden neergeschoten terwijl ze probeerden te ontsnappen in mijn achterhoofd bleef hangen. Ik sprak destijds beslist in grote opwinding en koos mijn woorden niet zorgvuldig. En ik herhaalde beslist Hitler’s woorden die luidden: “We moeten een voorbeeld stellen,” want ik was bang voor een verdere ernstige inbreuk op het Kriegsgefangenenwesen op andere manieren, afgezien van dit enkele geval dat de gevangenen niet weer werden overgedragen aan de Wehrmacht. Bij het lezen van het verslag van het verhoor zag ik de verklaring van Von Grävenitz, of liever van Westhoff als zou ik gezegd hebben: “Ze zullen worden neergeschoten en de meesten van hen zullen al dood zijn.” Ik zei waarschijnlijk iets als: “Je zult zien wat een ramp dit wordt; misschien zijn er al veel van hen doodgeschoten.”
Ik wist echter niet dat ze al waren doodgeschoten; en ik moet opbiechten dat Hitler in mijn tegenwoordigheid nooit een woord zei over iemand die was doodgeschoten. Hij zei alleen maar: “Himmler, u zult ze vasthouden, u zult ze niet overdragen.” Ik ontdekte pas enkele dagen later dat ze waren doodgeschoten. Ik zag tussen andere stukken ook een officieel verslag van de Britse regering waarin stond dat ze pas op de 31ste – de ontsnapping vond plaats op de 25ste – dat ze in feite pas op de 31ste waren doodgeschoten.
Daarom heeft Westhoff het ook mis wanneer hij denkt dat er al orders waren uitgevaardigd dat in het kamp een aankondiging zou worden gedaan dat bepaaalde mensen waren neergeschoten of niet zouden terugkeren en dat er lijsten met namen zouden worden opgehangen. Die order kwam pas later herinner ik me, ik herinner me dat vanwege het volgende incident:
Een paar dagen later, ik denk op of rond de 31ste, voor het uitbrengen van het situatieverslag, vertelde een van de adjudanten mij dat er een rapport was ontvangen dat sommigen waren neergeschoten. Ik vroeg om een persoonlijk gesprek met Hitler en vertelde hem dat ik had gehoord dat er mensen door de politie waren neergeschoten. Al wat hij zei was dat hij het ook had ontvangen – logisch want het was zijn rapport. Met grote afschuw zei ik hem mijn mening hierover. Toen vertelde hij me dat het in het kamp moest worden meegedeeld als waarschuwing voor de anderen. Pas hierdoor werd publicatie in het kamp bevolen. Hoe dan ook, Westhoff’s herinnering van sommige feiten, die hij heeft bezworen, is niet helemaal juist, zelfs als zulke uitdrukkingen die door hem zijn gebruikt en hier door mij zijn uitgelegd, kunnen zijn voorgekomen. We zullen zijn eigen relaas hierover aanhoren.
Dr. NELTE: Vertelde Hitler u ooit dat hij had bevolen dat deze mannen moesten worden doodgeschoten?
KEITEL: Nee, dat vertelde hij me nooit. Ik hoorde het nooit van hem. Ik hoorde het pas veel later, als ik me goed herinner van Reichsmarschall Göring voor wie het hele incident natuurlijk onderwerp van discussie was, zeker omdat het een kamp van de Luftwaffe betrof.
Dr. NELTE: Ik zou afsluitend willen vragen: Verklaart u hier onder ede dat uzelf niet hebt bevolen, deze RAF officieren dood te schieten, noch een dergelijke order te hebben ontvangen of doorgegeven, noch te weten te zijn gekomen wie die order gaf?
KEITEL: Dat is correct. Ik heb die order noch ontvangen, noch erover gehoord; noch een dergelijke order doorgegeven. Ik herhaal dit bij deze onder ede.
Dr. NELTE: We komen nu toe aan deportaties. Wat de Aanklager omschrijft als deportatie van arbeiders is het afvoeren van lichamelijk gezonde burgers uit de bezette gebieden naar Duitsland of naar andere bezette gebieden met het doel ze in te zetten voor slavenarbeid, aan werk voor defensie of andere taken die verband houden met oorlogvoering. Dat is de beschuldiging die ik u heb voorgelezen.
De Aanklager heeft herhaaldelijk uw naam verbonden aan deze beschuldigingen en gezegd dat u, het OKW dus, heeft meegewerkt aan het leveren van arbeiders voor de Duitse oorlogseconomie. U weet dat beklaagde Sauckel feitelijk de Algemeen Gevolmachtigde op dat gebied was. Ik zou u willen vragen of er arbeiders uit de bezette gebieden werden gehaald en naar Duitsland overgebracht voordat Gevolmachtigde Sauckel werd benoemd.
KEITEL: Voor zover ik weet kwamen er arbeiders uit de bezette gebieden, vooral die in het Westen: België, Nederland – uit Nederland weet ik niet, maar uit Frankrijk zeker – naar Duitsland. Volgens wat ik hoorde begreep ik destijds dat het gedaan werd door het werven van vrijwilligers. Ik meen me te herinneren dat Generaal Von Stülpnagel, de militaire commandant in Parijs, mij eens tijdens een bijeenkomst in Berlijn vertelde dat er zich meer dan 200.000 vrijwillig hadden gemeld, maar ik kan me niet precies herinneren wanneer dat was.
Dr. NELTE: Was het OKW de bevoegde instantie in deze zaken?
KEITEL: Nee, het OKW had er niets mee te maken. Deze zaken werden via de reguliere kanalan behandeld, het OKH, de militaire commandanten in Frankrijk, België en noord-Frankrijk met het bevoegde centrale gezag van het Reich in eigen land, Het OKW had er nooit iets mee te maken.
Dr. NELTE: Hoe stond het met het civiele bestuur in de bezette gebieden?
KEITEL: In bezette gebieden met een burgerlijk bestuur was de Wehrmacht uitgesloten van alle uitvoerende macht binnen het bestuur zodat in deze gebieden de Wehrmacht en haar afdelingen er zeker niets mee te maken hadden. Alleen in die gebieden waar het leger nog opereerde was de uitvoerende macht gegeven aan de militaire troepen, bevelhebbers, legercommandanten enzovoorts. Het OkW kwam hier in de officiële procedure ook niet voor.
Dr. NELTE: Volgens het verslag van een verhoor dat hier is ingediend heeft beklaagde Sauckel gezegd dat u, het OKW dus, verantwoordelijk was voor het geven van instructies aan de militaire commandanten in de bezette gebieden en dat hij, Sauckel hun steun moest krijgen bij zijn wervingscampagnes om de vereiste hoeveelheden te halen. Wat kunt u daarover zeggen?
KEITEL: Het standpunt dat gevolmachtigde Sauckel innam kan duidelijk worden verklaard uit het feit dat hij niets afwist van de officiële dienstkanalen, noch van de taken van de Wehrmacht, dat hij me een paar keer ontmoette tijdens discussies over het leveren van mankracht en ten derde dat hij me soms kwam opzoeken als hij verslag had uitgebracht en persoonlijk zijn orders had ontvangen. Hem was waarschijnlijk bevel gegeven dat zo te doen, op Hitler’s gebruikelijke manier: bespreek het maar met de chef van het OKW, hij zorgt wel voor de rest. Het OKW had geen mogelijkheid iets te ondernemen. Het OKW was niet bevoegd orders te geven maar in het geval van Sauckel nam ik de taak over, het OKH in te lichten of de technische afdelingen van het bureau van de Kwartiermeester-Generaal. Ik heb nooit mijn eigen orders of instructies gegeven aan de militaire commandanten of aan andere afdelingen in bezette gebieden. Dat behoorde niet tot de taak van het OKW.
Dr. NELTE: Er is hier een document ingediend volgens welk de Generaals Stapf en Nagel afgesproken hadden om u te vragen druk of dwang uit te oefenen tijdens de wervingscampagnes in het Oosten. Dat is in ieder geval wat de Aanklager beweert. Weet u van deze gebeurtenis?
KEITEL: Ik herinnerde het me toen het document werd ingediend. Het was duidelijk een poging van Stapf, die vele jaren met mij heeft samengewerkt in het leger, om via mijn bemiddeling steun of hulp van de Führer te krijgen. Stapf, die destijds directeur van de Wirtschaftsstab Ost was, en Generaal Nagel, die in dit verband ook werd genoemd en de leiding had over het Wirtschafsinspektionsamt Ost, had duidelijk geprobeerd mij in deze zaak te betrekken. Volgens dit document moest er door hogerhand enige druk worden uitgeoefend; maar ik deed helemaal niets omdat ik met deze zaken niets te maken had.
Dr. NELTE: Ik ga het nu hebben over de kwestie van de kunstroof.
De PRESIDENT: Ik kan misschien de zitting nu beter schorsen.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
Berghof
Een diep in de Beierse alpen verborgen villa op de top van de Obersalzberg vlakbij Berchtesgaden. Deze villa was in het bezit van Hitler en het centrum van de zogeheten Alpenfestung. De villa kende een enorm tunnelcomplex van in totaal bijna 11 kilometer lengte. Vanuit de Berghof werd een groot deel van de tijd het Derde Rijk bestuurd door Hitler en zijn naaste medewerkers. Daarnaast bracht ook Eva Braun als minnares van Hitler er veel tijd door.
Conventie van Genève
De verzamelnaam voor vier verdragen die in Geneve zijn geformuleerd en die, onderdeel uitmakend van het internationaal recht, de rechtsregels bepaalt voor oorlogstijd. Deze verdragen hielden zich onder andere bezig met de behandeling van oorlogsslachtoffers en gewonde soldaten, de erkenning van het Rode Kruis als beschermd orgaan in oorlogstijd, rechtsregels bij oorlogen op zee, bescherming van krijgsgevangenen en burgers in oorlogstijd.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
19-04-2008
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.