H.G. Winkelman, standvastig strijder

Historisch kader

Inhoudsopgave

Het hier volgende artikel is geschreven door Teo van Middelkoop, de schrijver van het boek "Generaal H.G. Winkelman, standvastig strijder", in 2007 uitgegeven door Aprilis (ISBN: 90 59941039). Dit boek is een verbeterde en uitgebreide versie van het in 2002 verschenen "Een soldaat doet zijn plicht".

Het Koninkrijk der Nederlanden koos in de 19e eeuw voor politieke afzijdigheid tegenover het buitenland. Deze neutraliteitspolitiek werd ongeveer een eeuw gehandhaafd. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe die neutraliteit werd beëindigd en wat de rol is geweest van de hoogste militaire bevelhebber.
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-’71 werd duidelijk dat onze neutraliteit een meer actieve vorm moest krijgen. In drie trappen werd ons land geconfronteerd met de Duitse dreiging. Eerst in 1870 toen het goed getrainde en goed aangestuurde Duitse leger dat uit dienstplichtigen bestond, het als professioneel bekend staande Franse leger wist te verslaan. Duitsland werd onder Bismarck verenigd en de op expansie gerichte oosterbuur bewoog zich naar het centrum van de Europese macht. In Nederland werd de ‘Vestingwet’ in 1874 aangenomen. Een geconcentreerd vestingstelsel met de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd de kern van de verdediging. Ons land hoopte dat de gewapende neutraliteit geloofwaardig zou overkomen, waarbij afzijdigheid en afschrikking samengingen. In feite werd het veiligheidsbeleid van ons land weinig gegarandeerd door eigen defensieve afschrikking. Veel meer hing die af van de bondgenootschappelijke steun in geval van een vijandelijke aanval. De tweede trap waarin ons land opnieuw, zijdelings, met Duitse agressie te maken kregen was tijdens de ‘Grote Oorlog' van ’14 – ’18. Nederland verklaarde zich opnieuw neutraal en had de grootste moeite die positie tussen Duitsland en Engeland te handhaven. Niet in het minst speelde de scheepvaart, onder andere op de Schelde hierbij een grote rol. Maar ons land bleef buiten schot, de neutraliteitspolitiek leek een succes. Tijdens het interbellum werd de toon gezet door de Legerwet van 1922. Pacifistische en economische motieven trokken de legeruitgaven omlaag. Een groot deel van de staatsfinanciën waren nodig voor sociale wetgeving en niet te vergeten de wet op het bijzonder onderwijs uit 1917. Een en ander was een uitvloeisel van de emancipatie van maatschappelijke groepen als arbeiders, gereformeerden en katholieken. Waar andere landen de mobiele oorlogvoering bestudeerden en gemechaniseerde en gepantserde eenheden in het veld brachten, bleef ons land achter in geharnaste neutraliteit. De Nederlands ‘weermacht’ steunde op de Nieuwe Hollandse Waterlinie en andere linies van oude vestingsteden, 19e eeuwse forten en linies bestaande uit honderden beton-kazematten.
De Duitse aanval op Polen in 1939 was de derde trap van Duitse agressie. De Duitse inval in mei 1940 was de confrontatie die voor ons land het einde betekende van de neutraliteitspolitiek.
De regering kondigde in alle drie de gevallen naast de neutraliteit, ook de mobilisatie af, waarbij in het laatste geval deze overging in werkelijke oorlogvoering.

Definitielijst

interbellum
Het tijdvak tussen WO I en WO II.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Generaal Winkelman, opperbevelhebber van het Nederlandse leger.

Informatie

Geplaatst door:
Redactie Go2War2.nl
Geplaatst op:
05-01-2009
Laatst gewijzigd:
06-06-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.