Verhoor Franz von Papen 1

Middagzitting 1 14-06-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Het Tribunaal zal nu verder gaan met de zaak tegen Beklaagde Von Papen, die meen ik als volgende op de rol staat.
Dr. EGON KUBUSCHOK: Ik begin met het presenteren van bewijsmateriaal namens mijn cliënt Von Papen, door Beklaagde Von Papen als getuige op te roepen.
(Beklaagde Von Papen gaat naar de beklaagdenbank).
De PRESIDENT: Wilt u alstublieft uw volledige naam zeggen?
FRANZ VON PAPEN (beklaagde) Franz von Papen.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de beklaagde herhaalt de eed.)
De PRESIDENT: Neemt u plaats alstublieft.
Dr. KUBUSCHOK: Geeft u het Tribunaal alstublieft in het kort een beeld van uw leven, in het bijzonder vanaf het moment waarop u in de politiek ging.
VON PAPEN: Om mijn leven in het kort te beschrijven zal ik alleen die punten benadrukken die voor het Tribunaal van belang zijn voor het vormen van een oordeel over mijn persoonlijkheid en hoe die mijn leven, mijn politieke opvattingen en mijn mening hebben beïnvloed.
Ik ben geboren op grond die al 900 jaar lang in het bezit van mijn familie is geweest. Ik ben opgegroeid met conservatieve principes die een man ten nauwste binden aan zijn volk en zijn vaderlandse bodem en omdat mijn familie altijd een trouw volgeling van de Kerk geweest is, ben ik natuurlijk ook in die traditie opgegroeid.
Als tweede zoon was ik voorbestemd voor een militaire loopbaan. Op 18 jarige leeftijd werd ik luitenant in een cavalerieregiment en ging ik ......
De PRESIDENT: Ik geloof niet dat u ons uw geboortedatum hebt genoemd.
Dr. KUBUSCHOK: Noemt u alstublieft uw geboortedatum.
VON PAPEN: Mijn geboortedatum is 29 oktober 1879.
De PRESIDENT: U vertelde ons dat u zich op 18 jarige leeftijd bij een cavalerieregiment aansloot.
VON PAPEN: Belangrijk voor mijn ontwikkeling was mijn huwelijk met de dochter van een industrieel uit het Saargebied, Geheimrat Von Boch. De leden van deze familie brachten mij in contact met vele Franse en Belgische families en op deze manier deed ik een grondige kennis op van de spirituele en culturele factoren van deze buurlanden, die destijds een zeer grote indruk op mij maakten. Vanaf die tijd, ik bedoel vanaf 1905, was ik ervan overtuigd hoe verkeerd een zekere politieke opvatting kan zijn, namelijk dat Frankrijk en Duitsland ertoe veroordeeld moesten zijn elkaar als eeuwige vijanden te beschouwen. Ik voelde hoeveel deze twee volkeren elkaar op gemeenschappelijke basis te bieden hadden, vooropgesteld dat hun vreedzame ontwikkeling niet werd verstoord.
In de jaren die volgden studeerde ik af aan de Kriegsakademie en in 1913, na 5 jaar opleiding, werd ik opgenomen in de Generale Staf. Eind 1913 werd ik, op bevel van Zijne Keizerlijke Hoogheid benoemd tot militair attaché in Washington en Mexico. In deze hoedanigheid vergezelde ik in de zomer van 1914 het Amerikaanse Expeditionaire Korps dat naar Vera Cruz werd gestuurd als gevolg van het incident in Tampico. In Mexico werd ik verrast dor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Tot aan eind 1915 bleef ik op mijn post in Washington.
Deze periode is van beslissend belang voor mijn politieke leven. Onze strijd, gevoerd met legale methoden tegen een eenzijdige bevoorrading van onze vijanden met oorlogsmateriaal, leidde to heftige polemieken en propaganda. Met deze propaganda, die door de vijand werd aangestuurd, werd met alle mogelijke middelen geprobeerd verdenking op de militaire attachés van Duitsland te laden, hen te beschuldigen van onwettige handelingen en in het bijzonder van het voorbereiden van sabotagedaden.
Eind 1915 verliet ik de Verenigde Staten. Het spijt me te moeten zeggen dat ik nooit heb geprobeerd deze valse propaganda recht te zetten en te corrigeren; maar deze propaganda bleef me tot de jaren dertig en zelfs tot aan vandaag achtervolgen en heeft zijn stempel op mij gedrukt. Om slechts een voorbeeld te noemen, zelfs na 1931 beweerde de Lehigh Valley Company voor de Mixed Claims Commission nog dat hun eis van $ 50.000.000 tegen het Duitse Reich gerechtvaardigd was omdat ik, de Duitse militair attaché, een explosie had veroorzaakt die had plaatsgevonden in het jaar 1917, twee jaar nadat ik de Verenigde Staten had verlaten.
Ik noem dit feit slechts, Meneer de President, omdat deze propaganda mij heeft vereerd met titels als “meesterspion”, “hoofd samenzweerder” en andere vriendelijke benamingen; want deze propaganda vormde de achtergrond voor de beoordeling van mijn persoonlijkheid, zoals ik in 1932 ontdekte toen ik in het openbare leven trad.
De PRESIDENT: Is dit een goed moment voor een schorsing?
(de zitting wordt geschorst tot 14:00 uur.

De BODE: Met welnemen van het Tribunaal, de mededeling wordt gedaan dat beklaagden Funk en Speer afwezig zijn.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Kubuschok.
Dr. KUBUSCHOK: Beklaagde, we zijn gestopt toen u het had over de vorming van de publieke mening met betrekking tot uw persoon. Gaat u alstublieft verder met vertellen over uw loopbaan.
VON PAPEN: Ik heb gesproken over de propagandacampagne die over mij tijdens de Eerste Wereldoorolog in Amerika werd gevoerd. Er is in feite nooit een poging gedaan te onderzoeken of deze aantijgingen waar of vals waren. Wat ik in die jaren heb weten te bereiken, het feit dat ik tegen sabotage was en gestreden heb tegen de duikbootoorlog, is nooit bekend geworden.
Deze propaganda was openbare laster en bereikte zijn hoogtepunt in 1941 in een in New York uitgegeven pamflet met de fraaie titel: “De duivel met de hoge hoed.” Daarin werden al die sprookjes kritiekloos herhaald en nieuwe toegevoegd. Zo werd er een zogenaamde publieke opinie over mij gevormd die naar ik meen een volkomen vertekend beeld geeft van mijn karakter, van mijn opvattingen en bovenal van mijn motieven in de periode tussen 1932 en 1945. Ik verzoek het Tribunaal deze psychologische associaties in gedachten te houden wanneer ik nu probeer een juist beeld te schetsen van mijn gedachten en daden.
Na mijn terugkeer in Duitsland in 1916 deed ik mijn plicht als soldaat, als bataljonscommandant en als officier van de Generale Staf tijdens de strijd in Frankrijk. In 1917 werd ik Chef van de Operationele Afdeling van de Legergroep Falkenhayn in Turkije. Toen Falkenhayn in 1918 werd teruggeroepen, werd ik Chef van de Generale Staf van het Vierde Turkse Leger tot aan de wapenstilstand.
Misschien mag ik – na al die slechte dingen die door de wereld over mij zijn gezegd - kort een episode in herinnering brengen die aantoont dat ik in staat was iets nuttigs te doen voor de geschiedenis van de mensheid. Op 8 december 1918, na een harde strijd tegen de Duitse en Turkse hoofdkwartieren slaagde ik erin Falkenhayn te bewegen Jeruzalem te ontruimen. Vanwege deze beslissing werd de stad niet beschoten of verwoest door het Britse leger.
De PRESIDENT: De vertaling kwam geloof ik door als 8 december 1918. Dat moet 1917 geweest zijn.
Dr. KUBUSCHOK: Nee, Edelachtbare, 1918.
VON PAPEN: 8 december 1918.
Toen ik in 1918 met Ataturk onderhandelde over de evacuatie van de Duitse troepen ontvingen we het nieuws over de ineenstorting van de Duitse troepen en het aftreden de Duitse Keizer. Dit feit betekende voor mij niet alleen het verlies van een oorlog, een hele wereld was voor mij ingestort. Het Duitse Reich was ingestort na duizend jaar van ontwikkeling en alles waar we in geloofden was gehuld in de nevelen van de toekomst. Op dit punt besloot ik de realiteit onder ogen te zien.
Na mijn terugkeer in Duitsland vroeg en kreeg ik mijn ontslag uit het leger. Ik ging terug naar huis waar ik op een eenvoudig agrarisch landgoed leefde. Daar was ik op traditonele bodem en wijdde mij aan huiselijke taken. Kort daarop vertrouwden mijn boerenvrienden mij het bestuur over hun gemeenschappelijke zaken toe. Zij benoemden mij tot ereburgemeester en stuurden mij in 1923 naar het Pruisische Parlement.
Toen mij werd gevraagd dit te doen besloot ik mij niet aan te sluiten bij Rechts, de Duitse Nationale Partij maar bij de Centrumpartij. Dit besluit werd beïnvloed door mijn overtuiging dat ik in deze partij veel beter in staat zou zijn veranderingen aan te brengen op het sociale vlak dan onder de Conservatieven. Gelijkertijd vertegenwoordigde deze partij de principes van een Christelijk concept voor een Staat.
De acht jaren dat ik lid was van het Parlement waren gevuld met strijd voor intern herstel en de versterking van de Duitse republiek. In de Centrumpartij vertegenwoordigde ik de conservatieve ideeën van mijn agrarische kiezers. Ik probeerde deze partij, die in Pruisen een coalitie had gevormd met links, ook met rechts een coalitie te laten vormen. Zo wilde ik helpen een uitlaat te maken voor de spanningen waaruit het Nationaalsocialisme in feite werd geboren. In dezelfde periode vallen ook mijn pogingen om de discriminiatie tegen Duitsland door de diverse bepalingen van het Verdrag van Versailles te verwijderen en wel door een beter verstandhouding te kweken met het Franse volk. Ik werd lid van de Duits-Franse Studiecommissie, een commissie opgericht door de Luxemburgse industrieel Meirisch en bestaande uit een groot aantal vooraanstaande mannen uit beide landen. Nauwe betrekkingen en gesprekken verbonden mij ook met de veteranenorganisaties van beide landen, aan Franse zijde met de bekende leider van de Gueles Cassées, Kolonel Piccat. Ik nam actief deel aan de congressen van de Duits-Franse katholieke kringen die in Parijs en Berlijn werden gehouden. Al deze inspanningen hadden ten doel de vrede in Europa te baseren op een beter begrip en nauwere samenwerking tussen onze beide landen.
Deze bewustwording van mij werd verder versterkt toen ik in 1929 naar het Saargebied verhuisde dat destijds, zoals bekend onder internationale controle stond. Toen in 1929 het Plan Young door Duitsland werd aanvaard vroeg ik de heer Stresemann om met de heer Briand tot een oplossing van de kwestie Saarland te komen zonder een volksraadpleging want ik ben altijd van mening geweest dat een nette oplossing van deze netelige kwestie door beide partijen minder wrok en een verhoogd gevoel van solidariteit zou veroorzaken dan een beslissing genomen na een verkiezingscampagne die door beide zijden op verhitte wijze wordt gevoerd. Helaas gebeurde dit niet.
Toen brak in 1930 de grote wereldcrisis uit en trof winnaars zowel als verliezers. Duitsland’s nieuwe democratische stelsel was niet tegen een dergelijke last opgewassen en onder de steeds groeiende economische druk en interne spanningen werd in het voorjaar van 1932 het kabinet Von Papen gevormd. Hiermee begint de politieke ontwikkeling waarover ik graag voor het Tribunaal verantwoording wil afleggen.
Ik zou het Tribunaal een verzoek willen doen. Het Tribunaal heeft bepaald dat beklaagden het kort moeten houden omdat beklaagde Reichsmarschall Göring de geschiedenis van het Nationaalsocialisme al volledig uit de doeken heeft gedaan. Ik verzoek in overweging te nemen dat ik hier niet voor het Nationaalsocialisme spreek. Mijn verdediging zal gaan over het andere Duitsland.
Dr. KUBUSCHOK: Bij de ondervraging van beklaagde zal het nodig zijn in bijzonderheden te treden over gebeurtenissen en activiteiten van beklaagde als Reichskanzler in het jaar 1932. De Aanklacht bestrijkt de periode tussen 1 juni 1932, de datum van benoeming van de heer Von Papen tot Reichskanzler. De Aanklacht ziet in het uitvoeren van zijn officiële activiteiten als Reichskanzler de voorbereiding op de regering van Hitler. De verdediging zal aanvoeren dat de Regering Von Papen voortdurend voor een nieuw programma vocht, geheel onafhankelijk van de ideeën van het Nationaalsocialisme, een programma dat Von Papen’s eigen principiële politieke ideën weergeeft waaraan hij in de volgende periode ook trouw is gebleven. Omdat de Aanklacht .....
De PRESIDENT: Het is voor een raadsman niet gepast een dergelijke verklaring af te leggen. U moet het bewijs aan het licht brengen door vragen te stellen aan beklaagde; en die vragen mogen geen suggestieve vragen zijn waarin het antwoord al ligt opgesloten. U vertelt ons nu wat beklaagde zal gaan zeggen. We willen het van beklaagde zelf horen.
Dr. KUBUSCHOK: Meneer de President, ik wilde er alleen maar op wijzen dat de periode voor 1933 ook besproken moet worden en ik zou u om geduld willen vragen. We zullen .......
De PRESIDENT: We hebben niet geprobeerd u te weerhouden van het leveren van bewijs – van het aan het licht brengen van bewijs. Vraag het aan beklaagde. Maar u kunt de feiten niet zelf noemen.
Dr. KUBUSCHOK: Beklaagde, wilt u aan het Hof uitleggen hoe de situatie was in Duitsland toen Von Hindenburg u op 1 juni 1932 opriep om een kabinet te vormen?
VON PAPEN: Voor ik uw vraag beantwoord, wilt u mij alstublieft toestaan, als een van de laatste kanseliers van het Reich, een korte verklaring af te leggen over de regering die door mij werd geleid? Of en in hoeverre het Handvest van het Tribunaal naar onze mening verenigbaar is met de souvereiniteit van het Reich en haar verschillende regeringen, zal later door een van de andere raadslieden uitvoerig worden behandeld.
Wanneer de Aanklager mijn activiteiten in 1932 als Reichskanzler behandelt, neem ik aan dat dit gebeurt om een duidelijk, historisch juist beeld te krijgen van de ontwikkelingen en een oordeel te vormen over mijn karakter als geheel. Om deze reden wil ik een opmerking maken over dit deel van de beschuldiging. Ik moet hier echter met nadruk stellen dat dit kabinet in 1932 naar beste kunnen en mogelijkheden regeerde volgens de grondwet en volgens de bevoegdheden van de President, in een periode van de meest ernstige interne economische depressie. Het is een historisch feit dat mijn Kabinet niet de minste verdenking van misdaad in de zin van het Handvest zou rechtvaardigen. Ik meen, Edelachtbare dat ik deze verklaring moet afleggen om de integretiteit van mijn collega ministers hoog te houden en bovenal, de integriteit van de President, Feldmarschall Von Hindenburg, de laatste grote historische figuur van Duitsland.
Wat uw vraag betreft: Dr. Brüning, mijn voorganger als kanselier werd door ons allen zeer gewaardeerd en was met grote verwachtingen verwelkomd. Tijdens zijn zittingsperiode kwamen de grote economische crisis, de douaneblokkades door andere landen; productie en handel kwamen vrijwel tot stilstand, zonder vreemde valuta voor het inkopen van grondstoffen, een stijgende werkloosheid, jeugd op straat, en de economische depressie in de wereld leidde to het faillissement van banken.
Regeren was alleen mogelijk met noodmaatregelen; een eenzijdige wetgeving door de President. Steun aan werklozen put de staatskas uit, is aproductief en vormt geen oplossing. Als gevolg van de wijd verbreide werkloosheid namen de radicale partijen toe. De politieke scheuring van het Duitse volk bereikte zijn hoogtepunt. Aan de laatste verkiezingen voor de Reichstag namen 32 partijen deel.
Na de oorlog hadden we allemaal gehoopt dat we een geordende democratie in Duitsland konden opbouwen.
De Engelse democratie was ons voorbeeld maar de Grondwet van Weimar had het Duitse volk een groot aantal rechten verleend die niet overeenkwamen met haar politieke leeftijd. In 1932 was het al lang duidelijk geweest dat de Grondwet van Weimar de fout had gemaakt, de regering te weinig bevoegdheden te geven. Ik herinner u eraan dat het vormen van regeringen vaak weken duurde omdat alle partijen mee wilden doen. In Pruisen waren de Sociaal Democraten sinds 1919 aan de macht. Ze deelden de politeke ambten met het Zentrum. De kloof tussen Pruisen, de grootste van de provincies en het Reich werd alsmaar groter. Mijn wens dat Brüning zou terugkeren naar het oude systeem van Bismarck, Reichskanzler te worden en gelijktijdig President van Pruisen, om het beleid van de grootste provincie te coördineren met dat van het Reich, werd door Brüning afgewezen. In al die jaren, in de laatste jaren werd er niets gedaan om de gestaag groeiende Nationaalsocialistische beweging te bedwingen, met andere woorden haar tot een politiek verantwoordelijke koers te bewegen.
De hele politieke verwarring en de wetenschap dat er iets gedaan moest worden om regeren voor de Reichsregierung mogelijk te maken en haar grotere onafhankelijkheid te geven, dwongen Von Hindenburg tot de beslissing een kabinet te benoemen dat boven de partijen stond, geleid door deskundigen. De leden van dit kabinet van mij waren allemaal deskundigen op hun gebied. Von Neurath was een voormalig diplomaat, de Minister van Binnenlandse Zaken, Gall, was een voormalig bestuursambtenaar; de Minister van Landbouw was algemeen directeur van een grote landbouworganisatie; de Minister van Financiën was vroeger directeur van zijn ministerie geweest; de directeur van de spoorwegen, Eltz, was voorzitter van de raad van commissarissen van een spoorwegmaatschappij geweest, enzovoorts.
Dr. KUBUSCHOK: Gaf de bedoeling met harde hand te regereren aanleiding tot strijd met de partijen?
VON PAPEN: Feldmarschall Von Hindenburg had groot vertrouwen in Brüning maar hij heeft hem zijn mislukking, de rechtse partijen, die Von Hindenburg voor het eerst in 1925 hadden verkozen, over te halen voor zijn herverkiezing in 1932 nooit vergeven. Destijds was Von Hindenburg gekozen tegen de vastberaden oppositie van Links en het Centrum in. Nu, in 1932, moest hij juist door die linkse partijen, die oppositie tegen hem hadden gevoerd, worden gekozen en tegen Rechts in.
Naast de grote oudstrijder uit de Wereldoorlog was de tegenkandidaat een onbekende, gehelmde soldaat. Dit trof de Feldmarschall natuurlijk diep. Ik wil erop wijzen dat in 1932, tijdens de presidentsverkiezingen, Hitler al ruim 11 miljoen stemmen had gekregen, meer dan 30% van het totaal tijdens die verkiezingen.
Waarom de President mij als kanselier koos weet ik niet. Ik kan alleen maar zeggen dat ik er geen vinger naar heb uitgestoken. De gebeurtenisen verliepen als volgt:
Ik vertel dit, Edelachtbare om te reageren op de beschuldiging dat deze kabinetsformatie het begin was van een intrige en een samenzwering. Op 26 mei 1932 was ik op mijn landgoed in het Saargebied. De heer Von Schleicher, de Minister van Defensie, belde me daar op en vroeg me naar Berlijn te komen. Ik arriveerde op de avond van de 27ste in Berlijn. Op de 28ste zocht ik de heer Schleicher op. Hij zei tegen mij: “Er is een kabinetscrisis, we zoeken een kanselier.” Hij besprak diverse personen met mij en tenslotte zei hij: “De President wenst u als kanselier.” Ik was zeer verbaasd en liet dat ook merken. Ik vroeg toen tijd om na te denken. De volgende dag besprak ik de kwestie met mijn vrienden. Op de 30ste zocht ik de heer Von Schleicher weer op. Ik zei hem: “Ik heb besloten dit niet te aanvaarden.” De heer Von Schleicher zei: “Dat zal u niet helpen, de President wenst u onder alle omstandigheden.” Ik antwoordde hem: “De President heeft blijkbaar een verkeerd idee van de politieke krachten die ik hem voor deze regering zou meebrengen; hij denkt waarschijnlijk dat het Centrum mij politiek zou steunen. Maar daar is geen sprake van.”
In de middag van die dag bezocht ik de leider van de Centrumpartij. Ik vroeg hem en hij zei: Meneer Von Papen, aanvaardt u die functie niet; de partij zou onmiddellijk tegen u in de oppositie gaan.” Ik zei: “Dank u, dat is wat ik dacht.”
Toen zocht ik Von Hindenburg op en legde hem de situatie voor. Von Hindenburg stond op en zei: “Ik heb u niet geroepen omdat ik via u de steun van welke partij ook wil krijgen; ik heb u geroepen omdat ik een kabinet wens met onafhankelijke mensen.” Hij herinnerde me toen aan mijn plicht jegens het vaderland. Toen ik hem bleef tegenspreken zei hij: “U kunt mij, een voormalig soldaat niet in de steek laten wanneer ik u nodig heb.” Ik zei: “Nee, onder deze omstandigheden laat ik u niet in de steek. Ik aanvaard de functie.”
Dr. KUBUSCHOK: Als bewijs voor dat gesprek ......
De PRESIDENT: Dr. Kubuschok, het Tribunaal is van mening dat een en ander wellicht met wat minder bijzonderheden behandeld kan worden. De feiten kunnen met wat minder bijzonderheden genoemd worden.
Dr. KUBUSCHOK: We zullen het zo doen.
Als bewijs voor dat gesprek met de Centrumpartij verwijs ik naar documentenboek 1, document 1, pagina 1. Ik dien documentenboek 1 in als bewijsstuk nummer 1.
Beklaagde, u wordt ervan beschuldigd, op een of andere manier te hebben samengespannen tegen Brüning. Is dat waar?
VON PAPEN: Op geen enkele manier. Ik heb al gezegd dat ik zeer veel achting had voor Dr. Brüning persoonlijk en dat ik vanaf de dag dat de heer Von Schleicher mij bij zich riep – drie dagen voor mijn benoeming – ik geen enkel idee had tot zijn opvolger benoemd te wordeen.
Dr. KUBUSCHOK: Sprak u al eerder met Hitler over de door u te vormen regering?
VON PAPEN: Nee, dat is een volkomen valse beschuldiging van de zijde van de Aanklager. De “Geschiedenis van de NSDAP” door Volz, waarin dat staat vermeld – en dat is document 3463-PS – is een zuiver privé werk en was waarschijnlijk medebetaald door Goebbels en zijn Ministerie. Ik verklaar dat mijn regering, volgens de wensen van de Reichspräsident, gevormd moest worden als een voldongen feit, zonder enige onderhandelingen met welke partij of partijleider dan ook.
Dr. KUBUSCHOK: U hebt Hitler ook niet van tevoren de ontbinding van de Reichstag beloofd, niet waar?
VON PAPEN: Deze bewering van de Aanklager is ook onjuist. Ik heb van te voren niet de ontbinding van de Reichstag met Hitler besproken want de Reichstag werd op 4 juni ontbonden en ik ontmoette Hitler voor het eerst in mijn leven vijf of zes dagen later. De ontbinding van de Reichstag op zich was een vanzelfsprekendheid omdat de nieuwe regering de mening van de kiezers wilde weten over de nieuwe koers en over het regeringsprogramma.
Dr. KUBUSCHOK: Wat waren de politieke doelen van uw kabinet? Noemt u ze alstublieft kort.
VON PAPEN: De centrale kwestie die ons bezig hield was de economische. De grote economische crisis en de 1.5 miljoen werkloze jongeren, de zes tot zeven miljoen geheel werklozen en de 12 tot 13 miljoen deeltijd werkers. Pogingen van mijn voorgangers om met alleen Staatsmiddelen te helpen bleken onvoldoende. Ze legden een druk op de financiën en hadden geen resultaat. Het streven van mijn regering was om private economie in te zetten om dit probleem op te lossen. We wilden het hele productieproces weer op orde brengen. Met een investering van 2.200 miljoen Reichsmark wilden we dit proces op gang brengen en verwachtten in het lopende jaar 1¾ miljoen arbeiders in het productieproces terug te brengen.
Een dergelijk programma had met de partijen niet overeengekomen kunnen worden. Het politieke doel was, gelijk met de reorganisatie van de economie, de praktische samenwerking te verkrijgen met de sterkste van de oppositiepartijen, de NSDAP. Dat was het centrale probleem van Duitsland’s interne beleid. Er was al aangetoond, door de Nationaalsocialistische regeringen in Thüringen, in Braunschweig en in Oldenburg dat deze poging kon worden gedaan zonder zich bloot te stellen aan het gevaar van revolutionaire bewegingen. Ik kon daarom, door middel van een nationaal en sociaal programma, hopen op de goedkeuring van de Reichstag.
Dr. KUBUSCHOK: Voor de regeringsverklaring verwijs ik naar document 1, bewijsstuk 1, pagina’s 2 en 3.
U had het over de oplossing van het sociale probleem als belangrijkste taak voor uw regering. Wilt u alstublieft kort uitleggen hoe u dit probleem zag en hoe u probeerde het op te lossen?
VON PAPEN: In geen enkel land ter wereld was meen ik het probleem van kapitaal en arbeid zo dringend als in Duitsland, als resultaat van overindustrialisatie en vervreemding van de grond. De reden is bekend, ik hoef het er niet over te hebben. Echter, een van de redenen die meestal over het hoofd wordt gezien was de inflatie in Duitsland die alle tegoeden in Duitsland had vernietigd. Deze inflatie had de middenklasse en de arbeiders, die de ruggengraat van de natie vormen, hun spaartegoeden en kapitaal ontnomen en had de arbeiders, handelaars en de middenklasse naar het proletariaat gedreven.
Gelijk met de sociale processen in Duitsland was er in ons grote buurland een nieuwe sociale orde ontstaan, het stelsel van een klassenloze maatschappij en de totalitaire staat. De democratische machten in de wereld weerstonden de uitbreiding van dit stelsel. Ze namen beschermende maatregelen op economisch vlak maar deze beschermende maatregelen, het “New Deal” en “Ottawa” verzwakten de Duitse positie alleen maar meer.
De PRESIDENT: Dr. Kubuschok, ik denk dat beklaagde zich moet realiseren dat dit allemaal bekend terrein is voor het Tribunaal en dat het niet nodig is dit tot in detail te herhalen.
VON PAPEN: Ik wilde alleen aan het Tribunaal duidelijk maken dat dit sociale probleem de basis vormde voor de hele historische ontwikkeling.
Dr. KUBUSCHOK: De kwestie rond het sociale probleem is tevens een kwestie van de ontwikkeling van de NSDAP en de beklaagde zal daar later vanuit dat standpunt op in gaan.
Beklaagde, u hebt een tijdje geleden gezegd dat u voor de vorming van de regering geen contact had met Hitler. Wanneer ontmoette u Hitler voor het eerst en welke afspraken maakte u?
VON PAPEN: Ik heb al gezegd dat ik Hitler voor het eerst op 9 of 10 juni ontmoette. Het doel van het gesprek was er achter te komen op welke gronden Hitler geneigd zou zijn mijn regering te gedogen. Mijn programma bevatte zoveel punten op sociaal gebied dat goedkeuring van dat programma door de Nationaalsocialisten te verwachten viel. Hitler’s voorwaarde voor een dergelijke goedkeuring van het regeringsprogramma was het opheffen van het uniformverbod voor de SS; dat wil zeggen, de politieke gelijkstelling van zijn partij met de andere partijen.
Ik stemde daar destijds mee in, temeer omdat het verbod voor de SS door het kabinet Brüning een duidelijke onrechtvaardigheid was. De SS, of liever de SA, was verboden maar de geüniformeerde eenheden van de Socialisten en de Communisten, het “Rotfront” en de “Reichsbanner” waren niet verboden. Het resultaat van mijn belofte aan Hitler was dat Hitler zich verplichtte, mijn regering te gedogen.
Dr. KUBUSCHOK: Ik wil graag een fout rechtzetten die beklaagde maakte. Hij had het over de SS, maar bedoelde de SA. De SS bestond destijds nog niet.
Ik verwijs naar document 1, pagina 3, een verklaring van de President betreffende de opheffing van het verbod op de SA. De President wijst erop dat hij tot opheffing van dit verbod besloot op uitdrukkelijke voorwaarde dat er in de toekomst geen geweld meer zou worden gebruikt. Hij zegt verder dat hij vastbesloten was – dat hij alle hem ten dienste staande grondwettelijke middelen zou gebruiken om op te treden tegen iedere vorm van overtreding als aan deze eis niet werd voldaan.
Beklaagde, wilt u een korte verklaring geven omtrent uw inspanningen tijdens en het verloop van de Conferentie van Lausanne in juni 1932, die zo’n grote invloed had op de groei van de NSDAP?
VON PAPEN: Ik vraag permissie over deze conferentie iets dieper in detail te treden, want het resultaat was nauw verbonden met de enorme groei van de NSDAP daarna. Deze conferentie was lang van te voren voorbereid, zoals bekend. Hij was bedoeld om herstelbetalingen af te schaffen. Maar ik ging naar Lausanne met nog andere doelen en verwachtingen. De afschaffing van herstelbetalingen was om zo te zeggen een uitgemaakte zaak. Maar wat nodig was, was het wegnemen van Duitsland’s morele ongerustheid als Europa op vreedzame wijze naar een normale toestand zou terugkeren. Deze morele ontevredenheid had vele oorzaken. Duitsland was een tweede rangs natie geworden. Het was beroofd van belangrijke kenmerken van haar onafhankelijkheid: geen militaire zelfstandigheid, het Rijnland onbeschermd, de Corridor (in Polen, Vert.) het Saargebied en andere. Ik heb de economische toestanden al beschreven. Deze economische en politieke moeilijkheden hielpen het politiek radicalisme bevorderen en extreem groeide bij iedere verkiezing.
Als er dus hulp zou worden geboden, dan moest niet alleen de kwestie van de herstelbetalingen worden opgelost – dat was negatieve hulp – maar positieve, morele hulp was vereist. Mijn programma hield het herstel van de souvereiniteit van het Reich in. Op de eerste plaats moest het beruchte Artikel 231 van het Verdrag van Versailles worden geschrapt. Dat was het artikel waarin uitsluitend Duitsland verantwoordelijk werd gehouden voor de oorlog. Historici uit alle landen hadden al lang vastgesteld dat wij niet de enige verantwoordelijken waren. Op de tweede plaats moesten de betrekkingen met Frankrijk, gebaseerd op onderling vertrouwen, worden hersteld.
De PRESIDENT: Dr. Kubuschok, het Tribunaal is van mening dat dit niet echt voor ons van belang is.
VON PAPEN: Ik zal kort .....
Dr. KUBUSCHOK: Mag ik in het algemeen stellen dat de gebeurtenissen in 1932, de interne en buitenlandse politieke ontwikkelingen, de sleutel vormden voor de beoordeling van de groei van de NSDAP die tenslotte leidde tot 30 januari 1933. Wanneer we bepaalde zaken hier bespreken, kunnen we ernaar verwijzen wanneer we de gebeurtenissen van 1933 bespreken. Ik meen dat we zo tijd kunnen besparen. Daarom verzoek ik of deze periode in wat meer bijzonderheden besproken kan worden.
VON PAPEN: Ik zal het zo kort mogelijk houden, Edelachtbare.
De PRESIDENT: Ik geloof dat we beter verder kunnen gaan vanaf 1933, zoals u voorstelde. Was dat niet wat u voorstelde, dat u verder zou gaan met 1933 om dan vermoedelijk zonodig op 1932 terug te komen?
Dr. KUBUSCHOK: Nee, dat is niet wat ik voorstelde. Ik zei dat de bespreking van de toestanden in 1932 de sleutel leveren tot de groei van de NSDAP en de lastercampagne tegen de Hitler regering.
De PRESIDENT: Jawel, maar beklaagde heeft de toestanden van 1932 al langdurig besproken. We kunnen nu zeker wel verder gaan met iets wat te maken heeft met de Nationaalsocialistische partij.
VON PAPEN: Daar kom ik direct op, Meneer de President. Ik wilde alleen maar zeggen dat ik deze onderwerpen in Lausanne te berde bracht om begrip voor de interne situatie in Duitsland te kweken. Ik onderhandelde met de Franse Eerste Minister, de heer Herriot, over het laten vallen van dat beruchte artikel. Ik kwam een afspraak om hem te raadplegen met hem overeen, maar er kwam niets van terecht om redenen die ik niet verder wil bespreken. Het uiteindelijke resultaat van de Conferentie van Lausanne was in ieder geval negatief, zodat de verkiezingen die daarna werden gehouden .......
Dr. KUBUSCHOK: Wat was uw standpunt met betrekking tot de bewapening?
VON PAPEN: Ik had mijn standpunt over de kwestie van de bewapening, die zelfs al in 1933 een rol speelde, destijds in Lausanne al ingenomen. Ik had het besproken met de Britse Eerste Minister, Mr. MacDonald en met de heer Herriot. Later tijdens een interview besprak ik dit standpunt met de heer Herriot zodat het is vastgelegd. Het is document 55. In dit document stelde ik dat het geen kwestie was van Duitse herbewapening maar een kwestie van het nakomen van beloften tot ontwapening van andere landen. Er wordt niets gezegd over de Duitse herbewapening, maar alleen over de gelijkheid van Duitsland en de gelijke behandeling van Duitsland.
Ik hoef niet uit dit document te citeren. Het is in handen van het Hof, document 55.
Dr. KUBUSCHOK: Ik dien document 55 in als bewijsstuk 55 en verwijs verder naar document 1, dat al is ingediend, pagina 9 en document 6, dat ik heb ingediend als bewijsstuk 3, pagina 22.
VON PAPEN: Aan het einde van de Conferentie van Lausanne zei ik tegen MacDonald en Herriot: “U moet mij een succes op het gebied van buitenlandse politiek gunnen want mijn regering is de laatste bourgoisie regering van Duitsland. Na mij zullen er alleen maar extremisten zijn van rechts en van links.” Maar ze geloofden mij niet en ik keerde uit Lausanne terug met maar een gedeeltelijk succes.
De PRESIDENT: Ik geloof dat dit een goed moment is voor een schorsing.

Definitielijst

democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
inflatie
Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rijnland
Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
wereldcrisis
Wereldomvattende economische crisis, die uitbrak na de New Yorkse beurscrash (1929). De oorlogsdreiging (WO II) verbeterde de economische situatie weer.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
30-07-2008
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.