Verhoor Hermann Göring 1

Middagzitting 1 13-03-1946

Inhoudsopgave

Dr. OTTO STAHMER (raadsman van Hermann Göring): Als het Tribunaal mij dat toestaat zou ik de voormalige Reichsmarschall, beklaagde Hermann Göring op willen roepen.
(Beklaagde Göring gaat naar de beklaagdenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u alstublieft uw naam zeggen?
HERMANN WILHELM GORING (Beklaagde): Hermann Goring.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de beklaagde herhaalt de eed in het Duits)
De PRESIDENT: Neemt u plaats als u dat wilt.
Dr. STAHMER: Wanneer bent u geboren en waar?
GOERING: Ik ben op 12 januari 1893 geboren in Rosenheim in Beieren.
Dr. STAHMER: Wilt u het Tribunaal een kort relaas doen over uw levensloop tot aan de Eerste Wereldoorlog, maar kort graag.
GOERING: Normale opvoeding, eerst een leraar aan huis, daarna kadettenopleiding, daarna officier in actieve dienst. Een paar punten die van belang zijn voor mijn latere ontwikkeling: De positie van mijn vader als eerste Gouverneur van Zuidwest-Afrika, zijn betrekkingen uit die tijd, in het bijzonder met twee Britse staatslieden, Cecil Rhodes en de oude Chamberlain. Dan de sterke binding tussen mijn vader en Bismarck; de ervaringen van mijn jeugd die ik voor de helft doorbracht in Oostenrijk waarmee ik al een sterke binding voelde, als met een broedervolk. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog was ik luitenant in een infanterieregiment.
Dr. STAHMER: In welke rang nam u deel aan de Eerste Wereldoorlog?
GOERING: Zoals ik net zei, eerst luitenant bij een infanterieregiment tijdens de zogenaamde grensgevechten. Vanaf oktober 1914 was ik luchtwaarnemer. In juni 1915 werd ik piloot, eerst van een verkenningsvliegtuig, dan voor een korte tijd van een bommenwerper en in de herfst van 1915 werd ik jachtvlieger. Ik raakte bij een luchtgevecht ernstig gewond. Na mijn herstel werd ik commandant van een jagersquadron en nadat Von Richthofen was gesneuveld werd ik commandant van het toen zeer bekende Von Richthofen squadron.
Dr. STAHMER: Welke onderscheidingen ontving u?
GOERING: Allereerst het Ijzeren Kruis Tweede Klas EK II, daarna het EK I, dan de Zahring Leeuw met Zwaarden – de Orde van Karl Friedrich, de Orde van Hohenzollern met Zwaarden derde klas en tenslotte de Pour le Mérite, de hoogst mogelijke onderscheiding.
Dr. STAHMER: Vertelt u het Tribunaal wanneer en onder welke omstandigheden u Hitler leerde kennen.?
GOERING: Ik zou allereerst een principieel feit willen noemen. Na de ineenstorting in de Eerste Wereldoorlog moest ik mijn squadron demobiliseren. Ik wees de uitnodiging, mij bij de Reichswehr aan te sluiten af omdat ik vanaf het begin in alle opzichten tegen de republiek was, die door de revolutie aan de macht was gekomen. Ik kon dat niet in overeenstemming brengen met mijn overtuiging. Kort daarna ging ik naar het buitenland om daar een baan te zoeken. Maar na een paar jaar verlangde ik ernaar, naar mijn eigen land terug te gaan. Allereerst verbleef ik enige tijd in een jachthut in de bergen en studeerde daar. Op een of andere manier wilde ik delen in het lot van mijn land. Omdat ik dat niet kon en wilde doen als officier, om bovengenoemde redenen, moest ik allereerst de noodzakelijke basis leggen en ik ging naar de universiteit van München om geschiedenis en politieke wetenschappen te studeren. Ik vestigde mij in de omgeving van München en kocht daar een huis voor mijn vrouw. Toen op een dag, op een zondag in oktober of november 1922, omdat door de Entente alweer de eis was gesteld tot uitlevering van onze militaire leiders, tijdens een protestdemonstratie in München, ging ik als toeschouwer naar die demonstratie, zonder er enige binding mee te hebben. Diverse sprekers van partijen en organisaties voerden er het woord. Tegen het einde werd ook Hitler aangekondigd. Ik had zijn naam een keer eerder kort horen noemen en wilde horen wat hij te zeggen had. Hij weigerde te spreken en het was bij puur toevel dat ik dicht bij hem stond en de reden voor zijn weigering hoorde. Hij wilde de eenheid van de demonstratie niet verstoren; hij kon zich niet, zoals hij zelf zei, zien spreken tot deze tamme bourgoisie piraten. Hij vond het zinloos protesten te lanceren zonder dat er gewicht achter zat. Dit maakte een diepe indruk op mij; ik had dezelfde mening.
Ik deed navraag en ontdekte dat ik de volgende maandagavond Hitler kon horen spreken omdat hij elke maandagavond een vergadering hield. Ik ging erheen en daar sprak Hitler, in verband met die demonstratie, over Versailles, het Verdrag van Versailles en het verwerpen van het Verdrag van Versailles.
Hij zei dat zulke holle protesten als die van zondag geen enkele zin hadden – men zou die gewoon voor kennisgeving aannemen – dat een protest pas succes heeft als het gesteund wordt door een kracht die er gewicht aan geeft. Totdat Duitsland sterk was geworden had dit geen enkel doel.
Deze overtuiging kwam als het ware woord voor woord uit mijn eigen hart. Op een van de volgende dagen ging ik naar het kantoor van de NSDAP. Destijds wist ik niets van het programma van de NSDAP en alleen maar dat het een kleine partij was. Ik had ook andere partijen bestudeerd. Toen de Nationale Assemblée werd gekozen., met toen een totaal a-politieke houding, had ik zelfs op de democraten gestemd. Daarna, toen ik zag wie ik had gekozen, wendde ik mij enige tijd af van de politiek. Nu zag ik hier eindelijk een man die een helder en duidelijk doel voor ogen had. Ik wilde hem eerst alleen maar spreken om te zien of ik hem op enige wijze kon helpen. Hij ontving mij direct en nadat ik mij had voorgesteld zei hij dat het een buitengewone speling van het lot was dat wij elkaar moesten ontmoetten. We spraken meteen over de dingen die ons na aan het hart lagen – de nederlaag van ons vaderland en dat men het daar niet bij moest laten zitten.
Het belangrijkste gespreksthema was weer Versailles. Ik zei hem dat ik met heel mijn wezen en al mijn bezittingen volledig tot zijn beschikking stond voor deze, naar mijn mening meest essentiële en meest beslissende kwestie: de strijd tegen het Verdrag van Versailles.
Het tweede punt dat destijds een sterke indruk op mij maakte, dat ik zeer sterk voelde en echt een basisvoorwaarde vond, was het feit dat hij mij uitvoerig uitlegde dat het onder de destijds heersende condities niet mogelijk was, in samenwerking met dat element dat zichzelf destijds nog nationalistisch vond – of het nou de politieke zogenaamde nationalistische partijen waren of degenen die zich nog nationalistisch noemden, de toen bestaande verenigingen, gevechtseenheden, het Freikorps etcetera – met die mensen alleen was het niet mogelijk tot een hervorming te komen met het doel een sterke nationalistische wil onder het Duitse volk te kweken, zolang de Duitse arbeidersmassa tegen dit idee was. Men kon Duitsland slechts weer opbouwen als men de Duitse arbeidersmassa achter zich zou krijgen. Dit kon alleen maar worden bereikt als de wil om de ondraaglijke ketenen van het Verdrag van Versailles te verbreken echt gevoeld werd door de grote volksmassa en dat zou alleen maar mogelijk zijn door het nationalistische concept te combineren met een asociaal doel.
Hij gaf mij bij die gelegenheid voor het eerst een zeer mooie en diepzinnige uitleg van het concept Nationaalsocialisme; de eenwording van de twee concepten van nationalisme aan de ene kant en socialisme aan de andere kant, die van zichzelf de absolute aanhangers van het nationalisme zowel als van het socialisme zouden blijken te zijn – het nationalisme, als ik dat zo mag zeggen van de bourgoisie wereld en het socialisme van de Marxistische wereld. We moeten deze concepten weer verduidelijken en door de samenvoeging van deze twee ideën een nieuw draagvlak voor deze nieuwe gedachten scheppen.
We gingen toen verder met de practische kant, waarvoor hij mij vroeg hem boven alles op één punt te steunen. Binnen de partij, klein als die was, had hij een keuze gemaakt uit die mensen die overtuigde volgelingen waren en die op ieder moment bereid waren zich volledig en onvoorwaardelijk in te zetten voor de verspreiding van ons idee.
Hij zei dat ik zelf wist hoe sterk destijds het Marxisme en het Communisme overal waren en dat hij zich in feite had kunnen laten horen op bijeenkomsten pas nadat hij weerstand had geboden aan een fysieke macht die de bijeenkomst wilde verstoren met een andere fysieke macht die de bijeenkomst moest beschermen; tot dat doel had hij de SA opgericht. De leiders van destijds waren te jong en hij had lang uitgekeken naar een leider die zich in de laatste oorlog, nog slechts een paar jaar geleden, op een of andere manier had onderscheiden, zodat er het nodige gezag zou ontstaan. Hij had altijd geprobeerd een vlieger of een onderzeebootman met de Pour le Mérite voor dit doel te vinden en het leek hem nu bijzonder gelukkig dat juist ik, de laatste commandant van het Von Richthofen squadron, mij tot zijn beschikking zou stellen. Ik zei hem dat het op zich niet erg prettig voor mij zou zijn om vanaf het begin een leidende positie in te nemen omdat het erop zou kunnen lijken dat ik mij alleen vanwege die positie had aangesloten. We maakten uiteindelijk de afspraak dat ik de eerste 1 of 2 maanden officieel op de achtergrond zou blijven om daarna pas de leiding op mij te nemen maar in werkelijkheid moest ik mijn invloed onmiddellijk laten gelden. Ik stemde hierin toe en op die manier sloot ik me bij Adolf Hitler aan.
Dr. STAHMER: En wanneer was dat?
GOERING: Eind oktober of begin november 1922.
Dr. STAHMER: Eind oktober?
GOERING: Ofwel eind oktober of begin november 1922.
Dr. STAHMER: En toen werd u officieel lid van de partij?
GOERING: Ja, dat was op dezelfde datum. Een paar dagen later schreef ik mij in.
Dr. STAHMER: Welke taken gaf Hitler u toen, tot laten we zeggen november 1923?
GOERING: De taken kwamen voort uit mijn positie die destijds de titel “Commandant van de SA” had. Allereerst was het belangrijk de SA tot een stabiele organisatie te smeden, hen orde bij te brengen en er een volledig betrouwbare eenheid van te maken die de bevelen moest uitvoeren die ik of Adolf Hitler aan hen gaven. Tot op dat moment was het slechts een club geweest die zeer actief was geweest maar de noodzakelijke samenhang en discipline nog miste.
Ik streefde er vanaf het begin naar die partijleden in de SA op te nemen die jong en idealistisch genoeg waren om hun vrije tijd en hun totale energie eraan te besteden. Want in die tijd waren de zaken voor die goede mannen zeer moeilijk. We waren klein in aantal en onze tegenstanders waren veel talrijker. Zelfs in die dagen stonden deze mannen bloot aan aanzienlijke irritaties en hadden van veel dingen te lijden.
Op de tweede plaats probeerde ik rekruten te vinden onder de arbeiders, want ik wist dat ik in het bijzonder onder de arbeiders veel leden voor de SA moest werven.
Tegelijkertijd moesten we er natuurlijk voor zorgen dat de Partijbijeenkomsten, die destijds over het algemeen waren beperkt tot München, Oberbayern en Frankenland op een ordelijke manier konden worden gehouden en verstoringen konden worden voorkomen. In de meeste gevallen slaagden we daarin. Maar soms was er een grote groep van onze tegenstanders aanwezig. Een van beide kanten had nog de wapens uit de oorlog, soms ontstonden er kritieke situaties en in sommige gevallen moesten we de SA ter versterking naar andere plaatsen sturen.
In de loop van 1923 werden de tegenstellingen tussen Beieren en het Reich steeds groter. Men kon zien dat de Beierse regering van die tijd een andere weg wilde inslaan dan de Reichsregierung. De Reichsregierung werd sterk beïnvloed door het Marxisme maar de Beierse regering was daar vrij van, zij was bourgois.
Toen werd de Beierse regering ineens ingrijpend gewijzigd toen er een gouverneur-generaal – ik denk dat hij zo werd genoemd – voor Beieren werd benoemd. Hij heette Von Kahr, de Beierse regering was ondergeschikt aan hem en droeg alle bevoegdheden aan hem over. Spoedig daarna ontstond het conflict met de Reichswehr. De 7. Reichswehrdivision, die in Beieren gelegerd was, werd ontheven van haar eed aan het Reich, die zij op het Reichsgrundgesetz had gezworen – de naam weet ik niet meer – dat wil zeggen op Von Kahr. Dit leidde tot het conflict tussen de generaals Von Seeckt en Lossow. Hetzelfde gebeurde met de Beierse politie.
De Beierse regering probeerde op hetzelfde moment in de gunst van de zogenaamde nationalistische bewegingen te komen die deels naar militair of semi-militair voorbeeld waren georganiseerd en ook wapens bezaten. Het geheel was tegen Berlijn gericht en tegen, zoals wij het uitdrukten, de “November republiek.” We konden het tot op dat punt eens worden.
Op zondag, voor de 9de november, was er een grote parade in München. De hele Beierse regering was aanwezig. De Reichswehr, de politie en de Vaterlandverbände – en wij ook - marcheerden voorbij. Bij die gelegenheid zagen we opeens dat de figuur op de voorgrond niet langer de heer Von Kahr was maar Kroonprins Rupprecht van Beieren. Daar waren we erg door geschokt. De verdenking kwam bij ons op dat Beieren een koers wenste te volgen die mogelijke zou leiden tot een aanzienlijke versnippering en Beieren zou zich kunnen afscheiden van het Reich. Maar niets was verder van onze gedachten dan zoiets toe te staan. Wij wilden een sterk Reich, een verenigd Reich en we wilden het gezuiverd hebben van bepaalde partijen en gezagsdragers die het nu regeerden.
We waren wantrouwig geworden tegenover de zogenaamde Mars naar Berlijn. Toen dit een zekerheid werd en de heer Von Kahr de bekende bijeenkomst in de Bürgerbräukeller bijeen had geroepen, was het de hoogste tijd om die plannen te dwarsbomen en de hele onderneming in de richting te sturen van het idee “Grossdeutschland.” De gebeurtenissen van 9 november 1923 ontwikkelden zich dus in een erg korte tijd. Maar voor zover het mij persoonlijk aanging was ik – en daar heb ik nooit een geheim van gemaakt – vanaf het begin bereid om aan elke revolutie tegen de zogenaamde November republiek deel te nemen, ongeacht waar en door wie die ontstond. tenzij die ontstond bij Links en voor die taken had ik altijd al mijn diensten aangeboden.
Toen raakte ik ernstig gewond bij de Feldherrenhalle – de gebeurtenissen zijn algemeen bekend - en met dit incident sluit ik het eerste hoofdstuk af.
Dr. STAHMER: Wanneer kwam u na die tijd Hitler weer tegen?
GOERING: Eerst lag ik in een ziekenhuis in Oostenrijk. Er vond een rechtszaak plaats voor het Beierse Volksgerichtshof naar aanleiding van de 9de november.
Dr. STAHMER: Wie waren er aangeklaagd?
GOERING: Hitler werd allereerst aangeklaagd en met hem natuurlijk al diegenen die erbij waren geweest en opgepakt. Ik was een paar dagen in Oberbayern in een ernstig gewonde toestand en werd toen naar de grens gebracht, werd daar gearresteerd en toen bracht de Beierse politie mij naar een andere plek over. Ik vroeg Hitler toen of ik voor het gerecht moest verschijnen. Hij verzocht mij dringend dat niet te doen en dat was een goede zaak. Op deze manier kon het proces niet achter gesloten deuren worden behandeld. want ik had verklaard dat wanneer dat wel zou gebeuren, ik van mijn kant in het openbaar een passende verklaring zou afleggen betreffende die rechtszaak.
Na mijn herstel verbleef ik ongeveer een jaar in Italië, daarna elders in het buitenland. In 1926 of 1927 was er een algemene amnestie voor al die mensen die aan al die illegale – als ik ze zo moet noemen – incidenten deel hadden genomen die tot dan toe hadden plaats gevonden, niet alleen voor ons maar ook voor de Linksen en de boeren en daarom kon ik terug naar Duitsland.
Ik ontmoette Hitler pas weer in 1927, bij een nogal korte bijeenkomst in Berlijn waar hij aanwezig was. Ik was toen niet actief in de Partij; ik wilde eerst mijzelf nogmaals bewijzen in een onafhankelijke positie. Daarna had ik maanden lang geen contact met Hitler. Kort voor de Rijksdagverkiezingen in mei 1928 belde Hitler mij op en zei me dat hij iemand naar voren wilde schuiven als eerste kandidaat van de Nationaalsocialistische partij voor de Reichstag en vroeg me of bereid was en ik zei ja, en ook of mijn activiteiten binnen de Partij .....
Dr. STAHMER: Een vraag. Had u zich intussen bij de SA aangesloten?
GOERING: Nee, destijds had ik niets meer met de SA te maken. In de tussentijd waren er nieuwe mensen benoemd in de SA en de nieuwe leider van de SA, Von Pfeffer, wilde natuurlijk zijn baan houden en zou mij niet graag gezien hebben in nauw contact met de SA.
Dr. STAHMER: Na 1923 bekleedde u dus geen ambt of positie binnen de SA?
GOERING: Na 1923 eindigde mijn actieve dienst in de SA. Pas na de machtsovername, op een later tijdstip toen de zogenaamde erefuncties werden gecreërd kreeg ik, als honoraire functie, de hoogste rang binnen de SA. Maar om terug te gaan, in 1928 werd ik in de Reichstag gekozen en vanaf die tijd reisde ik het land door als woordvoerder voor de Partij.
De SA was, ik weet niet meer in welk jaar, opnieuw opgericht en was niet meer beperkt tot Beieren maar was uitgebreid over het hele Reich.
Dr. STAHMER: Werd de SA na 1923 verboden?
GOERING: Na 1923 werd die tijdelijk verboden.
Dr. STAHMER: Wanneer werd dat verbod opgeheven?
GOERING: Ik kan niet precies zeggen wanneer, in ieder geval op een tijdstip waarop ik nog niet naar Duitsland was teruggekeerd. Maar in ieder geval was die over heel Duitsland uitgebreid en was nu dringend nodig. De partijen van toen, de grotere, hadden allemaal hun zogenaamde knokploegen. Bijzonder actief was, herinner ik me, het Rotfront, een verzameling knokploegen van de Communisten, onze grootste tegenstanders waarmee we herhaaldelijk strubbelingen hadden en die probeerden onze bijeenkomsten te verstoren. Daarnaast was er de Reichsbanner, de organisatie van de Sociaal Democraten, de Democratische partij. Dan was er de Stahlhelm, een rechtse nationalistische organisatie. En dan was er onze SA, die in datzelfde verband genoemd moet worden.
Ik zou willen benadrukken dat destijds de SA vaak veel te lijden had. Vele SA mannen kwamen uit de grote massa; het waren lagere werknemers, arbeiders, mannen die er alleen maar om idealistische redenen aan deelnamen en die dag en nacht hun diensten moesten verlenen zonder er iets van betaling voor terug te krijgen en die dat alleen maar deden vanuit hun oprechte trouw aan het vaderland. Ze raakten vaak zeer ernstig gewond en velen van hen werden tijdens gevechten neergeschoten. Ze werden dooor de regering vervolgd. Ze konden geen ambtenaar worden, een ambtenaar kon geen lid worden van de SA. Ze stonden onder enorme druk. Ik zou willen benadrukken dat ik het hoogste respect en waardering had voor deze mannen, deze SA mannen die niet zo vastberaden waren als hier is geschilderd, gewoon om iets wreeeds te doen, maar het waren eerder mannen die zich vrijwillig bloot stelden aan de grootste ergernissen en irritaties vanwege hun idealisme en hun doelen en die vele dingen afzwoeren om hun idealen te verwezenlijken.
Dr. STAHMER: Wat was uw positie binnen de Partei in de periode vanaf 1928 tot aan de machtsovername?
GOERING: Ik had geen functie binnen de Partei. Ik was nooit een politiek leider in de Partei – dat klinkt misschien vreemd – ook niet in het Reichsparteidirektorat of ergens anders. Ik was ten eerste, zoals ik al zei, lid van de Reichstag en dus lid van de Rijksdagfractie van de Partei. Tegelijk was ik spreker voor de Partei, met andere woorden, ik reisde van stad tot stad en probeerde te doen wat ik kon om de Partei uit te breiden, te versterken, nieuwe leden te werven en over te halen en in het bijzonder aanhangers van het Communisme en Marxisme aan onze kant te krijgen om een breed draagvlak onder het volk te scheppen en niet alleen met rechtse kringen te blijven zitten, die van zich zelf nationalistisch waren.
Vanaf midden 1932, nadat we talloze verkiezingen hadden meegemaakt en bij al die verkiezingen hadden moeten deelnemen aan de campagnes door het houden van toespraken, vaak drie op een avond, vaak de hele nacht lang; werd ik, als lid van de Partei of liever gezegd omdat onze Partei de sterkste vertegenwoordigigng in de Reichstag had, gekozen tot President van de Reichstag en daarmee nam ik een algemene politieke taak op mij.
Kort daarvoor, eind 1931 toen ik zag dat de Partei sterk was gegroeid en nog groeide, zei de Führer tegen mij dat hij graag een directe vertegenwoordiger zou willen hebben die niet was gebonden aan een partijfunctie en die politiek overleg kon voeren. Deze persoon zou niet gebonden moeten zijn aan enige partijfunctie. Hij vroeg me of ik deze post wilde aanvaarden, in het bijzonder omdat ik toch al in de hoofdstad van het Reich woonde.
Ik nam deze functie op mij, het was geen ambt maar eerder een functie van algemene aard. In een paar zinnen gaf hij mij de vrijheid om met alle partijen, vanaf de Communisten tot extreem rechts te onderhandelen om, laten we zeggen, gezamenlijke gerichte acties in de Reichstag te ondernemen of andere passende politeke stappen te zetten. Natuurlijk kreeg ik in dit verband ook de taak om onze idealen in alle kringen uit te dragen. Tot deze kringen behoorden, zoals al eerder genoemd, industriële en intellectuele groeperingen. Omdat ik betrekkingen had met en toegang tot die kringen was het heel normaal dat de Führer mij bijzonder geschikt achtte voor die taak omdat hij mij in dit opzicht absoluut kon vertrouwen en wist dat ik alles zou doen wat in mijn macht lag om onze ideën uit te dragen
Toen ik Reichstagpräsident werd, werd mijn taak in dit opzicht zeer vergemakkelijkt want ik had nu. om het maar zo te zeggen, de wettelijke bevoegdheid en zelfs de plicht aan politieke gebeurtenissen deel te nemen. Als bijvoorbeeld een regering zich terugtrok uit de Reichstag of ten val kwam na een motie van wantrouwen, was het mijn plicht als Reichstagpräsident, na onderhandeling met de diverse partijen, aan de Reichspräsident voorstellen te doen voor wat naar mijn mening de mogelijkheden waren voor een nieuwe coalitieregering. De Reichspräsident was dit opzicht dus altijd verplicht mij te ontvangen met betrekking tot deze kwesties. Ik was dus in staat een nauwe relatie op te bouwen tussen de Reichspräsident en mijzelf. Maar ik zou willen benadrukken dat deze relatie al eerder bestond; het sprak voor zich dat Feldmarschall Von Hindenburg mij altijd ontving wanneer ik daar om vroeg omdat hij mij kende uit de Eerste Wereldoorlog.
Dr. STAHMER: Welke rol speelde u bij de benoeming van Hitler tot Reichskanzler?
GOERING: Ik zou eerst even willen uitleggen dat toen ik zei dat ik geen functie binnen de Partei had, geen politieke functie, mijn positie niettemin steeds sterker werd, in het bijzonder vanaf eind 1931, toen ik steeds nauwer ging samenwerken met de Führer en beschouwd werd als zijn bijzondere vertegenwoordiger maar alleen op basis van een normaal en natuurlijk gezag dat sterk groeide na de machtsovername.
Wat mijn aandeel in de benoeming van Hitler betreft: als ik dat aan het Tribunaal moet uitleggen moet ik eerst in het kort de toestand beschrijven. Het evenwicht tussen de partijen in het parlement was eind 1931 of begin 1932 al verstoord. De zaken gingen slecht in Duitsland en er kon geen blijvende parlementaire meerderheid worden gevormd, door de Noodwet die toen van kracht was, was de Grondwet al gedeeltelijk buiten werking gesteld. Ik roep het kabinet Brüning in herinnering dat in grote mate met de Noodwet moest werken en dat destijds ook sterk betrokken was bij Artikl 48 van de Grondwet. Toen volgde het kabinet van Von Papen dat ook geen parlementaire basis had, of een blijvende of sterkere basis kon krijgen. De heer Von Papen probeerde dat destijds mogelijk te maken en om die basis in het parlement te krijgen vroeg hij de Nationaalsocialisten, de sterkste partij van toen, die basis samen met de andere partijen te vormen.
Er was sprake van – Von Papen’s naam was aan de Reichspräsident genoemd als kandidaat voor het Rijkskanselierschap - dat Hitler vice-kanselier in dat kabinet zou worden. Ik herinner me dat ik de heer Von Papen destijds vertelde dat Hitler van alles kon worden, behalve vice-kanselier. Als hij voor iets zou moeten worden benoemd dan moest dat natuurlijk op de hoogste positie zijn en het zou ondraaglijk en ondenkbaar zijn onze Führer de tweede viool te laten spelen. We hadden dan de rol van regeerder moeten spelen, maar mogelijk niet volgens onze inzichten en Hitler, als vertegenwoordiger van de grootste partij, zou voor die zaken verantwoordelijk moeten zijn. Dat wezen wij pertinent af. Ik benadruk dat niet omdat de heer Van Papen toevallig samen met mij hier zit. Hij weet dat wij hem als persoon altijd respecteerden maar ik vertelde hem, nadat zijn poging op niets was uitgelopen, dat we hem niet alleen niet zouden steunen maar in de Reichstag ook de sterkste oppositie tegen zijn kabinet zouden voeren, net zoals wij stelselmatig ieder kabinet zouden bestrijden dat ons geen leidende invloed in de kanselarij zou geven.
Toen kwam – ik weet niet precies hoe lang de heer Von Papen de teugels in handen had – de bekende botsing tussen hem en mij, hij als Reichskanzler, ik als Reichstagpräsident waarbij het mijn bedoeling was zijn kabinet ten val te brengen en ik wist dat er een motie van wantrouwen van de Communisten kwam die door vrijwel iedereen zou worden gesteund. Deze motie van wantrouwen moest onder alle omstandigheden worden aangenomen om aan de Reichspräsident duidelijk te maken dat men met dergelijke kabinetten niet kon regeren zonder een of andere sterke reserve. Ik zag de “rode map” liggen en ik wist dat het bevel tot ontbinding daarin stond maar liet eerst de stemming doorgaan. Er werden 32 stemmen voor Von Papen uitgebracht en ongeveer 500 tegen hem. Het kabinet Von Papen trad af.
Tot op dat moment hadden alle partijen kabinetten gevormd, afgezien van die enkele kleine splinterpartijen. Alle mensen die beschikbaar waren waren op een of ander moment al aan de leden voorgesteld. Tegen het einde had Reichsverteidigungsminister Von Schleicher, de politieke figuur achter de schermen, een steeds belangrijker rol gespeeld. Er bestonden dus maar twee mogelijkheden: Ofwel er zou rekening worden gehouden met de feitelijke machtsverhouding en de leider van de grootste partij zou, zoals over het algemeen gebruikelijk is, de onderhandelingen voeren en de macht worden toevertrouwd, of anders zou de man die achter de schermen werkte, de enig overgebleven mogelijkheid, naar voren worden geschoven. En dat gebeurde. De heer Von Schleicher nam zelf het kanselierschap op zich in combinatie met – en dit is belangrijk – de post van Rijksminister van Defensie. Het was ons duidelijk, en niet alleen voor ons maar ook voor de andere partijen, omdat de heer Von Schleicher veel minder persoonlijke sympathisanten had dan de heer Von Papen en geen meerderheid kon verkrijgen, dat het uiteindelijke doel van Von Schleicher een militaire dictatuur was. Ik voerde gesprekken met de heer Von Schleicher en vertelde hem dat het zelfs op dat moment mogelijk zou zijn een parlementaire meerderheid te vormen.
Door onderhandelingen was ik erin geslaagd de Duitse Nationalisten, de Nationaalsocialisten, het Centrum, de Duitse Volkspartij en kleinere ondersteunende groepen bijeen te brengen in een meerderheid. Het was mij duidelijk dat een dergelijke meerderheid slechts tijdelijk kon zijn omdat de tegenstelling in belangen te groot was. Maar het liet me onverschillig of ik onze Partei op deze of een andere manier aan de macht bracht – door middel van parlementaire onderhandelingen, prima; op bevel van de Reichspräsident, des te beter.
Deze onderhandelingen werden door de heer Von Schleicher afgewezen omdat hij wist dat hij dan geen kanselier kon blijven. Toen volgden er weer noodwetten en noodmaatregelen. Het parlement was dus min of meer buiten spel gezet, zelfs al voor onze machtsovername.
In de Reichstag daagde ik de heer Von Schleicher onmiddellijk op dezelfde manier uit, met veel meer nadruk dan eerst bij de heer Von Papen. In de tussentijd had een presidentsverkiezing plaats gevonden en daarna een verkiezing voor de Reichstag waarbij wij, na het aftreden van het kabinet van Von Papen, diverse zetels verloren. We gingen terug van 232 naar 196 zetels. Toen in januari waren er weer verkiezingen die een buitengewone stijging vertoonden ten gunste van de Partei en bewezen dat de korte crisis was overwonnen en dat de Partei nog sterker op de weg naar boven was dan ooit eerder.
Op zondag 22 januari 1933 – de 30ste was een maandag – was ik in Dresden op een grote politieke bijeenkomst toen de Führer mij ‘s ochtends verzocht onmiddellijk naar Berlijn te komen. Ik kwam die middag aan en hij vertelde mij, wat ik al wist, dat de Reichspräsident niet langer tevreden was met Von Schleicher en dat de politieke toestand op die manier niet kon voortduren; er was niets bereikt – de Reichspräsident was zelf tot de conclusie gekomen dat op de een of andere manier de verantwoordelijkheid aan de sterkste partij moest worden gegeven. Voor die tijd was er op een knappe manier een verkeerde indruk van de Führer in het brein van de oude heer ontstaan en hij was bevooroordeeld – hij maakte blijkbaar bezwaar tegen het woord socialisme want hij verstond daar iets anders onder.
In het kort onthulde Hitler mij die dag dat ik ‘s avonds, bij de heer Von Ribbentrop thuis, moest spreken met de zoon van de Feldmarschall. Ik meen dat de heer Von Papen daar ook aanwezig moest zijn en ook – maar daar ben ik niet zeker van – Meissner, de staatssecretaris van de Reichspräsident. De zoon van de Feldmarschall wilde namens zijn vader informeren wat de mogelijkheden waren voor Hitler als kanselier en het verlenen van de verantwoordelijkheid aan de Partei. In een nogal lang gesprek zei ik de zoon dat hij aan zijn vader moest vertellen dat Von Schleicher ons hoe dan ook naar de ondergang zou leiden. Ik legde hem de nieuwe principiële toestand uit voor het vormen van een nieuwe regering en hoe ik nu had gehoord over de bereidheid van de Feldmarschall, Hitler het kanselierschap toe te vertrouwen, daarbij de Partei beschouwend als de basis voor een toekomstige parlementaire meerderheid als Adolf Hitler er bij deze gelegenheid ook in zou slagen de Duitse Nationalisten en de Stahlhelm erin te betrekken – want hij wilde een solide nationale basis. De Stahlhelm was geen politieke partij maar had veel aanhangers. De Duitse Nationalisten onder Hugenberg waren een politieke partij.
We bespraken die avond niet veel meer. Ik vertelde Von Hindenburg’s zoon dat ik een en ander ongetwijfeld zou bereiken en de Führer gaf mij opdracht gedurende de komende week onderhandelingen te beginnen met deze partijen aan de ene en met de Reichspräsident aan de andere kant. Er rezen hier en daar moeilijkheden. Ik ontdekte dat onze ....
De PRESIDENT: Dit lijkt me een goed moment voor een schorsing.
(de zitting wordt geschorst)

Definitielijst

Communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
dictatuur
Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Freikorps
Duitse paramilitaire groepen die vlak na de Eerste Wereldoorlog opgericht werden vanuit voormalige frontsoldaten. Deze groepen werden veelal vernoemd naar hun commandant. Freikorpsen vormden de basis voor de latere Sturmabteilung (SA).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Ijzeren Kruis
Duitse militaire onderscheiding, vertaling vanuit het Duits. Zie: Eisernes Kreuz.
nationalisme
Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.
Reichswehr
Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
socialisme
Politieke ideologie die streeft naar geen of geringe klassenverschillen. Produktiemiddelen zijn in handen van de staat. Ontstaan als reactie op het kapitalisme. Karl Marx probeerde het socialisme wetenschappelijk te onderbouwen.
Stahlhelm
Benaming voor de helm die Duitse militairen droegen gedurende WO II. Daarnaast was Stahlhelm een bond voor Duitse frontsoldaten uit WO I.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
09-08-2008
Laatst gewijzigd:
06-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.