Verhoor Hermann Göring 3

Ochtendzitting 1 15-03-1946

Inhoudsopgave

Dr. STAHMER: Welke redenen waren doorslaggevend voor de invasie van Nederland en België?
GÖRING: Deze kwestie was eerst onderzocht vanuit zuiver militair en strategisch oogpunt. Om te beginnen was er onderzocht of de neutraliteit van beide Staten volledig kon worden gegarandeerd.
De PRESIDENT: Er zijn moeilijkheden met de apparatuur. De zitting wordt geschorst.

Dr. STAHMER: Wilt u alstublieft verder gaan?
GÖRING: Ik herhaal. Allereerst moesten we bepalen of de neutraliteit van Nederland en België onder alle omstandigheden zou worden gegarandeerd in geval van een conflict en een oorlog in het Westen. In het begin leek dat erop. Toen kwam er informatie binnen dat er onderhandelingen waren gevoerd niet alleen tussen België en Frankrijk maar ook tussen Nederland en Engeland. Er was een incident in Venlo waar een Nederlandse officier van de Generale Staf op Duits grondgebied gevangen was genomen en ik meen dat een ander door de grenspost bij deze gelegenheid was neergeschoten, hetgeen duidelijk maakte dat deze neutraliteit onder bepaalde omstandigheden en onder toenemeende druk van vijandelijke zijde niet kon worden gehandhaafd.
Wanneer neutraliteit niet onder alle omstandigheden was gegarandeerd zou er tijdens de strijd het enorme gevaar bestaan dat de rechterflank bedreigd werd en niet gedekt was. De puur militaire autoriteiten die zich alleen bezig hielden met het strategische standpunt hadden, wanneer ze naar hun mening was gevraagd, dat moeten geven vanuit zuiver militair standpunt; dat wil zeggen door erop te wijzen dat door het bezetten van beide landen de zuiver militair-strategische toestand natuurlijk zou verschillen van die wanneer dat niet gebeurde en een dergelijke bezetting door de vijand zou worden uitgevoerd.
Een bijkomend element dat aanleiding gaf tot twijfel aan de strikte neutraliteit van deze landen was het feit dat bijna alle vluchten van Groot-Brittannië naar Duitsland, die destijds plaatsvonden, over Nederlands of Belgisch grondgebied gingen. Er bereikte ons betrouwbare informatie dat het Belgische leger, dat aan het begin van de oorlog aan de zuidwestelijke grens versterkt was, gehergroepeerd werd en met al zijn slagkracht werd samengetrokken langs de Duitse grens.
Verdere informatie gaf aan dat er een uitwisseling van ideeën had plaatsgevonden tussen de Franse en de Belgische Generale Staf en dat onder druk van de Franse Generale Staf België had beloofd het werk aan de fortificaties langs de Maas tegen Duitsland uit te breiden.
Andere inlichtingen gaven aan dat de Chef van de Franse Generale Staf, Gamelin, net als Admiraal Darlan en de chef van de Luchtmacht, Vuillemin, onder alle omstandigheden de bezetting van België eisten, vanwege de veiligheid van Frankrijk en dat er over dit onderwerp intensieve onderhandelingen plaatsvonden tussen de regeringen van Engeland en Frankrijk. De informatie van die tijd was zeer betrouwbaar. Hoe juist en volkomen helder die was werd later duidelijk nadat we Frankrijk waren binnengetrokken want we vonden de geheime documenten van de Franse Generale Staf en ook notulen van conferenties die hadden plaatsgevonden tussen de Franse en Britse regeringen in de zogenaamde Opperste Militaire Raad.
Het was de opvatting van de Führer dat door het onvermogen van deze landen, hun neutraliteit tegenover groeiende druk van Engeland en Frankrijk te handhaven het Roergebied, dat voor ons van vitaal belang was, aan uitzonderlijk groot gevaar blootgesteld zou worden. Hoe juist deze mening was kan ook worden opgemaakt uit rapporten waarin het hoofd van de Britse regering voorstelde – en dat ook volledig liet uitleggen door de specialisten in de Militaire Raad – hoe het Roergebied het beste kon worden aangevallen door laagvliegende Britse vliegtuigen die boven België zouden aanvliegen en dan op het laatste moment, na een korte vlucht vanuit België de Roervallei zouden aanvallen en de belangrijkste fabrieken daar vernietigen.
Als die aanvallen al niet eerder werden gedaan, was dat dankzij de bezorgdheid van de Franse Premier want hij maakte zich van zijn kant zorgen over de Franse industrie en wilde het aan de andere partij overlaten de eerste aanvallen op industriegebieden uit te voeren. Engeland stond er echter op dat zij deze aanvallen op het Roergebied via België op ieder moment konden uitvoeren.
Als men in aanmerking neemt hoe kort de vliegtijd is van de Belgische grens naar de belangrijkste fabrieken van de Roervallei – slechts een paar minuten – wordt men zich volledig bewust van het gevaar dat zou ontstaan wanneer de neutraliteit van België niet door onze vijanden zou worden gerespesteerd. Aan de andere kant, als die wel werd gerespecteerd zou een aanval door de RAF op de Roervallei een lange vlucht via de Bocht van Helgoland vanuit het noorden hebben betekend en dan zou het voor ons heel gemakkelijk zijn geweest een dergelijke aanval te voorkomen en af te slaan. Als die echter via België kwam zou dat vrijwel onmogelijk geweest zijn.
Tijdens deze harde strijd was het allereerst noodzakelijk te denken aan onze eigen belangen en ons eigen voortbestaan en het voordeel niet aan de vijand te laten. Op dit moment was men zeer overtuigd van de realiteit van het gevaar dat onze bevolking bedreigde, en vooral onze strijdkrachten; dat gevaar moest van tevoren worden weggenomen en we moesten voor onszelf de voordelen veiligstellen die de tegenstander had verwacht.
Dr. STAHMER: Om welke reden werden in Frankrijk officieren weer geďnterneerd, zelfs nadat de oorlog was afgelopen?
GÖRING: Allereerst wil ik een uitdrukking betreffende deze vraag corrigeren. In Frankrijk was de oorlog als zodanig helemaal niet beëindigd. Er was een wapenstilstand gesloten. Dit was een wapenstistand op zeer gunstige voorwaarden. Zelfs de inleiding tot deze wapenstilstand toonde een tendens naar een komende verzoening, in tegenstelling tot die wapenstilstand die in 1918 op dezelfde plek was gesloten.
Toen Maarschalk Pétain destijds om een wapenstilstand vroeg was het eerste antwoord dat hij kreeg dat de capitulatie onvoorwaardelijk zou moeten zijn. Later echter gaven we hem te verstaan dat een redelijk groot aantal wensen betreffende de vloot, bepaalde delen van het onbezette gebied en het behoud van de kolonies in overweging zouden worden genomen. De situatie was zodanig dat Duitsland op dat moment kon hebben aangedrongen op een absoluut onvoorwaardelijke overgave omdat er geen Franse troepen van enige betekenis waren of enige steun die uit Engeland zou kunnen komen beschikbaar was om een complete militaire ramp in Frankrijk te voorkomen.
Geen enkele linie, geen enkele Franse formatie had de doorstoot van de Duitse troepen naar de Middelllandse Zee kunnen tegenhouden. In Engeland waren geen reserves meer beschikbaar. Alle beschikbare troepen zaten in de expeditiemacht die door België en noord-Frankrijk op de vlucht was gedreven en uiteindelijk in Duinkerken vastzat. In deze wapenstilstandsovereenkomst werden die voorwaarden gerespecteerd die als wens waren geüit. De Führer had daarnaast ook laten doorschemeren dat een zekere edelmoedige oplossing mogelijk was, zeker in verband met de kwestie van gevangengenomen officieren. Toen in tegenstelling tot een grote tevredenheid waarop we hadden gehoopt en waar we vanaf het begin op aanstuurden, het verzet zich in Frankrijk geleidelijk begon te ontwikkelen door middel van propaganda van over het Kanaal en de oprichting daar van een nieuw verzetscentrum onder Generaal de Gaulle, was het naar mijn mening volkomen begrijpelijk dat Franse officieren hun diensten als patriot zouden aanbieden. Maar op hetzelfde moment was het voor Duitsland, dat het gevaar onderkende en probeerde het te onderdrukken, net zo logisch om diegenen weer krijgsgevangen te maken die de leiders en de experts in dergelijke militaire verzetsbewegingen zouden worden, met andere woorden alle officieren die zich nog vrij in Frankrijk bewogen. Dat was een noodzakelijke basisvoorwaarde om het gevaar van een oorlog achter onze rug en een nieuwe uitbarsting in Frankrijk te voorkomen. Ik geloof dat het volkomen uniek is dat terwijl er nog op alle fronten een oorlog woedt, het de officieren van een land waarmee slechts een wapenstilstand is gesloten wordt toegestaan zich vrij te bewegen wanneer de oorlog op zijn hoogtepunt is. Voor zover ik weet was dat de eerste keer in de geschiedenis van de oorlogvoering dat iets dergelijks gebeurde.
Dr. STAHMER: Kunt u ons specifieke feiten noemen om uit te leggen waarom de strijd in Frankrijk, die blijkbaar in 1940 op een onderling eervolle wijze werd gevoerd later zo'n wreed karakter kreeg?
GÖRING: Men moet de twee fasen van de oorlog tegen Frankrijk geheel gescheiden zien. De eerste fase was het grote militaire conflict, met andere woorden de aanval van de Duitse troepen op het Franse leger. Deze strijd was snel gestreden. Men kan niet zeggen dat het gedurende de hele duur een ridderlijke strijd was want vanuit die periode kennen we diverse acties van de Fransen tegen onze gevangenen die in de Witboeken zijn vastgelegd en later aan het Internationale Rode Kruis in Genčve zijn overgedragen. Maar over het algemeen bleef de strijd binnen de normale grenzen van een militair conflict met de uitwassen die altijd in een dergelijke strijd hier en daar voorkomen.
Nadat de strijd was geëindigd brak er tijdelijk rust en vrede aan. Pas later, toen de strijd voortging en zich uitbreidde, in het bijzonder toen de strijd tegen Rusland begon en, zoals ik al eerder zei, er aan de overkant een nieuw Franse leiding was opgestaan, toen werd in de landen van het Westen waar tot dan toe rust had geheerst en geen ernstige incidenten hadden plaatsgevonden, een zekere verheviging van het verzet duidelijk. Er werden aanvallen gepleegd op Duitse officieren en soldaten, handgranaten en bommen werden in restaurants gegooid waar Duitse officieren of soldaten waren. Er werden zelfs bommen gegooid op plaatsen waar vrouwen waren, leden van de Vrouwelijke Verbindingshulpdienst en Rode Kruis verpleegsters. Auto's werden aangevallen, verbindingslijnen verbroken, treinen opgeblazen en dat op steeds grotere schaal.
Een oorlog achter het front gedurende een landoorlog veroorzaakte al problemen genoeg maar toen de luchtoorlog erbij kwam ontstonden er geheel nieuwe mogelijkheden en methoden. Nacht na nacht vlogen er grote aantallen vliegtuigen aan en wierpen enorme hoeveelheden explosieven en wapens, instructie en dergelijke voor deze verzetsbewegingen af teneinde die te versterken en uit te breiden. De Duitse contraspionnage slaagde erin, door middel van afleidingsmanoeuvres en met behulp van de codes die door vijandelijke toestellen waren afgeworpen een groot deel van dit materiaal in handen te krijgen maar er bleef een voldoende hoeveelheid over en die kwam in handen van de verzetsbewegingen. De wreedheden die in dit verband werden gepleegd vonden ook op grote schaal plaats. Desbetreffende documenten kunnen worden overlegd. Natuurlijk .......
Mr. JUSTICE JACKSON: Met welnemen van het Tribunaal, ik onderbreek dit verhoor niet graag maar ik zou willen vragen of het Tribunaal gebruik zou willen maken van de mogelijkheid die het Handvest biedt om van Raadsman een verklaring te vragen hoe dit van belang is voor de aanklachten die wij hier bezig zijn te onderzoeken.
Het roept een vrij grote en belangrijke vraag op en die vraag is deze, zoals ik die zie: het roept een vraag op waarmee zeer veel tijd gemoeid is, als tijd al een belangrijk element in dit Proces is.
Voor het doel van die verklaring moet ik toegeven dat er binnen de bezette gebieden acties werden ondernomen door partizanen die erg storend, bezwaarlijk en schadelijk voor de toekomstige overwinnaars waren. Als er wordt geprobeerd bewijsmateriaal in te brengen wat partizanen deden met de Duitse bezettingstoepen, volgens de theorie van vergelding, dan stel ik met respect dat Raadsman van achteren naar voren werkt, dat wil zeggen, als de Verdediging zegt: "Ja, wij begingen bepaalde wreedheden; wij schonden het internationaal recht," dan kan het zijn dat het motief – ik zal beredeneren dat het niet zo is – onder de Haagsche Conventie niet ter zake doet, maar dan kan tenminste die vraag worden gesteld.
Maar tenzij dit bewijsmateriaal wordt gepresenteerd volgens de theorie dat wraakacties gerechtvaardigd zouden zijn dan stel ik dat daaarvoor in deze zaak geen plaats is. Als het wordt gepresenteerd op basis van het vaststellen van een theorie van vergelding, dan is onze eerste vraag: waar dienen die wraakacties dan voor? Met andere woorden, u kunt zich alleen op de doctrine van vergelding beroepen wanneer u eerst toegeeft dat u bepaalde acties voert die in strijd zijn met internationaal recht. Dan is de vraag of dat al dan niet gerechtvaardigd is. Ik stel dat het deze zaak zou bekorten en zeker verhelderen wanneer de raadsman duidelijk verklaart op welke acties van de kant van de Duitse bezettingsmacht hij zijn bewijsvoering richt, om die naar ik aanneem te verontschuldigen en dat, tenzij er met voldoende zekerheid wordt gewezen op een theorie van vergelding, zodat we de schendingen aan Duitse zijde die hij met vergelding probeert te verontschuldigen kunnen definiëren, dit bewijsmateriaal niet helpt bij een uiteindelijke beslissing over dit vraagstuk.
De vraag is hier niet of de bezette landen zich verweerden. Natuurlijk verweerden zij zich. De vraag is of acties van de aard die wij hebben getoond kunnen worden verontschuldigd met vergelding en zo ja, dan moet er een erkenning van die daden volgen en moet de doctrine van vergelding, naar het mij lijkt, veel duidelijker uiteen worden gezet.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Stahmer?
Dr. STAHMER Ik heb niet de hele verklaring kunnen horen want de tolk kon het niet allemaal bijhouden. maar ik meen dat wat we tot nu toe hebben besproken van belang is om de volgende reden:
De beklaagden worden beschuldigd van het feit dat er op grote schaal gijzelaars werden genomen en doodgeschoten en er wordt volgehouden dat dat niet gerechtvaardigd was; hoe dan ook, de motieven die hebben geleid tot het nemen van gijzelaars zijn tot nu toe nog niet besproken, althans niet voldoende. Om deze kwestie, die zo belangrijk is voor de beslissingen tijdens dit Proces op te helderen, is het naar mijn mening absoluut noodzakelijk duidelijk te maken dat deze besluiten betreffende de arrestatie en behandeling van gijzelaars het gevolg waren van de houding van de verzetsbewegingen. Daarom kan naar mijn mening terecht worden gesteld dat de acties van de verzetsbewegingen de oorzaak waren van de maatregelen die later door de Duitse militaire autoriteiten, zeer tot hun spijt moesten worden genomen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Mag ik iets zeggen op het aanbod van Dr. Stahmer, als het al een aanbod is? De suggestie van dr. Stahmer dat de motieven hier moeten worden onderzocht, lijkt me wel erg ver gaan. Als hij zich onder het internationaal recht beroept op de doctrine van vergelding dan moet hij ook de voorwaarden van die doctrine aanvaarden. Artikel 2 van de Geneefse Conventie van 27 juli 1929 stelt onomwonden dat vergeldingsmaatregelen tegen krijgsgevangenen verboden zijn. Hij moet die daarom betrekken op anderen dan krijgsgevangenen. Onder de doctrine van vergelding, wat wij daaronder verstaan, moet iedere daad waarvan beweerd wordt dat die gerechtvaardigd is, gerelateerd worden aan een specifieke en voortdurende schending van het internationaal recht. Dat wil zeggen, niet iedere toevallige en incidentele schending rechtvaardigt vergelding op grote schaal. Als dat wel zo was dan zou het internationaal recht geen basis hebben want een schending door de ene partij, hoe onbelangrijk ook, zou de andere partij volledig ontslaan van alle regels van oorlogvoering.
Ten tweede, alles waarvan wordt beweerd dat het als vergelding gerechtvaardigd is moet binnen redelijke tijd een vervolg hebben en redelijk gerelateerd aan de overtreding die door de vergelding moet worden voorkomen. Met andere woorden, men kan als vergelding geen massaslachting plegen om een enkele moord te wreken. Vervolgens moet met betrekking to vergeldingen worden aangetoond dat er tegen is geprotesteerd als basis voor het zich beroepen op vergelding. U kunt niets vergelden zonder aankondiging. De vergelding moet worden vastgelegd en er moet aankondiging van worden gedaan door een verantwoordelijk deel van de regering.
En vervolgens, en het meest belangrijk, een opzettelijk beleid van schending van internationaal recht kan niet worden verhuld als vergelding. Specifieke acties moeten een vergelding zijn voor specifieke daden onder de voorwaarden die ik heb genoemd. U kunt een regime van terreur niet rechtvaardigen onder de doctrine van vergelding; en dus stel ik met verschuldigde eerbied vast dat het aanbod van Dr. Stahmer de motieven van Göring als individu, of van alle beklaagden gezamenlijk, of van Duitsland te onderzoeken, niet voldoet aan enige juridische voorwaarde. Het Tribunaal mag erop worden gewezen als verzachting van het vonnis na veroordeling maar het is geen juiste overweging met betrekking tot schuld of onschuld aan de aanklachten die wij bij het Hof hebben ingediend.
De PRESIDENT: Mr. Justice Jackson, ik begreep dat u toegeeft dat dit soort bewijsmateriaal van belang kan zijn bij een verzachting van het vonnis?
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik denk dat wanneer de Heren Rechters de beklaagden schuldig achten, daarna de kwestie van het vonnis aan de orde komt, zoals bij ons gebruikelijk is. U zou bijna alles kunnen vinden wat een beklaagde zei dat hij van belang vond voor zijn vonnis maar ik neem niet aan dat Dr. Stahmer het nu heeft over een aanbod dat voor dat onderwerp van belang is. Als dat wel zo is, zou ik erin moeten toestemmen dat elk verzoek om verzachting natuurlijk wordt gehoord. Het wordt, zoals ik het begrijp, gedaan met betrekking tot de schuldvraag.
De PRESIDENT: Dat mag zo zijn maar het Tribunaal vindt het wellicht beter het bewijsmateriaal nu aan te horen. Het Handvest voorziet niet, voor zover ik dat kan zien, in het inbrengen van nog meer bewijsmateriaal na de veroordeling, als een beklaagde eenmaal is veroordeeld. Daarom moet ieder bewijsmateriaal dat als ontlastend bewijs ingebracht zou kunnen worden, nu moeten worden ingebracht.
Mr. JUSTICE JACKSON: Het probleem hiermee zou denk ik dit zijn: een beklaagde kan heel goed schuldig worden bevonden aan enkele punten maar niet schuldig aan andere. Dat zou op dit moment betekenen een beroep aantekenen tegen het vonnis, twee/derde daarvan is welicht niet van belang omdat hij niet schuldig wordt bevonden aan meer dan een punt.
Ik mag bevooroordeeld zijn ten gunste van de praktijk die ik ken of waarvan ik mag worden verondersteld enige kennis te hebben. In onze rechtsgang wordt de vraag schuldig of niet schuldig het eerst beoordeeld. De kwestie van het vonnis is een ander onderwerp, te beoordelen na de uitspraak schuldig of niet schuldig. Ik zou denken dat dat de logische manier is om hier te handelen. En ik begrijp dat die – en ik denk dat Dr. Stahmer het mij eens is – dat die uitspraak niet wordt gedaan over de kwestie van het vonnis. Ik denk niet dat hij erkent dat hij dat punt al heeft bereikt.
Dr. STAHMER: Mag ik een korte opmerking maken over de juridische kwestie? Er wordt gesteld, althans deze partij beweert dat er in Frankrijk op grote schaal schendingen van het internationaal recht plaatsvonden door het voeren van een guerillaoorlog. De strijd tegen deze acties, die niet voldoen aan internationale wetgeving, kon niet worden gevoerd met vergeldingsmaatregelen, zoals net door Mr. Justice Jackson uiteen is gezet. Het is juist dat er bepaalde redenen bestonden voor het toepassen van vergeldingsmaatregelen maar naar mijn mening is het twijfelachtig of dergelijke ......
De PRESIDENT: Mag ik u vragen of u het er mee eens bent dat de voorwaarden die Mr. Jackson heeft genoemd correct zijn genoemd?
Dr. STAHMER: Ja, maar naar mijn mening hebben we hier met een noodsituatie te maken, veroorzaakt door gedrag dat indruist tegen internationale wetgeving, anders gezegd het ontketenen van een guerillaoorlog. Dit feit geeft legercommandanten het recht algemene maatregelen te nemen om deze toestanden, die onwettig zijn ontstaan, teniet te doen. Daarom zijn die feiten in elk geval van belang voor de bepaling van de strafmaat.
De PRESIDENT: Het Tribunaal zal geen onbeperkt aantal raadslieden van beklaagden horen maar ik zie dat Dr. Exner aanwezig is en het Tribunaal is bereid één andere raadsman – als u dat wenst, Dr. Exner - over dit onderwerp aan te horen.
Dr. FRANZ EXNER (raadsman van beklaagde Jodl): Met welnemen van het Tribunaal, we zijn allemaal geďnteresseerd in de kweste van vergeldingsmaatregelen en ik zou daar een paar woorden over willen zeggen.
Gedurende 10 jaar heb ik aan de universiteit college gegeven over internationaal recht en ik meen dat ik er iets van weet. Vergeldingsmaatregelen behoren tot een van de meest discutabele termen van het internationaal recht. Men kan zeggen dat er maar op één punt absolute zekerheid heerst namelijk het punt dat Mr. Jackson het eerst noemde "wraakacties tegen krijgsgevangenen zijn verboden." Al het andere is discutablel en helemaal niet geldig als internationaal recht. Het is niet juist dat het in alle landen een algemeen toegepaste methode is en dus geldig internationaal recht, dat een protest een vereiste is voor het nemen van vergeldingsmaatregelen. Ook is het niet juist dat er een zogenaamd oorzakelijk verband moet bestaan. Er is gesteld dat er een relatie moet bestaan in tijd en bovenal een verband tussen de ophanden zijnde en de feitelijke schending van internationaal recht. Er zijn deskundigen op het gebied van internationaal recht, en dat is inderdaad een feit, die stellen dat het wenselijk zou zijn dat er in alle gevallen een dergelijk verband bestaat. Maar in het bestaande internationaal recht, in de zin dat er een of andere daartoe strekkende afspraak is gemaakt of dat het internationaal een wettig gebruik is geworden, is dat niet het geval. Het moet daarom gezegd worden, op basis van schendingen van internationaal recht door de andere partij, dat we onder geen enkele omstandigheden wraakacties tegen krijgsgevangenen ondernemen; iedere andere vorm van vergelding is echter toelaatbaar.
Ik wilde alleen maar in algemene termen stellen - en missschien mag ik nog steeds zeggen – dat we het nu niet mogen hebben over verzachtende omstandigheden. Ik zou het Tribunaal eraan willen herinneren dat het ons is toegestaan slechts één pleidooi te houden en wanneer het ons in die toespraak, die wordt gehouden voordat er een beslissing is genomen over de kwestie schuld of onschuld, niet wordt toegestaan over verzachtende omstandigheden te spreken, dan zouden we helemaal geen gelegenheid hebben daarover te spreken.
De PRESIDENT: De zitting wordt geschorst.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
invasie
Gewapende inval.
Maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
19-10-2008
Laatst gewijzigd:
06-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.