Verhoor Hermann Göring 4

Ochtendzitting 1 16-03-1946

Inhoudsopgave

Dr. STAHMER: Meneer de President, ik heb met opzet een vraag uitgesteld en die nog niet behandeld en wel die over Göring's pogingen in de maanden juli en augustus 1939, voor het uitbreken van de oorlog, de vrede te bewaren. Ik heb de vraag uitgesteld om de volgende redenen: Oorspronkelijk was het mijn bedoeling Göring pas na het verhoor van de getuige Dahlerus naar de beklaagdenbank te roepen. Maar omdat Dahlerus nog niet is gearriveerd en ik een onderbreking van de behandeling wil voorkomen, heb ik Göring eerst opgeroepen. Ik verzoek nu om een beslissing of ik Göring terug mag roepen naar de beklaagdenbank na het verhoor van getuige Dahlerus die in de tussentijd is aangekomen – ik vind dit raadzaam uit het oogpunt van tijdsbesparing want naar mijn mening zouden dan een groot aantal vragen overbodig worden – of mag ik hem na dit verhoor nogmaals op dit punt ondervragen? Als dat niet mogelijk zal ik deze kwestie onmiddellijk behandelen. Het leek me echter raadzaam deze vraag te stellen na het verhoor van Dahlerus.
SIR DAVID MAXWELL-FYFE (hoofdaanklager namens Groot-Brittannië): Edelachtbare, ik kan op dit punt behulpzaam zijn. Als het Tribunaal dit verzoek in overweging kan nemen zonder een precedent te scheppen voor andere zaken, zou ik er geen bezwaar tegen hebben want in het geval Dahlerus hebben we begrepen dat iemand tot in bijzonderheden op die kwestie van de gebeurtenissen van de laatste 14 dagen moet ingaan. Het kan heel goed een tijdsbesparing betekenen als op die details slechts een keer wordt ingegaan en het zou voor Dr. Stahmer nogal lastig zijn, de getuige Dahlerus te ondervragen zonder op details in te gaan. Hoewel ik het geheel eens ben met het Tribunaal dat een beklaagde niet moet worden teruggeroepen behalve in de meest uitzonderlijke omstandigheden, meen ik dat dat in dit geval waarschijnlijk tijdwinst zal opleveren.
De PRESIDENT: Bedoelt u dat wanneer de getuige Dahlerus wordt opgeroepen het niet langer nodig zal zijn dat beklaagde Göring nog wordt gehoord met betrekking tot deze gebeurtenissen?
SIR DAVID: Dat zou dat niet langer noodzakelijk maken en het zou in ieder geval betekenen, zou ik denken dat beklaagde Göring slechts antwoord op enkele vragen hoeft te geven; maar als zijn verhoor nu zou beginnen zou het heel moeilijk zijn te voorkomen dat beide getuigen het zelfde onderwerp behandelen.
De PRESIDENT: Het Tribunaal stelt alleen belang in besparing van tijd en daar het Tribunaal door de raadsman van beklaagde, Dr. Stahmer erover is geïnformeerd dat het tijdwinst kan opleveren, is het Tribunaal bereid dit voorstel over te nemen en toe te staan dat getuige Dahlerus wordt opgeroepen voordat deze vragen aan beklaagde Göring worden gesteld, maar dit mag niet worden opgevat als een precedent voor het terugroepen van andere getuigen.
Dr. STAHMER: Dank u heren. Dan heb ik voor dit moment geen verdere vragen aan beklaagde te stellen.

Dr. OTTO NELTE (raadsman van beklaagde Keitel): De Aanklager heeft in zijn pleidooi herhaaldelijk beklaagde Keitel genoemd in verband met orders, richtlijnen enzovoorts. Die werden altijd omschreven als Keitel's orders, Keitel's richtlijnen en hierop heeft de Aanklager, naast andere dingen, de Aanklacht tegen beklaagde Keitel gebaseerd. Ik zou graag door u te ondervragen willen ophelderen wat de positie van Feldmarschall Keitel was, welke bevoegdheden en verantwoordelijkheden hij had als Chef van het OKW of in andere officiële functies. Bent u op de hoogte van het decreet van 4 februari 1938 waarbij het Oppercommando van de Strijdkrachten, het OKW (Oberkommando der Wehrmacht) werd ingesteld en Feldmarschall Keitel benoemd tot Chef van het OKW?
GÖRING: Natuurlijk ben ik op de hoogte van dat besluit want ik ben behulpzaam geweest bij het opstellen ervan in die zin dat de Führer met mij de hele herverdeling van 8 februari heeft besproken en de daaruit voortvloeiende consequenties en organisatorische wijzigingen van zijn hele staf.
Dr. NELTE: Kunt u zich het schema herinneren dat de Aanklager heeft ingediend betreffende de organisatie van de Duitse strijdkrachten?
GÖRING: Ja, ik herinner me dat het hier op het bord hing.
Dr. NELTE: Ik zal het u laten zien.
Vindt u dat het OKW correct in dit schema is geplaatst?
GÖRING: Nee, dat is niet juist. Er staat bovenaan: "Opperbevelhebber van de Strijdkrachten," dan een lege regel en daaronder staat "Chef van het Oppercommando van de Strijdkrachten." Van daaruit lopen lijnen die een ondergeschiktheid aangeven direct naar de opperbevelhebbers van de Wehrmacht, van de Marine en van de Luftwaffe. Dat is niet juist.
Het Oppercommando van de Strijdkrachten en ook de Chef van het Oppercommando van de Strijdkrachten moeten niet op die manier worden geplaatst maar apart aan een kant; anders gezegd de opperbevelhebbers van de drie afdelingen van de Strijdkrachten waren direct ondergeschikt aan de Führer als Opperbevelhebber van de Strijdkrachten en op geen enkele manier ondergeschikt aan het Oppercommando van de Strijdkrachten, of aan de Chef van het Oppercommando van de Strijdkrachten.
Destijds in februari reorganiseerde de Führer zijn hele staf want in zijn hoedanigheid van Staatshoofd beschikte hij over de Staatskanselarij. Hij benoemde Meissner, die toen staatssecretaris was, tot Staatsminister en richtte de Staatskanselarij op als zijn bestuurlijk bureau. Zo had hij, in samenwerking met de Archiefafdeling van Buitenlandse Zaken de leiding over alle kwestie die alleen het staashoofd aangingen. In zijn hoedanigheid van Reichskanzler en hoofd van de regering bepaalde hij dat de Reichskanzlei zijn bestuurlijk orgaan zou zijn en de staatssecretaris van de Reichskanzlei werd op die dag Reichsminister en Chef van de Reichskanzlei. Het was de taak van dit bureau contact te houden met de ministeries en de hele machinerie van de Reichsregierung. De functie van deze minister, als orgaan van de Führer was niet het uitvaardigen maar het uitvoeren van de orders en decreten van de Führer. Ten derde had de Führer als Partijleider de beschikking over de Parteikanzlei waarvan de plaatsvervanger van de Führer, Rudolf Hess destijds de leiding had en een hoge positie binnen die organisatie bekleedde.
Na zijn vlucht werd Bormann niet de plaatsvervanger van de Führer maar Chef van de Parteikanzlei.
Ten vierde was er de privé kanselarij van de Führer met een Reichsleiter aan het hoofd.
Voor militaire zaken werd als zijn militaire kabinet of militaire staf – of zoals dat vroeger heette, het Maison Militaire – het Oppercommando van de Strijdkrachten gevormd.
Deze reorganisatie was nodig omdat er na het aftreden van Blomberg als Minister van Oorlog geen nieuwe minister van Oorlog was benoemd en de Führer, omdat hij staatshoofd was en in elk geval Opperbevelhebber van de Strijdkrachten, was nu vastberaden om niet alleen formeel opperbevelhebber van de strijdkrachten te zijn maar die functie ook werkelijk uit te oefenen. Als gevolg daarvan had hij nu een staforganisatie nodig. Dat moest het Oppercommando van de Strijdkrachten worden en Keitel werd Chef van het Oppercommando van de Strijdkrachten.
In Duitsland heeft het woord "bevelhebber" in militaire zin een andere betekenis dan in "Opperbevelhebber." De verantwoordelijkheid en het recht orders te geven berusten bij de bevelhebber of de opperbevelhebber. De assistent van de staf administratie bij de uitwerking van, het beheer van en het doorgeven van orders en in het onderhouden van de contacten is de eigenlijke chef van die staf. De voormalige Generaloberst Keitel, of Generaal Keitel was Stafchef van de militaire staf van de opperbevelhebber dat het Oppercommando van de Strijdkrachten werd genoemd. Aan de ene kant had hij de leiding over het gehele apparaat van de staf van de opperbevelhebber, voor zover het miliair-organisatorische en technische zaken en de militaire leiding, anders gezegd de strategie betrof, in die zin dat de Führer zijn strategische orders vanuit een punt wilde laten beheren. Hiertoe werd binnen het Oppercommando, als een puur algemene staf, strategisch departement de Opperste Generale Staf ingesteld.
Dr. NELTE: Als ik u goed begrijp wordt OKW vertaald met Oppercommando der Strijdkrachten maar dat is blijkbaar op verschillende manieren gebruikt, soms als de Staf van het Oppercommando der Strijdkrachten – bijvoorbeeld wanneer Keitel Chef van het Oppercommando der Strijdkrachten werd genoemd – en op een ander moment als OKW Bureau van het Oppercommando der Strijdkrachten, met andere woorden Hitler. Is dat juist?
GÖRING: Dat is als zodanig juist maar niet erg duidelijk. Het Oppercommando der Strijdkrachten is de Staf van de Opperbevelhebber der Strijdkrachten, op dezelfde manier waarop ik, als Opperbevelhebber van de Luftwaffe aan de ene kant mijn Generale Staf had en het bureau van mijn hoofdadjudant aan de andere kant – deze twee vormden de staf waarmee ik werkte. Het Opperbevel vormde voor de Führer als Opperbevelhebber een overeenkomstige organisatie. De Chef van mijn Generale Staf kon geen directe bevelen geven aan de commandanten van de luchtvloten, aan commanderende generaals van de luchtkorpsen of aan de divisies. De orders konden alleen maar worden uitgegeven met "Op bevel van de Opperbevelhebber," getekend "iA.," "in opdracht" (im Auftrag).
De chef van een staf, zelfs de Chef van het OKW had daarom geen bevelvoerende functie behalve voor de medewerkers op zijn bureau en de paar bestuursorganen die aan die staf verbonden waren. Een order, commando of richtlijn van het OKW, bijvoorbeeld aan mij als Opperbevelhebber van de Luftwaffe was alleen maar geldig als de instructie met de volgende zin begon: "De Führer heeft bevolen ........" of "Op bevel van de Führer deel ik u hierbij mee ................"
Mag ik mij heel duidelijk uitdrukken: Ik zei eens tegen Generaloberst Keitel "Ik ben alleen maar gebonden aan orders van de Führer. Alleen originele orders, getekend door Adolf Hitler worden aan mij persoonlijk overhandigd. Instructies, richtlijnen of bevelen die beginnen met "Op bevel van de Führer'" of "In opdracht van de Führer" gaan naar mijn stafchef die mij mondeling verslag doet van de belangrijkste punten. Of die nu – om het grof te zeggen – getekend zijn met "In opdracht van de Führer, Keitel, Generaloberst" of met "Meier, schrijver" maakt voor mij geen verschil. Maar als het een direct bevel van u betreft, een order die u mij wilt geven, dan kunt u zich het papier en de moeite besparen want beide betekenen niets voor mij. Ik ben Opperbevelhebber van de Luftwaffe en ben uitsluitend en direct ondergeschikt aan de Führer."
Dr. NELTE: Weet u of Hitler aan de ene kant en de opperbevelhebbers van de diverse afdelingen van de strijdkrachten aan de andere de bevelsstructuur die u beschreef in acht namen of dat bij de andere afdelingen van de strijdkrachten de feitelijke procedure misschien anders was?
GÖRING: Of mijn twee collega's het aan de Chef van het OKW net zo duidelijk maakten als ik kan ik niet zeggen; maar dat de twee andere commandanten geen enkele inbreuk op hun rechten en voorrechten toestonden is duidelijk.
Dr. NELTE: Geldt dat ook voor Himmler als hoofd van de SS?
GÖRING: De SS was nooit ondergeschikt aan het OKW. Binnen de strijdkrachten bestond vanaf het begin van de oorlog de Waffen-SS, onderverdeeld in divisies en korpsen. Dat was zuiver een gevechtseenheid. Tactisch en strategisch was die ondergeschikt aan die eenheden van het leger waaraan hij was toegevoegd; wat betreft personeel en uitrusting was die ondergeschikt aan Himmler en die had met het OKW niets te maken. Hier gebeurde het wellicht dat de Chef van het OKW, in kwesties rond bewapening en organisatie van de Waffen-SS, bevelen of besluiten van de Führer doorgaf.
Bij deze gelegenheid zou ik een fout willen rechtzetten die gemaakt werd tijdens het verhoor van Feldmarschall Kesselring door Justice Jackson. Feldmarschall Kesselring sprak over de Waffen-SS als een garde eenheid. Toen werd hem gevraagd: "wie moest die dan bewaken?" Het woord garde gebruiken wij niet zoals het vertaald is, garde in de betekenis van bewaker maar, zoals Feldmarschall Kesselring bedoelde, als elite eenheid; net als er in het Russische militaire jargon, en bij het voormalige Keizerlijke leger een Garderegiment was en vroeger ook in andere legers. Tijdens de eerste jaren van de oorlog moest de Waffen-SS niet worden gezien als een bewakingseenheid maar als elite eenheid waar het personeel en dergelijke betrof.
Dr. NELTE: Ik zou u willen vragen iets te zeggen over de officiële relatie tussen Adolf Hitler en Feldmarschall Keitel; anders gezegd, welke officiële relatie had Hitler in gedachten toen hij het OKW in het leven riep. Ik bedoel, ik zou willen weten wat Keitel verondersteld werd te zijn en wat vervolgens zijn officiële functies na 1938 waren.?
GÖRING: Ik denk dat ik dat net heb uitgelegd.
Dr. NELTE: Ik wilde u bijvoorbeeld vragen, was hij Hitler's adviseur?
GÖRING: Adviseur is een rekbare begrip. Ik kan me door iemand laten adviseren of hij al of niet denkt dat het in de komende drie uur gaat regenen als ik ga paardrijden; maar ik kan me ook door iemand laten adviseren in zeer belangrijke en beslissende kwesties. Dat hangt af van het temperament en de houding van de persoon die geadviseerd wil worden en degene die advies wil geven.
Met de dynamische persoonlijkheid van de Führer was ongevraagd advies niet aan de orde en men moest op bijzonder goede voet met hem staan. Anders gezegd, men moest grote invloed hebben, zoals ik die had – en ik verzoek u mij goed te begrijpen – zoals ik die ongetwijfeld vele jaren heb gehad teneinde ongevraagd bij hem te kunnen komen, niet alleen met adviezen maar ook met voorstellen of tegenargumenten. Aan de andere kant, wanneer men niet met Hitler op goede voet stond, werden adviezen en suggesties bruusk van tafel geveegd wanneer hij zijn beslissing eenmaal had genomen of wanneer hij de adviseur in spé wilde toestaan die invloed of die invloedrijke positie te krijgen. Ik wil hier zeggen dat de Chef van het OKW voor belangrijke en beslissende zaken zeker geen adviseur was. In lopende zaken was hij adviseur in zoverre dat hij hier en daar aan de Führer voorstelde dat dit of dat aan de commandanten moest worden gezegd of dat er met betrekking tot troepenbewegingen ergens op gewezen moest worden.
Per slot van rekening is advies van een chef van een generale staf nog altijd belangrijker dan dat van een chef van een organisatie of een regeringsinstelling. De zaak lag als volgt: op het terrein van de belangrijke strategische en tactische beslissingen lag de verantwoordelijkheid bij de adviseur in de Generale Staf, de opperbevelhebbers, de Stafchef en de Führer; voor zaken van pure strategie en tactiek meer bij de Chef van de Staf Operaties van de Strijdkrachten; voor organisatorische kwesties en lopende zaken bij de Chef van het Oppercommando. Omdat de Führer zelf, zoals ik eerder zei, enkele van de hoogste posten bekleedde, moest hij het zetten van zijn handtekening beperken. Het duurde soms weken voordat men de benodigde handtekening van de Führer kreeg, zeker tijdens de oorlog toen hij een enorme hoeveelheid werk had zodat de secretarissen van de diverse regeringsinstellingen de bevoegheid hadden te ondertekenen met "in opdracht van." Dat verklaart waarom er nauwelijks een besluit of bevel bestond, uitgevaardigd door de Führer, dat niet door Keitel, die zeer ijverig was, was getekend met "In opdracht van" of met "Op bevel van de Führer."
Dr. NELTE: Was het geen erg ondankbare taak die Keitel had, ik bedoel, ondankbaar in de zin dat hij zich regelmatig in een positie bevond waarin hij moest bemiddelen tussen de diverse diensten die ondergeschikt waren aan de Opperbevelhebber, namelijk Hitler; om aan hem hun grieven mee te delen en zich namens beide partijen in te spannen, hier helpend en daar tegenhoudend?
GÖRING: Dat hing weer sterk af van de persoonlijkheden. Het spreekt voor zich dat wanneer het tot een botsing kwam tussen mij en de Führer, of tussen andere vastberaden opperbevelhebbers, de Chef van het OKW altijd tussen twee vuren zat, mag ik wel zeggen. Hij kwam klem te zitten tussen twee sterkere persoonlijkheden; de ene die protesteerde dat hij door met de Führer te spreken geen voldoende druk had uitgeoefend; en de Führer die, wanneer Keitel voorstellen deed, hem negeerde en zei dat hij de zaak zelf zou regelen.
Zijn taak was zeker een zeer ondankbare en moeilijke. Ik herinner me dat hij me eens benaderde en mij vroeg of ik voor hem kon regelen dat hij een frontcommando kreeg; dat hij, hoewel hij Feldmarschall was, al tevreden zou zijn met een divisie zolang hij maar weg kon, want hij kreeg meer stank dan dank. Of zijn taak ondankbaar was of gewaardeerd werd, maakte geen verschil, zei ik hem; hij moest zijn plicht doen wanneer de Führer hem dat opdroeg.
Dr. NELTE: Bent u zich ervan bewust dat in dit verband Feldmarschall Keitel werd verweten dat hij niet in staat was zich tegenover de Führer te doen gelden?
GÖRING: Dit werd hem door een groot aantal bevelhebbers van legers en legergroepen verweten. Voor hen was het makkelijk een dergelijk verwijt te maken want zij waren buiten het bereik van Adolf Hitler en hoefden zelf geen voorstellen te doen. Ik weet dat in het bijzonder na de ineenstorting, een groot aantal generaals het standpunt innam dat Keitel een typische ja-man was geweest. Ik kan alleen maar zeggen dat me het zou interesseren als ik diegenen kon ontmoeten die zich vandaag nee-mannen noemen.
Dr. NELTE: Bestond er, voor zover het Hitler betrof, enige kans voor Keitel om zijn functie neer te leggen?
De PRESIDENT: Dr. Nelte, het Tribunaal vindt niet – tenminste zouden we u willen vragen – wat het belang is van de geruchten binnen de Generale Staf of verwijten die hem gemaakt zijn voor de beschuldiging tegen Keitel? Wat heeft dat te maken met de beschuldigingen tegen Keitel?
Dr. NELTE: Als men recht wil doen aan beklaagde Keitel, anders gezegd als men wil proberen vast te stellen welke rol hij in dit vreselijke drama heeft gespeeld dan is dat alleen maar mogelijk wanneer men vaststelt wat zijn functie was en daarbij wat zijn wettelijke verantwoordleijkheid was; en dan, wanneer men de tactische condities in beschouwing neemt ......
De PRESIDENT: Ik weet dat heel goed en we hebben nu al drie kwartier besteed aan het aanhoren hoe beklaagde Göring zijn relatie met Keitel beschrijft en wat zijn functie was. Wat ik u vroeg was wat het met deze zaak te maken heeft, de kritiek, de roddels binnen de Generale Staf over Keitel? Ik zeg dat we al drie kwartier hebben besteed aan het aanhoren van wat beklaagde Göring zei dat zijn functie was en wat zijn relatie tot de Führer was en verder niets.
Dr. NELTE: Ik ben begonnen met de organisatie van het OKW. Ik wilde de commandostructuur vaststellen tussen het OKW en de Chef van het OKW aan de ene kant en de diverse afdelingen van de strijdkrachten aan de andere kant; en daarna heb ik geprobeerd de verantwoordelijkheden duidelijk te maken die hij als Chef van het OKW volgens Hitler's wensen moest hebben en hoe hij die uitvoerde.
De roddels, Meneer de President, waren maar enkele minuten een onderwerp tijdens het verhoor van beklaagde.
De PRESIDENT: Ik onderbrak u omdat u beklaagde een vraag stelde over iemand die voor het een of ander door leden van de Generale Staf een verwijt gemaakt werd en dat lijkt mij totaal onbelangrijk.
Dr. NELTE: De laatste vraag die ik stelde was of er enige mogelijkheid bestond voor Keitel om zijn functie neer te leggen. Mag ik aannemen, Meneer de President, dat deze vraag relevant is?
De PRESIDENT: U mag de vraag zeker stellen of hij vroeg van zijn post ontheven te worden. In feite, Dr. Nelte werd die vraag al eerder gesteld, de vraag waarbij ik u onderbrak; en ik heb zijn antwoord opgeschreven, dat Keitel om een commando vroeg, al was het maar een over een divisie.
Dr. NELTE: Dat was de vraag die hij aan Reichsmarschall Göring stelde. Hij kwam naar hem toe, naar Göring en stelde hem die vraag. Nu wil ik vragen of er een mogelijkheid bestond dat Keitel door Hitler van zijn post werd ontheven?
GÖRING: De kwestie of een generaal aan de Führer kon vragen om ontslag te krijgen heeft in het algemeen tijdens dit proces een belangrijke rol gespeeld. In feite moet men onderscheid maken tussen twee fasen, oorlog en vrede.
In vredestijd kon een generaal om zijn ontslag vragen. Tenzij hij een vooraanstaande en beslist belangrijke positie bekleedde, en bij de Führer goed bekend stond, werd een dergelijke ontslagaanvraag zonder vragen ingewilligd. Als hij een zeer belangrijke positie bekleedde en goed bekend stond bij de Führer dan deed de Führer, gebruik makend van alle overredingskracht die hij ter beschikking had een dringend beroep op hem, op zijn post te blijven. Als een generaal de Führer echter om ontslag had gevraagd en als reden had opgegeven dat hij een principieel andere politieke mening had, hetzij ten opzichte van het buitenland hetzij ten opzichte van eigen land, werd hij ongetwijfeld met pensioen gestuurd, vaak nog op dezelfde dag. Maar op datzelfde moment zou bij de Führer een ernstige verdenking tegen die persoon zijn gerezen.
In oorlogstijd lag de zaak totaal anders. De generaal was, net als iedere soldaat, verplicht zijn plicht te doen, bevelen op te volgen. De Führer had een verklaring uitgegeven dat hij geen verzoeken om ontslag wenste, noch van generaals, noch van ieder ander belangrijk persoon binnen de staat. Hijzelf zou beslissen of een persoon moest aftreden of niet. De persoon in kwestie kon zelf niet aftreden als de zaken ineens onplezierig werden, dat beschouwde Hitler als desertie.
Als een generaal ondanks dit in oorlogstijd een schriftelijk verzoek om ontslag indiende en dat werd geweigerd, dan kon hij er zeker niet op aandringen. Als hij ondanks dat toch aftrad overtrad hij de wet en was vanaf dat moment schuldig aan desertie. Feldmarschall Keitel kan aan de Führer hebben gevraagd "Laat me naar een ander bureau overplaatsen." Maar de Führer had een grote afkeer van het aanbrengen van wijzigingen in zijn onmiddellijke omgeving, in het bijzonder waar het Feldmarschall Keitel betrof waarmee hij gewend was samen te werken, tenzij de Feldmarschall ziek werd en daarom echt niet in staat was zijn plichten te vervullen.
Dr. NELTE: Waren de overwegingen waarover u het net had ook de beslissende factor bij het ontslag van Feldmarschall Von Brauchitsch?
GÖRING: De kwestie van het ontslag van Von Brauchitsch is mij goed bekend want de Führer had er met mij van te voren uitvoerig over gesproken; eerst kon hij namelijk niet beslissen of iemand anders het bevel over het leger zou overnemen. Dus bespraken we wie de opvolger zou zijn. Op dat moment was de Führer niet tevreden met de leiding over het leger door de opperbevelhebber aan het Oostfront. Die opperbevelhebber was Von Brauchitsch; de Chef van de Generale Staf was Halder. Ik stelde aan de Führer voor de Chef van de Generale Staf te vervangen omdat ik dacht dat hij veruit de minst capabele was. De Führer wilde dat doen. De volgende morgen had hij zijn besluit genomen en vertelde me dat hij, de Führer, zelf het commando over zou nemen om orde te scheppen aan het Oostfront en dat het daarom voor hem belangrijker was de Opperbevelhebber te ontslaan, howel hij het met mij eens was dat de Chef Staf de zwakste was. Toen stelde ik voor beiden maar te ontslaan.
De Führer riep Von Brauchitsch bij zich, sprak twee uur met hem en verzocht hem op een duidelijke, niet mis te verstane manier om ontslag te nemen.
In dit geval werd er dus door de Führer een duidelijke beslissing genomen de Opperbevelhebber van het Leger te ontslaan en persoonlijk het commando over het leger op zich te nemen. Vanaf dat moment was de Führer niet alleen Opperbevelhebber van de Strijdkrachten maar in feite ook Opperbevelhebber van het Leger.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft beweerd en bewijsmateriaal ervoor geleverd dat Feldmarschall Keitel lid was van de Reichsverteidigungsrat. U hebt het gisteren over deze kwestie gehad. En ik kan nu stellen dat u zei dat Feldmarschall Keitel op grond van het Reichsverteidigungsgezetz lid was van de Reichsverteidigungsrat maar dat deze Reichsverteidigungsrat nooit werd ingesteld. U moet dat weten omdat u, op grond van die wet, voorzitter van die Reichsverteidigungsrat was. Is dat juist?
GÖRING: Ik heb duidelijk verklaard dat ik nooit een vergadering heb bijgewoond en ook niet bijeen heb geroepen.
De PRESIDENT: U weet toch, niet waar, dat het Tribunaal opdracht heeft een snel proces te houden en om die reden zal het geen cumulatief bewijsmateriaal aanhoren? De beklaagde heeft al een antwoord gegeven op de vraag die u hem zojuist heeft gesteld. Het Tribunaal wenst hetzelfde antwoord niet nogmaals te horen.
Dr. NELTE: Ik heb het transcript van gisteren nog niet gezien en het is van groot belang voor beklaagde Keitel ....
De PRESIDENT: U was in de rechtszaal en u kunt van mij aannemen dat het antwoord is gegeven.
Dr. NELTE: Vragen en antwoorden zijn niet altijd zo duidelijk als ze wellicht lijken als men het transcript leest.
(tot de beklaagde) Kunt u mij zeggen of Feldmarschall Keitel ooit minister is geweest?
GÖRING: Hij was geen minister. Hij had slechts de honoraire rang van minister.
Dr. NELTE: Was hij gerechtigd deel te nemen aan vergaderingen van het Reichskabinett?
GÖRING: Niet op grond van zijn positie; maar wanneer het ging om kwesties die voor hem van belang waren en die zijn werk betroffen kon hij door de Führer worden uitgenodigd vergaderingen van het Kabinet bij te wonen.
Dr. NELTE: Keitel was lid van de Ministeriële Raad voor de Verdediging van het Rijk. Maakte hem dat tot minister?
GÖRING: Nee, hij bleef wat hij was. Hij had slechts de rang van minister. Feldmarschall Keitel kon geen vergaderingen van het Reichskabinett bijwonen want hij werd pas in 1938 Chef van het OKW en vanaf die tijd vonden er geen kabinetsvergaderingen meer plaats.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft ook beweerd dat er een triumviraat bestond, bestaand uit de Algemeen Gevolmachtigde voor de Economie, de Algemeen Gevolmachtigde voor het Bestuur en de Chef van het OKW. Kunt u ons daar iets over vertellen?
GÖRING: Daar weet ik niets van.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft Feldmarschall Keitel ervan beschuldigd een politiek generaal geweest te zijn. Weet u daar iets van?
GÖRING: Generaals in het Derde Rijk hadden geen enkel recht deel te nemen aan enige politieke activiteit. De enige uitzondering in dit opzicht was ikzelf – en dat was te danken aan de bijzondere aard van mijn positie, want ik was gelijktijdig soldaat, generaal en aan de andere kant politicus. De andere generaals, zoals Hitler altijd heel duidelijk stelde, hadden met politiek niets te maken. De generaal die altijd het meest belang stelde in politiek was wijlen Feldmarschall Von Reichenau. Dat was de reden waarom de Führer, in weerwil van zijn persoonlijke sympathie en de sterk positieve houding van Von Reichenau tegenover de Nazipartij, weigerde hem te benoemen tot Opperbevelhebber van het Leger na het aftreden van Fritsch; de Führer wenste geen enkele politieke generaal.
Dr. NELTE: Maar het kan niet worden ontkend dat in die zogenaamde besluiten het politieke doel vaak bekend werd gemaakt en dat dergelijke besluiten en orders door Keitel werden getekend.
GÖRING: Besluiten waren voornamelijk Führerbefehle want ze bevatten algemene richtlijnen. De inleiding van een belangrijk decreet was vaak het politieke beginsel dat veklaarde waarom de Führer deze of die militaire maatregel had genomen. Maar dat heeft er niets te maken of een generaal politiek is of niet.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft vaak gezegd dat beklaagde Keitel aanwezig was bij Staatsrecepties, zoals die voor Hacha werd gehouden en bij andere ministeriële recepties; daaruit hebben Aanklagers geprobeerd af te leiden dat hij een politiek generaal was.
GÖRING: Wanneer de Führer als Staatshoofd buitenlandse missies ontving, staatshoofden of regeringsleiders dan was het voor de hoofden van zijn meest belangrijke diensten gebruikelijk aanwezig te zijn; de Chef van de Staatskanselarij, regelmatig die van de Reichskanzlei, afhankelijk van wie er kwam en de Chef van het Opperbevel want tijdens de vergaderingen konden er vragen komen waarvoor de Führer enige vorm van militaire informatie nodig had. En natuurlijk was er ook sprake van een zekere ceremonie. Wanneer ik belangrijke bezoekers had waren mijn militaire staf of een vertegenwoordiger van mijn staf ook bij mij.
Dr. NELTE: Kan ik dan zeggen dat Feldmarschall Keitel aanwezig was maar niet aan de vergaderingen deelnam?
GÖRING: Als hij er al aan deelnam was dit in ieder geval niet van enig belang.
Dr. NELTE: De Aanklager heeft beweerd dat bij gelegenheid van het bezoek van President Hacha, Keitel druk op Hacha uitoefende door te dreigen met een bombardement op Praag.
GÖRING: Ik heb gisteren gezegd dat ik dat heb gezegd.
Dr. NELTE: Dat wilde ik alleen maar vaststellen.
Ik zou u nu willen vragen naar de terreurvliegers. Herinnert u zich dat u ongeveer midden juni 1944, toen er tussen de diverse departementen onderhandeld werd over deze kwestie, op de Platterhof met Feldmarschall Keitel op Hitler wachtte en deze kwestie daar besprak?
GÖRING: Ik kan niet zeggen of dat op de Platterhof was. In elk geval heb ik vaak met de veldmaarschalk over dit onderwerp gesproken.
Dr. NELTE: Het is in dit verband belangrijk vast te stellen of beklaagde Keitel u over deze kwestie benaderde en tegen u zei dat hij tegen het lynchen was, waar de partij voorstander van was.
GÖRING: Hij deed dat enkele malen. Daarover waren we het eens.
Dr. NELTE: Zei beklaagde Keitel destijds ook tegen u dat hij voorstander was van een officiële waarschuwing of een nota aan de regeringen van de Geallieerden –met betrekking tot het bekende geval Dieppe – liever dan afzonderlijke behandelingen voor een krijgsraad zonder wettig bewijs?
GÖRING: Ik meen dat we hierover regelmatig gesprekken hadden. Ik was er voor dat in het geval van echte terreurvliegers – anders gezegd, diegenen die de bevelen van hun eigen meerderen negeerden – rechtszaken gevoerd zouden worden. Keitel zei dat het moeilijk was hier een onderscheid in te maken en om het uit te voeren. Het zou practischer zijn, een nota aan de Geallieerden te sturen met daarin vermeld dat wanneer het niet zou ophouden, er maatregelen genomen moesten worden. De mening dat deze methode moest worden gevolgd had ook voorstanders in andere kringen.
Dr. NELTE: Meneer de President, toen ik opgave deed van mijn in te dienen bewijsmateriaal noemde ik onder andere een karakterschets van Feldmarschall Keitel die door Göring aan mij gegeven was. Op de zitting van 25 februari is met de Aanklager de afspraak gemaakt dat deze karakterschets, in de vorm van een beëdigde verklaring, ingediend kan worden in aanwezigheid van beklaagde, met andere woorden, Göring. Wordt het mij nu toegestaan deze karakterschets, waarvan u het origineel al heeft ontvangen, voor te lezen of mag ik ernaar verwijzen als bewijsmateriaal en het gewoon indienen? Ik stel deze vraag omdat een deel van de beschrijving die in deze verklaring staat, al door de beklaagde is gegeven tijdens zijn verhoor.
De PRESIDENT: Wat is dat voor een document waarnaar u verwijst? Waar komt het vandaan? Is het een document, opgesteld door beklaagde Göring?
Dr. NELTE: Het is een beëdigde verklaring, ondertekend door Göring en getiteld "Karakterschets van Feldmarschall Wilhelm Keitel." Er wordt in mijn opgave naar verwezen als een beëdigde verklaring. Veel wat erin staat is al door Reichsmarschall Göring gezegd.
De PRESIDENT: Beklaagde Göring legt zijn verklaringen onder ede af. Daarom kan er niets in de vorm van een verklaring worden ingediend. Als u hem vragen hebt te stellen over beklaagde Keitel die nog niet door hem zijn beantwoord, kunt u ze nu stellen. Het is ongepast om een schriftelijke, beëdigde verklaring in te dienen wanneer een beklaagde zijn verklaringen onder ede aflegt.
Dr. NELTE: Tijdens de zitting van 25 februari werd dit toegestaan om de reden dat het de behandeling zou verkorten wanneer er een beëdigde verklaring zou worden voorgelezen en de beklaagde dan zou verklaren: "Dat is juist." Ik heb hier een kopie van het transcript van die zitting, mocht het Tribunaal het zich niet meer herinneren.
Mr. JUSTICE JACKSON: Geacht Tribunaal, ik zou hiertegen geen bezwaar willen maken op grond van het feit dat het op schrift staat omdat ik meen dat er gelegenheden zijn dat het op schrift stellen van het getuigenis van een beklaagde sneller is dan een verhoor.
Ik maak bezwaar op grond van het feit dat het nergens toe leidt wanneer u het opneemt. Het begint met: "Keitel geeft de indruk een militair man te zijn, een officier van de oude school." Dat is geen bewijs dat ergens toe leidt. Ik ben het met de uitspraak eens, hij heeft bij mij altijd die indruk gewekt. Zijn filosofie wordt over het algemeen beheerst door militairistische ideeën en concepten.
Laat Keitel zelf ons een beschrijving van zichzelf geven, als wij die al moeten hebben.
Ik meen dat bestudering van deze verklaring zal aantonen dat die zaken bevat die al behandeld zijn, of zaken waarover een andere beklaagde nooit had mogen worden verhoord. Ik protesteer ertegen op grond van het feit dat het als bewijsmateriaal geen waarde heeft.
De PRESIDENT: U bent er zich van bewust, Dr. Nelte dat elke beslissing die het Tribunaal heeft genomen met betrekking tot documenten uitdrukkelijk een voorlopige was en onder de voorwaarde dat de beslissing over de relevantie van het document zou worden genomen wanneer het document werd ingediend. Als het document aan het Tribunaal getoond zou zijn, zouden wij ernaaar hebben kunnen kijken. Wij hebben dit document niet gezien. Zoals Mr. Justice Jackson zei, lijkt dit document er een te zijn zonder waarde als bewijsmateriaal en omdat beklaagde op dit moment zijn verklaringen onder ede aflegt, zal het Tribunaal dit document niet inzien.
Dr. NELTE: Meneer de President, omdat het Tribunaal dit document heeft bestudeerd en heeft bepaald dat het niet ter zake doet, zal ik die beslissing aanvaarden. Maar het lijkt me toe dat het Tribunaal ....
De PRESIDENT: We verhinderen u niet vragen aan de getuige te stellen die ter zake kunnen doen maar wij wensen niet ook nog eens een document te lezen van de persoon die op dat zelfde moment verklaringen aflegt.
Dr. NELTE: Ik zal deze verklaring terzijde leggen.

Dr. ALFRED THOMA (raadsman van beklaagde Rosenberg): Rosenberg was tot 1940 hoofd van de Afdeling Buitenlandse Zaken van de NSDAP. Had hij in die hoedanigheid, of anders privé, invloed op Hitler's beslissingen betreffende buitenlandse politiek?
GÖRING: Ik meen dat na de machtsovername de Centrale Dienst voor Buitenlandse Politiek van de Partij niet eenmaal door de Führer werd geraadpleegd over kwesties van buitenlands beleid. Die werd eerder opgericht zodat kwesties met betrekking tot buitenlands beleid die binnen de Partij rezen centraal behandeld konden worden. Ik ben niet tot in details ingelicht over de werkwijze van die dienst. Voor zover ik weet werd Rosenberg na de machtsovername zeker niet geraadpleegd over kwesties van buitenlands beleid.
Dr. THOMA: Daarom kent u geen bijzonderheden of Rosenberg in de Noorse kwestie een bepaalde invloed op Hitler had?
GÖRING: Dat weet ik niet. Ik heb gisteren verklaard wat ik weet over de kwestie Quisling en over Rosenberg.
Dr. THOMA: Toen u Eerste minister was, viel Rosenberg u toen niet op omdat hij vervolging van de Kerk door de politie bepleitte?
GÖRING: Hij kon de vervolging van de Kerk door de politie niet bepleiten omdat hij met de politie niets te maken had en ik zou geen enkele inmenging door hem hebben toegestaan.
Dr. THOMA: Weet u of Rosenberg er bij u op aandrong, Joden onder andere naar Lublin te evacueren?
GÖRING: Daar heeft Rosenberg niet met mij over gesproken.
Dr. THOMA: Drukte Hitler tegenover u zijn tevredenheid erover uit dat Rosenberg geen bezwaar had gemaakt tegen het Non-agressie Pact met de Sovjet Unie toen dat werd gesloten.?
GÖRING: Men kan nou niet bepaald zeggen dat Hitler zijn tevredenheid uitdrukte. Als Rosenberg enig bezwaar had gemaakt dan zou Hitler waarschijnlijk zijn ongenoegen op niet mis te verstane wijze hebben uitgedrukt maar hij verklaarde dat ook Rosenberg deze politieke stap blijkbaar had begrepen.
Dr. THOMA: Had Rosenberg als Minister voor de Bezette Gebieden in het Oosten enige invloed op de Arbeitseinsatz? Was hij in een bijzondere positie om de inzet van Ostarbeiter te voorkomen?
GÖRING: Er moet een zekere samenwerking met betrekking tot het arbeidsprogramma hebben bestaan tussen de ministeries van Rosenberg en Sauckel maar zeker niet in die zin dat Rosenberg, in weerwil van de orders van de Führer, de werving van Ostarbeiter had kunnen voorkomen.
Dr. THOMA: Is het u bekend dat Rosenberg de Führer herhaaldelijk voorstellen deed voor een culturele verbetering van de Oosteuropese volkeren, in het bijzonder die in de Oekraïne?
GÖRING: Ik was een keer aanwezig toen Rosenberg over de verschillende behandeling van de bezette gebieden sprak, over de mensen die daar leefden en de zorg voor hun cultuur. Voor zover ik mij herinner – of liever gezegd – ik herinner me in het bijzonder dat het gesprek ging over het oprichten of het voortzetten van een universiteit in Kiev. De Führer stemde in zijn aanwezigheid hiermee geloof ik in maar toen hij weg was, zei de Führer tegen mij: "Die man heeft zo ook zijn eigen zorgen. We hebben nu belangrijkere zaken aan ons hoofd dan universiteiten in Kiev." Dat herinner ik me wel.
De PRESIDENT: Misschien kan ik de zitting beter 10 minuten schorsen.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
31-10-2008
Laatst gewijzigd:
06-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.