Verhoor Julius Streicher

Middagzitting 28-04

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Ja, raadsman voor beklaagde Streicher, Dr. Marx, gaat u verder.
Dr. HANNS MARX (raadsman van beklaagde Streicher): Met toestemming van het Tribunaal, Meneer de President, roep ik nu beklaagde Julius Streicher naar de beklaagdenbank.
(Beklaagde Streicher gaat naar de beklaagdenbank).
De PRESIDENT: Wilt u uw volledige naam noemen?
JULIUS STREICHER (Beklaagde): Julius Streicher.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de beklaagde herhaalt de eed in het Duits)
De PRESIDENT: Neemt u plaats.
Dr. MARX: Beklaagde, wilt u eerst voor het Tribunaal kort uw loopbaan beschrijven?
STREICHER: Ik zou het Tribunaal willen verzoeken een korte verklaring te mogen afleggen met betrekking tot mijn verdediging. Allereerst ......
De PRESIDENT: U moet alleen die vragen beantwoorden die u worden gesteld.
STREICHER: Edelachtbare, mijn verdediger kan niet zeggen wat ik nu te zeggen heb. Ik zou toestemming willen vragen – in het kort: mijn raadsman was niet in een positie mijn verdediging te voeren op de manier zoals ik dat wilde, heeft dat ook niet gedaan en ik zou dit voor het Tribunaal willen verklaren.
De PRESIDENT: Beklaagde, u begrijpt dat het Tribunaal geen tijd wenst te verdoen met onbelangrijke zaken. Wij hebben er geen bezwaar tegen dat u meldt wat noodzakelijk is of dat u het zonodig voorleest. Wij hopen dat u het zo kort mogelijk zult houden.
STREICHER: Ik noem slechts feiten, vier feiten.
Ten eerste, het Handvest dat voor dit Internationale Militaire Tribunaal is opgesteld garandeert voor iedere beklaagde het recht op een ongestoorde en correcte verdediging.
Ten tweede, voordat dit Tribunaal begon kregen de beklaagden een lijst met namen van advocaten waaruit de beklaagde zijn raadsman kon kiezen. Omdat de advocaat uit München die ik voor mijn verdediging had uitgekozen, niet langer tot mijn beschikking gesteld kon worden, heb ik het Militaire Tribunaal verzocht om mij de Neurenbergse advocaat Dr. Marx. toe te wijzen. Dat is gebeurd.
Ten derde, toen ik mijn raadsman voor het eerst ontmoette heb ik hem gezegd dat hij als mijn raadsman moest verwachten dat hij in het openbaar zou worden aangevallen. Kort daarna werd er een aanval gedaan door een Communistische krant die in de Russische zone van Berlijn verschijnt. Het Internationaal Tribunaal was gedwongen in het openbaar een verklaring af te leggen waarin de aanval door die krant werd veroordeeld en mijn raadsman werd verzekerd van de uitdrukkelijke bescherming door het Militaire Tribunaal.
Ten vierde, hoewel de verklaring van het Internationaal Militair Tribunaal geen twijfel liet bestaan aan het feit dat het een ongestoorde verdediging van de beklaagden wenste, vond er een nieuwe aanval plaats, dit keer op de radio. De omroeper zei: "Er bevinden zich verborgen Nazi's en anti-Semieten onder de raadslieden van beklaagden." Dat deze terreuraanvallen werden gedaan met de bedoeling, de raadslieden van beklaagden te intimideren is duidelijk. Deze terreuraanvallen kunnen eraan hebben bijgedragen – die indruk heb ik – dat mijn eigen raadsman heeft geweigerd een groot aantal bewijsstukken die ik belangrijk vond, bij het Tribunaal in te dienen.
Ten vijfde wil ik stellen dat mij niet de gelegenheid is gegeven een ongestoorde en correcte verdediging voor dit Internationale Militaire Tribunaal te voeren.
De PRESIDENT: U kunt ervan verzkerd zijn dat het Tribunaal erop zal toezien dat alles wat naar de mening van het Tribunaal te maken heeft met uw zaak, relevant is voor uw zaak of op enigerlei wijze belangrijk is voor uw zaak zal worden voorgebracht en dat u de meest eerlijke gelegenheid zal worden gegeven voor uw verdediging.
STREICHER: Ik dank u. Uit mijn leven ......
Dr. MARX: Neemt u mij niet kwalijk, Meneer de President; mag ik toestemming verzoeken kort mijn positie te verklaren. Met welnemen van het Tribunaal, toen mij werd gevraagd de verdediging van de heer Streicher over te nemen, koesterde ik natuurlijk ernstige bedenkingen. Ik heb .....
De PRESIDENT: Dr. Marx, ik denk niet dat het echt nodig is dat u in deze fase persoonlijke verklaringen aflegt. Het is heel goed mogelijk dat beklaagde andere ideeën heeft over zijn verdediging. Ik denk dat het beter is, hem zijn eigen verdediging te laten voortzetten.
Dr. MARX: Niettemin zou ik toestemming willen vragen, Meneer de President, het volgende punt ter sprake te brengen: Als advocaat en als verdediger van een beklaagde moet ik voor mijzelf het recht opeisen te beslissen hoe ik de verdediging zal voeren. Als cliënt van mening is dat bepaalde boeken of documenten relevant zijn en de advocaat is van mening dat ze dat niet zijn, ligt daar een verschil van mening tussen advocaat en cliënt.
Als de heer Streicher van mening is dat ik niet langer capabel ben of in een positie verkeer om zijn verdediging te voeren, dan moet hij om een andere raadsman verzoeken. Ik ben me ervan bewust dat het in deze fase van het proces voor mij zeer moeilijk zou zijn, de uiterste consequentie te trekken en te verzoeken ontheven te worden van mijn taak als verdediger. Ik word niet door journalisten geterroriseerd maar het is voor een advocaat een heel andere kwestie als hij het vertrouwen van zijn cliënt verliest; om die reden voel ik mij genoodzaakt het Hof te vragen te beslissen of ik onder deze omstandigheden mijn cliënt moet blijven verdedigen.
De PRESIDENT: Het Tribunaal meent, Dr. Marx dat de uitleg en de verklaring die u zojuist hebt afgelegd passen binnen de tradities van de advocatuur en wij zijn daarom van mening dat de zaak moet worden voortgezet en dat u met de zaak verder moet gaan. Beklaagde, wilt u nu verder gaan?
STREICHER: Over mijn leven: ik ben op 12 februari 1885 geboren in een klein dorp in Beieren, Schwabenland. Ik ben de jongste van negen kinderen. Mijn vader was onderwijzer aan een lagere school. Ik werd ook onderwijzer aan een lagere school. In 1909 werd ik, nadat ik een aantal jaren in mijn geboortestreek had onderwezen werd ik naar de gemeentelijke school in Neurenberg geroepen. Hier had ik de gelegenheid contact te leggen met de gezinnen van arbeiderskinderen in de buitenwijken en sociale tegenstellingen waar te nemen. Deze ervaring leidde in 1911 tot mijn beslissing in de politiek te gaan. Ik werd lid van de Democratische partij.
Als jong democratisch spreker sprak ik bij de verkiezingen voor de Reichstag in 1912. De auto die mij ter beschikking werd gesteld werd betaald door de bank van de firma Kohn. Ik benadruk dit punt omdat ik destijds in de gelegenheid was veel met Joden om te gaan, zelfs binnen de Democratische partij. Ik moet daarom zijn voorbestemd om later schrijver en spreker te worden over rassenpolitiek.
De Wereldoorlog kwam en ook ik ging in het leger, als korporaal bij een infanterieregiment. Daarna werd ik officier bij een mitrailleureenheid. Ik keerde naar huis terug met beide Ijzeren Kruizen, met de Orde van Beieren en het zeldzame Oostenrijkse Kruis van Verdienste toegevoegd aan het Lint voor Moed. Toen ik naar huis terugkeerde had ik geen zin terug te keren in de politiek. Ik was alleen maar van plan in het privéleven te blijven en mij aan mijn beroep te wijden. Toen zag ik de bloedrode aanplakbiljetten van de revolutie in Duitsland en voor het eerst voegde ik mij bij de woedende menigte van destijds. Op een bijeenkomst, toen de spreker was uitgesproken, vroeg ik om als onbekend persoon gehoord te mogen worden. Een innerlijke stem stuurde me naar het spreekgestoelte en ik sprak. Ik mengde me in het debat en sprak over de recente gebeurtenissen in Duitsland. Tijdens de novemberrevolutie van 1918 hadden de Joden en hun vrienden de politeke macht in Duitsland gegrepen. Joden zaten in het Reichskabinett en in alle provinciale besturen. In mijn thuisland Beieren was de Minister President een Poolse Jood, Eisner-Kosmanowski. De reactie onder de middenklasse in Duitsland manifesteerde zich in de vorm van een organisatie genaamd de Schütz und Trutzbund. Plaatselijke afdelingen van deze organisatie werden in alle grote steden van Duitsland opgericht en het lot bepaalde dat nadat ik op een bijeenkomst had gesproken, er een man naar mij toe kwam die me vroeg naar de Kulturverein in de Goldene Halle te komen om te horen wat ze daar te zeggen hadden.
Op deze manier, Heren van het Tribunaal raakte ik betrokken bij datgene wat me vandaag hier brengt. De Voorzienigheid heeft me gemaakt tot wat internationale propaganda had gedacht me te maken. Ik werd een bloedhond genoemd, een bloedtsaaar van Frankenland; mijn eer werd besmeurd, aan een misdadiger werd 300 Mark betaald om hier in deze zaal te zweren hoe ik tijdens de oorlog als officier in Frankrijk een mevrouw Duquesne had verkracht, de vrouw van een onderwijzer in Atis bij Peronne. Het duurde twee jaar voor hij door iemand werd verraden en de waarheid naar buiten kwam. Heren, het ontvangstbewijs voor die 300 Mark is hier in deze zaal getoond. Met 300 Mark hebben ze geprobeerd mij van mijn eer te beroven.
Ik noem dit geval alleen maar omdat mijn geval een bijzonder geval is en als dat rechtvaardig moet worden beoordeeld moet mij worden toegestaan terloops een dergelijke opmerking te maken. In dit verband kan ik zeggen dat het geen toeval is dat de eerste vraag, die mij werd gesteld door een Sovjet-Russische officier die mij ondervroeg, luidde of ik een sexueel misdadiger was.
Heren, ik heb u verteld hoe ik was voorbestemd betrokken te raken bij de Schütz und Trutzbund. Ik heb u verteld hoe de omstandigheden destijds in Duitsland waren en dat het daarom een vanzelfsprekende ontwikkeling was dat ik niet langer de centra van de revolutie bezocht om me in het debat te mengen. Ik voelde mij gedwongen mijn eigen bijeenkomsten te houden en dus sprak ik bijna 15 jaar lang zowat elke vrijdag tot een menigte van zo'n 5.000 tot 6.000 mensen. Ik geef openlijk toe dat ik over een periode van 20 jaar doorging met houden van toespraken in de grootste steden van Duitsland voor een publiek van 150.000 tot 200.000 mensen. Ik deed dat 20 jaar lang en verklaar hier dat ik niet door de Partei werd betaald.
De Aanklager zal er nooit in slagen, zelfs niet met een openbare oproep, om iemand in deze zaal te krijgen die zal getuigen dat ik er ooit voor ben betaald. Ik had nog dat kleine salaris dat doorliep nadat ik in 1924 van mijn positie werd ontheven. Niettemin bleef ik de enige onbetaalde Gauleiter binnen de Beweging. Het spreekt vanzelf dat ik mijzelf en later mijn assistenten onderhield met mijn schrijversactiviteiten.
En zo, Heren, in 1921 – ik kom nu op die periode terug – ging ik naar München. Ik was nieuwsgierig geworden omdat iemand tegen mij had gezegd: "U moet maar eens Adolf Hitler horen spreken." En nu neemt de Voorzienigheid het weer over. Deze tragedie kan alleen worden begrepen door diegenen wiens visie niet beperkt is tot het materiële maar die de hogere vibraties kunnen waarnemen die zelfs vandaag nog niet zijn uitgewerkt.
Ik ging naar de Bürgerbraukeller in München. Adolf Hitler sprak daar. Ik had alleen zijn naam gehoord. Ik had de man nog nooit ontmoet. En daar zat ik, een onbekende onder onbekenden. Ik ontmoette die man kort voor middernacht, nadat hij drie uur lang had gesproken, nat van transpiratie, met een geweldige uitstraling. Mijn buurman zei dat hij een aureool rond zijn hoofd had gezien en ik, Heren,verwachtte iets dat uitsteeg boven het gewone. Toen hij zijn toespraak beëindigde dwong een innerlijke stem mij op te staan. Ik ging naar het podium. Toen Adolf Hitler naar beneden kwam, ging ik op hem af en noemde hem mijn naam.
De Aanklager heeft bij het Tribunaal een document ingediend dat aan dat moment herinnert. Adolf Hitler schreef in zijn boek Mein Kampf dat het mij grote moeite moet hebben gekost aan hem de beweging over te dragen die ik in Neurenberg had opgericht.
Ik noem dit omdat de Aanklager dacht dat deze zaken in Hitler's boek Mein Kampf moesten worden ingediend en tegen mij gebruikt. Ja, ik ben er trots op: ik dwong mijzelf aan Hitler de beweging over te dragen die ik in het Frankenland had opgericht. Deze Frankische beweging sloeg een brug tussen de beweging die Hitler in München en zuid-Beieren had opgericht en noord-Duitsland. Dat was mijn prestatie.
In 1923 nam ik deel aan de eerste Nationaalsocialistische revolutie, of liever de poging tot revolutie. Die zal de geschiedenis ingaan als de Hitler Putsch. Adolf Hitler had mij gevraagd daarvoor naar München te komen. Ik ging naar München en nam deel aan de bijeenkomst waarin Adolf Hitler tot een plechtige overeenkomst kwam met vertegenwoordigers van de middenklassen om naar noord-Duitsland te gaan en een einde aan de chaos te maken. Ik trok met hen op naar de Feldherrnhalle. Toen werd ik gearresteerd en net als Adolf Hitler, Rudolf Hess en anderen, afgevoerd naar Landsberg an der Lech. Na een paar maanden werd ik door het Völkisches Block voorgedragen als kandidaat voor de Beierse regering en werd in 1924 gekozen.
In 1925, toen de Beweging weer was toegelaten en Adolf Hitler ontslagen was uit de gevangenis werd ik benoemd tot Gauleiter van Frankenland. In 1933 werd ik afgevaardigde voor de Reichstag. In 1933 of 1934 werd mij de honoraire rang van SA-Gruppenführer verleend. In februarie 1940 kreeg ik verlof. Ik woonde 5 jaar lang, tot aan het einde van de oorlog op mijn landgoed. Eind april ging ik naar zuid-Beieren, naar Tirol. Ik wilde zelfmoord plegen. Toen gebeurde er iets waar ik het niet over wil hebben. Maar ik kan een ding zeggen: ik zei tegen vrienden: "Ik heb 20 jaar lang mijn opvattingen aan de wereld verkondigd. Ik wil mijn leven niet eindigen met zelfmoord. Ik ga mijn eigen weg, wat er ook gebeurt, als een fanaticus in dienst van de waarheid tot aan het bitere einde, een fanaticus in dienst van de waarheid."
Ik mag hier opmerken dat ik mijn strijdbare krant, Der Stürmer, met opzet de ondertitel gaf: Het Weekblad van het Gevecht om de Waarheid. Ik was me er zeer van bewust dat ik niet de volledige waarheid in pacht had maar ik weet ook dat 80 of 90 % van wat ik met overtuiging beweer de waarheid is.
Dr. MARX: Beklaagde, waarom werd u ontslagen als onderwijzer? Hebt u ooit een strafbaar feit of immorele daad gepleegd?
STREICHER: Feitelijk heb ik die vraag al beantwoord. Iedereen weet dat ik in dit vak niet in het openbaar actief kon zijn geweest als ik een misdaad had begaan. Dat is niet waar. Ik ben ontslagen omdat de meerderheid van de partijen in de Beierse regering in de herfst van 1932, na de Hitler Putsch, mijn ontslag eiste. Dat, mijne Heren was mijn misdaad van onbetamelijk gedrag.
Dr. MARX: U weet dat u van twee zaken wordt beschuldigd. Allereerst wordt u ervan beschuldigd, deel gehad te hebben aan de samenzwering die tot doel had een oorlog te beginnen, of aanvalsoorlogen in het algemeen; van het schenden van verdragen en door dat te doen, of zelfs al in een eerdere fase, het plegen van Misdaden tegen de Menselijkheid.
Ten tweede wordt u beschuldigd van Misdaden tegen de Menselijkheid als zodanig en ik zou u nu een aantal vragen over het eerste punt willen stellen. Voerde u ooit gesprekken met Adolf Hitler of met andere leidende figuren binnen de Staat of de Partei waarin de kwestie van een aanvalsoorlog werd besproken?
STREICHER: Ik kan dat direct met nee beantwoorden maar ik zou willen dat mij wordt toegestaan een korte verklaring af te leggen.
In 1921 ging ik, zoals ik al heb gezegd, naar München en voor de ogen van het publiek droeg ik op het podium mijn Beweging over aan de Führer. Ik schreef hem later in dit verband ook een brief. Er vond geen ander gesprek plaats met Hitler of met iemand anders. Ik ging terug naar Neurenberg en ging door met het houden van toespraken. Toen het Partijprogramma werd afgekondigd was ik niet aanwezig. Die aankondiging werd ook in het openbaar gedaan, de samenzwering was zo openbaar dat politieke tegenstanders pogingen tot terreur konden ondernemen.
Samenvattend: Op geen van deze geheime bijeenkomsten werd enige eed afgelegd of werd iets overeengekomen dat het publiek niet kon hebben geweten. Het programma stond er, het was ingediend bij de politie – op basis van de Wet op de Organisaties – de Partei werd, net als alle andere partijen, opgenomen in het register van organisaties. Destijds was er dus geen sprake van een samenzwering.
Dr. MARX: Beklaagde, een van de meest belangrijke punten van het partijprogramma was de eis: "Afschaffing van Versailles." Wat waren uw ideeën over de mogelijkheid op een dag verlost te zijn van het Verdrag van Versailles?
STREICHER: Ik kan daar denk ik heel kort over zijn. Ik meen dat het Tribunaal dat al een tijd weet. Natuurlijk zult u in iemand soms een verrader ontdekken – zoals degene die hier vandaag gezeten heeft; en u zult ook een onbeperkt aantal nette mensen aantreffen. Na de laatste oorlog hebben deze nette mensen zelf de lijfspreuk aangenomen "Verlossing van Versailles."
Mr. JUSTICE JACKSON: Edelachtbare, met uw welnemen, ik meen tegen deze procedure te moeten protesteren. Deze beklaagde heeft niet het recht een andere beklaagde een verrader te noemen. Hem is geen enkele vraag gesteld waarop dit een antwoord is en ik verzoek het Tribunaal hem op niet mis te verstane wijze te vermanen en hem zich te laten beperken tot het beantwoorden van de hier gestelde vragen zodat we een ordelijk proces kunnen voeren.
De PRESIDENT: Ja, neemt u die vermaning ter harte.
STREICHER: Ik verzoek het Tribunaal mij te verontschuldigen. Het was een verspreking.
De PRESIDENT: De opmerking die u blijkbaar maakte heb ik zelf niet gehoord maar hij werd gemaakt met betrekking tot een beklaagde die hier net getuigenis heeft afgelegd en u had absoluut het recht niet hem een verrader te noemen of een opmerking te maken over zijn getuigenis.
Dr. MARX: Meneer Streicher, wilt u zich alstublieft onthouden van het maken van dergelijke opmerkingen.
Adolf Hitler sprak op de verjaardagen van de Partei altijd over een gezworen kameraadschap. Wat hebt u daarop te zeggen?
STREICHER: Gezworen kameraadschap – dat betekende dat hij, Hitler ervan overtuigd was dat zijn oude aanhangers een met hem waren in gedachten, in het hart en in politieke trouw – een gezworen kameraadschap dat dezelfde ideeën heeft en eensgezind is.
Dr. MARX: Zou dat niet betekenen dat er sprake was van een samenzwering.
STREICHER: Dan zou hij hebben gezegd dat wij een kring van samenzweerders waren.
Dr. MARX: Bestond er enige nauwe band tussen u en de andere beklaagden die als een samenzwering beschouwd zou kunnen worden en was u beter bekend met of had u bijzonder nauwe relaties met een van deze beklaagden?
STREICHER: Voor zover het oude leden van de Partei waren waren we een gemeenschap van mannen met dezelfde overtuiging. We ontmoetten elkaar op bijeenkomsten van Gauleiter; of wanneer een van ons in de Gaustadt (hoofdstad van een Gau. Vert.) van een ander sprak, ontmoetten we elkaar. Maar ik had de eer de Reichsminister en de andere heren van de Strijdkrachten pas hier te ontmoeten. Een politeke groep – een actieve groep – bestond zeker niet.
Dr. MARX: Welke oplossing werd in de begindagen van de Partei voorzien voor het Jodenvraagstuk?
STREICHER: Nou, in de begindagen van de Partei werd de oplossing van het Jodenvraagstuk nooit genoemd, net zo min als de kwestie van het oplossen van het probleem van het Verdrag van Versailles werd genoemd. U moet zich de chaotische toestand voor de geest halen die destijds in Duitsland heerste. Een Adolf Hitler die in 1933 tegen zijn leden gezegd zou hebben: "Ik zal voorbereidingen treffen voor een oorlog," zou een idioot zijn genoemd. We hadden geen wapens in Duitsland. Ons leger van 100.000 man had nog maar een paar kanonnen over. Van een mogelijkheid van het voeren of voorspellen van een oorlog was geen sprake en om te spreken van een Jodenvraagstuk in een tijd waarin, zou ik zeggen, het publiek slechts op basis van geloof onderscheid maakte met betrekking tot de Joden, of te spreken van een oplossing van dit probleem zou absurd geweest zijn. Voor 1933 was de oplossing van het Jodenvraagstuk dus geen punt van discussie. Ik heb het Adolf Hitler nooit horen noemen; en er is hier niemand waarvan ik kan zeggen dat ik hem er een woord over heb horen zeggen.
Dr. MARX: Er wordt aangenomen dat u een bijzonder nauwe band met Adolf Hitler had en dat u grote invloed had op zijn beslissingen. Ik zou willen dat u uw relatie met Adolf Hitler beschrijft en verduidelijkt.
STREICHER: Iedereen die in de gelegenheid was kennis te maken met Adolf Hitler weet dat ik gelijk heb wanneer ik zeg dat degenen die dachten dat ze bij hem in de gunst konden komen het volkomen mis hadden. Adolf Hitler was in ieder opzicht een beetje excentriek en ik geloof dat ik wel kan zeggen dat vriendschap tussen hem en iemand anders niet bestond – een vriendschap die omschreven zou kunnen worden als een intieme vriendschap. Het was niet makkelijk om Adolf Hitler te benaderen en iedereen die hem wilde benaderen kon dat alleen maar doen door een of andere mannelijke daad te plegen.
Als u me nu vraagt – ik weet wat u met die vraag bedoelt – kan ik zeggen dat voor 1923 Adolf Hitler mij niet vertrouwde. Hoewel ik mijn Beweging onvoorwaardelijk aan hem had overgedragen stuurde hij Göring – die later Reichsmarschall werd – enige tijd later naar Neurenberg. Göring was toen een jonge SA leider – ik denk dat hij een SA leider was – en hij kwam om dingen te onderzoeken en na te gaan of ik gelijk had of diegenen die mij veroordeelden. Ik bedoel dit niet als beschuldiging maar slechts als vaststelling van een feit. Spoedig daarna stuurde hij een tweede man en daarna een derde – kortom, voor 1923 vertrouwde hij mij niet. Toen kwamen München en de Putsch. Na middernacht, toen de meesten hem hadden verlaten kwam ik bij hem en vertelde hem dat het publiek nu moest worden meegedeeld wanneer de volgende grote dag zou aanbreken. Hij keek me strak aan en zei: "Wilt u het doen?" Ik zei: "Ik zal het doen."
Misschien heeft de Aanklager het document voor zich. Toen, na middernacht, schreef hij op een vel papier, "Streicher is verantwoordelijk voor de hele organisatie." Dat moest voor de volgende dag zijn, 11 november en op 11 november deed ik in het openbaar de propaganda, tot een uur voor de mars naar de Feldherrnhalle. Toen keerde ik terug en alles was in gereedheid. Onze vlag – die een bloedvlag zou worden – wapperde vooraan. Ik voegde me bij de tweede groep en we marcheerden de stad in naar de Feldherrnhalle. Toen ik al die geweren zag die voor de Feldherrnhalle waren opgesteld en wist dat er zou worden geschoten, liep ik 10 passen voor de vlag uit en liep recht op de geweren af. Toen begon het bloedbad en werden we gearresteerd.
Ik ben bijna klaar.
In Landsberg – en dit is het belangrijkste deel – verklaarde Hitler tegenover mij en de mannen die met hem in de gevangenis zaten, dat hij mijn actie nooit zou vergeten. Omdat ik deelnam aan de mars naar de Feldherrnhalle en aan het hoofd van de stoet liep, kon Hitler zich dus meer tot mij aangetrokken hebben gevoeld dan tot anderen.
Dat was een vriendschap die voortkwam uit een daad.
Dr. MARX: Bent u klaar?
STREICHER: Ja.
Dr. MARX: Werd u door Adolf Hitler geraadpleegd over belangrijke kwesties?
STREICHER: Ik ontmoette Adolf Hitler alleen op bijeenkomsten van Gauleiter. Wanneer hij voor bijeenkomsten naar Neurenberg kwam, aten we samen met vijf, tien of meer mensen. Ik herinner me dat ik maar een keer met hem alleen geweest ben in het Braune Haus in München, na de voltooiing van het Braune Haus en ons gesprek ging niet over politiek. Alle gesprekken die ik met Adolf Hitler had, in Neurenberg, München of waar dan ook vonden altijd plaats in aanwezigheid van Partijleden.
Dr. MARX: Ik kom nu toe aan 1933. 1 april 1933 werd in het hele Duitse Rijk uitgeroepen als dag van boycot tegen de Joden. Wat kunt u ons daarover zeggen en wat was uw rol daarbij?
STREICHER: Een paar dagen voor 1 april werd ik op het Braune Haus in München ontboden. Adolf Hitler legde me iets uit wat ik al wist namelijk dat er in de buitenlandse pers een enorme propaganda campagne tegen het nieuwe Duitsland werd gevoerd. Hoewel hij zelf net Kanzler was geworden, hoewel Von Hindenburg nog steeds staashoofd was, hoewel er een parlement bestond, was er in de buitenlandse pers een enorme haatcampagne op gang gekomen.
De Führer zei me dat zelfs de Rijksvlag, het symbool van onafhankelijkheid, in het buitenland onderwerp van beledigingen was en dat we het Jodendom moesten vertellen: "Tot hier en niet verder." We zouden hen moeten laten zien dat we het niet langer tolereerden.
Toen vertelde hij me dat er voor 1 april een boycot was uitgeroepen en dat ik die moest organiseren. Misschien is het niet onbelangrijk op de volgende feiten te wijzen: Adolf Hitler vond het een goed idee dat mijn naam zou worden verbonden aan die boycot; dat gebeurde uiteindelijk niet. Dus begon ik de boycot te regelen en vaardigde een besluit uit dat meen ik in bezit van het Hof is. Ik hoef er niet veel over te zeggen. Ik gaf instructie dat er geen pogingen mochten worden ondernomen tegen het leven van Joden, dat er een of twee bewakers moesten worden geposteerd voor iedere Joodse bezitting – met andere woorden, voor iedere Joodse winkel – en dat deze bewakers erop moesten toezien dat er geen schade aan eigendommen werd toegebracht. Kortom, ik organiseerde het geheel op een manier die misschien niet van mij werd verwacht; en misschien niet verwacht door veel leden van de Partei. Dat geef ik eerlijk toe.
Een ding is zeker; afgezien van een paar kleine incidenten verliep de boycot perfect. Ik meen dat er geen enkele Jood is die dit zal tegenspreken. De boycot verliep ordelijk en was niet "anti" in de zin van een aanval of iets dergelijks. Die had een zuiver defensief karakter.
Dr. MARX: Werd er destijds een commissie gevormd bestaande uit vooraanstaande partijleden en kwam die commissie ooit bijeen?
STREICHER: Wat die commissie betreft, die leek op de Geheime Kabinetsraad in Berlijn die ook nooit bijeen kwam. Ik geloof zelfs dat de leden van dat kabinet elkaar nooit ontmoetten of leerden kennen.
Dr. MARX: De commissieleden?
STREICHER: Het boycotcomité, dat werd door Goebbels in Berlijn in de krant gezet. Dat was een krantenartikel. Ik sprak een keer telefonisch met Goebbels. Hij vroeg hoe de zaken gingen in München, waar ik was. Ik zei dat alles perfect verliep. Dus vond er nooit een vergadering plaats; het werd alleen maar gedaan voor het effect, om het veel groter te laten lijken dan het was.
Dr. MARX: Beklaagde, u maakte een paar minuten geleden een vergissing, toen u sprak over de kwestie München in 1923. U bedoelde toch 9 november 1923, niet waar, of wat zei u?
STREICHER: Ik herinner het me niet.
Dr. MARX: Het moest toch zijn 9 november 1923?
STREICHER: 9 november 1923.
Dr. MARX: De zogenaamde "Rassengesetze" werden in 1935 op de Reichsparteitag in Neurenberg afgekondigd. Werd u geraadpleegd over de voorbereiding van het ontwerp van die wetten en speelde u enige rol daarbij, in het bijzonder bij de opstelling?
STREICHER: Ja, ik meen dat ik er deel aan had in zoverre dat ik jarenlang had geschreven dat verdere vermenging van Germaans bloed met Joods bloed moest worden voorkomen. Ik heb keer op keer dergelijke artikelen geschreven en in mijn artikelen heb ik herhaaldelijk het feit benadrukt dat de Joden als voorbeeld voor ieder ras zouden moeten dienen, want zij hebben een rassenwet voor zichzelf gemaakt – de wet van Mozes die zegt: "Wanneer gij in een vreemd land komt zult gij geen vreemde vrouwen tot de uwe nemen." En dat Heren, is van enorm belang bij het beoordelen van de Neurenberger Wetten. De wetten van de Joden werden als voorbeeld voor deze genomen. Toen na verloop van eeuwen de Joodse wetgever Ezra ontdekte dat in weerwil daarvan dat vele Joden met niet-Joodse vrouwen waren getrouwd, werden deze huwelijken ontbonden. Dat was het begin van het Jodendom dat door de eeuwen heen overleefd heeft omdat het deze wetten heeft ingevoerd terwijl andere rassen en beschavingen zijn verdwenen.
Dr. MARX: Meneer Streicher, u dwaalt wel erg ver af. Ik vroeg u of u deel had aan de voorbereiding en de uitwerking van de wet, of dat u niet verbaasd was toen deze wetten werden afgekondigd.
STREICHER: Ik was heel eerlijk toen ik zei dat ik geloof dat ik indirect heb bijgedragen aan het tot stand komen van deze wetten.
Dr. MARX: Maar u werd niet geraadpleegd over de wet zelf?
STREICHER: Nee, ik wil de volgende verklaring afleggen:
Op de Reichsparteitag in Neurenberg in 1935 werden we naar de zaal geroepen zonder te weten wat er ging gebeuren – ik had er zelf tenminste geen idee van – en de rassenwetten werden afgekondigd. Het was pas toen dat ik over die wetten hoorde; en ik denk dat met uitzondering van de heer Hess et cetera, dit geldt voor de meeste heren op de beklaagdentribune die de Reichsparteitag bijwoonden. De eerste keer dat we over deze decreten hoorden was op die Reichsparteitag. Ik heb er niet direct aan meegewerkt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het nogal een teleurstelling vond dat ik niet ben geraadpleegd bij het opstellen van die wetten.
Dr. MARX: Men dacht dat uw hulp niet nodig was?
STREICHER: Ja.
Dr. MARX: Was u van mening dat de wetgeving van 1935 de "Endlösung der Judenfrage" door de Staat vertegenwoordigde?
STREICHER: Onder voorbehoud, ja. Ik was ervan overtuigd dat wanneer het partijprogramma werd uitgevoerd, het Jodenvraagstuk zou worden opgelost. De Joden werden in 1848 Duitse staatsburgers. Hun burgerrechten werden hen door deze wetten afgenomen. Geslachtsgemeenschap werd verboden. Voor mij betekende dit de oplossing van het Jodenvraagstuk in Duitsland. Maar ik geloofde dat er nog een andere internationale oplossing zou worden gevonden en dat er op een dag overleg zou plaatsvinden tussen de diverse staten over de eisen die door het Zionisme werden gesteld. Deze eisen waren gericht op een Joodse staat.
Dr. MARX: Wat kunt u ons vertellen over de demonstraties tegen de Joodse bevolking in de nacht van 9 op 10 november 1938 (de Kristallnacht, Vert.) en welke rol speelde u daarbij?
De PRESIDENT: Dr. Marx, als u dat gaat behandelen; het is nu vijf uur en ik denk dat we nu beter kunnen schorsen tot maandagmorgen.
(het Tribunaal wordt verdaagd tot 29 april 1946 om 10:00 uur).

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
Mein Kampf
Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Putsch
Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
Zionisme
Joodse beweging die streeft naar terugkeer van de joden naar (Zion / Sion) en stichting van een joodse staat in Palestina.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Julius Streicher, uitgever van Der Stürmer en Gauleiter van Frankenland, tijdens het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg.
(Bron: USHMM)

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
03-12-2008
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.