De gemiste kans

Titel: De gemiste kans - Staatsgreep tegen Hitler 1938
Auteur: Bert Tigchelaar
Uitgever: Waanders
Uitgebracht: 2004
Pagina's: 264
ISBN: 9040089345
Omschrijving:

28 september 1938 ‘s avonds. De geplande staatsgreep tegen Hitler was op die dag niet ten uitvoer gebracht door de generaals, ondanks het feit dat iedereen al paraat stond om toe te slaan. Generaals van de generale staf als Ludwig Beck, Franz Halder en Erwin von Witzleben, maar ook admiraal Wilhelm Canaris van de Abwehr, hadden onder aanvoering van kolonel Hans Oster het plan opgevat om de Rijkskanselarij te bestormen en Hitler gevangen te nemen. Er was nog geen overeenstemming bereikt over het feit of hij daarbij ook gedood zou worden. De Duitse dictator had zich hun woede op de hals gehaald, omdat hij het leger weigerde te betrekken bij zijn expansieplannen. Hij was een voorstander van oorlog en wenste hierover geen overleg te plegen met de generale staf. Maar de Führer was onverwachts tot overleg uitgenodigd door Italië, Frankrijk en Engeland ter opheldering van de op handen zijnde bezetting van Tsjecho-Slowakije. Hitler had – zeer tegen zijn zin – tot dit overleg moeten overgaan, want hij had vastgesteld dat het volk nog niet klaar was voor een oorlog. De generaals annuleerden hun plannen, want nu de oorlogsdreiging voorbij leek te zijn, zouden ze bij het Duitse volk geen steun voor hun actie vinden. Het was, volgens de journalist Bert Tigchelaar, een gemiste kans.

Wie daarmee denkt de kern van de “De gemiste kans” te pakken te hebben, heeft het mis. Het gaat om veel meer gemiste kansen. Het boek bevat het haast onvoorstelbare verhaal over twee personages die door de auteur als heldhaftige mannen worden neer gezet. De één is de eerder genoemde kolonel Hans Oster, werkzaam bij de Abwehr. De ander is majoor Bert Sas, militair attaché voor Nederland in Berlijn. De beide mannen waren zeer goede vrienden van elkaar en namen elkaar dan ook in vertrouwen aangaande de politieke ontwikkelingen in Duitsland. Over deze ontwikkelingen was Oster zich ernstige zorgen gaan maken. Aan de goede nazi-jaren, zoals de periode 1933-1937door velen werd genoemd, leek een einde te zijn gekomen. Een periode die zich gekenmerkt had door voorspoed, dalende werkloosheid en wederopbouw van het militaire apparaat. Oster zag echter als geen ander de onmenselijkheden van het gevestigde regime aankomen, zo stelt Tigchelaar. Hoewel ook hij in het begin de nieuwe politiek had verwelkomd als een goede vooruitgang voor Duitsland. Immers, de nederlaag van de eerste Wereldoorlog dreunde nog na in het land. Maar steeds duidelijker brachten de nazi’s hun werkelijke bedoelingen naar buiten. Door het uitschakelen van het traditionele officierskorps, te beginnen met generaals Blomberg en Von Fritsch, begon Oster zichzelf te zien als een man met een missie. Dat hield in het omverwerpen van het naziregime om zo een einde maken aan de methoden van een stelletje boeven, zoals de kolonel de gezagdragers noemde. Na de hierboven beschreven niet uitgevoerde staatsgreep zouden echter nog meerdere pogingen tot aanslagen volgen, omdat steeds weer op het cruciale moment de plannen afgebroken werden.

Terwijl kolonel Oster al snel zag dat Duitsland zware tijden tegemoet ging zat ook majoor Sas ondertussen niet stil. Met de voortdurende stroom informatie die hij van Hans Oster ontving, probeerde hij de Nederlandse regering te waarschuwen voor wat zich in werkelijkheid afspeelde binnen de Duitse gelederen, zoals de onvrede bij de generaals en Hitlers voornemen voor de invasie in het Westen. Oster voelde aan dat dit zonder meer zou plaatsvinden. Als aanhanger van de monarchie, zoals zoveel officieren tot vlak voor het uitbreken van de oorlog nog waren, had hij een diepe bewondering voor Nederland dat de gevluchte keizer Wilhelm II na de Eerste Wereldoorlog onderdak had geboden. Het doorspelen van Osters informatie aan de Nederlandse regering werd de belangrijkste missie van Sas. Hij ging echter gebukt onder grote tegenslag. De invasie van het Westen, waaronder ook die van Nederland, werd steeds uitgesteld vanwege het slechte winterweer. Dat werkte niet in zijn voordeel en daardoor werd Sas beschouwd als een onbetrouwbare informant. Die typering werd versterkt door het feit dat Sas steeds weigerde om de naam te noemen van zijn bron. Uiteindelijk vond de invasie toch plaats. Nederland was nauwelijks voorbereid op een oorlog, ondanks de vele waarschuwingen en rapportages van majoor Sas. Waarschuwingen, die overigens niet alleen van zijn kant kwamen. Ook uit andere hoeken, waaronder van Engelse zijde, kwamen berichten. Toch werd Sas niet geloofd.

Tigchelaar vraagt zich dan ook af waar dit aan gelegen heeft. Als mogelijke reden draagt hij het temperament van Sas aan. De majoor stond onder meer bekend als een driftige man, zeker wanneer hij niet geloofd werd. Maar het blijft gissen. Een echte duidelijke reden voor het ongeloof van de Nederlandse regering in hun eigen medewerker kan (ook) Tigchelaar niet aantonen (het in 2007 uitgegeven boek “Generaal Reynders, een miskend bevelhebber” van E.H. Brongers geeft hierover meer informatie). Wel is duidelijk dat hij beide mannen een warm hart toe draagt en deze sympathie probeert hij ook op de lezer over te brengen. Tigchelaar was jarenlang correspondent in Duitsland en een voorstander van verbeterende betrekkingen tussen het naoorlogse Duitsland en Nederland tot hij overleed in 2004. Vanuit die gedachtegang is ook dit boek ontstaan. Zijn journalistieke aanpak heeft zich vertaald in de korte en directe schrijfstijl van dit boek. Daardoor wordt de lezer direct bij het verhaal betrokken. Het spanningsveld, waarin Oster en Sas verkeerd hebben, alsmede de muur van onmacht en frustraties, waartegen Sas opliep, zijn duidelijk voelbaar. De lezer wordt haast gedwongen om vooral verontwaardigd te zijn over het standpunt van de Nederlandse regering ten aanzien van Sas. En hierin schuilt jammer genoeg net de zwakte van dit boek, namelijk de eenzijdige belichting die de auteur gehandhaafd heeft. Niettemin is het een interessant boek, vanwege het fascinerende beeld dat het de lezer biedt over officieren die wankelden tussen moed en wanhoop.

Beoordeling: Goed

Definitielijst

eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
invasie
Gewapende inval.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

Afbeeldingen


Bestel nu bij bol.com

Informatie

Artikel door:
Annabel Junge
Geplaatst op:
28-11-2008
Laatst gewijzigd:
26-01-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.