Broeder Tarsicius, over het Duitse bombardement op Sint-Niklaas

Broeder Tarsicius over het Duitse bombardement van Sint-Niklaas, 17 mei 1940:

"Ik bevond mij met de wezen op de speelplaats. Wij hadden net gegeten: het moet omstreeks half een geweest zijn. Plots zag ik ťťn vliegtuig in de lucht draaien. Ik riep naar de wezen dat zij in de kelder moesten beschutting zoeken en porde hen ertoe aan om zich te haasten. Onder het weeshuis had iemand die aan de IJzer geweest was een goed ingerichte schuilkelder gemaakt. Wij hadden al een paar maal geoefend met het alarm en waarschijnlijk dacht er een aantal dat het weer een oefening was. Ik liep de eetzaal van het weeshuis binnen, hield mij vast aan een pilaar en schoof onderuit. Ik viel achterover. Het ogenblik daarop verspreidde zich een stofmist. Ik zag jongens die zich aan de klink van de washokdeur vasthielden. Wij gingen in de kelder schuilen. Ik hoorde een jongen roepen: 'Ze laten iets vallen.' Gelukkig waren er geen ongelukken gebeurd. De broeders kwamen ook in de kelder en Vader Overste liet vragen of alle wezen er nog waren.

Na ongeveer een uur waagde ik mij buiten. Ik zag bladeren, takken en planken op de koer. Het Franse dak van de Middelbare Landbouwschool was volledig weggeblazen. De planken lagen tot in de Beekstraat. De Landbouwschool had een zeer soliede constructie; de Bredase vluchtelingen, die er verbleven, wisten niet dat er drie bommen boven hun hoofd tot ontploffing gekomen waren. Eťn bom had een gat geslagen in de klas van broeder Sebastianus.

Ik ging verder de straat in en werd er geconfronteerd met het puin van de zwak gebouwde negentiendeeeuwse wevershuisjes in de Molendreef. Ik zag 'Henri de metser' sterven. Ik denk dat er dertien mensen onmiddellijk gedood waren. Alleszins vijf werklozen, die zoals naar gewoonte op de hoek van de Aerschotstraat en de Dalstraat stonden aan te schuiven. Omdat het nog vroeg na de middag was, waren er niet meer werkloze slachtoffers. De baas van cafť De Vrije Duif werd verpletterd onder het gewicht van een invallend stuk muur van de Landbouwschool. Ook de ouders van Ward Van Royen kwamen om, 'Henri de metser' en zijn vrouw, de 'Roste' van de Molendreef, die overal verschijningen van Onze-Lieve-Vrouw zag, en een soldaat in de buurt van de fabriekspoort. Ik was ook getuige van een komisch tafereel: buren die bij elkaar gingen loeren om te zien of er niets interessants kon meegepikt worden.

OfficiŽle hulpdiensten heb ik niet gezien. Broeder Alois had vrij vlug contact met de vrijwillige helpers, die zorgden voor het wegbrengen van de lijken naar het kerkhof en van de gewonden naar het hospitaal. Hovenier-bloemist Saeys spande zich hierbij ten zeerste in en werd voor zijn onbaatzuchtige inzet bijzonder gewaardeerd. Schepen Emiel Van Haver reed met zijn fiets rond en poogde de mensen te kalmeren. Het inslaan van de bommen heb ik niet gehoord. Wel zag ik een enorme stofwolk. Ik heb later op de speelplaats anderhalve kilo bomscherven bijeengegaard. Vooral 's morgens als de dingen nog wat bedauwd waren, vielen die geel-roestige stukken metaal op."

Afbeeldingen


Broeder Stanislas Van de Wiele bij het puin van de Middelbare Landbouwschool, enkele weken na het bombardement op Sint-Niklaas van 17 mei 1940.
(Bron: Archief broeders HiŽronymieten, Sint-Niklaas)


Elektricien Albert Roussou en zijn echtgenote Germania Janssens komen om bij het bombardement van 17 mei 1940.
(Bron: Rouwprentjesverzameling Raymond Heymans, Sint-Niklaas)

Informatie

Geplaatst door:
Piet van Bouchaute
Geplaatst op:
28-12-2008
Laatst gewijzigd:
24-03-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.