NKB-leden, over hun arrestatie en executie

Verzetsman Josť Daeleman, lid van de Nationale Koninklijke Beweging (NKB), over zijn arrestatie wegens spionage in de nacht van 10-11 april 1943:

"Onze werkzaamheden tegen den verdrukker waren verraden en met een 'Stehen Sie auf!' (Sta op!) werd ik uit mijn slaap gewekt door drie mannen, revolver in de hand. Ik had in mijn slaap vaag gerucht op de trappen gehoord, maar dacht aan mijn broer. Het was echter 'Gestapo!' Met licht bevende handen kwamen de revolvers nader, tot ťťn onder hen naar me toesprong en mijn hoofdkussen wegtrok, in het gedacht een wapen te vinden. Ze waren mis. Ik werd uit mijn bed getrokken en, nadat ik was aangekleed, werd gansch het huis doorzocht, terwijl het huis van mijn broer en dat, gelegen Casinostraat 23, eveneens werden afgezet en doorzocht. Inlichtingen verklaarden dat 'in de Apotheek, Hofstraat 103, en in het huis Van Britsom, Casinostraat 23, een organisatie van gewapende weerstandsgroepen bestond met een volledig uitgeruste inlichtingsdienst. ' Hierover kan nog niet worden uitgeweid: 'Eťn woord te veel, een doode meer!'

Met duwen en slagen werd ik dus van de eene kamer naar de andere getrokken, terwijl bedden, kasten, tafels en stoelen werden afgezocht en honderden doosjes geneesmiddelen en flesschen werden besnuffeld. Resultaat: ze vonden niets. Dit gebeurde in al de voornoemde huizen en ook in de Veldstraat 8l, bij mijn ouders, waar ik mijn eerste kans tot ontsnapping kreeg. Inderdaad, bij het onderzoek op de hielen gevolgd door een Gestapo-officier, loodste ik hem boven op een zolderladder, alwaar ik hem met gebalde vuisten opwachtte om hem een doodelijke duikeling naar beneden te laten maken. De officier zag het hopelooze van zijn toestand in en dreigde mijn broer in de plaats te nemen, waarop ik mijn poging om langs achter weg te vluchten opgaf. Mijn broer bleef vrij en de Gestapo-man sloeg mij nooit gedurende mijn gevangenschap.

Nu ging het naar Antwerpen met ons, naar de G.F.P. [Geheime Feldpolizei] op de BelgiŽlei. Met gemaakte vriendelijkheid werden wij ontvangen en terwijl ik daar op een brits zat, hoorde ik in de kamer naast mij, een laffe Belg de plaats verraden waar zich een patriot bevond, met het verzoek hem aanstonds op te halen. Dit pakte mij door merg en been. Ik had hem kunnen wurgen. Zoo moet onze aanhouding ook bewerkt zijn geweest. De G.F.P. stuurde ons naar de gevangenis in de Begijnenstraat. Het begin van onzen langen lijdensweg.

Alwie in de gevangenis van de Begijnenstraat te Antwerpen gecaserneerd is geweest, heeft waarschijnlijk denzelfden indruk ondervonden als wij. Het deed mij denken aan een Amerikaansche film over de Tchintchin-gevangenis; we kregen echter niet veel tijd om onze fantasie te laten gaan. Duitsche onderofficieren liepen in groote drukte over en weer en ten allen kante sloegen hun commando's door, kort en koud, nu en dan afgewisseld door een gehuil van een of andere gevangene. [ ... ]".

NKB-Iid Richard Van Britsom in een brief aan zijn echtgenote vanuit de gevangenis van Sint-Gillis, opgesteld op 16 februari 1944, twee dagen voor zijn executie:

"Allerliefste Vrouw. Zie niet naar het geschrift, want ik heb een potlood gekregen om te schrijven, dat juist groot genoeg is, om vast te houden: Ik heb reeds de kramp in mijn vingeren van 't nijpen. Nu Poesken, ik heb een pakje gereed gemaakt met vuil goed, dat afgekookt moet worden want ik heb het zelf al te dikwijls gewasschen in 't koud water en kan het niet meer proper krijgen. Poesken, stuur mij eens wat geld op a.u.b. dan kan ik hier kantien bekomen. U kunt het geld opsturen meteen mandaat. Gij schrijft er mijn naam op, mšn geboorten datum en 't adres van hier, zoo zal ik mijn nummer bekomen van mijn konto. U moogt gerust geld opsturen dat komt altijd terecht. U moogt mij ook opsturen in mijn pak, een kaartspel want wij mogen hier met de kaart spelen alsook met andere spelen.

Nu Poesken zoet hoe is het zooal met U en met ons lieve kindjes zijn ze wat braaf en gehoorzaam, doet Jozefken goed zijn beste in de school, gaat hij wat vooruit in 't rekenen? Ons Annieken wat steekt diŽn deugeniet uit in de school, heeft zij altijd nog altijd haar punten op alles, kan zij al zwijgen in de klas. Poesken vergeet niet van mijne beste groeten te doen aan Papa en RaphaŽl, [alsook] aan heel de Familie. Zeker aan dokter Lťo en aan Mr. Georges en aan al de vrienden. Vrouwken zoet hebt goeden moed, vriend want eens komt de dag dat wij wederom te samen zullen zijn, onze lieven Heer wil niet dat christene menschen gelijk of wij gescheiden blijven. Ik bid veel en bidt Gij ook veel en zoo zuIlen wij nog te samen zijn, Poesken, kom mij veel bezoeken hoor! Dat doet mij telkenmaal veel goed, met mijn nieren kan het beter zijn, natuurlijk 't voedsel dat mankeert, maar dat zal wel goed komen, naar lijden komt verblijden zegt het spreekwoord en dat is de waarheid. [ ... ]"

Noot: Beide verslagen zijn opgesteld in de originele taal, vandaar het ouderwetse en met dialect doorweven taalgebruik.

Afbeeldingen


Sint-Niklazenaar Richard van Britsom met zijn echtgenote Maria De Roeck. Van Britsom wordt op 10 april 1943 aangehouden als lokaal vertegenwoordiger van het spionagenetwerk Alex-Tegal. Op 18 februari wordt hij geŽxecuteerd.
(Bron: Archief Jozef van Britsom, Sint-Lenaarts)

Informatie

Geplaatst door:
Piet van Bouchaute
Geplaatst op:
28-12-2008
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.