Jozef Derboven, over het gevecht tussen het Geheim Leger en de Duitsers

Verzetsman Jozef Derboven over het gewelddadig treffen van het Geheim Leger met de Duitsers te Belsele, 5 september 1944:

"Wij hadden 's morgens vroeg wat brood gegeten en koffie gedronken, toen er rond 9 uur dinsdagmorgen 5 september 1944, vrijwilligers gevraagd werden om de op het 'Kasteeltje' verblijvende Duitschers in de nabijheid aldaar te gaan ophalen. Een escouade van twaalf strijders, zonder enige andere begeleiding, werd samengesteld onder leiding van Off. Willy De Cock, met als manschappen: Moerloos Nicolaas, Verniers Alfons, Heyninck August, Dullaert Edgard, Janssens Antoine, Taeymans Emiel, Wysevelde Alois, De Witte Albert, Derboven Jozef, Piron Robert, De Taye Alfons.

Met deze twaalf man trokken wij onmiddellijk op vanaf 'Zona' langs de dreef richting Belsele. Er werden onderweg slechts sporadisch enkele woorden met elkander gesproken. Op een vijftigtal meters voor de groote baan Gent-Antwerpen, nam ieder zijn positie in en wachtte af.

Ik lag in voorlaatste positie, samen met Off. Willy De Cock. Hij verzocht mij daar te blijven, daar wij ook nog munitie bij hadden. Hij zegde mij, dat hij eens naar voren ging zien, voor ruggespraak met onze andere kameraden en dan mij te komen halen om verder te trekken. Wanneer hij op de groote baan gekomen was, kwamen opeens toevallig, twee Duitsche fietsers gereden, welke hun in het oog kregen en hun revolver trokken. Onmiddellijk trokken ook onze jongens hun wapen en schooten deze twee Duitschers neer. (Op de groote baan bevonden zich ook Taeymans Emiel en De Witte Albert.)

Na dit spijtig en onverwacht treffen, openden in paniek nu ook de Duitsche wachten van op het 'Kasteeltje' het vuur. De abri's (vroeger door de Duitschers aangelegd), waar verschillende kameraden dekking in hadden gezocht, waren hun noodlottig, daar wanneer zij deze wilden verlaten, onder het volle vuur kwamen te liggen. Wanneer het vuren na enige tijd iets verminderde, zag ik naast mij in een gracht, onze vriend Albert De Witte kruipen, die mij toeriep 'dat ik achteruit moest trekken' daar er op de groote baan reeds dooden waren en dat hij hulp ging vragen in het kamp.

Enkele oogenblikken later kwam ook Off. Willy De Cock langs deze gracht tot bij mij gekropen en besliste hij om te proberen nog hulp of dekking aan onze jongens rond en in de abri's te geven. Ik liep tot bij een andere boom en liet mij er achter vallen, doch wanneer ook Off. Willy De Cock dit manoeuvre wilde uitvoeren, werd hij doodelijk getroffen en viel naast de boom, op twee meter van mij. Hij moet op slag dood geweest zijn. Dit was voor mij een zware moreele slag. Maar dit had ook voor gevolg, dat ik nog moeilijk terug in de gracht kon geraken, aangezien zijn lijk tusschen mij en de gracht lag.

Ik zag opeens over een akker onze vriend Robert Piron loopen en kruipen. Wanneer terug de Duitschers begonnen te vuren, verkeerde ik in de meening, dat ook Piron getroffen was, daar ik niemand meer zag. Door het aanhoudend vuur, vermoedde ik dat de Duitschers ons aan het omsingelen waren en besloot ik kost wat kost, over het doode lichaam van Off. Willy De Cock heen, mij in de gracht te laten rollen om zoo te vluchten. Maar ik had mij niet kunnen indenken dat deze vlucht meer dan drie uur zou duren, daar ik steeds terug over tientallen opritten van akkers moest kruipen waar de gracht overdekt was en vervangen door een smalle rioleerbuis.

Op deze vlucht zag ik Jozef Smet per fiets komen aanrijden richting groote baan voor aanbreng van munitie. Ik verzocht hem terug te keeren naar het kamp, daar hij het gevaar liep door de omsingelende Duitschers ook neergeschooten te worden, hem mededeelend dat Off. Willy De Cock dood was en waarop hij rechtsomkeer maakte naar het kamp.

Ik ben dan tot de boerderij 'De Beule' geraakt, waar men mij gewasschen heeft, daar ik bloedde in mijn gezicht, handen en beenen, door de glasscherven en yzer welke in die grachten lagen. Ook deze menschen hebben mij wat drinken gegeven. (Chocolademelk.) Zij hadden veel schrik doorstaan, daar tot daar nog de kogels op de zijgevel van de stallingen terecht kwamen.

Daar ik door het geschut niet verder rechtstreeks naar het kamp durfde kruipen in deze gracht, ben ik dan na de verzorging op de boerderij, door vele andere dreven en grachten, uiteindelijk rond twee uur in de namiddag in het kamp teruggekeerd, waar ik alleen de Heer Van Hemelrijck, van het Rode Kruis en tevens lid van het G.L.-Lokeren aantrof die mij opving en waaraan ik vertelde dat Willy De Cock overleden was. Ik ben dan buiten bewustzijn gevallen. Wanneer ik na eenige tijd stilaan herstelde, vertelde hij mij slechts rond vijf uur in de namiddag dat ook nog zeven andere kameraden gesneuveld waren."

Afbeeldingen


Portretten van de leden van het Geheim Leger die op 5 september 1944 sneuvelden bij een confrontatie met de Duitsers te Belsele.
(Bron: Verzameling Ward Van Royen, Sint-Niklaas)


De in Belsele gesneuvelde Sint-Niklase verzetsleden worden op 19 september 1944 plechtig gehuldigd en herbegraven op Tereken.
(Bron: Stadsarchief Sint-Niklaas, fototheek)

Informatie

Geplaatst door:
Piet van Bouchaute
Geplaatst op:
28-12-2008
Laatst gewijzigd:
26-06-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.