Verhoor Hjalmar Schacht 1

Ochtendzitting 2 30-04-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Dan gaan we verder met de volgende zaak tegen Dr. Schacht.
Dr. DIX: Ik begin mijn presentatie van het bewijsmateriaal door Dr. Schacht als getuige op te roepen en ik verzoek Uedele Dr. Schacht toe te staan de getuigenbank te betreden.
(Beklaagde Schacht gaat naar de beklaagdenbank).
De PRESIDENT: Wilt u uw volledige naam zeggen?
HJALMAR SCHACHT (Getuige): Hjalmar Schacht.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de getuige herhaalt de eed)
Neemt u plaats.
Dr. DIX: Wilt u het Tribunaal in het kort iets over uw afkomst vertellen?
SCHACHT: De families van mijn beide ouders hebben eeuwenlang in Schleswigh-Holstein gewoond dat tot 1864 bij Denemarken hoorde. Mijn ouders zijn beide geboren Deense burgers. Na de annexatie door Duitsland emigreerde mijn vader naar de Verenigde Staten, waar al drie van zijn oudere broers heen waren gegaan en hij werd Amerikaans staatsburger. Mijn twee broers, die ouder zijn dan ik, zijn daar geboren. Later werd mijn vader door de gezondheidstoestand van mijn moeder genoodzaakt naar Duitsland terug te keren.
Ik ben opgevoed in Hamburg, ik heb gestudeerd aan universiteiten in Duitsland en in Parijs en na het behalen van mijn doctoraal ben ik twee jaar actief geweest in economische organisaties. Daarna begon ik mijn loopbaan als bankier en 13 jaar lang heb ik bij de Dresdener Bank gewerkt, een van de grote zogenaamde D banken. Daarna nam ik de leiding van mijn eigen bank op mij die later fuseerde met een van de D banken en in 1923 gaf ik mijn privť loopbaan op en ging in ambtelijke dienst als Reichswšhrungskommissar. Kort daarna werd ik President van de Reichsbank, en ik behield die post tot 1930 toen ik aftrad.
Dr. DIX: Waarom trad u destijds af als Reichsbankpršsident?
SCHACHT: Op twee belangrijke punten heerste er verschil van mening tussen de regering en mij; een ervan was het interne financiŽle beleid van de regering. Met de vreselijke ramp van de verloren oorlog en het Dictaat van Versailles achter ons, was het naar mijn mening noodzakelijk om in de Duitse politiek spaarzame em bescheiden methoden te gebruiken. De democratische en socialistische regeringen van die periode zagen dat punt niet in, maar voerden een onverantwoord financieel beleid, in het bijzonder door het aangaan van schulden die in zeer grote mate in het buitenland werden aangegaan. Het was heel duidelijk dat Duitsland, al zwaar belast met herstelbetalingen, onder geen enkele voorwaarde in staat was om zoveel buitenlandse valuta te verkrijgen die nodig waren om die schulden af te lossen. We waren zelfs niet eens in staat het herstel van onze eigen economie te betalen.
Daarom protesteerde ik tegen het maken van deze schulden waaraan de diverse regeringen in die periode zich overgaven en waartoe ze ook gemeenschappen en particuliere bedrijven aanmoedigden. Ik protesteerde tegen dit financiŽle beleid en waarschuwde voortdurend, zowel in binnen- als buitenland, tegen een dergelijk beleid van het aangaan van buitenlandse schulden. De buitenlandse bankiers luisterden niet en de Duitse regering ook niet. Het was in die periode dat wanneer men in Berlijn langs het Adlon Hotel aan de Unter den Linden kwam, men er niet zeker van kon zijn dat er een financieel agent tevoorschijn zou komen en vragen of men een lening nodig had.
Later werd ik door diezelfe mensen sterk tegengewerkt toen Duitsland werd gedwongen de betaling van haar schulden op te schorten. Maar ik wens hier te verklaren dat ik altijd en bij iedere gelegenheid tegen een dergelijk beleid van het maken van schulden ben geweest. Dat was de ene reden. De andere reden lag op het gebied van het buitenlands beleid. Ik had niet alleen mijn deel bijgedragen aan de vorming van het Plan Jung maar in 1929 hielp ik ook bij het opzetten van het Comitť Jung; het zogenaamde Plan Jung had voor Duitsland geresulteerd in een aantal verbeteringen die de Duitse regering nu stap voor stap te niet deed tijdens de daarop volgende onderhandelingen in Den Haag. Zo verslechterde de financiŽle en economische situatie van de natie weer. Ik verzette mij hiertegen en om beide redenen gaf ik onder protest mijn functie van Reichsbankpršsident in maart 1930 op.
Dr. DIX: Heren van het Tribunaal, in dit verband mag ik uw aandacht vragen voor bewijsstuk Schacht-6 in mijn documentenboek. Als het Tribunaal ermee instemt zou ik, om de presentatie van documenten tijdens het verhoor van getuige te bekorten de aandacht willen vestigen op die documenten die direct verband houden met de vragen die de getuige behandelt. Ik meen dat deze procedure voor het Tribunaal prettig is omdat die de presentatie van documenten zal bekorten. Het is document Schacht-6 op pagina 12 van de Duitse tekst van mijn documentenboek en pagina 8 van de Engelse tekst, Edelachtbare, bewijsstuk Schacht-6. Dat is een verslag van de uitspraken die Dr. Schacht op 21 oktober 1926 deed tijdens de zitting van de subcommissie voor monetaire en kredietaangelegenheden. Ik meen dat het niet nodig is deze uitspraken voor te lezen, die verwijzen naar de buitenlandse schulden die Dr. Schacht net heeft genoemd en bevatten dezelfde gedachten die Dr. Schacht net voor het Tribunaal heeft uitgedrukt en vormen het bewijs dat deze gedachten geen ex post facto meningen zijn. Daarom verzoek ik het Tribunaal het hele document, zonder het voor te lezen, voor kennisgeving aan te nemen.
Ik zal verder gaan met mijn verhoor.
(tot de getuige): U hebt uw ambt van Reichsbankpršsident neergelegd. Wat deed u toen?
SCHACHT: Ik ging naar het kleine landgoed dat ik op het platteland bezat en leefde daar als gewoon burger. In 1930 maakte ik een reis naar de Verenigde Staten. Ik vertrok kort of direct na de verkiezingen voor de Reichstag van september 1930 en ging via Londen naar New York. Daar hield ik twee maanden lang toespraken over onderwerpen die mij door Amerikaanse vrienden werden aangereikt.
Dr. DIX: Wanneer kwam u voor het eerst in contact met de Nationaalsocialistische ideologie, met de Partei en met Hitler persoonlijk en wanneer in het bijzonder las u het partijprogramma en Hitler's Mein Kampf?
SCHACHT: Met uitzondering van een enkele gelegenheid heb ik mij tijdens mijn leven nooit bezig gehouden met partijpolitiek. Zelfs op 26 jarige leeftijd kreeg ik een vast kiesdistrict in de Reichstag aangeboden, wat ik niet aanvaardde omdat ik nooit geÔnteresseerd ben geweest in partijpolitiek. Mijn interesses lagen altijd op het vlak van economisch en financieel beleid maar natuurlijk had ik voor publieke kwesties altijd een brede belangstelling, voortkomend uit mijn bezorgdheid voor de toekomst van mijn land en mijn volk. Daarom nam ik in 1919 deel aan de oprichting van de Democratische partij.
Mag ik hier enkele woorden zeggen over mijn achtergrond en geestelijke opvoeding? Mijn vader streefde gedurende zijn hele leven democratische idealen na. Hij was Vrijmetselaar. Hij was cosmopoliet. Ik had, en heb nog steeds diverse familieleden van mijn moeder's zijde in Denemarken en van mijn vader's zijde in de Verenigde Staten en tot op de dag van vandaag sta ik op goede voet met hen. Ik groeide op temidden van deze idealen en ik ben nooit afgeweken van de grondprincipes van de Vrijmetselarij en democratische, humanitaire en cosmopolitische idealen. Later bleef ik altijd in nauw contact met vreemde landen. Ik reisde veel en met uitzondering van Ierland en Finland is er geen land in Europa dat ik niet bezocht heb. Ik ken AziŽ tot aan Ceylon (Sri Lanka) en Burma (Myanmar). Ik ging regelmatig naar Noord-Amerika en ik was net voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak van plan om naar Zuid-Amerika te reizen.
Ik wil dit benadrukken om aan te tonen dat ik nooit interesse heb gehad in partijpolitiek. Niettemin, toen bij de verkiezingen van september 1930 Hitler's partij plotseling en hoogst verwonderlijk 108 zetels behaalde begon ik belangstelling te krijgen voor het fenomeen en aan boord van het schip op weg naar de Verenigde Staten heb ik Mein Kampf gelezen en natuurlijk ook het partijprogramma. Toen ik aan de overkant aankwam was de eerste vraag wat mijn mening over Hitler en de Partei was, want iedereen sprak natuurlijk over deze gebeurtenis in Duitsland. In mijn eerste publicatie destijds Ė dat was een interview Ė uitte ik een ondubbelzinnige waarschuwing en zei: "Als jullie in het buitenland jullie beleid ten opzichte van Duitsland niet veranderen, zullen jullie in Duitsland zeer veel meer aanhangers van Hitler krijgen dan er nu zijn." Gedurende die periode van twee maanden sprak ik ongeveer 50 keer op openbare bijeenkomsten en ik ontmoette altijd begrip voor de kwestie van herstelbetalingen, de missers van het Verdrag van Versailles en de economische moeilijkheden van Duitsland en ik keerde terug met de indruk dat de hele Amerikaanse houding, de houding van het Amerikaanse volk jegens ons inderdaad nogal vriendelijk was.
Niet op mijn initiatief maar toevalling kwam ik in contact met aanhangers van de Nationaalsocialistische Partij. Een vriend van mij, een bankier, nodigde mij begin december 1930 uit voor een diner bij hem thuis om Hermann GŲring daar te ontmoeten. Dat deed ik en ik kreeg geen echt duidelijke indruk van GŲring's uitspraken en optreden. Hij was in ieder opzicht gereserveerd, bescheiden en goed gemanierd en hij nodigde mij bij hem thuis uit om Hitler te ontmoeten. Begin januari dineerden mijn vrouw en ik op een avond bij GŲring en zijn vrouw thuis en bij die gelegenheid was ook Fritz Thyssen uitgenodigd. Het was de bedoeling dat Hitler ook zou komen en met ons spreken. Ik zeg nu weer dat GŲring's appartement uiterst bescheiden was en eenvoudig ingericht. We kregen eenvoudige erwtensoep met spek en in het bijzonder maakte GŲring's eerste vrouw een uitstekende indruk. Na het dessert verscheen Hitler en de daaropvolgende conversatie werd op zo'n manier gevoerd dat, laten we zeggen, 5 procent door ons werd bijgedragen en 95 procent door Hitler. Wat hij zei betrof nationale vraagstukken waarbij hij het absoluut met ons eens was. Er werden geen buitensporige eisen gesteld maar aan de andere kant werden de nationale vereisten van Duitsland bijzonder benadrukt. In sociale kwesties uitte Hitler een aantal goede ideeŽn; hij was er bijzonder op gebrand een klassenstrijd te vermijden en stakingen te voorkomen, loongeschillen te voorkomen door resoluut optreden van de Staat in arbeidskwesties en het sturen van economische kwesties. Het leek ons dat deze ideeŽn zeer verstandig en aanvaardbaar waren. Afgezien daarvan toonde hij absoluut geen kennis op het gebied van economie en financieel beleid, hoewel hij die avond niet beweerde iets van die onderwerpen af te weten. Hij vroeg alleen maar of wij, als vertegenwoordigers van de economie, begrip zouden opbrengen voor zijn ideeŽn en hem feitelijke adviezen te geven.
Dat was het doel van die avond.
Dr. DIX: Ik zal later terugkomen op zijn eerste gesprek met Adolf Hitler maar ik zou nu willen terugkeren op de vraag die ik eerder stelde betreffende uw houding tegenover het partijprogramma en de ideologie die in het boek Mein Kampf wordt ontwikkeld. Ik leg hier de nadruk op omdat, zoals u hebt gehoord, de heren Aanklagers van mening zijn dat bepaalde delen van het partijprogramma als zodanig en ook delen van het boek Mein Kampf van crimineel karakter zijn, en dat het misdadige karakter ervan direct herkenbaar was na publicatie. Daarom zou ik u wilen vragen tot in bijzonderheden uw houding van destijds te verklaren en mogelijk ook uw houding van vandaag ten opzichte van het partijprogramma en de ideologie van het Nationaalsocialisme zoals die in het boek Mein Kampf verschijnt.
SCHACHT: Uit de verhandelingen voor dit Hof tot dusverre heb ik niet de indruk gekregen dat de mening van de Aanklagers betreffende het criminele karakter van het partijprogramma een unanieme mening is. Ik zie in het partijprogramma op zich geen enkel teken van criminele bedoelingen.
Een federatie van alle Duitsers, die altijd een grote rol speelt, wordt altijd geŽist op basis van het recht op zelfbeschikking. Een positie van Duitsland in de buitenlandse politiek wordt geŽist waarin Duitsland gelijk is aan andere naties; dat dit de afschaffing betekent van de beperkingen die door het Verdrag van Versailles aan het Duitse volk werden opgelegd is volkomen duidelijk.
Er werd land en grond gevraagd voor het voeden van ons volk en de huisvesting van onze overtollige bevolking. Daar kan ik geen misdaad in zien omdat achter land en grond opzettelijk tussen haakjes is toegevoegd het woord koloniŽn. Ik heb dat altijd een vraag om koloniŽn gevonden, die ikzelf lang gesteund heb voordat het Nationaalsocialistisme opkwam. Nogal vreemd en naar mijn mening iets te ver gaand waren de punten betreffende het ontnemen van burgerrechten aan Joden maar aan de andere kant was het geruststellend dat de Joden onder de bescherming moesten staan van de Vreemdelingenwet, dat wil zeggen, onderworpen aan dezelfde wetten die golden voor vreemdelingen in Duitsland. Ik zou altijd hebben gewenst en geŽist dat deze wettelijke bescherming onder alle omstandigheden aan de Joden moest worden verleend. Helaas kregen ze die bescherming niet. Voor de rest werd benadrukt dat alle burgers gelijke rechten en plichten zouden hebben.
Het bevorderen van algemeen onderwijs werd benadrukt als zijnde gunstig en ook gymnastiek en sport werden geŽist voor het verbeteren van de algehele gezondheid. Het gevecht tegen opzettelijke politieke leugens werd geŽist, een strijd die Goebbels later zeer energiek voerde. En bovenal werd vrijheid geŽist van alle religieuze stromingen en van het principe van positef Christendom. Dat is in hoofdzaak de inhoud van het Nationaalsocialistische partijprogramma en ik kan er niets misdadigs in zien. Het zou inderdaad zeer vreemd geweest zijn, wanneer dit een crimineel partijprogramma geweest zou zijn en de wereld gedurende twintig jaar voortdurend politiek en cultureel contact met Duitsland zou hebben onderhouden en met de Nationaalsocialisten gedurende tien jaar.
Voor zover het het boek Mein Kampf betreft, mijn oordeel is vanaf het prille begin altijd geweest wat het vandaag ook is. Het is een boek, geschreven in het slechtste soort Duits, propaganda van een man die sterk geÔnteresseerd was in politiek, om niet te zeggen een fanaticus, een slecht opgeleid man die Hitler voor mij altijd is geweest. In het boek Mein Kampf en ook gedeeltelijk in het partijprogramma was er een punt dat mij grote zorgen baarde en dat was het absolute gebrek aan begrip voor economische vraagstukken. Het partijprogramma bevatte een paar leuzen als: "Gemeenschappelijke belangen komen voor eigen belangen," en zo voorts, en dan het "beŽindiging van onderworpenheid aan financiŽle belangen" en overeenkomstige frasen die onmogelijk iets zinnigs konden voorstellen. Het zelfde gold voor Mein Kampf, dat niet van belang is vanuit het oogpunt van economisch beleid en daardoor voor mij niet van belang was.
Aan de andere kant, voor wat betreft de buitenlandse politiek bevatte Mein Kampf naar mijn mening een groot aantal fouten omdat er altijd met het idee werd gespeeld dat binnen het Europese continent de leefruimte voor Duitsland moest worden uitgebreid. En als ik later ondanks dat samenwerkte met een Nationaalsocialistische Reichskanzler, dan was het om de simpele reden dat uitbreiding van het Duitse territorium naar het Oosten in het boek specifiek afhankelijk werd gemaakt van de toestemming van de Britse regering. Daarom leek het voor mij onrealistisch, menend dat ik de Britse politiek zeer goed kende en bestond er geen gevaar dat ik deze theoretische uitspattingen van Hitler ernstiger zou nemen dan ik al deed. Het was mij duidelijk dat iedere territoriale uitbreiding op Europees grondgebied, te weeggebracht met geweld voor Duitsland onmogelijk zou zijn en door andere naties niet zou worden goedgekeurd.
Afgezien daarvan bevatte Mein Kampf een aantal zeer domme en breedsprakige uitlatingen maar aan de andere kant bevatte het ook vele verstandige ideeŽn; ik zou erop willen wijzen dat mij twee dingen bijzonder aanspraken: ten eerste dat iedereen die met de regering verschilt van mening over politieke zaken verplicht is zijn mening aan de regering uit te leggen en ten tweede dat hoewel de democratische, of liever de parlementaire regering vervangen moet worden door een FŁhrer regering, niettemin de FŁhrer alleen aan kon blijven als hij verzekerd was van de steun van de hele bevolking, anders gezegd dat een FŁhrer ook afhankelijk was van volksraadplegingen met een democratisch karakter.
Dr. DIX: Dr. Schacht, u hebt nu de indruk beschreven die u opdeed uit uw eerste gesprek met Adolf Hitler zowel als uit een bestudering van het partijprogramma als uit Mein Kampf. Dacht u dat u in staat zou zijn samen te werken met Adolf Hitler en welke praktische conclusies trok u uit dat eerste gesprek met Hitler?
SCHACHT: Voor mij persoonlijk was er geen sprake van werken met Adolf Hitler omdat ik een gewone burger was en niet geÔnteresseerd in partijpolitiek en dus deed ik na dat gesprek helemaal niets om een of andere persoonlijke relatie met de Hitler kliek aan te knopen. Ik ging gewoon terug naar mijn boerderij en bleef daar als gewoon burger wonen. Voor mij persoonlijk trok ik dus geen conclusies maar trok wel een andere. Ik heb al gezegd dat de toekomst van mijn land mij aan het hart ging. Na dat gesprek drong ik er bij Reichskanzler BrŁning nadrukkerlijk op aan bij het vormen en leiden van het Kabinet de Nationaalsocialisten daar in op te nemen omdat ik meende dat alleen op deze manier de enorme stuwende kracht en de enorme propagandistische ijver die ik bij Hitler had opgemerkt, kon worden beheerst en beteugeld Ė door de Nationaalsocialisten te belasten met praktisch regeringswerk. Men zou ze niet in de oppositie moeten laten waar ze alleen maar gevaarlijker konden worden maar men moest ze opnemen in de regering en kijken wat ze konden bereiken en of ze binnen de regering enige naam konden maken. Dat was het voorstel en het dringende verzoek dat ik aan BrŁning deed en ik zou zeggen dat naar mijn indruk Hitler destijds zeker bereid zou zijn geweest dat te doen. BrŁning kon onder geen enkele voorwaarde tot een dergelijk beleid worden overgehaald en werd later dus opzij geschoven.
Dr. DIX: Laten we even stoppen en het over de Partei hebben. De Aanklacht vermeldt dat u partijlid was. Nu heeft GŲring al gezegd dat Hitler het Goldenes Parteiabzeichen slechts toekende als een soort onderscheiding. Hebt u iets nieuws toe te voegen aan die uitspraak van GŲring?
SCHACHT: Ik weet niet of het hier genoemd is; het Goldenes Parteiabzeichen werd in januri 1937 aan alle ministers gegeven en ook aan de militairen in het Kabinet. De laatsten konden helemaal geen partijlid worden; daarom leidde de toekenning van het Abzeichen niet tot een lidmaatschap. Wat de rest betreft, daarover heeft GŲring al vanuit de beklaagdenbank getuigd. Ik zou nog een ding willen opmerken. Als ik partijlid was geweest dan was ongetwijfeld, toen ik in janauri 1943 uit mijn functie van Minister zonder Portefeuille werd gezet, het Hohes Parteigericht in actie gekomen want het zou duidelijk een kwestie van insubordinatie tegenover Hitler zijn geweest. Ik ben nooit voor het Parteigericht verschenen en zelfs toen bij de gelegenhgeid van mijn ontslag de teruggave van het Goldenes Parteiabzeichen werd geŽist, werd mij niet verteld dat ik uit de Partei werd gezet omdat ik geen lid was. Mij werd alleen verteld: "geef het Goldenes Parteiabzeichen dat u is toegekend terug" en dat deed ik direct.
Ik denk niet dat ik nog iets kan toevoegen aan de uitspraken die al zijn gedaan.
Dr. DIX: Dan is de Aanklacht op dit punt niet juist?
SCHACHT: Ja, op dit punt is die absoluut onjuist.
Dr. DIX: Waarom werd u geen partijlid?
SCHACHT: Neemt u mij niet kwalijk maar ik was tegen een vrij groot aantal punten in de Nationaalsocialistische ideologie. Ik denk niet het verenigbaar geweest zou zijn met al mijn democratische opvattingen om over te stappen op een ander partijprogramma en wel een dat niet zozeer door de bewoording als wel door de uitvoering door de Partei mij in de loop der tijd zeker niet had kunnen bekoren.
Dr. DIX: U werd dus om principiŽle redenen geen partijlid?
SCHACHT: Ja, om principiŽle redenen.
Dr. DIX: Nu is er een biografie van u door een Dr. Reuther gepubliceerd in 1937. Daarin wordt ook correct vermeld dat u geen partijlid was; maar de biograaf noemt andere, meer tactische redenen voor uw weigering u bij de Partei aan te sluiten; hij noemt de mogelijkheid om van buiten de Partei meer invloed te hebben enzo. Het is misschien aan te raden, omdat er in de loop van de behandeling naar die biografie is verwezen, dat u in het kort uw mening geeft op dit punt.
SCHACHT: Ik meen dat destijds Hitler de indruk had dat ik hem van buiten de Partei van nut kon zijn en het kan zijn Dr. Reuther dit te weten kwam. Maar ik zou liever niet verantwoordelijk willen worden gesteld voor het geschrijf van Dr. Reuther en in het bijzonder zou ik bezwaar willen maken tegen het feit dat de Aanklager die de beschuldiging tegen mij inbracht dit boek door Dr. Reuther omschrijft als een officiŽle publicatie. Dit boek is natuurlijk het privť werk van een journalist voor wie ik respect heb maar die zeker zijn eigen mening en ideeŽn geeft.
Dr. DIX: Sprak u namens Hitler in het openbaar voorafgaand aan de verkiezingen van juli 1932?
SCHACHT: Voor de verkiezingen van juli, die dat enorme succes voor Hitler brachten ben ik noch openbaar, noch privť actief geweest namens Hitler behalve een, misschien twee Ė ik herinner het me nu, het is een keer gebeurd Ė Hitler stuurde een partijlid dat ideeŽn had over economisch, financieel beleid of over valuta naar me toe; Hitler mag hem misschien hebben verteld dat hij mij moest raadplegen of die plannen wel of niet in praktijk gebracht konden worden. Ik mag misschien het verhaal kort weergeven: het was Gauleiter Rowen van Oldenburg. In Oldenburg waren de Nazis al voor 1932 aan de macht gekomen en hij was Minister President daar. Hij wilde voor Oldenburg een eigen munt invoeren, het gevolg daarvan zou zijn geweest dat Saksen zijn eigen munt zou invoeren, dat WŁrtenberg zijn eigen munt zou invoeren, dat Baden zijn eigen munt zou invoeren en zo voorts. Ik vond destijds het hele geval belachelijk en stuurde Hitler een telegram waarin ik zei dat de economische problemen van Duitsland niet met dergelijke wonderen konden worden verholpen. Als ik van dit geval afzie, dat een of andere persoonlijke relatie kon hebben betekend dan kan ik zeggen dat ik noch privť, noch in het openbaar, noch in toespraken, noch in geschriften mij bemoeide met Hitler of zijn partij en ik heb op geen enkele wijze de Partei aangeprezen.
Dr. DIX: Stemde u in 1932 op de Nationaalsocialisten?
SCHACHT: Nee, ik moest er niet aan denken.
Dr. DIX: De Aanklager noemt nu een aantal punten waarmee hij wil bewijzen dat u een aanhanger van de Nationaalsocialistische ideologie was. Ik ga ze een voor een opnoemen en ik vraag u uw mening over elk daarvan te geven. Allereerst, u was een tegenstander van het Verdrag van Versailles. Wilt u daar iets over zeggen?
SCHACHT: Het verbaasde me inderdaad dat verwijt van een Amerikaanse aanklager te horen. De luitenant die dat zei is misschien te jong om het zelf te hebben ervaren maar hij moet het uit zijn opleiding weten; hoe dan ook, voor ons allen die die tijd hebben doorgemaakt was het een van de opvallende gebeurtenissen dat het Verdrag van Versailles door de Verenigde Staten werd verworpen en als ik me niet vergis, afgewezen met grote bijval van de hele Amerikaanse bevolking.
De redenen die aanleiding gaven tot die actie waren ook mijn redenen om het Verdrag af te wijzen: het druiste lijnrecht in tegen de Veertien Punten van Wilson, die plechtig waren overeengekomen en op het terrein van economie bevatte het absurditeiten die zeker niet in het voordeel van de wereldeconomie konden werken. Maar ik zou zeker niet de Amerikaanse bevolking ervan willen beschuldigen, aanhangers van de Nazi ideologie geweest te zijn omdat zij het Verdrag afwezen.
Dr. DIX: De Aanklager beweert ook dat u al lange tijd een Duitse Nationaalsocialist geweest bent, niet alleen een Duits patriot maar een Duits Nationalist en expansionist. Wilt u op dat punt uw positie uitleggen?
SCHACHT: U hebt zelf, door de nadruk te leggen op het woord patriot, erkend dat men duidelijk moet zijn over wat een nationalist eigenlijk is. Ik ben er altijd trots op geweest, te behoren bij een natie die al meer dan duizend jaar een van de vooraanstaande beschaafde naties van de wereld is geweest. Ik was er trots op, te behoren tot een natie die mannen aan de wereld heeft gegeven als Luther, Kant, Goethe, Von Beethoven om er maar een paar te noemen. Ik heb het nationalisme altijd opgevat als de wens van een natie een voorbeeld te zijn voor andere naties en op het gebied van spirituele en culturele prestaties een leidende rol te blijven spelen door een hoge morele standaard en intellectuele verworvenheden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Met welnemen van het Tribunaal, het lijkt mij toe dat we ver afdwalen van de relevante beschuldigingen in deze zaak en in het bijzonder wanneer die vooraf worden gegaan door een verklaring over de positie van Aanklager.
Er ligt geen beschuldiging tegen Dr. Schacht omdat hij tegen het Verdrag van Versailles was; we geven toe dat dat het recht van iedere Duitse burger was behalve door middel van oorlog. Wij maken er ook geen bezwaar tegen dat hij een patriotisch Duitser was op iedere manier behalve oorlog. Het enige doel was te ontdekken wat zijn houding in die kwesties was in verband met de beschuldiging van het voorbereiden op en beginnen van een oorlog. Om filosofische zaken apart van de beschuldiging van oorlog te behandelen lijkt me totaal niet ter zake doend en ik verzeker het Tribunaal dat we niet de bedoeling hebben te beweren dat het een misdaad is tegen het Verdrag van Versailles te zijn. Vele Amerikanen waren dat. Het is geen misdaad om een Duits patriot te zijn. De misdaad is die welke in de Aanklacht staat omschreven en het lijkt me toe dat we daar ver van afgedwaald zijn en tijd verknoeien.
De PRESIDENT: Wat zegt u daarop, Dr. Dix?
Dr. DIX: Ik was zowel benieuwd als blij te horen wat Justice Jackson zojuist heeft gezegd maar ik moet uit Wallenstein citeren: "Voor het diner hebben we een andere versie gehoord." Er was geen twijfel aan Ė en eenmaal omdat ik dacht verkeerd begrepen te zijn heb ik het zelfs nogmaals gevraagd Ė dat het criminele karakter van het Partijprogramma, het criminele karakter van de inhoud van Mein Kampf Ė afkeurenswaardig op zich zelf en, zachtjes gezegd, een aanwijzing voor de misdaden die later werden begaan Ė de moedwillige weerstand tegen het Verdrag van Versailles Ė en verder de beschuldiging een expansionist en een nationalist geweest te zijn, al deze zaken zijn hier in de loop der verhandelingen regelmatig tegen Dr. Schacht gebruikt om de basis van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen te versterken.
Als Mr. Justice Jackson nu met grote openheid stelt, "We verwijten het Dr. Schacht helemaal niet dat hij tegen het Verdrag van Versailles was; we beweren niet dat hij meer was dan een patriot, met andere woorden een nationalist in de zin zoals eerder omschreven, en we houden ook niet staande dat deze verklaringen van ons het indirecte bewijs vormen voor zijn latere medewerking, zijn financiŽle medewerking aan het programma van herbewapening, hetgeen dan weer een indicatief bewijs is voor zijn bedoeling van steun aan het voeren van een oorlog van agressie, als dat nu ondubbelzinnig door de Aanklager wordt gesteld dan kunnen we een groot aantal vragen overslaan die ik van plan was tijdens mijn verhoor aan de getuige te stellen; ik zou dan graag het hele onderwerp over Schacht's expansionisme en nationalisme laten liggen. We hebben het expansionisme nog niet genoemd, Mr. Justice Jackson heeft het ook nog niet genoemd. Ik geloof echter niet dat de Aanklager de beschuldiging van expansionisme, anders gezegd de uitbreiding van levensruimte voor Duitsers in Europa, zal intrekken. Ik ben er niet zeker van maar we zullen er zeker over te horen krijgen. Zoals ik zei, als deze beschuldigingen die geŁit zijn worden ingetrokken dan kan ik die vragen overslaan en mijn cliŽnt hoeft die niet te beantwoorden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Natuurlijk heb ik niet zo'n verklaring afgelegd zoals Dr. Dix heeft aangenomen. Mijn verklaring is in het openingspleidooi duidelijk gemaakt en is nu ook duidelijk, dat hij het volste recht had tegen het Verdrag van Versailles te zijn, een Duits nationalist te zijn en al die doelen na te streven met alle middelen behalve een oorlog. Ik wil niet dat de zeer uitvoerige verklaring van Dr. Dix mij in de mond wordt gelegd. Mijn verklaring is in het openingspleidooi duidelijk gemaakt en deze kwesties met betrekking tot het Verdrag van Versailles, nationalisme en Lebensraum, zowel als politieke en filosofische kwesties zijn niet aan het Tribunaal om te beoordelen. We gaan u niet vragen of het Verdrag van Versailles alleen maar een document was of niet. Het was een document. Zij hadden het recht ermee te doen wat zij konden om er met alle middelen vanaf te komen, behalve met oorlog.
De beschuldiging tegen Dr. Schacht luidt dat hij willens en wetens voorbereidingen trof om al die doelen te bereiken door middel van een oorlog van agressie. Dat is de kern van de zaak tegen hem.
Dr. DIX: Dan is er op dit punt .....
De PRESIDENT: Dr. Dix, ik denk dat de zaak voor de Aanklager vanaf het begin duidelijk is geweest, dat men zich alleen op deze zaken verliet toen men die aangreep met de bedoeling oorlog te voeren.
Dr. DIX: Volkomen waar. Ik hoef deze vragen niet te stellen als de Aanklager deze beschuldigingen niet langer gebruikt als indirect bewijs voor zijn bedoeling een oorlog van agressie te voeren, maar Mr. Justice Jackson heeft een daartoe strekkende verklaring nog niet afgelegd. Maar er lijkt geen twijfel aan te bestaan Ė en ik denk niet dat ik de Aanklager verkeerd heb begrepen Ė dat om de bedoeling van Dr. Schacht te bewijzen een oorlog van agressie te willen voeren, de Aanklager wel degelijk verwees naar Schacht' s weerstand tegen het Verdrag van Versailles, naar zijn nationalisme en zijn expansionisme, anders gezegd, uitbreiding van Lebensraum. We zullen geen academische of theoretische uitspraken doen over de ideeŽn van Lebensraum en nationalisme maar zolang deze ideeŽn, waarvan de Aanklager toegeeft dat hij het recht had die te hebben, zolang deze kenmerken worden beschouwd als een gedeelte van het bewijs voor zijn bedoelingen, dan moet mijn cliŽnt de gelegenheid hebben het Tribunaal te vertellen wat hij precies bedoelde met Lebensraum, als hij daar al ooit over gesproken heeft, wat ik nog niet weet. Maar ik vind niettemin dat er nog een kwestie niet helemaal helder is tussen mij en Mr. Justice Jackson en dat ik het niet helemaal eens ben met wat Uedele gezegd heeft ......
De PRESIDENT: Wat u hem vroeg was zijn visie op het nationalisme, daar vroeg u hem naar, zijn mening over het nationalisme en dat lijkt tijdverspilling te zijn.
Dr. DIX: Ik heb hem voorgelegd dat hij ervan werd beschuldigd een nationalist en een expansionist te zijn en dat de Aanklager daaruit de conclusie trok dat hij plannen maakte voor een oorlog van agressie door het financieren van bewapening, hij moet nu natuurlijk aantonen ......
De PRESIDENT: Waar Mr. Justice Jackson op heeft gewezen is dat de Aanklager nooit heeft gezegd dat hij slechts de houding had van een nationalist en van een expansionist maar dat hij die houding had en de bedoeling een oorlog te voeren om die af te dwingen.
Dr. DIX: Ja, Edelachtbare, maar er wordt aan vastgehouden dat deze meningen een bewijs ervoor waren Ė een bewijs uit meerdere - dat hij de bedoeling had een oorlog van agressie te voeren; dat ze daarom vormen wat wij juristen indirect bewijs zouden noemen voor zijn bedoeling een oorlog te voeren en zolang dit argument Ė het is niet langer een beschuldiging die door Mr. Justice Jackson wordt volgehouden, maar het is een argument van de Aanklager ....
De PRESIDENT: Daar is geen kwestie van. Hij geeft toe dat hij er die opvattingen op na hield. Daarom is het volkomen onnodig op de feiten in te gaan. De Aanklager zegt dat hij er die mening op na hield; hij geeft toe dat hij die mening was toegedaan. De enige vraag is of hij die had met de onschuldige bedoeling die met vreedzame middelen te bereiken ofwel met de vermeende criminele bedoeling die te bereiken door middel van een oorlog.
Dr. DIX: Ik wil daar nog een ding op zeggen. Het expansionisme is nog niet besproken. Als Dr. Schacht expansionistische neigingen zou hebben gehad, dan zou Mr. Justice Jackson zeker niet zeggen dat hij geen bezwaar heeft. Daarom .....
De PRESIDENT: Dr. Dix, ik vind dat u hem vragen kunt stellen over de expansionisten, zijn ideeŽn over wat expansionisten waren, wat hij bedoelt met expansionisme maar voor de rest lijkt het me dat u gewoon precies datgene bewijst wat de Aanklager heeft bewezen.
Dr. DIX: Ik ben het volledig met u eens. Dr. Schacht, was u ......
De PRESIDENT: Ik schors nu de zitting.
(de zitting wordt geschorst tot 14:00 uur.)

Definitielijst

FŁhrer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de fŁhrer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeŽn van een bepaald stelsel.
Lebensraum
Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
Mein Kampf
Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
nationalisme
Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
04-03-2009
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.