Verhoor Franz von Papen 3

Ochtendzitting 1 18-06-1946

Inhoudsopgave

(Beklaagde Von Papen neemt weer plaats in de beklaagdenbank).
Dr. KUBUSCHOK: Getuige Guido Schmidt verwees naar een incident met een vlag in Pinkafeld, in mei 1937. Wilt u alstublieft uw activiteiten beschrijven bij het oplossen van dat incident?
VON PAPEN: Ik, of liever mijn raadsman heeft het vlagincident in Pinkafeld genoemd omdat het een typisch voorbeeld is van Hitler’s pogingen om over te gaan tot een agressief beleid in Oostenrijk, zelfs in de dagen voor 1938.
Op 1 mei 1937 werd in het kleine dorp Pinkafeld een vlag van het Duitse Rijk neergehaald door een Oostenrijkse ambtenaar. Er heerste grote opwinding in de pers; ik probeerde onmiddellijk de kwestie vriendschappelijk te regelen met de Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken. Daarop ontving ik een telegram om onmiddellijk naar Berlijn te komen. Ik kwam in Berlijn aan en meldde mij bij Hitler. Hitler ontving mij niet. Ik wachtte drie dagen. Na drie dagen schreef ik hem: “Het lijkt erop dat u probeert het vlagincident bij Pinkafeld te gebruiken om een agressief beleid tegen Oostenrijk in te voeren. In dat geval valt er voor mij niets meer te doen en dien ik mijn ontslag in.” Een kwartier later ontbood hij mij op de Reichskanzlei. Hij hield een preek tegen mij die een half uur duurde, woedend en buiten zichzelf vanwege de vernederingen die het Duitse Reich niet langer kon toestaan. Nadat hij was uitgeraasd zei ik hem dat onze overeenkomst van 26 juni bepaalde dat het beleid betreffende Oostenrijk langs lijnen van geleidelijkheid moest worden gevoerd. De Overeenkomst van 11 juli benadrukte dat nog eens. “Als u een ander beleid wilt voeren,” zei ik, “ontslaat u mij dan.”
Als gevolg van dit ernstige gesprek zei hij: “Nee, nee, gaat u terug en regel alles; we willen onze vreedzame beleid niet wijzigen.” Ik keerde naar Wenen terug en het incident werd naar tevredenheid opgelost met de Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken.
Dr. KUBUSCHOK: Sprak u met vertegenwoordigers van andere regeringen over het beleid dat u in Oostenrijk voerde?
VON PAPEN: Ja, ik heb dit beleid herhaaldelijk besproken met vertegenwoordigers van andere regeringen. In de zomer van 1937 besprak ik dit bijvoorbeeld met de Britse Ambassadeur Sir Neville Henderson.
De PRESIDENT: Is die brief waar beklaagde het over had ingediend, of een afschrift daar van? Hij had het over een brief aan Hitler: ”Ik schreef een brief.”
Dr. KUBUSCHOK: Nee, we hebben die brief niet en ook geen afschrift. De dossiers van beklaagde zijn in Berlijn tijdens een luchtaanval verloren gegaan.
VON PAPEN: Meneer de President, mag ik eraan toevoegen dat de Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken dit incident voor het Hof bevestigd heeft en de afloop ervan. De heer Von Neurath kent dit incident ook zeer goed.
De PRESIDENT: Wie was die Minister van Buitenlandse Zaken die dit bevestigd heeft?
VON PAPEN: De Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken, Schmidt die hier als getuige is opgetreden; getuige Guido Schmidt.
De PRESIDENT: Gaat u verder.
VON PAPEN: Mag ik met betrekking tot die vraag opmerken dat ik natuurlijk zeer vaak met vertegenwoordigers van andere regeringen sprak over ons beleid in Oostenrijk. In juni 1938 besprak ik het bijvoorbeeld met Sir Neville Henderson, de Britse Ambassadeur in Berlijn. In oktober 1937 bezocht ik Parijs incognito en sprak daar met vele leidende politici over dit probleem, onder hen de President van Frankrijk, M. Daladier en M. Leon Blum. Ik verzekerde deze heren dat we een oplossing voor het Oostenrijkse probleem uitsluitend langs lijnen van geleidelijkheid zouden zoeken en dat de gehoopte vereniging van de twee Staten nooit een bedreiging voor de Franse belangen zou vormen, dat we in tegendeel slechts zochten naar die oplossing binnen het Europese kader, anders gezegd met toestemming van Frankrijk.
Destijds had ik de indruk dat men zowel in Engeland als in Frankrijk steeds meer ging begrijpen dat een algemene oplossing noodzakelijk was.
Dr. KUBUSCHOK: Als bewijs ervoor dat beklaagde ervan overtuigd had kunnen worden dat de andere naties – wegens een geleidelijke ontwikkeling in Oostenrijk – eventueel bereid zouden zijn tot een vreedzame oplossing te komen, heb ik document 74, pagina 169 ingediend. Het is een verslag van Von Papen aan Hitler over het zojuist genoemde gesprek met Sir Neville Henderson op 1 juni 1937.
Ik vestig uw aandacht op dit document en zou erop willen wijzen dat Henderson heeft verklaard dat hij zeer welwillend stond tegenover een vriendschappelijke oplossing van de Oostenrijkse kwestie en erop vertrouwde dat hij ook een gelijksoortige invloed in Parijs kon aanwenden.
Ik vestig verder uw aandacht op document 80, pagina 177. Dat is een verklaring van de Belgische Minister van Buitenlandse Zaken, Paul Henri Spaak, van na de Anschluss. Ik vraag uw aandacht voor de laatste zin: “Ik heb lange tijd geloofd dat de Anschluss in overeenstemming was met de logische feiten en als die op een normale manier zou zijn geratificeerd zou me dat niet verbaasdd hebben.”
Mr. Messersmith beweerde dat de Nazi propaganda in Oostenrijk betaald was uit Duitse fondsen. Stelde u ooit fondsen hiervoor ter beschikking?
VON PAPEN: De Partei ontving nooit een pfennig, niet van mij persoonlijk en ook niet via de Duitse Ambassade. Het is echter heel goed mogelijk – en zelfs waarschijnlijk – dat Duitse partijfondsen wel degelijk naar Oostenrijk vloeiden. Ik ben hier nooit over ingelicht want het is een bekend feit dat ik in beide landen niet het vertrouwen van de Partei genoot.
Er is echter een uitzondering die ik in het bijzonder wens te benadrukken namelijk de donatie – en die was mij bekend – van fondsen ter ondersteuning van de Langot subsidie.
Dr. KUBUSCHOK: De Aanklager heeft u uw antisemitische houding verweten in verband met uw rapport aan Hitler van 12 mei waarin u voorstelde financiële steun te verlenen aan de Vrijheidsliga voor de bevordering van hun strijd tegen het Jodendom. Wat was deze Vrijheidsliga?
VON PAPEN: De Vrijheidsliga was een centraal punt, een vereniging van de vroegere Christelijke Vakbonden en de Christlijke Arbeiders Unie, onder leiding van de president van de vakbonden. Dolfuss nam im 1934 de leiding over. Het zou volkomen belachelijk zijn deze Vrijheidsliga, die voornamelijk uit Katholieke arbeiders bestond, te beschuldigen van een antisemitische houding in Nationaalsocialistische zin.
De Vrijheidsliga streed voor de verwijdering van ongeschikte Joodse elementen uit het bestuur van Wenen. Het probleem van deze ongewenste indringing door vreemden was volkomen gelijk aan de omstandigheden die toen in Duitsland heersten; omstandigheden die ik gisteren in detail heb besproken. Dit feit wordt ook bewezen door het rapport dat gisteren bij de Aanklager is ingediend. Ik hoorde dat de Tsjechen pogingen ondernamen nauwe banden aan te knopen met de Vrijheidsliga en voor dit doel wilden ze de Liga steunen met grote sommen geld.
Ik stelde daarom aan Hitler voor, deze mogelijke beïnvloeding van de Vrijheidsliga door Tsjechische politici uit te sluiten door haar zelf te steunen. Maar we konden de Vrijheidsliga natuurlijk niet vertellen: “We gaan jullie nu subsidiëren zodat jullie niet naar de Tsjechen zullen overlopen.” Ik stelde Hitler dus voor dat hij dit geld zou geven met het oog op hun voortdurende strijd tegen het Jodendom, wat pure camouflage was. Ik zou niet hebben geschreven “met het oog op” maar “ter bevordering van hun strijd.”
Dr. KUBUSCHOK: Ik verwijs naar document 32, pagina 112 in het documentenboek. Dat is een uittreksel uit het Oostenrijks Jaarboek 1933-1934, een officiële publicatie. Ik vestig uw aandacht op het begin van de tweede alinea waar wordt uitgelegd dat de Vrijheidsliga haar ontstaan vond in de Christelijke Arbeiders Unie en de Christelijke Vakbonden.
Ik vestig verder uw aandacht op de vijfde regel vanaf onder en ik citeer: “Begin 1934 nam wijlen Federaal Kanselier Dr. Dolfuss de algehele leiding van de Vrijheidsliga op zich.”
Ik vestig uw aandacht ook op document 72, pagina 166. Dat is een rapport van Von Papen aan Hitler waarin hij een verslag aanhaalt van de Praagse Geheime Dienst. Van belang in dit verband is een verwijzing naar het feit dat de Vrijheidsliga streefde naar een goede verstandhouding met de Sociaal Democraten.
Het volgende document, nummer 70 is al ingediend onder GB-243. Ik vestig uw aandacht op de eerste alinea die de pogingen weergeeft van de Tsjechische diplomaten. Document 70, pagina 164. Dat is het document dat door de Aanklager is genoemd en waarvan een deel is ingediend onder nummer GB-243. De eerste alinea is belangrijke in zoverre dat die handelt over de activiteiten van de Tsjechische diplomatie, even hiervoor door beklaagde genoemd. Verder is er, met verwijzing naar deze Vrijheidsliga, het rapport van Von Papen, document 73, pagina 176 waarop ik graag uw aandacht wil vestigen.
Een ander verslag van Von Papen is interessant; document 69, pagina 163. Het toont de inspanningen van de Vrijheidsliga aan, vaste voet te verkrijgen in het politieke stelsel van die dagen.
Beklaagde, in de zomer van 1937 deed Schuschnigg moeite om de Nationale oppositie tot medewerking over te halen. Wat weet u daarvan en wat waren de daarop volgende ontwikkelingen?
VON PAPEN: In de zomer van 1937 deed Schuschnigg moeite zich aan zijn belofte te houden de Nationale oppositie tot samenwerking te bewegen. Het bezoek van Minister Glaise-Horstenau aan Hitler in juni 1938 vond plaats met toestemming van Schuschnigg. (Later vormde hij de zogenaamde “Commissie van Zeven” met Dr. Jury en Dr.Tafs). Deze keuze van leden werd gemaakt zonder enige inmenging van mijn kant. Maar wat deze “Commissie van Zeven” betreft zou ik een opmerking willen maken. Blijkbaar waren de verzoeningspogingen van de Kanselier of niet voldoende ver gaand voor de Partei in Oostenrijk of te langzaam. In november 1937 ontdekte de Oostenrijkse politie in het kantoor van deze “Commissie van Zeven” documenten, bekend als de Tafs documenten die ons deden geloven dat nieuwe, illegale en radicale doelen al overheersten. De Oostenrijkse regering lichtte mij niet in over deze documenten en er werden verder geen officiële stappen ondernomen. Maar ik ontdekte wel dat er tussen de documenten een plan zat voor een moordaanslag op mij. Er werd voorgesteld dat er een aanslag op mijn leven moest worden gepleegd die een excuus moest zijn voor de inval in Oostenrijk.
De Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken, Schmidt bevestigde dit feit eergisteren voor het Tribunaal en het lijkt me toe dat dit voorstel, dit plan tegen mij, het beste bewijs vormt hoe groot de harmonie tussen mijn beleid en dat van de Oostenrijkse of Duitse Nationaalsocialisten was, iets wat de Aanklager beslist als vanzelfsprekend wenst aan te nemen.
Destijds was ik zeer verheugd dat de Oostenrijkse kanselier ook Seyss-Inquart, die ik persoonlijk kende, had betrokken bij dit verzoeningswerk. Op dit punt vind ik het niet meer dan logisch dat ik een correctie aanbreng. De Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken heeft verslag gedaan van een gesprek dat hij in oktober 1943 met mij in Ankara had. Ik vertelde hem destijds – en ik heb die verklaring ook herhaald tijdens mijn inleidende verhoor – dat dr. Seyss-Inquart de grootste teleurstelling van mijn leven bleek te zijn. Ik had aangenomen dat hij het was die geroepen had om de inval van de Duitse troepen in Oostenrijk en dat hij verantwoordelijk was voor de Nazificatie van Oostenrijk na de Anschluss. Gezien de kennis die we uit diverse documenten hebben opgedaan moet ik mijn eerdere oordeel herzien.
Dr. KUBUSCHOK: Eind 1936 werd uw belangrijkste medewerker, Ambassaderaadsman Prins Erbach uit Wenen teruggeroepen. Zijn opvolger was Ambassaderaadsman Von Stein. Omdat hij uw taken overnam nadat u op 4 februari was teruggeroepen zou het interessant zijn te weten wat zijn houding was ten opzichte van zowel de Partei als van u.
VON PAPEN: Ik ontdekte later dat Ambassaderaadsman Baron von Stein op speciaal verzoek van de Partei tot Ambassaderaadsman was benoemd omdat hij toezicht moest houden op mijn beleid betreffende de Partei. De heer Von Stein was een vurig Nationaalsocialist. Zijn betrekkingen met mij waren totaal verschillend van die welke ik met zijn voorganger, Prins Erbach had. Maar ik wil stellen dat ik ook in die periode mijn oorspronkelijke beleidslijn voortzette en dat Von Stein slechts de leiding over technische kwesties had.
Dr. KUBUSCHOK: Het Hossbach document van 5 november 1937 is hier herhaaldelijk genoemd. Wist u van die overeenkomst in Berchtesgaden waarop dit document is gebaseerd?
VON PAPEN: Van deze sensationele bijeenkomst, van dit waarlijk belangrijke document in handen van de Aanklager had ik natuurlijk nooit het flauwste idee. Ik raakte pas bekend met dit document hier in deze rechtszaal. Maar als ik iets meer mag zeggen: de aaneenschakeling van ideeën tussen de gebeurtenissen van 11 maart en dit document lijken me nogal vaag. Dit document geeft aan dat Hitler alleen maar van plan was Oostenrijk met geweld binnen te vallen, alleen maar van plan was om de Anschluss met geweld tot stand te brengen als een bepaald Europees stelsel dit mogelijk zou maken. Hij verwachtte dat dit stelsel ergens tussen 1943 en 1945 tot stand zou komen.
De PRESIDENT: Dr. Kubuschok, dit is louter argumentatie, niet waar? Hij zegt dat hij dit document nooit heeft gezien totdat hij de rechtszaal binnenkwam. Hij praat nu over zijn kennis van de gebeurtenissen van maart 1938. Welnu, dat is een zaak voor u, niet voor beklaagde.
Dr. KUBUSCHOK: Prima, ik zal daar dan later op terugkomen.
Beklaagde, op 4 februari 1938 werd u tot uw verbazing ontheven van uw post in Wenen. Wilt u het Tribunaal alstublieft over die kwestie inlichten?
VON PAPEN: Eind januari 1938 ben ik naar Berlijn geweest om Hitler te spreken; ik besprak met hem het onderhoud dat ik met Dr. Seyss-Inquart in Garmisch had gehad en ik kreeg geen enkele aanwijzing in welke vorm dan ook dat hij mij uit de dienst wilde ontslaan. Ik werd hierover op 4 februari ingelicht tijdens een telefoongesprek met Dr. Lammers. Dit plotselinge ontslag, waarvoor mij geen reden werd genoemd en dat samenviel met het ontslag van Von Fritsch en Von Blomberg en andere vooraanstaande diplomaten leidde echter tot een definitieve conclusie. Ik was me zeer bewust van het feit dat dit ontslag in elk geval een verandering van politieke koers betekende. De volgende dag besprak ik de kwestie met de Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken en vertelde hem over mijn problemen. Daarop nam ik in een officiële nota afscheid van de Oostenrijkse regering en de volgende dag zocht ik Hitler op. Ik moet echter het volgende bekennen: ik vond deze ontwikkeling, het feit van mijn ontslag zo ernstig dat ik op de avond van de 4de besloot dat al mijn politieke rapporten, opgesteld gedurende vier jaren, in Zwitserland in veiligheid moesten worden gesteld. Ik wilde in een positie zijn de hele wereld te bewijzen dat ik gedurende die vier jaren in Oostenrijk een vreedzaam en evenwichtig beleid had gevoerd; Ik wilde in een positie zijn dit aan de buitenwereld te bewijzen in geval Hitler een of andere agressieve actie zou ondernemen. Deze beslissing, zeker van de kant van een hoog geplaatst ambtenaar was zeker geen gemakkelijke want ik zou alle gevolgen moeten dragen die deze verboden actie zou kunnen inhouden.
De volgende dag ging ik naar Hitler. Ik voelde de noodzaak hem te vertellen dat zelfs wanneer hij mij niet langer meer wilde, hij tenminste een andere redelijke en gematigde man naar Oostenrijk moest sturen. Gedurende het gesprek dat ik met hem had noemde hij de redenen voor mijn ontslag niet. Ik had verwacht dat dit te danken was aan een wens van de heer Von Ribbentrop die op deze 4 februari Minister van Buitenlandse Zaken was geworden, maar Hitler zei mij dat dat niet het geval was. Gedurende het gesprek over de Oostenrijkse situatie zei ik hem terloops dat ik het zeer betreurde dat hij mij had teruggeroepen omdat, zeker gedurende de laatste weken, Kanselier Schuschnigg zich bereid had verklaard een persoonlijk onderhoud met Hitler te hebben om alle verschillen tussen beide staten weg te nemen. Toen Hitler dat hoorde zei hij tegen mij: “Als dat het geval is zou ik zeer verheugd zijn als u terug zou willen gaan om dit onderhoud met de heer Schuschnigg te regelen.” Ik zei hem: “Dat is een nogal vreemde opdracht. Gisteren ontsloeg u mij en vandaag wilt u dat ik terug ga. Maar als ik iets kan doen in het belang van de kwestie Oostenrijk, als ik een dergelijk onderhoud kan regelen, ben ik maar al te bereid dat te doen.”
Dr. KUBUSCHOK: Hoe bereidde u die conferentie voor?
VON PAPEN: Bij mijn terugkeer zocht ik de heer Schuschnigg op en met hem besprak ik ook de verandering in de situatie die was ontstaan door mijn ontslag en de benoeming van de nieuwe Duitse Minister van Buitenlandse Zaken. Ik zei tegen de heer Schuschnigg: “Het lijkt me toe dat in deze situatie een gesprek tussen de twee staatshoofden betreffende de verschillen die zijn voortgekomen uit de Overeenkomst van juli niet anders dan nuttig kan zijn.” De Oostenrijkse Minister van Buitenlandse Zaken had overigens al in november 1937 bevestigd dat we deze persoonlijke ontmoetingen hadden besproken. Het voorstel was dat er in Berchtesgaden over alle verschillen gepraat zou worden. Er werd geen definitieve agenda opgesteld. Er werd afgesproken dat deze gesprekken zouden plaatsvinden op basis van de Overeenkomst van juli, anders gezegd op basis van handhaving van de onafhankelijkheid van Oostenrijk. Het enige essentiële probleem dat werd besproken was de opname van een minister in de Oostenrijkse regering die zou optreden als vertrouwensman tussen beide staten en wiens taak het zou zijn de vrede tussen de Oostenrijkse en Duitse Nationaalsocialistische partij te bewaren, met andere woorden, in de toekomst elke inmenging van de Duitse partij in Oostenrijkse aangelegenheden uit te sluiten. Later, tijdens de conferentie van Berchtesgaden werd geëist dat het Ministerie van Veiligheid aan Dr. Seyss-Inquart zou worden gegeven. Deze eis was mij volledig onbekend en die had ik ook niet met Schuschnigg besproken. Er werd slechts genoemd dat een geschikte man, misschien Seyss-Inquart het Ministerie van Binnenlandse Zaken zou krijgen. Vandaag weten we uit verklaringen van getuigen dat er naast deze officiële conferentie van mij nog Oostenrijkse partijkanalern bestonden via welke voorstellen aan Hitler werden gedaan, voorstellen die mij niet bekend waren.
Dr. KUBUSCHOK: Geeft u ons alstublieft een idee van het verloop van de gesprekken in Berchtesgaden.
VON PAPEN: Deze conferentie is hier herhaaldelijk besproken. Ik vergezelde de heren Schuschnigg en Scmidt daar persoonlijk en het is heel goed mogelijk dat toen ik hen aan de Oostenrijkse of de Duitse grens ontmoette, ik hen vertelde dat ze behalve Hitler daar enkele generaals konden aantreffen omdat ik mogelijk ‘s ochtends naar Berchtesgaden had gebeld en gehoord dat deze generaals aanwezig zouden zijn.
Het verloop van de gesprekken verschilde natuurlijk sterk van de gebruikelijke conferenties in het diplomatieke leven maar was zeker niet zo dramatisch als hier door diverse bronnen is beschreven. Naar mijn weten waren deze generaals, de vorige avond door Hitler opgeroepen en mij niet bekend, alleen maar aanwezig voor het effect en dat was ook de bedoeling. Voor zover ik weet en binnen het kader van mijn eigen deelname waren ze er niet bij geroepen om deel te nemen aan het politiek overleg.
De toon waarop Hitler onderhandelde, de beschuldigingen die hij Schuschnigg voor de voeten wierp waren naar mijn mening zeer onaangenaam en daarom kwam ik regelmatig als bemiddelaar tussenbeide. Ik herinner me een incident heel goed dat ontstond toen Hitler en Schuschnigg samen onderhandelden en het gesprek uitzonderlijk luid werd. Ik ging de vergaderzaal binnen en hoorde dat Hitler Schuschnigg ervan beschuldigde geen Duitser te zijn, geen nationaal gevoel te hebben zodat ik er tussen kwam en tegen Hitler zei: “U beoordeelt de heer Schuschnigg volkomen verkeerd. De manier van denken van de heer Schuschnigg is net zo Duits als die van u of die van mij, hij wil alleen maar niet een samengaan van onze twee landen volgens de doctrine die u nu in Duitsland hanteert.” Tijdens dit gesprek werd een programma overhandigd aan de heer Schuschnigg en de heer Schmidt dat mij persoonlijk niet bekend was, zoals ik al heb gezegd. Na enige onderhandeling werden een aantal punten uit dit programma geschrapt zoals bijvoorbeeld het bevel over het Oostenrijkse leger door Generaal Von Glaise-Horstenau en alle economische eisen; daarom, tegen de avond toen de conferentie ten einde liep zei ik tegen de heer Schuschnigg dat hij de rest beter kon aanvaarden zodat niets een verdere vreedzame ontwikkeling in de weg zou staan. Afgezien hiervan maakte de heer Schuschnigg in verband met dit programma of deze overeenkomst slechts het uitdrukkelijke voorbehoud dat de bepalingen zouden moeten worden goedgekeurd door de Oostenrijkse regering en de Oostenrijkse president. Daarmee werd zeker voorzien in de mogelijkheid voor een latere wijziging van de kant van Oostenrijk.
Dr. KUBUSCHOK: Op een punt is uw relaas niet helemaal duidelijk. Kwam u pas na Schuschnigg en Dr. Schmidt in Berchtesgaden aan? Was u al in Berchtesgaden of hebt u de nacht elders doorgebracht?
VON PAPEN: Ik reisde met de heer Schuschnigg van Wenen naar Salzburg, bracht daar de nacht met hem door en ging de volgende morgen met hem verder naar Berchtesgaden. Anders gezegd, ik was niet eerder dan hij in Berchtesgaden. De heer Schuschnigg heeft echter beweerd dat ik hem in de morgen voor ons bezoek vertelde dat de generaals daar waren. Dat kan ik me niet herinneren; maar het is mogelijk want het kan zijn dat ik ‘s morgens van uit Salzburg opbelde en het mij werd verteld.
Dr. KUBUSCHOK: Er moet nog een punt worden aangevuld. Schuschnigg zei dat u hem bij de grens ontmoette. Kunt u dat punt ook ophelderen?
VON PAPEN: Nou, de heer Schuschnigg en ik hadden de nacht samen doorgebracht in Salzburg, zoals ik heb gezegd. De volgende morgen ging ik verder tot aan de grens en wachtte hem aan de Duitse grens op.
Dr. KUBUSCHOK: Verschilde de overeenkomst van Berchtesgaden principieel van de Overeenkomst van 11 juli 1936?
VON PAPEN: Het resultaat van het overleg van Berchtesgaden was zeker een uitbreiding vergeleken met de Overeenkomst van juli. Maar het betekende niet het verlaten van de basis van de Overeenkomst van juli, het verlaten van de principes, anders gezegd, handhaving van de onafhankelijkheid van Oostenrijk. Dat blijkt ook duidelijk uit de communiquées van de regeringen die werden uitgegeven bij gelegenheid van de aanvaarding van de overeenkomst.
Dr. KUBUSCHOK: Ik verwijs naar het officiële communiqué, document 78, pagina 174; en ook naar document 79, pagina 175, Hitler’s rede voor de Reichstag van 20 februari betreffende deze kwestie.
Op 26 februari bracht u een officieel afscheidsbezoek aan Schuschnigg. De Aanklager heeft in verband hiermee een memorandum ingediend. Vertelt u ons alstublieft over dat afscheidsbezoek.
VON PAPEN: Deze notitie uit het dossier bevat ongetwijfeld de informatie die ik per telefoon aan Von Ribbentrop gaf betreffende mijn afscheidsbezoek. In deze nota vestigde ik de aandacht van Buitenlandse Zaken op het feit .....
De PRESIDENT: Wat is de datum van deze nota?
Dr. KUBUSCHOK: De nota is gedateerd 26 februari en hij werd door de Aanklager ingediend.
SIR DAVID MAXWELL-FYFE: Documentenboek IIa, pagina 1.
VON PAPEN: In dit memorandum noemde ik de druk die op Schuschnigg was uitgeoefend en waaronder hij handelde. Het feit dat ik Buitenlandse Zaken inlichtte zou eigenlijk moeten aantonen dat ik het persoonlijk niet met deze druk eens was; anders zou ik er geen verslag van hebben gedaan. Op 26 februari kwamen dus mijn tijdelijke activiteiten ook volledig tot stilstand.
Dr. KUBUSCHOK: Op 9 maart 1938 schreef Schuschnigg de volksraadpleging uit. Wilt u hier commentaar op geven?
VON PAPEN: De volksraadpleging die door Schuschnigg werd aangekondigd was natuurlijk een complete verrassing. Naar mijn mening druiste die in tegen de geest van de afspraken die in Berchtesgaden werden gemaakt en stond lijnrecht tegenover een vreedzame verlichting van de druk.
De volksraadpleging was ook een schending van de Oostenrijkse Grondwet. Die was niet het besluit van de Oostenrijkse regering maar een spontane maatregel van de Oostenrijkse kanselier en naar mijn mening was het volkomen duidelijk dat die elementen in Oostenrijk die voorstander waren van een verenging van de twee staten hoogst ongelukkig waren met deze volksraadpleging.
Dr. KUBUSCHOK: Getuige Rainer heeft verklaard, en in de rede die is aangehaald, dat hij op de avond van 9 maart in uw appartement was. Was dit een vooraf geregeld overleg, was dit eigenlijk een overleg of slechts een uitwisseling van meningen?
VON PAPEN: Helemaal niet. Ik was niet in Wenen vanaf de avond van de 26ste, voor zover ik me herinner, tot ongeveer 9 maart. Op die dag keerde ik naar Wenen terug en het is natuurlijk mogelijk dat deze heren naar de Ambassade kwamen en me daar spraken. Er was geen sprake van dat er iets vooraf geregeld was van mijn kant.
Dr. KUBUSCHOK: Was u in Berlijn op 11 maart?
VON PAPEN: In de avond van 10 maart werd ik op de Ambassade gebeld vanuit de Reichskanzlei met een bevel van Hitler om diezelfde avond onmiddellijk naar Berlijn te komen. Ik vloog de volgende morgen naar Berlijn en kwam zo tussen 9 en 10 uur ‘s ochtends bij de Reichskanzlei aan. Waarom Hitler mij liet komen weet ik niet; ik neem aan dat hij mijn advies wilde terwijl die crisis zich ontwikkelde; misschien kan hij ook hebben gedacht dat mijn aanwezigheid in Wenen zijn plannen zou doorkruisen. Hoe dan ook, ik was op deze noodlottige dag, 11 maart in Berlijn en in de Reichskanzlei. Ik ontmoette Hitler die omringd was door vele ministers, de heer Göring, Dr. Goebbels, Von Neurath, staatssecretarissen en ook militairen. Hij begroette mij met de woorden: “De situatie in Oostenrijk is ontoelaatbaar geworden; de heer Schuschnigg pleegt verraad aan de Duitse opvattingen en we kunnen deze gedwongen volksraadpleging niet toestaan.” En toen ik zag hoe opgewonden hij was, herinnerde ik hem nogmaals aan zijn belofte aan mij gedaan in Bayreuth en waarschuwde hem dringend tegen overhaaste beslissingen. Maar deze morgen zei hij tegen mij: “Of de volksraadpleging moet worden afgelast of de regering moet aftreden.”
Vandaag weten we uit de brief die hij per speciale koerier aan Dr. Seyss stuurde over zijn ultimatum aan de Oostenrijkse regering. Destijds lichtte hij mij niet in over deze actieve tussenkomst van zijn kant. Toen, gedurende de dag bleef ik met de meeste aanwezigen in de grote hal terwijl Göring telefoneerde vanuit Hitler’s privé kantoor. Wat er werd gezegd is iets dat wij, die in de grote hal stonden te wachten, slechts beetje bij beetje konden opvangen maar vandaag weten we het natuurlijk uit de documenten hier.
Er is slechts een incident dat ik wil noemen. Tegen 5 uur ‘s middags kwam er een bericht uit Wenen dat de Regering Schuschnigg bereid was af te treden. Daarop drong ik er bij Hitler op aan, zijn orders voor de militairen in te trekken. De heer Hitler deed dat ook. Tussen 5 en 6 in de middag werd het bevel aan de paraat staande strijdkrachten ingetrokken. Bij die gelegenheid feliciteerde ik Generaal Keitel en Generaal Von Brauchitsch, die ook aanwezig waren ermee dat ons die kwestie bespaard was gebleven. Maar een uur later was de situatie weer totaal anders. Toen er telefoon uit Wenen kwam dat de Federale President weigerde de regering Seyss-Inquart te benoemen gaf Hitler nogmaals het bevel aan de troepen. Vervolgens werd laat op de avond bekend dat de Oostenrijkse regering om het binnentrekken van de Duitse troepen had gevraagd, omdat ze anders de situatie niet onder controle hadden. Ik zie de heer Von Neurath nog naast me staan wanneer hij zegt: “Dit is zo’n belangrijk bericht uit Wenen dat we het absoluut op schrift moeten hebben.”
Dus verkeerden we in de veronderstelling dat deze roep om hulp uit Wenen tot ons gekomen was. De verdere gebeurtenissen van die avond zijn bekend en ik kan alleen maar zeggen dat ik persoonlijk diep geschokt was door het verloop van deze gebeurtenissen want het was volkomen duidelijk dat deze inval door het leger tot incidenten en bloedvergieten kon leiden en een nieuw bloedvergieten tussen onze landen zou niet alleen weer veel schade hebben berokkend aan de Duitse kwestie maar zou ook de slechts denkbare indruk hebben achtergelaten van het voeren van Duitsland’s beleid.
Dr. KUBUSCHOK: Ik vestig hier uw aandacht op document 97, pagina 241 in het derde documentenboek. Neem me niet kwalijk, het is nog niet in het boek opgenomen. Het wordt juist voorgelegd, document 97, pagina 241. Het is een verklaring van Thass, een vriend van beklaagde Von Papen die in de avond van 11 maart met hem sprak. Ik citeer vanuit ongeveer het midden van het document:
“Op 11 maart 1938, het begin van de inval van de Duitse troepen in Oostenrijk, verscheen de heer Von Papen laat in de avond in de Union Club waar hij zeer opgewonden en wanhopig verklaarde: “Ik kom juist van de Reichskanzlei. Ik probeerde Hitler ervan te weerhouden Oostenrijk binnen te vallen en heb hem dat sterk afgeraden, maar hij heeft die waanzin doorgezet en heeft zojuist het bevel gegeven Oostenrijk binnen te vallen.”
Wist u, beklaagde, iets over het militaire plan Fall Otto?
VON PAPEN: Ik heb voor de eerste keer over dit Fall Otto gehoord tijdens dit proces. Fall Otto was, zoals gezegd een theoretische voorbereiding op een militaire aanval in het geval dat als gevolg van een terugkeer van de Habsburgs, de Tsjechen en Hongaren Oostenrijk binnen zouden trekken.
De PRESIDENT: Dit is precies wat beklaagde deed toen ik u onderbrak. Hij zei dat hij niets wist over dit document en nu probeert hij het te verklaren. Dit is argument, geen bewijsmateriaal.
Dr. KUBUSCHOK: Ja zeker, Meneer de President.
(tot de beklaagde) Laten we overstappen op de volgende vraag. Een tijdje geleden zei u dat u had besloten dat de dossiers die het gedocumenteerde bewijs vormden van uw activiteiten in Wenen naar Zwitserland overgebracht moesten worden. Gebeurde dit later ook?
VON PAPEN: Ja, dat gebeurde. Mijn secretaris, de heer von Ketteler bracht begin maart 1938 de dossiers naar Zwitserland.
Dr. KUBUSCHOK: Wilt u alstublieft in het kort de omstandigheden beschrijven rond de moord op uw assistent, Baron von Ketteler, na de inval van de Duitse troepen in Oostenrijk. In het bijzonder, wat deed u om die zaak opgelost te krijgen?
VON PAPEN: Gedurende de dagen van de intocht in Wenen was mijn secretaris en vriend, de heer von Ketteler plotseling verdwenen. Ik lichtte de Weense politie direct in en ook de heer Himmler, de heer Heydrich en Dr. Kaltenbrunner. Ze zegden een onderzoek toe. Het onderzoek leverde lange tijd niets op. Oorspronkelijk had ik aangenomen dat de heer von Ketteler was gevlucht daar zijn relatie met de Oostenrijkse partij zeer slecht was. Maar een paar weken later werd bekend dat het lichaam van Von Ketteler in de Donau buiten Wenen was gevonden. Ik deed bij het Openbaar Ministerie aangifte van moord door een onbekend persoon. Ik eiste sectie op het lichaam. De sectie werd verricht met als resultaat dat er geen sporen van geweld werden aangetroffen. Niettemin ben ik er zeker van dat deze nieuwe daad een wraakactie van de Gestapo tegen mij, mijn beleid en mijn vrienden was. Ik wendde mij tot Göring die het bevel over de Gestapo voerde en vroeg om zijn hulp. Göring vroeg het dossier van de Gestapo op en vertelde mij dat er bewijzen waren dat Von Ketteler een aanslag op het leven van Hitler had voorbereid. Ik zei dat daar geen sprake van was. Maar toen werd door Göring vastgesteld, via de Gestapo dat ik mijn dossiers naar Zwitserland had overgebracht en dat de heer von Ketteler daarbij geholpen had. De heer Göring beloofde met Hitler te overleggen en bestraffing te eisen van de Gestapo mensen die aan deze zaak hadden gewerkt. Ik geloof dat hij dat gedaan heeft maar zijn tussenkomst bleef zonder succes.
Dr. KUBUSCHOK: Na uw vertrek uit Wenen trok u zich uit het openbare leven terug. Kreeg u aanbiedingen voor posten in het buitenland?
VON PAPEN: Ik trok me uit het openbare leven terug omdat mijn ervaringen van na 30 juni en later in Oostenrijk niet van dien aard waren dat ik een nieuwe post wilde. Ik kan alleen maar zeggen dat in de volgende periode de heer Von Ribbentrop mij twee keer vroeg naar Ankara te gaan als ambassadeur en dat ik dat twee keer weigerde.
Dr. KUBUSCHOK: Als laatste vraag met betrekking tot de kwestie Oostenrijk wil ik u vragen of Hitler u het Goldenes Parteiabzeichen toekende na de intocht in Wenen? Wilt u hier alstublieft iets over zeggen?
VON PAPEN: Dat is juist. Zoals we weten was Hitler eraan gewend mensen plotseling te ontslaan; en hij had mij op 4 februari abrupt ontslagen en de kwestie Oostenrijk zonder mij opgelost. Voor de buitenwereld verhulde hij dat soort acties met beleefde brieven en onderscheidingen. Misschien zou ik destijds dat Goldenes Parteiabzeichen hebben moeten weigeren want ik bekleedde geen officiële positie meer en ik had geen reden die onderscheiding te aanvaarden. Mijn positie in die dagen was echter zo moeilijk dat ik die niet nog moeilijker wilde maken. Mijn assistent Von Ketteler was verdwenen en ik moest verwachten dat ik in een proces verwikkeld zou raken omdat ik mijn dossiers naar Zwitserland had overgebracht. Dus aanvaardde ik die onderscheiding. Maar ik ontken dat ik hiermee mijn lidmaatschap van de partij bevestigde. Ik geloof dat niemand die mij kent – zelfs de heren die samen met mij op de tribune zitten – zal handhaven dat ik ooit in mijn leven een Nationaalsocialist ben geweest.
Dr. KUBUSCHOK: Ik kom nu toe aan de bespreking van een relatief korte periode, anders gezegd, uw tijd in Turkije. Mag ik daar nu aan beginnen?
De PRESIDENT: Waarom is het nodig in te gaan op zaken van na de Anschluss in 1938, gezien in het licht van wat de Aanklager heeft verklaard. Ik bedoel – werpt het licht op het verleden? Zover ik het begrijp ....
Dr. KUBUSCHOK: Meneer de President, ik ben klaar met de hele kwestie Oostenrijk. Ik moet nu slechts een kort onderwerp behandelen, de activiteiten van beklaagde gedurende zijn tijd als Ambassadeur in Turkije. Ik wil alleen maar vragen of dit een gunstig moment is om ermee te beginnen of het Tribunaal een schorsing wenst. Ik zal in ongeveer een uur klaar zijn.
De PRESIDENT: We zullen zo direct pauzeren maar wat ik u vroeg was waarom het nodig is in te gaan op de geschiedenis van beklaagde in Ankara gezien wat de Aanklager heeft gezegd met betrekking tot de beschuldigingen tegen beklaagde? Zover ik het begrijp heeft de Aanklager gezegd dat er geen beschuldigingen tegen beklaagde liggen in verband met zijn werk in Ankara. Tenzij de geschiedenis van die tijd licht werpt op het verleden, tot aan maart 1938, lijkt dat niet van belang te zijn voor dit proces.
Dr. KUBUSCHOK: Bij de behandeling van zijn activiteiten in Turkije zal ik mij tot enkele punten beperken met als enig doel, zoals door het Tribunaal is opgemerkt, licht te werpen op de voorgaande activiteiten van beklaagde Von Papen. Het bewijsmateriaal zal daarom betrekking hebben op het feit dat beklaagde door zijn activiteiten heel duidelijk heeft gemaakt dat hij een fervent tegenstander van oorlog in welke fase ook was en dat hij tijdens elke fase van de oorlog slechts heeft geprobeerd vrede te bereiken. Dit materiaal uit Turkije moet daarom het tegenbewijs leveren voor de beschuldiging dat beklaagde eerder op enigerlei wijze een actief deelnemer was aan het beleid van oorlog. We moeten ons ook een volledig beeld verschaffen van een man die aangeklaagd wordt wegens samenzwering. Als hij direct voor het uitbreken van de oorlog en tijdens de oorlog een officiële functie bekleedde dan moeten we zeker onderzoeken of zijn houding in die tijd niet juist het bewijsmateriaal levert dat hij eerder op enige wijze heeft ingestemd met de plannen die, dat is waar, voor het eerst werden uitgevoerd tijdens de eerste dagen van zijn aantreden. De vragen zijn kort en we zullen .....
De PRESIDENT: De zitting wordt geschorst.

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
31-03-2009
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.