Axmann, Artur

Artur Axmann (1913 - 1996)

Jeugd en studie

Artur Axmann werd op 18 febuari 1913 geboren in Hagen (Noordrijnland-Westfalen) als jongste van vijf kinderen van de jurist Aloys Axmann en zijn vrouw Emma. In 1916 trok de familie naar Berlijn, waar Aloys tot aan zijn dood in 1918 als verzekeringsmedewerker dienst deed. In 1919 werd Artur ingeschreven voor de 300. Gemeindeschule (basisschool) in Berlijn. Op basis van zijn uitstekende schoolprestaties werd hij in een hogere klas gezet en in 1922 vertrok hij met een beurs naar de Oberrealschule. Deze school is vergelijkbaar met het gymnasium, hoewel de leerlingen slechts een elementaire kennis van het Latijn en verder nauwelijks klassieke scholing kregen.

Op 14 september 1928 woonde Axmann een toespraak van Joseph Goebbels bij, waardoor zijn interesse voor de NSDAP gewekt werd. In november trad hij als 15-jarige gymnasiast toe tot de Hitlerjugend, waar hij kort daarna gepromoveerd werd tot Führer van de Hitlerjugend in de wijk Wedding in Berlijn. In 1929 en 1930 was hij actief als spreker voor de NS-Schülerbund, de scholierenorganisatie van de NSDAP.

Op 12 maart 1931 legde Axmann examen af op zijn Oberrealschule. Daarmee beëindigde hij tevens zijn activiteiten voor de NS-Schülerbund. Datzelfde jaar begon hij aan de Universiteit van Berlijn aan zijn studie economie, staats- en rechtswetenschappen. Lid van de NS-Studentenbund werd hij echter niet. In de zomer van 1931 raakten zowel zijn moeder als zijn broer werkeloos. Hij onderbrak zijn studie om in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De noodzaak voor zijn familieleden om weer te kunnen werken, zodat hij weer verder kon studeren, bracht hem ertoe om in september 1931 lid te worden van de NSDAP. Volgens Axmann wist deze partij de almaar toenemende werkeloosheid als beste op te lossen.

Carrière binnen de Hitlerjugend

In 1932 werd Axmann in de Reichsleitung van de Hitlerjugend opgenomen. Na de machtsovername van de nazi’s in januari 1933 was Axmann vanaf mei 1933 Gebietsführer en Leiter des Sozialen Amts der Reichsjugendführung (leider van het sociale bureau van de Hitlerjugend). In deze hoedanigheid zorgde hij onder andere voor beroepsonderwijs binnen de Hitlerjugend. In november 1934 nam hij de leiding van de afdeling van de Hitlerjugend in Berlijn op zich en vanaf juli 1936 stond hij aan het hoofd van de Reichsberufswettkampf; een jaarlijkse competitie waarin mensen in hun vakgebied in competitieverband met elkaar streden om de hoogste plek.

Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 tot aan mei 1940 was Axmann bij de Wehrmacht in dienst als soldaat. Op 1 mei 1940 werd hij benoemd tot plaatsvervanger van Reichsjugendführer Baldur von Schirach. De almaar groeiende kloof tussen Adolf Hitler en Von Schirach zorgde ervoor dat de Reichsjugendführer meer en meer in ongenade viel. Uiteindelijk werd Von Schirach op 8 augustus 1940 uit zijn functie ontheven. Axmann was zijn logische opvolger en zou dat tot aan het eind van de oorlog blijven.

In tegenstelling tot zijn voorganger legde Axmann veel meer nadruk op het militaire aspect bij de Hitlerjugend. Waar Baldur von Schirach het mobiliseren van de Duitse jeugd en de groepsgeest centraal stelde, trachtte Axmann de jeugd klaar te stomen voor latere militaire activiteiten. Zo zou voortaan de HJ-Streifendienst als bron voor nieuwe rekruten voor de Waffen-SS fungeren. Deze selecte groep jongeren binnen de Hitlerjugend werd geselecteerd op hun discipline en werd als het boegbeeld van de Hitlerjugend beschouwd. Ze waren onder andere actief in het neutraliseren van andere jeugdgroepen.

Oorlogsengagement

In juli 1941 ging Operatie Barbarossa – de inval van de Sovjet-Unie door nazi-Duitsland – van start. Axmann maakte deze grootschalige invasie mee, maar raakte in december 1941 zwaargewond en verloor daarbij zijn rechterarm. Hij bleef zich echter onvoorwaardelijk inzetten voor de oorlog en mobiliseerde zodoende de 12. SS-Panzer-Division "Hitlerjugend" in 1943. Deze divisie, die voornamelijk uit 17-jarige jongens uit de Hitlerjugend bestond, was tot aan het einde van de oorlog actief en betrokken bij de verdediging van Normandië. In 1944 werd hij onderscheiden met de Deutscher Orden des Großdeutschen Reiches, de hoogste onderscheiding die de nazi-partij aan een individu kon uitreiken. Axmann was één van de elf personen die deze prestigieuze erkenning in ontvangst mocht nemen en één van de twee individuen die hem niet postuum kreeg.

Ook in de laatste weken van de oorlog ging hij onverstoorbaar verder met de verdediging van Duitsland. Hij mobiliseerde daarbij relatief kleine eenheden van de Hitlerjugend die vervolgens deel zouden uitmaken van de Volkssturm. Daar zaten onder meer ook jongens bij van het Deutsches Jungvolk, een subdivisie van de Hitlerjugend voor jongens van 10 tot 14 jaar. Zij waren actief in de slag om Berlijn vanaf medio april tot begin mei 1945. Tevens kreeg hij de laatste oorlogsmaanden druk van buitenaf om ook meisjes mee te laten vechten in de laatste verdediging van Duitsland. Deze suggesties wees hij echter pertinent van de hand: "Vrouwen geven leven, ze nemen het niet af", aldus Axmann. Kort na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 verliet hij samen met NSDAP-partijsecretaris Martin Bormann de Führerbunker en vluchtte uit Berlijn.

Na de oorlog

Na de oorlog werd Axmann officieel dood verklaard, hoewel hij daarna enige tijd onder de schuilnaam Erich Siewert in Mecklenburg-Vorpommern leefde. Nadat hij weer contact opgenomen had met functionarissen van de Hitlerjugend en NSDAP, werd hij in december 1945 in Lübeck samen met overige functionarissen van de Hitlerjugend gearresteerd. Axmann en zijn compagnons werden verdacht van een neonazistische samenzwering. In oktober 1946 werd hij enige tijd vrijgelaten, maar in juli 1947 werd hij wederom weer gearresteerd en een aantal weken vastgehouden. Gedurende die periode vond ook zijn verhoor plaats. In juni 1948 werd hij naar het kamp Nürnberg-Langwasser overplaatst. Een maand later werd de aanklacht tegen hem door het gerechtshof van Neurenberg voorbereid.

In april 1949 werd hij tijdens de denazificatie van Duitsland tot drie jaar en drie maanden dwangarbeid in een gevangenis veroordeeld. Hij werd door de rechtbank als "hoofdschuldige" aangewezen, de zwaarste beschuldiging tegen voormalige nazi's. Tevens werd hij veroordeeld vanwege het feit dat hij na de overgave van Duitsland met voormalige NSDAP-functionarissen een ondergrondse organisatie op probeerden te richten om de macht weer in handen te krijgen.

Nadat hij er niet in was geslaagd om in Schleswig-Holstein werk te vinden, verhuisde hij naar Gelsenkirchen. Daar werkte hij een aantal jaren als vertegenwoordiger van een koffiebedrijf.

Op 19 augustus 1958 werd hij wederom veroordeeld, nu door het Berlijnse gerechtshof. Deze achtte hem schuldig aan de indoctrinatie van de jeugd, hoewel het hof het vonnis nuanceerde omdat Axmann volgens hen handelde uit de innerlijke overtuiging dat hij juist handelde en niet uit eigenbelang. Axmann werd een geldboete van 35.000 mark opgelegd, dat ongeveer overeenkwam met de helft van de waarde van zijn vastgoed in Berlijn. Om het bedrag te kunnen voldoen, was hij genoodzaakt zijn huis te verkopen.

Kort daarna zette hij een handelsonderneming op, maar moest deze vanwege tegenvallende resultaten sluiten in 1960. De oprichting van een tweede firma kreeg hij niet van de grond. Daarom was hij tussen 1971 en 1976 verantwoordelijk voor het opzetten en besturen van een vrijetijdscentrum van een Spaanse onderneming op Gran Canaria. Na 1976 vertrok hij weer naar Berlijn en vanaf 1985 stapte hij uit het actieve beroepsleven. Zijn vrije tijd gebruikte hij om aan zijn memoires te werken, waarvan in 1994 allereerst een persoonlijke geschiedenis van de Hitlerjugend werd uitgebracht in de vorm van een vierdelige verzamelband met de titel "Schicksaljahre der Hitlerjugend". In het daaropvolgende jaar publiceerde hij zijn persoonlijke memoires onder de titel "Das kann doch nicht das Ende sein". In de laatste jaren en maanden van zijn leven verscheen hij tevens nog in enkele televisiedocumentaires. Hierin erkende hij dat hij een regime diende waarin "vele misdaden hebben plaatsgevonden". Op 24 oktober 1996 stierf Artur Axmann op 83-jarige leeftijd in Berlijn.

Definitielijst

denazificatie
De bestraffing van nazi-misdadigers en verwijderen ervan in het openbare bestuur na WO2 in Duitsland.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
indoctrinatie
Het, eventueel onder dwang, bijbrengen van een bepaalde mening of politieke leer. Deze dient dan verder kritiekloos te worden aanvaard.
invasie
Gewapende inval.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Onderscheidingen

Lees meer over de onderscheidingen van deze persoon op WW2Awards.com.

Afbeeldingen


Portretfoto van Artur Axmann, gemaakt door nazifotograaf Heinrich Hoffmann.
(Bron: Publiek Domein)


V.l.n.r.: Reichsfrauenführerin Gertrud Scholtz-Klink, Heinrich Himmler, Rudolf Hess, Baldur von Schirach en Artur Axmann.
(Bron: Commons:Bundesarchiv)


Artur Axmann en Karl Dönitz inspecteren leden van de marine-afdeling van de Hitler Jugend aan boord van de "Horst Wessel".
(Bron: Commons:Bundesarchiv)


Artur Axmann tijdens zijn verhoor over oorlogsmisdaden voor het gerechtshof van Neurenberg.
(Bron: National Archives)

Informatie

Artikel door:
Bob Erinkveld
Geplaatst op:
25-04-2009
Laatst gewijzigd:
22-08-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.