Bf 109, Messerschmitt

Messreschmitt Bf 109F

Messerschmitt Bf 109F "Frederick"
De Bf 109E was al een topproduct in de ogen van de ontwerpers, maar men ging echter verder met de ontwikkeling door vooral naar de aŽrodynamische aspecten te kijken. Begin 1940 werd daarom begonnen met het herontwerpen van het toestel. De belangrijkste doelstellingen waren een betere stroomlijning en de mogelijkheid tot het toepassen van nog krachtiger motoren. Het eerste resultaat werd de Bf 109F. Het toestel was danig aangepast ten opzichte van de vorige versies. Opvallend waren de betere stroomlijning, de afgeronde vleugeluiteinden en de grotere propellerkap. De propeller was kleiner in diameter, maar met bredere bladen. De radiatoren onder de vleugels werden gestroomlijnd en er werd ook een gedeeltelijk intrekbaar staartwiel toegepast.
De aanpassingen waren noodzakelijk geworden doordat de geallieerden in de loop der tijd steeds betere versies van hun vliegtuigen op het strijdtoneel brachten. Vooral vliegtuigen als de nieuwe Supermarine Spitfire, de Bloch MB.151/152 en de Dewoitine D.520 bleken beter dan de voorgaande Bf 109E.
Voor de voortstuwing werd gekozen voor een 1350 pk zware DB 601E motor. Bij het eerste prototype, de Bf 109V21 werd echter nog gebruik gemaakt van een DB 601Aa motor. De volgende drie prototypen werden echter gebruikt om de nieuwe motor te testen (Bf 109V22 t/m V24).

In de herfst van 1940 rolden de eerste Bf 109F-0-toestellen uit de fabriek. Door productieproblemen met de nieuwe motor, werden de 10 geproduceerde voorserietoestellen echter uitgerust met de DB 601N motor. Ondanks deze mindere motor, liet het nieuwe ontwerp de nodige verbeteringen in prestaties zien.

De eerste Bf 109F-1 toestellen werden in maart 1941 operationeel bij de Jagdgeschwadern 2 en 26, opererend boven het Kanaal. De eerste Bf 109F toestellen werden bewapend met twee 7,92 mm machinegeweren en een 20 mm MG/FF kanon vurend door de holle schroefas.
Bij de Duitse invasie in de Sovjet-Unie, had de Bf 109F haar voorganger al voor een groot deel vervangen, hoewel de Bf 109E, vooral in de jachtbommenwerperrol, ook nog is gebruikt.

Technische gegevens:

Model: Messerschmitt Bf 109 F-4
Taak: Jachtvliegtuig
Bemanning: 1
Afmetingen: Spanwijdte: 9,92 m
Lengte: 8,90 m
Hoogte: 2,60 m
Prestaties: Max. snelheid: 625 km/u
Kruissnelheid: 480 km/u
Plafond: 12000 m
Bereik: 850 km met afwerpbare brandstoftank
Gewicht: Leeggewicht: 2590 kg
Max. Gewicht: 3120 kg
Motor: Daimler Benz DB 601E-1 met een vermogen van 1350 pk
Bewapening: Twee 7,92 mm MG 17 machinegeweren boven in de neus en een 20 mm MG 151/20 kanon vurend door de schroefas
Productie: ca. 2200 Bf 109F's totaal

Ook van dit type zijn weer vele versies op de markt gebracht.

F-1: Uitgerust met een DB 601N motor kwam deze versie als eerste in 1941 in operationele dienst.
F-2: Het bij de F-1 gebruikte 20 mm kanon in de holle schroefas werd, in verband met operationele problemen, vervangen door een 15 mm MG151/15 kanon.
F-2/B: Jachtbommenwerperversie van de Bf 109F-2.
F-2/Z: Jager voor grote hoogte, uitgerust met een GM-1 stikstofoxide turbo.
F-2/Trop: Speciale versie, uitgerust met zandfilters voor gebruik in Noord-Afrika
F-3: De F-2 maar dan uitgevoerd met een DB-601E motor met een vermogen van 1300pk. In productie vanaf begin 1942.
F-4: Parallel aan de F-3 werd de F-4 ontwikkeld met weer een, verbeterde 20 mm MG 151/20 kanon in de holle schroefas.
F-4/B: Jachtbommenwerperversie van de F-4 met de mogelijkheid tot meenemen van een 250 kg bom of vier 50 kg bommen.

Op dit moment barstte bij de Luftwaffe de discussie los over de bewapening. Vooral piloten waren niet tevreden over de kwaliteit en de hoeveelheid. Onder leiding van de bekendste Duitse ace, Adolf Galland, werd verzocht om meer bewapening zodat ook minder ervaren piloten een betere kans op overleven hadden. De oplossing werd gevonden in de ontwikkeling van een aantal RŁstsštze, welke ter plekke op de basis konden worden gemonteerd. De meest gebruikte hiervan zijn: (De R nummers zijn niet zeker en worden in sommige literatuur anders verklaard)
R1: Jachtbommenwerper uitrusting voor maximaal 250 kg SC-250 bom.
R2: Bommenwerperjager met twee 210 mm WGr. 21 raketwerpers.
R3: Extra afwerpbare brandstoftank van 300 liter.
R4: Zware jager met twee extra 30 mm MK 108 kanonnen in gondels onder de vleugels.
R6: Middelzware jager, als R4 maar dan met twee 20 mm MG 151/20 kanonnen.
Hierdoor ontstond de mogelijkheid voor een welhaast oneindig aantal varianten.

F4/Trop: Tropenversie van de Bf 109F-4
F-4/Z: Een aantal F-4's werd uitgerust met een, middels GM-1, opgevoerde motor voor operaties op grote hoogte.
F4/Z Trop: Tropenversie voor operaties op grote hoogte.
F-5: Een F-4 waarvan de propellerbewapening was verwijderd en een camera en extra brandstoftank werd gemonteerd om als verkenner te fungeren. Geproduceerd in 1942.
F-6: Een onbewapende verkenner met meer camera's.
Een bijzondere uitvoering van dit type was de Bf 109Z, welke was opgebouwd uit twee naast elkaar liggende F-rompen.

Eind 1941 werd de productie van de F-versie gestopt ten voordele van de nieuwe Bf 109G of "Gustav". Hierdoor waren er eind 1942 nog maar weinig in Duitse dienst. In andere landen is dit type echter tot aan het einde van de oorlog nog intensief gebruikt. KroatiŽ, en ItaliŽ gebruikten een onbekend aantal, Zwitserland ontving er 2 ter evaluatie, Hongarije 20 en naar Spanje gingen 15 toestellen voor training van Spaanse piloten die als oorlogsvrijwilliger mee gingen vechten aan het Oostfront.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Bf 109F-4


Bf 109F-5

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
01-04-2003
Laatst gewijzigd:
24-11-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.